De Braziliaanse groeicrisis

Interview

Interview met Celso Marcondes, directeur Instituto Lula

De Braziliaanse groeicrisis

De Braziliaanse groeicrisis
De Braziliaanse groeicrisis

Vanuit het Instituto Lula analyseren en becommentariëren ex-president Lula en zijn medewerkers het politieke leven in Brazilië. Het instituut wijdt zich ook aan het uitwerken en verdiepen van de relaties met Afrika en andere Latijns-Amerikaanse landen. MO* sprak met directeur Celso Marcondes over de regering-Dilma, de Braziliaanse straatprotesten en de uitdagingen die de nieuwe regering te wachten staan.

De Braziliaanse straatprotesten kwamen volkomen onverwacht. Hoe analyseert u het gebeuren?

Celso Marcondes: Wat begon met een protest tegen de “twintig cent” (prijsverhoging van tickets voor het openbaar vervoer, adw) groeide uit tot een beweging voor democratie. De verontwaardiging nam nog toe nadat de politie met extreem veel geweld reageerde op die betogers. Na afloop hebben we een evaluatie gemaakt van het gebeuren.

Brazilië is er de afgelopen jaren in geslaagd het welzijn voor een hele groep mensen te verbeteren. Miljoenen mensen werden uit de armoede getild en zijn deel gaan uitmaken van de civiele samenleving. Zij komen met nieuwe verzuchtingen. Ze stellen zich niet meer tevreden met het invullen van hun basisbehoefen, ze vragen meer. Velen hebben hun eerste auto kunnen kopen, ze willen dat het verkeer vlot kan circuleren op de wegen en ze willen ook beter openbaar vervoer.  Wie toegang kreeg tot gezondheidszorg, wil bétere gezondheidszorg.

Jongeren die nooit naar de universiteit konden, hebben daar nu wel toegang toe, maar zij vragen vandaag betere kwaliteit in het onderwijs. Meer dan een miljoen jongeren uit de laag van armen hebben toegang gekregen tot universitair onderwijs. Meer dan anderhalf miljoen jongeren hebben een beurs. Zij willen beter onderwijs. Eenmaal hun diploma op zak willen ze een kwaliteitsvolle job. De mensen die op straat kwamen, zijn net die mensen wiens leven de afgelopen tien jaar helemaal veranderd is. Dat streven naar beter is een heel natuurlijk fenomeen dat eigen is aan de mens.

Erkent de regering die eisen?

‘Tien jaar geleden namen enkel rijke Brazilianen het vliegtuig. Nu komen daar heel wat mensen uit de middenklasse bij.’

Celso Marcondes: Ja. Wat we vandaag meemaken, is “een crisis van de groei”. Brazilië heeft een heel snelle groei doorgemaakt en al heel snel hebben zich nieuwe problemen aangediend. Neem de luchthavens. Tien jaar geleden namen alleen de rijken in Brazilië het vliegtuig. Nu komen daar heel wat mensen uit de middenklasse bij, om zaken te doen, voor familiebezoek, voor toerisme. In een heel korte tijdspanne zijn alle luchthavens in Brazilië veel te klein geworden, er moeten nieuwe komen.

Dat gegeven valt nu samen met de Wereldbeker. De FIFA eist stadia “padrão FIFA”, gebouwd volgens de Fifa-standaard. Alles moet beantwoorden aan het kwaliteitslabel van rijke landen. Mensen hier vragen zich af: ‘Waarom zo’n hoge kwaliteitseisen voor stadia, als nog aan zoveel basisnoden niet ingevuld zijn?’  Punt is dat we zonder die Wereldbeker die investeringen niet zouden aantrekken.

Toch luidt de kritiek dat het meeste geld van de Braziliaanse overheid komt. Klopt dit dan niet?

Celso Marcondes: De grote meerderheid komt van privé-investeerders. Er is ook geld van de BNDES, de Braziliaanse Ontwikkelingsbank, dat leningen aan bedrijven ter beschikking stelt. Die worden nadien terugbetaald. Het is nu aan de regering om uit te leggen dat het gaat over ander geld, dat verbonden is aan het Wereldbeker, dat we anders niet zouden aantrekken. Wat de regering moet doen, is geld vrijmaken en programma’s opstellen om de gevraagde publieke dienstverlening uit te bouwen.

Zal het volk tijdens de Copa opnieuw de straten innemen?

Celso Marcondes: De regering weet dat de kans heel groot is en heeft duidelijk gesteld dat die protesten ook gelegitimeerd zijn. Mensen hebben het recht om voor hun mening op te komen, om op de straat op te gaan en de problemen aan te kaarten. Wat we niet correct vinden, is dat er geweld is in die manifestaties –van de politie en de black blocks.

In juni hebben we vastgesteld dat de politie niet voorbereid was op zo’n massamanifestaties, maar we zagen ook dat kleine georganiseerde groepen de eisen van de duizenden en duizenden betogers gebruikten om schade en vandalisme aan publieke goederen en openbare ruimte aan te richten. Dat is iets waar we heel erg van schrokken. Want in de drie decennia na de dictatuur kende Brazilië een traditie van vredevolle manifestaties op straat. In juni veranderde dat: er was veel meer geweld mee gemoeid.

Een andere les uit de betogingen is dat er een heel groot ongenoegen is ten aanzien van de traditionele politieke partijen, die erg in diskrediet zijn geraakt. Dit ongenoegen over de politiek is iets wat niet alleen in Brazilië te merken is, je merkt dat over heel de wereld. In Italië, Portugal, Frankrijk en Spanje zijn er geen politici die respect weten af te dwingen en autoriteit hebben. Kijk naar de protesten in Oekraïne, Turkije, Egypte… Het zijn massamanifestaties van ongenoegen, vooral van jonge mensen, ten aanzien van een politieke klasse die er niet in slaagt antwoorden te bieden op hun verzuchtingen.

‘Zorgwekkend is dat de betogingen in Oekraïne, Turkije en  Brazilië heel spontaan gebeuren, onder impuls van niet-georganiseerde groepen.’

De jongeren van vandaag zijn ook heel goed geïnformeerd, ze weten wat er elders gebeurt, en ze weten ook wanneer iets niet klopt. Ze stellen: wij willen ook zo’n onderwijssysteem als in Frankrijk, of gezondheidszorg zoals in België.

Zorgwekkend is dat de betogingen in Oekraïne, Turkije en  Brazilië heel spontaan gebeuren, onder impuls van niet-georganiseerde groepen. Mensen gaan de straat op omdat ze via Facebook of sms worden opgeroepen, maar er zijn uiteindelijk geen verantwoordelijken voor de acties. Ook in Oekraïne heb je geen duidelijk gearticuleerde groep of partij om de verantwoordelijkheid op te nemen van het vertrek van de president.

In Venezuela pleit een protestbeweging voor de afzetting van president Maduro, die nochtans legitiem gekozen. Om hem door wie te vervangen? Hetzelfde geldt voor Egypte of Turkije. De protestbewegingen zijn heel belangrijk maar ze zijn geen optie om een democratisch verkozen, stabiele regering te vervangen. Kijk naar Libië en Egypte, waar dictaturen omvergeworpen zijn. Maar wat is er in de plaats gekomen? Libië werd onbestuurbaar. En wat gaat er in Venezuela gebeuren?

Vaak maken de media deel uit van het strijdtoneel. Hoe is dat in Brazilië?

Celso Marcondes: We hebben hier een gigantisch probleem met de pers dat jullie in Europa niet hebben. De Braziliaanse pers situeert zich in grote lijnen aan de kant van de oppositie. Met zijn tv-programma’s en kranten bereikt O Globo liefst 45 procent van de kijkers en lezers. Alle telenovelas zijn van O Globo. Brazilië telt 200 miljoen inwoners. O Globo heeft een Tele-journaal om half negen ‘s avonds waar op zijn minst 86 miljoen mensen naar kijken.

Hier in São Paulo hebben we twee grote kranten, Folha de São Paulo en Estado de São Paulo, de twee belangrijkste kranten met een nationale oplage. De grote netwerken van radiostations en de internetportalen worden gecontroleerd door 4 of 5 instanties, die in handen van de oppositie zijn. En de regering moet daarmee leven.

In Venezuela heeft de regering een netwerk van eigen media opgezet. In Argentinië heeft Cristina Fernández de media gereglementeerd, om het grote monopolie van Clarín op te splitsen. Dat werd te grood en had te veel macht. In landen waar je geen democratie hebt, moet men die inspanning niet doen om het op te nemen tegen de oppositie via de media.

Hoe belangrijk is dit recht op vrije meningsuiting voor Brazilië?

Celso Marcondes: Het is een waarde waar we niet meer over discussiëren. Brazilië heeft 21 jaar dictatuur gekend, van 1964 tot 1985. Het was de zwartste bladzijde uit ‘s lands geschiedenis. De generatie van zestigers die vandaag op politiek vlak het land in handen hebben – de generatie van Lula, Dilma en mijzelf – zijn mensen die de dictatuur hebben meegemaakt. Wij hebben allemaal heel actief meegebouwd aan deze democratie. Syndicale vrijheid, persvrijheid en vrijheid van politieke partijvorming zijn daarin belangrijke elementen.

De roep om een politieke hervorming klinkt luid. Wat moet er veranderen?

‘Brazilië telt 35 politieke partijen. Vele daarvan hebben geen legitimiteit en worden gefinancierd door bedrijven om de politiek te beïnvloeden.’

Celso Marcondes: Dilma Rousseff heeft na de protesten een voorstel gedaan voor politieke hervorming, om de relaties tussen de politieke partijen en de bevolking enerzijds, en tussen de partijen en de bedrijven anderzijds te wijzigen. Brazilië telt 35 politieke partijen. Vele daarvan hebben geen legitimiteit en zijn gevormd om zaken te doen, gefinancierd door bedrijven om de politiek te beïnvloeden.

Het zijn partijen die gecreëerd zijn om steun te krijgen van de federale regering en deel te nemen aan verkiezingen, om dan bij een tweede ronde hun steun te verkopen aan de grote partijen.

De samenstelling van die partijen moet dus wel herbekeken worden. We kunnen er wel prat op gaan dat verkiezingen hier echt vrij zijn en behoren tot de meest democratische in de wereld. Stemmen gebeurt digitaal en op het einde van de dag kennen we het resultaat. Dat is veel efficiënter dan in de VS.