Dossier: 
Zwarte soldaten van de Force Publique verdienen meer aandacht, volgens Glodie Mungaba

‘De Congolese diaspora is op zoek naar verbindende verhalen’

Wikimedia Commons (CC0)

Een parade van de Force Publique eind jaren 40

Ook duizenden Congolese soldaten streden mee met de geallieerden in de twee wereldoorlogen. Hun aandeel in die strijd is lange tijd vergeten, maar is voor Congolese Belgen belangrijk. Dat bevestigen de jonge auteur Glodie Mungaba en historicus Lucas Catherine. ‘Dat Congolezen bijdroegen aan België, is een belangrijk verhaal om een dubbele identiteit mee op te bouwen.’

Niet alleen in België, maar overal ter wereld worden standbeelden van historische figuren beklad of neergehaald. MO* gaat deze zomer, met bekend en onbekend Vlaanderen, op zoek naar onbekende historische figuren die wél een standbeeld verdienen. Al is het maar spreekwoordelijk.


‘Daniel Miuki en Albert Kunyuku Ngoma. Zij symboliseren de Congolese soldaten die meevochten tijdens WOII’, vertelt Glodie Mungaba (26), auteur voor Congoforum. Deze mannen waren het onderwerp van een documentaire die eerder dit jaar uitkwam. Daarin werden de laatste oud-strijders van de Force Publique, het Belgische koloniale leger, geëerd. In mei 2020 overleed Daniel Miuki op 95-jarige leeftijd.

Tijdens de 60ste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid werd Miuki door huidig president Tshisekedi postuum geëerd als nationale held. Ook Albert Kunyunku Ngoma werd gehuldigd tijdens een ceremonie voor zijn erediensten, samen met onderofficier Maurice Saka Mwamba. Vandaag zijn zij de laatste overlevenden die de jaren 1940-1945 meemaakten bij de Force Publique.

Op de schoolbanken leerde Mungaba naar eigen zeggen weinig tot niets over de Force Publique. ‘Ik leerde wel wat over de geschiedenis van België en de Congolese onafhankelijkheid, maar over Daniel Miuki en Albert Kunyuku Ngoma las ik voor het eerst via internetfora. Daarna vertelde ook mijn oom heel wat over hen.’

Tien jaar geleden kwam Mungaba van Congo naar België. Vandaag spijkert hij zijn Nederlands bij en schrijft hij voor zijn eigen mediakanaal en het Congoforum. ‘Daniel Miuki en Albert Kunyunku Ngoma vochten mee tijdens WOII, maar kregen geen financiële compensatie voor hun diensten’, zegt Mungaba. ‘Dat vind ik zo triest. Soldaat zijn, is een gevaarlijk beroep. Je weet helemaal niet of je je familie wel zal terugzien als je vertrekt om te gaan vechten.’

Hadjira Hussain Khan

Glodie Mungaba (26) schrijft voor het Congoforum

Dat de Force Publique een grote betekenis heeft voor Belgen van Congolese origine, weet Lucas Catherine. Hij schreef enkele boeken over de Congolese kolonisatie en noemt zichzelf “historicus van Vergeten Zaken”. ‘Congolezen in België voelen zich zowel Belg als Congolees. Daarom hebben ze nood aan gemeenschappelijke verhalen. De oorlogen die de Force Publique uitvochten in Afrika, zijn daar een voorbeeld van. Het toont dat Congolezen bijdroegen aan België en dat is belangrijk om hun dubbele identiteit op te bouwen’, aldus Catherine.

Maar er zit ruis op het verhaal van de Force Publique. Het blijft een koloniaal leger dat opgericht is door Leopold II om Congo te veroveren en het schrikbewind te handhaven. Want het is niet omdat iemand in Berlijn besloot dat Congo van Leopold II is, dat Congo niet eerst militair moest veroverd worden’, verduidelijkt Catherine. ‘Zij hakten in opdracht handen af van gewone Congolezen. Daar zijn de soldaten natuurlijk zelf niet verantwoordelijk voor, wel de mensen die het leger oprichtten en de opdrachten gaven.’

‘Er wordt vergeten dat een stuk of tien Congolezen meevochten aan de IJzer. Die worden helemaal niet herdacht.’

Ook tijdens de wereldoorlogen vochten de Congolese soldaten mee tegen de asmogenheden. Daarbij zijn velen gesneuveld. ‘België heeft veel te danken aan de Force Publique. Tijdens WOI heeft België in eigen contreien in feite niet gewonnen tegen de Duitsers. Daarom is er sprake van een wapenstilstand. Maar in Afrika won de Force Publique wél tegen de Duitsers. Die overwinning leverde België zelfs een oorlogsbuit op: Rwanda-Burundi en de Oostkantons. Ook wordt vergeten dat een stuk of tien Congolezen in WOI meevochten aan de IJzer. Die soldaten worden helemaal niet herdacht’, zegt Catherine.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

“De luipaard” eet de pensioenen op

In feite was er een verloning voorzien voor de Congolese soldaten, weet Catherine. ‘Maar die compensatie is een ingewikkeld verhaal. Tijdens de ambtstermijn van Mobutu, in de jaren zeventig, werd een deal gesloten met de Belgische staat. Maar Congolese veteranen hebben hun verdiende pensioen nooit gezien. Dat hoorde ik van een onderzoeker in Tanzania die met Congolese oud-strijders sprak: “De luipaard heeft alles opgegeten”, vertelden ze. Onder die naam staat Mobutu bekend’, vertelt Catherine.

‘Veel oud-strijders brachten de laatste jaren van hun leven door in armoede. Ze kregen geen inkomen van de Belgische staat of van de Congolese overheid. Het is weer één van de zoveelste schandalen van de kolonisatie.’

Hadjira Hussain Khan

Lucas Catherine noemt zichzelf historicus van Vergeten Zaken

Segregatie bij de Force Publique

‘De officieren waren altijd wit en de gewone soldaten waren altijd zwart.’

Een ander pijnpunt is dat Congolezen bewust achtergesteld werden door de Belgen. ‘De officieren waren altijd wit en de gewone soldaten waren altijd zwart. De meeste doden vielen daarom bij de gewone zwarte soldaten, maar die werden niet meegeteld. Toen de Duitsers zich in 1916 overgaven in Tabora, in het centraal-westelijk deel van het huidige Tanzania, hoopte België op een fikse gebiedsuitbreiding van de kolonies. Maar de Britten keken alleen naar het aantal doden onder witte officieren van de Force Publique en zij zagen dus geen grote opoffering langs Belgische zijde. De Oostkantons en Rwanda-Burundi moest daarom voldoende zijn als oorlogsbuit voor België.’

‘Om opstanden bij de zwarte soldaten te vermijden, hadden de Belgen een ingenieus systeem bedacht. Ze zorgden ervoor dat een compagnie van de Force Publique nooit uit één Congolese bevolkingsgroep bestond. Ze moesten uit minstens drie groepen bestaan die geografisch ook nog eens ver uit elkaar lagen.’

Ook vermeed België dat Congolezen meevochten in Europa, en vooral niet in België, vertelt Catherine. ‘De vrees was dat ze zouden beseffen dat er in België ook gewoon wit werkvolk rondliep. De laatste oud-strijder uit WOI kwam ieder jaar naar België voor de herdenking van WOI. Voor hem was dat een eye-opener, beseffen dat hier ook normaal werkvolk rondloopt.’ De enkele Congolezen die wel meevochten aan de IJzer waren hier al, omdat ze meegekomen waren met Belgische families als huishoudhulp of in de scheepvaart werkten. Zij zouden sowieso niet terugkeren naar Congo, verduidelijkt Catherine.

Hadjira Hussain Khan

‘Les Corps Expéditionaires Congolais’ gepubliceerd door de Service de l’information et de la propagande du Congo belge, Elisabethville, 1945 (verzameling Lucas Catherine)

Koloniaal monument in Schaarbeek

‘Het monument in Schaarbeek is het enige waar de Congolese soldaat en de Belgische officier visueel op gelijke hoogte staan.’

Hoe moet de Force Publique herdacht worden en het verleden hersteld worden? ‘Alle koloniale standbeelden en monumenten verwijderen, vind ik een slecht idee,’ aldus Catherine. ‘Zo wis je de geschiedenis uit en is het een te gemakkelijke oplossing.’

Volgens Lucas Catherine zijn er al voorbeelden van hoe koloniale monumenten een nieuwe betekenis kunnen krijgen. In het Brusselse Schaarbeek, aan de Huart Hamoirlaan, staat er een koloniaal monument: het Monument voor de Troepen der Afrikaanse Veldtochten.

‘Dat monument is een schitterend voorbeeld’, legt Catherine uit. ‘In Schaarbeek wonen, net zoals in het centrum van Brussel, heel wat Congolezen. Vroeger herdachten kolonialen ieder jaar op 11 november de slagvelden van de Force Publique. Toen de meeste kolonialen al gestorven of te oud waren, kwam niemand meer. En ook de Congolezen kenden het monument niet.’

‘Tot het monument “herontdekt” werd in 2008. De geschiedenis van de Force Publique was vergeten, maar vandaag is het voor veel Congolezen belangrijk. En weet je waarom?’, vraagt Catherine. ‘In mijn lijst van verzamelde koloniale monumenten is het de enige waar de Congolese soldaat en de Belgische officier visueel op dezelfde hoogte staan. Ook de handen, in het midden van het monument, hebben een verbindende betekenis. Meestal beelden koloniale monumenten een Congolese vrouw uit, die naar de Belgische officier opkijkt. Ze lijkt te zeggen: “Merci, Belgique, voor wat je hebt gedaan”. Dat is hier niet het geval, ook al blijft het voor de rest natuurlijk gebouwd door kolonialen’, vertelt Catherine opgetogen.

‘Ieder jaar herdenkt de Congolese gemeenschap de vergeten en onbekende soldaten van de Force Publique die zijn gesneuveld. Dat is een goede manier om met het verleden om te gaan. Het monument wordt niet weggehaald, maar krijgt een nieuwe invulling.’

Hadjira Hussain Khan

Het Monument voor de Troepen der Afrikaanse Veldtochten ligt in Schaarbeek. Het is het enige monument op de verzamellijst van Lucas Catherine waarbij de Belgische officier en de Congolese soldaat op gelijke hoogte staan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift