Herhaalt de geschiedenis zich in Colombia? Interview met politicoloog Francisco Gutiérrez Sanín

Colombia krijgt beloofde vrede niet, wel hernieuwd geweld door paramilitairen

© Luisa Gonzalez / Reuters

Een herdenking van vermiste personen in Bogota in augustus 2019

Ruim drie jaar nadat het Colombiaanse vredesproces inging, is er opnieuw toenemend geweld in grote delen van het land.

Moorden op gemeenschapsleiders, activisten en oud-strijders van de FARC zijn dagelijks nieuws. Mensen in afgelegen gebieden slaan opnieuw op de vlucht door confrontaties tussen gewapende groepen. En ook de willekeurige bloedbaden zijn weer terug na een lange tijd. Linkse politici, waaronder Bogota’s nieuwe burgemeester Claudia Lopez, journalisten en mensenrechtenadvocaten ontvingen doodsbedreigingen.

Achter het geweld zitten guerrillabewegingen zoals ELN en afscheidingen van de FARC, paramilitaire groeperingen en drugsbendes (zie ook kader). Maar de regering ontkent het probleem. Ze veegt de gewapende groepen allemaal op dezelfde hoop van ‘criminele bendes’.

Conflict in Colombia

Sinds de jaren 1960 wordt Colombia geteisterd door een gewapend conflict, tussen enerzijds linkse guerrillabewegingen (zoals de FARC en ELN) en anderzijds het Colombiaanse leger en extreem-rechtse paramilitairen. Die laatsten zijn regionale milities, gefinancierd door lokale elites, politici, grootgrondbezitters en zakenlieden. Ze zijn een verlengstuk van de autoriteiten om de vuile oorlog tegen de guerrilla’s te voeren.

Beide zijden van het conflict zijn ook betrokken bij drugshandel. In 2006 werden de paramilitairen gedemobiliseerd, en in 2016 was er het historische vredesakkoord met de FARC. Maar desondanks zijn verschillende gewapende groepen en drugsbendes nog steeds actief in Colombia.

De Colombiaanse regering ontkent met name het bestaan van de (neo)paramilitairen. Dat zijn gewapende groepen die ontstonden na de demobilisatie van de Verenigde Zelfverdedigingstroepen van Colombia (AUC) in 2006. Deze extreem-rechtse, regionale paramilities terroriseerden decennialang en in samenwerking met de autoriteiten grote delen van het land, in naam van de strijd tegen de guerrilla.

De VN houdt de AUC verantwoordelijk voor 80 procent van de moorden tijdens het Colombiaanse gewapend conflict.

De milities waren berucht om de vele bloedbaden die ze aanrichtten onder de burgerbevolking, waarbij ze hun slachtoffers in stukken zaagden met motorzagen. De VN houdt de AUC verantwoordelijk voor 80 procent van de moorden tijdens het gewapend conflict. Dat is aanzienlijk meer dan de guerrilla, die ze zogenoemd bevochten.

Maar ondanks hun demobilisatie in 2006 verdwenen ze in Colombia nooit van het toneel. De regering ontkent niet alleen hun bestaan, volgens lokale gemeenschapsleiders in verschillende regio’s houdt ze sommige groepen zelfs nog steeds de hand boven het hoofd.

Wat is er aan de hand? Is het klassieke paramilitarisme terug van de hoogtij-jaren van het Colombiaanse conflict? MO* sprak met professor Francisco Gutiérrez Sanín, politicoloog en onderzoeker van de Nationale Universiteit van Colombia. Hij schreef in 2019 het boek Clientelistic Warfare: Paramilitaries and the State in Colombia.

In uw boek beschrijft u het Colombiaanse paramilitarisme als een ‘cliëntelistische oorlog’. Waarom?

Francisco Gutiérrez Sanín: In tegenstelling tot de rest van Latijns-Amerika, waar het antwoord op de guerrillabewegingen zowel gecentraliseerd als dictatoriaal was, reageerde Colombia juist met het decentraliseren en democratiseren van het monopolie op geweld. In vele regio’s van Colombia is de staat niet aanwezig met moderne staatsstructuren, maar regeert ze via lokale elites. Deze relatie tussen de staat en de regio’s vormt de kern van de Colombiaanse staatsstructuur. Dus toen de guerrilla een probleem begon te worden, zei de staat, ‘Heren, we gaan de subversieve uitdaging aan. Jullie vormen regionale coalities en verslaan de guerrilla.’ Natuurlijk ging er daarmee erg veel macht naar de tussenpersonen. In die zin was het een cliëntelistische oorlog.

Wie vormden die regionale coalities van het klassieke paramilitarisme, en wat was de rol van de staat?

Francisco Gutiérrez Sanín: De oorsprong van het Colombiaanse paramilitarisme gaat terug naar de 19de eeuw, toen rijke oligarchen en grootgrondbezitters privélegers opzetten om hun land te verdedigen. Met de oprichting van de Autodefensas (‘Zelfverdedigingstroepen’) in 1965 werden deze regionale privélegers geïnstitutionaliseerd als een integraal onderdeel van de strijd tegen de guerrillabewegingen. Het idee was dat kwetsbare elites en rijke grootgrondbezitters hun eigen legers opzetten, met de steun en coördinatie van het leger.

‘Werken met paramilities was een vorm van outsourcing van het vuile werk in de strijd tegen te guerrilla.’

Veel commandanten van de paramilitairen waren zelf grootgrondbezitters. Het leger trainde de paramilities, en gaf ze wapens. Ze wisselden informatie uit, en patrouilleerden samen. Het was in feite een soort outsourcing van het vuile werk, om de guerrilla te bestrijden met hun eigen methoden. Dat kon het leger zelf niet. Ook de lokale politiek was betrokken, met politici die samenwerkten met de para’s om hun machtsbasis te consolideren.

© Ynske Boersma

Francisco Gutiérrez Sanín

Ze creëerden, kortom, zelf het Monster van Frankenstein, dat meer slachtoffers zou maken dan de guerrilla die ze bevochten in het gewapend conflict?

Francisco Gutiérrez Sanín: Het idee was dat de guerrilla verslagen zou worden, waarna de regio zou stabiliseren. Maar de oorlog heeft een andere logica. Het Colombiaanse paramilitarisme is een verschrikkelijk moorddadig fenomeen. In plaats van zich te beperken tot de strijd tegen de guerrilla, begonnen ze de zogenoemde ‘sociale schoonmaak’ met moordpartijen onder de lokale bevolking, en ze bevochten andere paramilities voor territoriale controle. Ook micromotieven speelden een rol, zoals het roven van land. In plaats van een gemeenschappelijke vijand te bevechten, was het ieder voor zich. Even destructief was de infiltratie van de politiek. Het was onduidelijk wie de lakens uitdeelde. Niet alleen werd politiek links volledig uitgemoord, ze moordden ook elkaar uit.

Wat is het verschil tussen de paramilitairen van nu, en die van vroeger?

Francisco Gutiérrez Sanín: De tijd dat de paramilities geïnstitutionaliseerd waren door de staat, is voorbij. Ze zijn niet meer legaal, zoals tot 1999 het geval was. En ook daarna bleven ze nog lange tijd de facto onderdeel van het staatsapparaat. Maar dat betekent niet dat ze geen banden met de autoriteiten meer hebben. Die erfenis van tientallen jaren nauwe samenwerking wis je niet uit met een ontwapeningsproces. Onder de oppervlakte bestaat nog altijd een netwerk van vriendjes binnen het leger en de politie, dat hen toestaat te blijven opereren, zij het niet meer op dezelfde schaal als voorheen.

‘De erfenis van tientallen jaren nauwe samenwerking tussen staat en paramilities wis je niet uit met een ontwapeningsproces.’

En ook hun relatie met de legale economie is veranderd. Het zijn niet meer de legale rurale elites die hen financieren, maar de illegale economieën – drugshandel, illegale mijnbouw, smokkel en afpersing. Wat overigens niet betekent dat de legale economieën zich niet meer bedienen van geweld om hun belangen vast te stellen. Dat gebeurt nog steeds, daar zijn de moorden op sociale leiders een exemplarisch voorbeeld van.

Wat is hun relatie met de drugshandel?

Francisco Gutiérrez Sanín: Om verschillende redenen raakten de paramilitairen verbonden met de narco’s (drugsbendes actief in productie, handel en smokkel van met name cocaïne, nvdr.). Zo kost het voeren van een

oorlog geld, te veel geld voor legale economieën zoals de veehouderij, een zeer inefficiënte industrie in Colombia. Maar ze hadden wel steeds meer land nodig, land dat met de hulp van privélegers bevochten werd. Dus hadden ze het geld van de narco’s nodig. Een tweede reden was dat de narco’s land begonnen op te kopen om hun geld wit te wassen, in de regio’s gecontroleerd door paramilitairen. En zo werden grootgrondbezitters narco’s, en andersom. Ze raakten met elkaar verweven.

Welke rol spelen de paramilitaire groepen in het toenemende geweld in de regio’s?

Francisco Gutiérrez Sanín: In verschillende regio’s zijn paramilitaire groepen actief, opvolgers van het klassieke paramilitarisme van Colombia. Ook de oude territoriale conflicten zijn teruggekeerd, met paramilitaire groepen die elkaar en de guerrilla bevechten om een gebied te controleren. Het probleem is dat ze niet in de overheidscijfers verschijnen, omdat de overheid ze kwalificeert als narco’s. Maar ondanks hun verbondenheid met de drugshandel, zijn het meer dan alleen maar narco’s. Zo is bij een overgrote meerderheid van de moorden op sociale leiders, de dader afkomstig van een van deze paramilitaire groepen.

Waarom ontkent de regering het bestaan van de huidige groepen, en wat is het gevaar daarvan?

Francisco Gutiérrez Sanín: De regering ontkent het omdat ze niet willen toegeven dat de demobilisatie van de paramilitairen tussen 2003-2006, waarbij dertigduizend soldaten de wapens neerlegden, zeer incompleet is geweest. Ze contrasteren het ontwapeningsproces van de para’s, dat volgens hen perfect was, met de demobilisatie van de FARC, die ze als een ramp bestempelen. Dat is het discours van de regering. Maar de paramilitairen zijn nog steeds zeer actief, en controleren complete regio’s. En dat is een groot risico.

Op dit moment hebben ze niet meer dezelfde macht als voorheen. Maar dat kan zo weer veranderen, wanneer het politieke klimaat dat toelaat. Zeker nu ELN actiever begint te worden, en dissidenties van de FARC in opkomst zijn, beginnen de rurale elites weer druk uit te oefenen op de regering om hen wederom het recht op particuliere beveiliging toe te kennen. Zoals vorig jaar, toen veehouders in het departement César oud-president Uribe opriepen om hen de toegang tot privélegers weer toe te staan. Wanneer de publieke onveiligheid toeneemt, zal er ook weer maatschappelijk draagvlak voor dergelijke maatregelen kunnen ontstaan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

U maakte deel uit van de vredesonderhandelingen met de FARC in Havanna. De vredesakkoorden die daaruit voortkwamen zijn later deels getorpedeerd en deels onuitgevoerd gebleven. Een gemiste kans voor een einde aan het geweld in Colombia?

Francisco Gutiérrez Sanín: Precies, een gemiste kans. Ze hebben de akkoorden vernietigd, zowel deze regering als de vorige. De regering Santos was dubbelzinnig bij het doorvoeren van de akkoorden. Ze beschermden de grootgrondbezitters door het deel van het akkoord dat hen verantwoordelijk kon houden voor hun rol in het conflict, te ontmantelen.

‘Deze regering is openlijk vijandig ten opzichte van het vredesakkoord.’

Natuurlijk, een groot deel van het congres maakt zelf deel uit van die elites, de zogenoemde derden, die het conflict financierden. (lacht) Maar de houding van de vorige regering was niet openlijk vijandig ten opzichte van het vredesakkoord en dat is deze wel. Alle delen van het akkoord die helend hadden kunnen werken, zijn getorpedeerd.

Bovenal de toegang tot land, en ontwikkeling van de rurale regio’s. Fenomenen als het paramilitarisme zijn inherent aan het sociale onrecht dat Colombia kenmerkt. Wanneer jij een grootgrondbezitter bent in een gebied zonder aanwezigheid van de staat en ik jouw arbeider ben, zal ik altijd de neiging hebben om jou te beroven. En jij zal je daartegen willen beschermen. Dat genereert een dynamiek waar het moeilijk uit te komen is als de situatie onveranderd blijft.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift