Wat is de mentale tol van ons asielbeleid op mensen op de vlucht?

‘Asielzoekers behoren tot de meest veerkrachtige mensen die er zijn’

© Piroschka Van De Wouw / Reuters

In de wachtrij in Ter Apel. ‘Asielzoekers die hier toekomen behoren tot de meest veerkrachtige mensen die er zijn. Ze doorstonden enorme verschrikkingen, maar stonden telkens opnieuw weer recht.’

Door wat ze doorstonden zijn asielzoekers veerkrachtig, flexibel en kennen ze een groot aanpassingsvermogen, kenmerken die onze maatschappij ten goede kunnen komen, zegt psychologe Michelle Warriner. Maar, zo zegt ook de Nederlandse orthopedagoog Stephanie Rap, we moeten hen als samenleving ook de juiste opvang en informatie aanreiken in de asielprocedures. Net dat laat zowel in België als Nederland te wensen over. ‘Maatschappelijke spanningen hangen wel degelijk samen met een gebrek aan mentaal welzijn.’

‘Zo hebben de buurtbewoners minder last.’ 

Dat liet de Brusselse burgemeester Close optekenen in De Standaard nadat beslist werd om de wachtrij aan het Klein Kasteeltje van de achterkant naar de voorkant van het gebouw te verplaatsen. Het Klein Kasteeltje deed tot voor kort dienst als aanmeldcentrum voor mensen die asiel willen aanvragen. Ondertussen verhuisde de aanmelding tijdelijk naar de Dienst Vreemdelingenzaken.

De wachtrijen lopen de laatste maanden alweer fel op en die woensdag, 17 augustus, toen de wachtrij werd verplaatst, stonden opnieuw een paar honderd mensen in de rij om asiel aan te vragen. De verwarring na die beslissing was groot. Bovendien bleek de plek aan de voorkant van het gebouw helemaal niet geschikt waardoor de spanningen al gauw opliepen.

Toen Fedasil de veiligheid niet meer kon garanderen legde het personeel het werk neer. Niemand kreeg nog opvang die dag. Een opvangcrisis die al maanden aansleepte bereikte toen een kookpunt.

Al in november stapten mensenrechtenorganisaties naar de rechter omdat te veel mensen die asiel aanvragen in het aanmeldcentrum Klein Kasteeltje geen opvang krijgen. Fedasil en de Belgische staat worden sinds het begin van het jaar dagelijks veroordeeld tot zware dwangsommen.

Maar de opvangcrisis nam sindsdien alleen maar toe. En de dwangsommen? Die worden simpelweg niet betaald.

Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen slapen alleenstaande mannen gemiddeld 4 tot 6 weken op straat alvorens ze asiel kunnen aanvragen. Zelfs wie zich uiteindelijk kan aanmelden krijgt niet altijd het bed, bad en brood waar ze recht op hebben. Opvangcentra zitten bomvol, de bevoegde diensten zijn onderbemand.

Ook in het Nederlandse centrale aanmeldpunt in Ter Apel sliepen de voorbije weken honderden mensen op straat. Vaak gebeurt dat in mensonterende omstandigheden, waar gevochten wordt en ziektes heersen. In een geïmproviseerde noodopvang op het terrein overleed recent een baby van drie maanden, in nog steeds onduidelijke omstandigheden.

‘Dat Artsen Zonder Grenzen bijstand moet verlenen zou in een land als Nederland nooit mogen gebeuren.’

De situatie was er zo schrijnend dat Artsen Zonder Grenzen (AZG) — dat normaal in ontwikkelingslanden en conflictgebieden opereert — zich gedwongen zag om voor het eerst in haar vijftigjarig bestaan noodhulp te bieden in Nederland. ‘Dat zou in een land als Nederland nooit mogen gebeuren’, zegt Stephanie Rap, forensisch orthopedagoog aan de Universiteit van Amsterdam. Ze onderzocht wat de psychologische impact van de Nederlandse asielprocedure op kinderen en jongeren is.

Mentaal welzijn is niet prioritair?

Voor een moeder die haar kind verliest tijdens de zoektocht naar een veilige haven, voor jongemannen die op de vlucht voor oorlogsgeweld overgeleverd worden aan de wetten van de straat, zijn dat trauma’s bovenop bestaande trauma’s. Dat zegt Michelle Warriner, psychologe bij Solentra, een vzw die psychologische hulpverlening biedt aan mensen met een vluchtelingenachtergrond.

Michelle Warriner: ‘Niet iedereen in de asielcentra heeft toegang tot de gezondheidszorg waar ze recht op hebben.’

Michelle Warriner leidt als traumapsycholoog de Limburgse afdeling van de gevierde hulporganisatie Solentra. Die biedt psychologische zorg en ondersteuning voor jonge vluchtelingen en hun families.

Stephanie Rap: ‘Dat Artsen Zonder Grenzen bijstand moet verlenen zou in een land als Nederland nooit mogen gebeuren.’

Stephanie Rap is forensisch orthopedagoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zij deed de afgelopen vier jaar onderzoek naar de rol en de betrokkenheid van minderjarigen in de Nederlandse asielprocedures. In haar onderzoek stelde ze vast dat in de asielprocedure, gericht op waarheidsbevinding en geloofwaardigheid, niet genoeg rekening gehouden wordt met het feit dat kinderen en jongeren geen volwassenen zijn. Dat zou hun internationale recht om gehoord te worden in het gedrang brengen.

‘In gesprekken horen we vaak hoe mensen op de vlucht in hun thuisland en onderweg al mensonwaardig werden behandeld. Hier aangekomen verwachten ze eindelijk rust. En dan worden ze geconfronteerd met nog meer ontbering, nog meer onzekerheid en nog meer onveiligheid.’

‘Dat mensenrechten, wat het rijke Europa hoog in het vaandel houdt, voor hen blijkbaar niet gelden is dan een schok. Het versterkt het zelfbeeld dat ze door al die ontberingen ontwikkelden: ze zien zichzelf niet als volwaardige mensen. Als hen dan nog eens een opvangplek geweigerd wordt, en mensen niet weten hoe het nu verder moet, vragen ze zich soms af waarom ze nog leven.’

Nochtans erkent de Europese asielwetgeving het belang van (het verstrekken van) geestelijke gezondheidszorg. In hoeverre is er aandacht voor psychologische hulpverlening in het Belgische en Nederlandse asiel- en opvangbeleid?

Stephanie Rap: Er is nu al moeite om basisvoorzieningen, zoals onderwijs voor kinderen, te regelen. Artsen Zonder Grenzen greep in omdat de elementaire gezondheidszorg ontbrak, voor onder meer de behandeling van verwondingen, infecties en huidziekten, of het verstrekken van cruciale medicatie voor bijvoorbeeld diabetes. Psychologische hulp is dan pas een volgende stap, maar het is uitermate belangrijk dat daar ook aandacht naartoe gaat.

Michelle Warriner: Ik werkte jarenlang in Palestina, voor een ngo die echt aandacht schonk aan mentaal welzijn. Er werden bijvoorbeeld veilige speelzones en kindvriendelijke ruimtes voorzien in vluchtelingenkampen. In de Belgische asielcentra zijn wel zulke ruimtes maar voor mensen op straat zijn er geen voorzieningen.

Toen ik dan in 2015 het Maximiliaanpark (toen er nog een tentenkamp was, red.) zag was ik gechoqueerd. In Palestina konden ze zich beter organiseren dan in Brussel. Al gebeurde dat in Palestina wel door middenveldorganisaties omdat de overheid er haar taak niet opneemt.

Nemen onze overheden hun taak wel serieus of zijn het ook hier vooral middenveldorganisaties die de gaten moeten vullen?

Stephanie Rap: In Nederland zijn het toch vooral middenveldorganisaties die van de asielcentra een kindvriendelijke plek proberen te maken. Organisaties zoals Warchild, Vluchtelingenwerk Nederland en De Vrolijkheid proberen kinderen te bereiken via sport en creativiteit. Zij zorgen voor naschoolse activiteiten maar ook psychologische begeleiding.

Dat gaat dan vooral om groepsactiviteiten, maar wel afgestemd op het ontwikkelingsniveau van die kinderen en op wat ze meegemaakt hebben. Niet overheidsdiensten spelen daarin een belangrijke rol, al worden deze middenveldorganisaties wel deels gefinancierd door de overheid.

‘Niet iedereen in de asielcentra heeft toegang tot de gezondheidszorg waar ze recht op hebben.’

Michelle Warriner: Ik zie maatschappelijk werkers in de asielcentra keihard werken. Maar als ze op een psychosociale dienst met twee zijn voor honderden bewoners gaat de aandacht naar diegenen die echt om hulp vragen.

Fedasil vraagt nu aan Solentra om hun medewerkers expertise bij te brengen en ze verwijzen bewoners door naar onze hulpverleners. Dat is een eerste stap, maar er moet nog veel meer gebeuren. Niet iedereen in de asielcentra heeft toegang tot de gezondheidszorg waar ze recht op hebben.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Mentale gezondheid is volksgezondheid

Wat zijn de grootste noden?

Michelle Warriner: Wie nu op straat staat aan het Klein Kasteeltje heeft geen psychologische begeleiding maar wel een dak boven het hoofd nodig. Het is de context waarin ze zich bevinden die hen ziek maakt.

‘Het is de context waarin mensen op de vlucht zich bevinden die hen ziek maakt.’

Als je na zo’n reis zo lang op straat moet slapen, zit je in een overlevingsmechanisme onder extreme stress. De kleinste extra beproeving is dan vaak voldoende om ofwel te vechten, te vluchten of volledig te bevriezen. Dat we conflicten zien in deze crisis hoeft daarom niet te verbazen.

We moeten de basisveiligheid bevorderen voor mensen die hier toekomen. Dat gevoel is zo belangrijk voor het functioneren van de menselijke psyche. Niemand die hier toekomt heeft in eerste instantie een psycholoog nodig. Belangrijker is de stressoren wegnemen.

Eenmaal hier aangekomen willen ze hun leven weer in handen nemen. Maar door het gebrek aan opvang, de onzekerheid over hun verblijfsstatus, geldgebrek, de langdurigheid van de procedures, zien we dat mentaal welzijn zo kelderen. De noden op vlak van mentaal welzijn voor asielzoekers zijn voor de hand liggend. Ze hebben informatie nodig in een taal die ze goed begrijpen. We mogen ze niet in kleine kamers met te veel personen duwen. En we moeten luisteren naar hun besognes.

Stephanie Rap: De jongeren in mijn onderzoek gaven ook vaak aan van dat ze behoefte hebben aan duidelijke informatie, die afgestemd is op hun niveau. Andere asielzoekers of smokkelaars fluisteren hen dingen in over de procedure. Tijdens de interviews begrijpen ze niet altijd waarom dezelfde vragen vaak terugkomen. Daardoor weten ze vaak niet wat ze tijdens die gehoren wel of niet moeten zeggen over hun land van herkomst. Informatievoorziening en vraagstelling op maat is cruciaal.

Michelle Warriner: Asielzoekers hebben ook een enorme nood aan verbinding. Vaak wordt vergeten dat migratie ook een proces van verlies is, los van de verschrikkingen die sommige mensen meemaakten. Mensen verlaten hun bekende leefwereld uit noodzaak en komen hier in het onbekende terecht.

‘Vaak wordt vergeten dat migratie ook een proces van verlies is. Mensen verlaten hun bekende leefwereld uit noodzaak en komen hier in het onbekende terecht.’

Het gaat soms om mensen die hoogopgeleid waren en een rijk sociaal leven hadden. Die moeten hier soms eenzaam onderaan de ladder starten. We weten uit onderzoek dat een gevoel van verbondenheid het beste medicijn is tegen depressie en posttraumatische stress.

Mentale gezondheid is volksgezondheid. Het is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Het vergt een gemeenschap om oorlogstrauma’s te helen. Wij schakelen leraren van vluchtelingenkinderen in, vriendjes, OCMW-medewerkers, noem maar op.

Wat voor gevolgen heeft dat, het gevoel van basisveiligheid dat nu vaak ontbreekt?

Michelle Warriner: Als je te vaak een beroep moet doen op dat overlevingsmechanisme grijp je naar oplossingen om even niet te voelen wat je voelt, zoals drank of drugs. Wanneer het probleem armoede is, dan waagt men zich aan criminele activiteiten.

Seksuele uitbuiting kan het gevolg zijn, vooral vrouwen en meisjes zijn daar slachtoffer van. Mensen op de vlucht zijn ongelooflijk kwetsbaar voor seksueel geweld, zoals onderzoek van de UGent aantoonde (in dat onderzoek gaf 83,1% van de ondervraagden — allen asielzoekers in België — aan dat ze al seksueel geweld ervoeren. Voor 61,3% was dat het voorbije jaar, red.). Dat gebeurt niet alleen binnen de vluchtelingenpopulatie, vaak zijn er ook buitenstaanders betrokken.

Stephanie Rap: De reis die ze maken brengt natuurlijk kosten met zich mee. Mensensmokkelaars of huisjesmelkers maken daar misbruik van.

Opvang- en oriëntatiecentra, daarvoor pleit de humanitaire hub (een consortium van ngo’s) in Brussel al jaren. Plekken waar mensen op de vlucht eerst even tot rust kunnen komen. Waar overheid en ngo’s samenwerken en diensten op maat aanbieden, zoals veiligheid en duidelijke informatie over de asielprocedure. Alleen vereist dat grote investeringen en is het draagvlak miniem. Kunnen zo’n plekken ook iets opleveren voor het gastland?

Michelle Warriner: We moeten de vraag stellen wat we als maatschappij willen. Kijken we tien jaar in de toekomst: willen we dan dat de mensen die hier vandaag toekomen aan het werk zijn? Willen we minder druk op onze gezondheidszorg en sociale zekerheid? Willen we een mooie en diverse samenleving waarin iedereen een plek heeft en erkend wordt? Dan moeten we vandaag de omstandigheden verbeteren.

Stephanie Rap: Bovendien bevordert dat ook het vertrouwen in de overheid. Dat zal deze mensen ook in staat stellen om een waardevolle bijdrage te leveren aan onze maatschappij eens ze mogen blijven. Hoe we nu met mensen op de vlucht omgaan schaadt het vertrouwen in de Nederlandse overheid en de medemens. Daardoor zullen ze misschien eerder in de marge blijven.

‘Flexibiliteit en een aanpassingsvermogen zijn op onze arbeidsmarkt het hoogste goed. Asielzoekers zijn daar meester in, dus laat ons dat potentieel alsjeblief aanboren.’

Michelle Warriner: Het risico bestaat dat ze zich terugplooien op hun eigen identiteit, en zich minder openstellen voor de Belgische cultuur. Meer aandacht voor mentaal welzijn zou integratie — of beter acculturatie — absoluut bevorderen. 

Asielzoekers die hier toekomen behoren tot de meest veerkrachtige mensen die er zijn. Ze doorstonden enorme verschrikkingen, maar stonden telkens opnieuw weer recht. Dagelijks leer ik van mijn cliënten bij over omgaan met tegenslag. Flexibiliteit en een aanpassingsvermogen zijn op onze arbeidsmarkt het hoogste goed. Asielzoekers zijn daar meester in, dus laat ons dat potentieel alsjeblief aanboren.

Wat met de sociale cohesie? In de berichtgeving over de opvangcrisis was er veel aandacht voor bezorgdheden van buurtbewoners, zowel in Ter Apel als aan het Klein Kasteeltje.

Stephanie Rap: Vaak wordt het beeld neergezet dat asielzoekers voor overlast zorgen. Alsof het alleen om jongeren gaat die hier heen komen die zouden weten dat ze geen recht hebben op asiel en dan hinder veroorzaken. Dat beeld klopt gewoonweg niet. Maar er wordt disproportioneel veel aandacht aan gegeven.

Mensen komen hier heen uit wanhoop. Hadden ze een keuze zouden ze in hun vertrouwde omgeving gebleven zijn.

Informatie is key

Als jullie de Belgische of Nederlandse overheid zouden mogen adviseren rond mentaal welzijn in het opvang- en asielbeleid, wat zouden jullie voornaamste aandachtspunten zijn?

Michelle Warriner: In de eerste plaats dat het beleid op Europees niveau gestroomlijnd moet worden. Zolang het Griekse, Italiaanse en Bulgaarse beleid niet verbeterd worden zullen mensen tussen lidstaten blijven schipperen. Voor alle Europese landen moet het haalbaar blijven. Het is een grote uitdaging die we alleen samen kunnen aangaan.

Daarnaast is de asielprocedure te lang en te complex. Dat veroorzaakt onzekerheid en hakt echt in op de geestelijke gezondheid.

Stephanie Rap: En dat zorgt voor het gevoel dat mensen weinig controle hebben over hun situatie. Daarom pleit ik echt op een betere voorziening van informatie. Kinderen en jongeren bij uitstek moeten worden klaargestoomd zodat ze weten wat van hen wordt verwacht in een asielprocedure, welke vragen ze kunnen krijgen en welke stappen zullen volgen. Dat gebeurt nu te weinig.

‘Maatschappelijke spanningen hangen wel degelijk samen met een gebrek aan mentaal welzijn.’

Michelle Warriner: Asielbeleid moet een prioriteit worden. Op het terrein zie ik gedreven mensen, zoals de begeleiders in asielcentra en mensen van Fedasil. Maar zij hebben ook maar één paar handen. Ze willen inzetten op mentale gezondheid en opgeleid worden, maar het ontbreekt aan mankracht en middelen.

Daarom: investeer in personeel, investeer in mentale gezondheid. Dan kunnen bewoners van asielcentra naar buiten treden en samen met hun buurtbewoners werken aan zorgzame buurten. Dan kan gekeken worden naar hoe ze elkaar kunnen helpen in plaats van vast te hangen in een wij-zij-verhaal. Maatschappelijke spanningen hangen wel degelijk samen met een gebrek aan mentaal welzijn.

Deze opvangcrisis is een kans. Als we nu niet investeren krijgen we binnen tien jaar de rekening gepresenteerd.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Schrijft over klimaat, conflict en geopolitiek

    Willem schrijft over klimaatopwarming, conflicten en geopolitiek. Geografisch volgt hij voornamelijk, maar niet uitsluitend, Afrika en het Midden-Oosten.