‘We moeten de steden teruggeven aan de bewoners’

Architect Omar Degan: ‘Afrikaanse architecten zijn te lang buiten beeld geweest. Dat moet anders’

© Omar Degan

Ontwerp voor een moskee in de zuidwestelijke stad Baidoa

Hij ruilde drie jaar geleden Italië in voor Somalië, om het verscheurde geboorteland van zijn ouders te helpen heropbouwen. Daar botste hij op allerlei obstakels. Toch heeft de jonge architect Omar Degan nog niets van zijn bevlogenheid verloren. ‘Afrika is geen architecturale speeltuin, we moeten de steden teruggeven aan de bewoners.’

Het zou zomaar een vraag in De slimste mens kunnen zijn: wat weet u over Somalië? Waarschijnlijke antwoorden: piraterij, vluchtelingen, hongersnood, religieus fanatisme of, godbetert, de blockbuster Black Hawk Down. Het is duidelijk: bijna dertig jaar na het uitbreken van de burgeroorlog heeft het Oost-Afrikaanse land het stigma van gefaalde staat nog steeds niet van zich kunnen afwerpen.

Daar wil de Somalisch-Italiaanse architect Omar Degan (30) verandering in brengen. Drie jaar geleden besloot hij impulsief om met zijn in het Westen gevormde inzichten het verschil te maken in het moederland dat hij nooit had gekend. ‘Ik ben geboren en getogen in Italië, ik studeerde architectuur in Turijn. Later behaalde ik ook een master in duurzaam bouwen en een postgraduaat in noodarchitectuur’, vertelt Degan ons vanuit Mogadishu.

‘Je moet begrijpen: toen mijn ouders midden jaren tachtig uit Somalië vertrokken was de de situatie heel anders. We waren een ander soort vluchtelingen dan vandaag, en bovendien delen Somalië en Italië een koloniaal verleden. Ik ben opgegroeid als een Italiaan, maar de band met het land van mijn ouders bleef altijd aanwezig. Op school was er redelijk wat aandacht voor de koloniale geschiedenis, en Somalische families in de diaspora zorgen er ook voor dat hun ‘Italiaanse’ kinderen de cultuur van het moederland leren kennen.’

Drie jaar geleden verhuisde Degan halsoverkop naar Mogadishu. ‘Dat was bijna per ongeluk’, legt hij uit. ‘Somalië was ongeveer het laatste land op mijn lijstje. Ik woonde toen in Londen en vond daar mijn draai niet. Mijn nicht zou een gemeenschapscentrum bouwen in Zuid-Somalië. Toen ze me het project liet zien, zei ik: “Laat me dat ontwerpen”. Voor ik het wist zat ik op het vliegtuig.’

‘Wist je dat Mogadishu ooit maar liefst negentien bioscopen had? Voor een Afrikaanse hoofdstad was dat ongelooflijk!’

‘Mijn verwachtingen van Somalië waren ontzettend groot. Ik kende het geboorteland van mijn ouders uit boeken en familiefoto’s: mensen gekleed in prachtige jurken en kostuums, keurig gedekte tafels en overal prachtige gebouwen. Wist je dat Mogadishu ooit maar liefst negentien bioscopen had? Voor een Afrikaanse hoofdstad was dat ongelooflijk!’

Swinging Mogadishu

Ruim een halve eeuw geleden zag de toekomst er inderdaad veelbelovend uit voor Somalië. Het land was in 1960 onafhankelijk geworden, en zelfs na de staatsgreep van generaal Siad Barre een decennium later voer het land indien geen democratische, wel een relatief open koers. Het onderwijs werd gemoderniseerd, industrie en handel bloeiden.

Overal schoten culturele centra en theaters uit de grond. Mogadishu – het kloppende hart van de jonge republiek – groeide razendsnel uit tot een kosmopolitisch broeinest, dat met zijn hagelwitte stranden, stralende architectuur en sexy nachtclubs, bekend stond als ‘de witte parel van de Indische Oceaan’.

Bands als Dur-Dur waren in de jaren tachtig ontzettend populair in Somalië en omstreken. Hun muziek verbeeldt het potentieel van de eerste postkoloniale decennia, toen het land nog niet het stigma had van ‘failed state’.

In 1991 verloor de witte parel voorgoed zijn glans: het regime van Siad Barre kwam ten val en Somalië werd meegezogen in een bloederige burgeroorlog. De gevreesde generaal was met de jaren steeds autocratischer gaan regeren en had zijn hand overspeeld met een al te offensief buitenlands beleid. Toen hij danig verzwakt was, ontplofte de bom: verzetsgroepen zetten hem af, waarop de burgeroorlog begon. Drie decennia later heeft Somalië nog steeds geen stabiele regering en blijft het land hopeloos verdeeld.

Bomaanslag 14 oktober 2017

‘Toen ik drie jaar geleden in Mogadishu landde, was de sfeer erg gespannen’, vertelt Degan. ‘Overal zag ik controleposten, wegversperringen en veiligheidsagenten. Ik dacht toen: hoe kunnen mensen zo leven?’ Enkele dagen voor zijn aankomst hadden militanten van de aan al Qaeda gelinkte terreurbeweging al Shabaab een bomaanslag gepleegd. De aanslag, die aan 587 mensen het leven kostte, is de meest dodelijke in de Somalische geschiedenis.

Hoewel al Shabaab negen jaar geleden officieel uit de hoofdstad is verdreven, voeren zijn militanten nog met de regelmaat van de klok aanvallen uit. Dit jaar vielen midden augustus zeker zeventien doden bij een aanslag op een populair strandhotel.

‘De hoge dodentol bij zulke aanslagen zou nochtans kunnen worden vermeden. Veel gebouwen zijn ontworpen door mensen die er weinig verstand van hebben. Ze zijn absoluut niet voorzien op noodsituaties. Dan heb ik het niet eens over terroristische aanvallen, maar ook over brandgevaar of waterschade. Er zijn geen bufferzones, geen nooduitgangen, geen noodtrappen. Als je in een gebouw – zeker in een turbulente stad als Mogadishu – zonder obstakels van punt A naar B kunt gaan, weet je dat er iets niet klopt aan je bouwplan.’

© Omar Degan

Monument voor de slachtoffers van de aanslag van 14 oktober 2017. Behalve een gedenkteken is het ook een publieke ruimte waar mensen samen kunnen komen rouwen.

De burgeroorlog en de terreuraanslagen hebben grote delen van de historische binnenstad verwoest. De huidige regering, die nog steeds erg zwak staat, is intussen begonnen met de wederopbouw. Er heerst een heuse bouwwoede, maar Degan vreest dat haar onverhoedse aanpak weinig rekening houdt met de waarde van historische gebouwen én de noden van het volk.

‘Er zijn regels en voorschriften, maar niemand lijkt zich eraan te houden. Gebouwen worden gesloopt, parken en publieke ruimtes verdwijnen. Wat in de plaats komt, is eenheidsworst. Het is een regelrechte chaos. We moeten in de eerste plaats proberen te begrijpen: hoe geef je de stad terug aan haar bewoners? Hoe leven de mensen, wat zijn de klimatologische problemen, wat zijn de religieuze kwesties? Mijn missie is om een gevoel van samenhorigheid te creëren, wat betekent dat je mensen moet proberen verbinden met de openbare ruimte en de gebouwen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

David vs. Goliat

In zijn missie staat Degan vooralsnog alleen. Met de vorige burgemeester maakte hij afspraken om het historische centrum onder handen te nemen. Maar nadat die vorig jaar was omgekomen bij een bomaanslag liep dat project vast. Vervolgens knoopte hij gesprekken aan met het kabinet van de eerste minister. Maar ook die liepen op niets uit.

‘Op een dag zag ik hoe werklui het ooit zo prachtige nationale museum van Somalië aan het slopen waren.’

‘Op een dag zag ik hoe werklui het ooit zo prachtige nationale museum van Somalië aan het slopen waren. Kort nadat ik mijn verontwaardiging op sociale media had geuit, ontving ik een telefoontje van het kabinet van de eerste minister. Hij ontbood me op zijn kantoor en stelde me voor om samen bekijken hoe we ons erfgoed konden beschermen. Maar werkelijk alles wat ik zei, zelfs de allerkleinste dingen, legde hij naast zich neer.’

Drie jaar geleden botste Degan ook al op een muur. Hij wilde de lokale autoriteiten ervan overtuigen om een aantal van de betonnen barrières, waarmee Mogadishu bezaaid is, te vervangen door groene zones met min of meer dezelfde functie. Zo zou de stad weer aantrekkelijk en leefbaar kunnen worden. Maar ook dat voorstel viel in dovemansoren.

‘Ze zeggen: waar een wil is, is een weg. Maar eerlijk? In Mogadishu is er geen wil. Als ik morgen zou besluiten om terug te gaan naar Italië, vrees ik dat niemand zich zou ontfermen over wat er nog overblijft van de historische architectuur.’

Culturele identiteit

Voorlopig concentreert Degan zich op eerder bescheiden projecten, de meeste met een sociale inslag en een duidelijke knipoog naar ‘s lands culturele rijkdom. Sommige projecten doet hij pro bono, zoals twee jaar geleden een schooltje dat nu in aanbouw is en vorig jaar een buurthuis.

© Omar Degan

Constructie van een buurthuis en moskee in zuidwest-Somalië.

‘In mijn ontwerpen probeer ik de belangrijkste principes van de islamitische architectuur in zekere zin te respecteren, want Somalië is in de eerste plaats een moslimland. Elk land heeft bepaalde elementen die te maken hebben met wat je “culturele identiteit” zou kunnen noemen.’

‘De moeilijkheid bestaat erin hoe je die kunt vertalen naar een gebouw dat mensen aanspreekt. Want ook de mensen in Mogadishu zelf hebben niet altijd een idee van het verleden en het potentieel dat deze stad te bieden heeft. Toen ik les gaf aan studenten kwam ik erachter dat ze niet wisten waar bepaalde bezienswaardigheden waren, ook omdat de stad om veiligheidsredenen niet erg transparant is.’

Hoe hij dat ziet, maakt hij duidelijk aan de hand van een ontwerp dat hij onlangs deelde op zijn Twitteraccount. Hij had een compound getekend voor de zuidoostelijke stad Kismayo, maar dat kon door een bomaanslag niet gerealiseerd worden. Het omvatte een strandhotel en verschillende faciliteiten, zoals een café, ontmoetingsplekken en een publieke tuin.

‘Kismayo is vooral bekend om zijn handgemaakte boten met Swahili-zeilen. In dit project heb ik deze zeilen als blinderingen gebruikt. Ze herinneren aan de oude, lokale traditie, maar worden ook voor een ander doel ingezet. Ik gebruik ze niet alleen om beweging te creëren, maar ook om een gastvrije sfeer op te roepen. Mensen moeten zich in de eerste plaats herkennen in de gebouwen, zich er thuis in voelen.’

© Omar Degan

Ontwerp voor een hotel en ontmoetingsplek in Kismayo.

‘Het gaat erom dat mensen in de ruimte komen en ze het gevoel hebben: dit is een Somalische omgeving. We moeten trots zijn op wie we zijn, en waar we vandaan komen. Ik geloof dat architecten daarbij kunnen helpen, maar ze moeten dan ook de kans krijgen om de daad bij het woord te voegen.’

‘Afrika is geen speeltuin. Afrikaanse architecten zijn erg lang buiten beeld geweest. Dat moet dringend veranderen.’

‘Een jaar geleden was ik voor een korte periode terug in Italië om een conferentie over architectuur in Afrika bij te wonen. Een van de professoren zei tijdens een voordracht: je moet naar Afrika trekken, want daar is het gemakkelijk om te werken. Ik viel om van verbazing. Afrika is geen speeltuin! Afrikaanse architecten zijn erg lang buiten beeld geweest. Dat moet dringend veranderen. Sociale media hebben daarin een belangrijke rol, en daarnaast werk ik momenteel mee aan de allereerste gids voor Afrikaanse architectuur.’

‘Ik wil dienstbaar zijn en probleemoplossend werken. En dat hoeft niet altijd peperduur te zijn. Ik had al verschillende keren een goedbetaalde, stabiele baan kunnen aannemen, maar ik beschouw dit meer als een persoonlijke missie.’

Wie is Omar Degan?

© Omar Degan

  • architect en oprichter Do Architecture and Design

  • dertig jaar geleden geboren in Italië als zoon van Somalische ouders

  • studeerde architectuur, duurzaam bouwen en noodarchitectuur in o.a. Turijn en Hongkong

  • woont en werkt in Mogadishu

  • publiceerde het boek Mogadishu through the eyes of an architect (2020)

  • meer info: www.degan-omar.com

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Tom Claes is redacteur en freelancejournalist. Hij volgt de ontwikkelingen in de Hoorn van Afrika en focust in het bijzonder op de thema’s identiteit, migratie en ongelijkheid.