Regisseur Talal Derk volgt kinderen die opgeleid worden tot kalifaatstrijders

‘De jihad rekruteert niet de meest gelovigen, maar de meest kwetsbaren van de samenleving’

  • © ©

Ik had me nooit kunnen inbeelden dat Syrië zo onherkenbaar zou veranderen. Het ontbreekt mij nu ook aan verbeelding om me voor te stellen hoe het ooit nog goedkomt. Maar dat wil niet zeggen dat het niet kan.’ Talal Derki, de regisseur van de internationaal bekroonde documentaire Return to Homs, sprak met MO* vlak voor de wereldpremière van zijn nieuwe film, Of Fathers and Sons.

Met Return to Homs gooide Talal Derki reeds hoge ogen. Met zijn camera volgde hij toen de charismatische voetballer Abdul Basset die tijdens de straatprotesten in Homs uitgroeit tot volksmenner en zanger van de revolutie. Derki registreerde met zijn camera hoe Bassets aanvankelijk vredevolle strijd voor vrijheid verandert in een gewapende.
Voor Of Fathers of Sons keerde hij nog eens terug naar zijn thuisland. Dit keer trok hij naar het noordwesten van Syrië, naar het front van de salafistische jihadisten van Jabhat Fathel al-Sham, of het vroegere Al-Nusra. De film vertelt het verhaal van de kleine Osama, geboren op 11 september 2001, die in de voetsporen treedt van zijn vader als strijder voor het kalifaat.

Drie jaar lang volgde hij de jongen en zijn familie. Dat heeft de maker kennelijk veel energie gekost. Om het vertrouwen van de familie te winnen deed hij zich drie jaar lang voor als een aanhanger van hun strijd. Een rol die hem erg zwaar viel. De sporen van vermoeidheid zijn nog af te lezen op zijn gezicht wanneer hij, op slechts enkele uren voor de première op het International Documentary Film Festival in Amsterdam (IDFA) in Amsterdam, met MO* praat over zijn verbluffende en verontrustende portret van zijn verdeelde thuisland, Syrië.

De film opent met de zin: ‘Mijn vader leerde me mijn nachtmerries op te schrijven, zodat ze niet langer zouden terugkeren.’ Verpersoonlijkt de jonge Osama uw ergste nachtmerrie?

Talal Derki: In 2012 werd ik verliefd op de revolutionaire jongerenbeweging in Homs. Hun protesten waren aanvankelijk deel van een vredevolle strijd voor verandering. Maar hun protest werd repressief weggeduwd. In mijn vorige film Return to Homs zag je hen veranderen van vredesactivisten in gewapende strijders. Heel wat vrienden van me werden gedood. Wie overleefde zag ik veranderen in jihadist. Abdul Basset, een talentvolle voetballer zingt aan het begin van de film nog vrijheidsliederen tijdens de straatprotesten in Homs. Twee jaar later, aan het einde van de film is zijn enige verlangen te mogen sterven als martelaar. Hij zingt niet meer over vrijheid, maar over God. De nachtmerrie waarin we beland waren werd me toen pas duidelijk.

‘Heel wat vrienden van me werden gedood. Wie overleefde zag ik veranderen in jihadist.’

Zelf ben ik een atheïst. Ik zag hoe de slachtoffers van de repressie van de revolutie gebruikt worden in een strijd voor een God waar ik niet in geloof. Dit geloof had plots mijn revolutie gekaapt. Ik begreep niet hoe dit was gebeurd. Ik had het hier erg moeilijk mee. Daarom heb ik beslist om mijn nachtmerrie tegemoet te gaan, door te proberen er deel van uit te maken. Drie jaar lang bracht ik tijd door met een jihadistische familie uit Noord-Syrië, met een vader die zijn zonen klaarstoomt voor de jihad. De puinhoop die Syrië geworden is, heeft dit soort tragedies mogelijk gemaakt.

Is het verhaal van de familie wel een gevolg van de mislukte revolutie? De vaders was al actief als jihadist lang voor die revolutie.

Talal Talal Derki: Klopt. De vader, Abu Osama, was al in 2008 opgepakt voor zijn betrokkenheid als bommenmaker in enkele bloedige aanslagen. Zijn explosieven hadden voor de revolutie al verschillende mensenlevens gekost. Vijf maanden na de revolutie werd hij vrijgelaten.

Door de chaos en verdeeldheid in het land ligt het terrein voor mensen als hij opnieuw open. Zijn zonen en de kinderen die in de trainingskampen worden opgeleid tot jihadisten zijn voor mij de slachtoffers van de gekaapte revolutie. Ze worden geïndoctrineerd, gekneed tot ze klaar zijn om martelaar te worden. De kleine Osama, zijn broer Ayman en hun vrienden zijn kinderen. Als zij vandaag jihadist genoemd kunnen worden dan is het omdat iemand hen zo gevormd heeft.

Dat dit vandaag zo makkelijk kan in Syrië is omdat alles verwoest is, inclusief de hoop. De revolutie moest verlichting brengen, maar ze werd een nachtmerrie. De tragedie van de bevolking is dat ze twee keer vernietigd werd. Wat blijft vandaag nog over van mijn land? Aan de ene kant heb je de dictatuur, aan de andere kant strijders voor een kalifaat, en dan zijn er nog de Koerdische strijders. Niemand kan de burgers nog beschermen. Elke groep is louter bezig met de eigen agenda, en al lang niet meer met het lot van de mensen die het land ooit bevolkten.

IS verbeeldt voor buitenstaanders deze nachtmerrie. U volgt een groep van het Al-Nusrafront. Waarom volgde u deze minder bekende salafistische jihadisten?

‘Al-Nusra gedraagt zich als een kameleon. Je weet nooit waar hun front begint en waar het eindigt.’

Talal Derki: IS is een internationaal fenomeen. De meeste strijders van IS komen van buiten Syrië. IS zoekt zo veel media-aandacht dat ik geloof dat net dit hun ondergang zal betekenen. Door opvallend en agressief te communiceren, worden ze te makkelijk gereduceerd tot een karikatuur van de vijand. Van bij de eerste video die IS de wereld instuurde wist ik dat ik ooit hun einde zou meemaken. Bij Al-Nusra had ik dat gevoel nooit. Van hen heb ik veel meer schrik. Ze lijken misschien gematigder, maar ze zijn in werkelijkheid even extreem.

Al-Nusra gedraagt zich als een kameleon. Je weet nooit waar hun front begint en waar het eindigt. Ze maken deel uit van de lokale bevolking waardoor je erg moeilijk kan inschatten hoe sterk ze staan. Hun aanhangers kunnen zich even stil houden, maar ze komen altijd terug. Ze sluiten opportunistische deals af en wachten het juiste moment af om opnieuw toe te slaan. Militair kan je ze misschien verzwakken. Maar hun invloed zal je niet met een militaire overwinning wegvegen.

Al-Nusra zag zichzelf als tak van Al Qaida. Vandaag zijn ze veranderd van naam en noemen ze zichzelf Jabhat Fateh al-Sham. Ze distantiëren zich nu openlijk van Al Qaida. Toont dat ook niet dat er met hen gepraat kan worden?

Talal Derki: Dat bedoel ik nu precies.  Ze veranderen van naam, niet omdat ze minder gevaarlijk zijn, maar omdat het vandaag opportuun lijkt. Ze willen je doen geloven dat met hen gepraat kan worden. Ze zijn er van overtuigd dat het nu strategischer is om zich te distantiëren van Al Qaida om zo gematigder over te komen. In werkelijkheid plaatsen ze gewoon hun pionnen in nieuwe posities.

Vergeet niet, ze komen voort uit hetzelfde zaad als IS. Wie kijkt naar hoe ze te werk gaan en hun extremistische discours analyseert, zal weinig verschillen vinden. Ze ontvoeren en onthoofden al wie hun radicale interpretatie van de islam niet aanhangt. Ze terroriseren burgers en verschroeien het land. Door te veranderen van naam hopen ze rond de onderhandelingstafels te kunnen zitten. Maar ik geloof niet dat dit een goed zaak is. IS zal misschien worden verdreven, maar dit onkruid zal niet vergaan. Ik geloof niet dat ze hun kalifaat zullen verwezenlijken, maar onderweg zullen ze nog veel levens van onschuldige mensen vernietigen.

Hoe gemiddeld is de familie van Osama geworden? Zijn alle gematigde burgers werkelijk de regio uit?

Talal Derki: Veel gematigde inwoners hebben het land verlaten. Voor de oorlog uitbrak, waren mensen in Syrië diep verdeeld over politieke en religieuze breuklijnen. Onder zij die het land zijn uitgelucht is die verdeeldheid snel vervaagd. We zijn plots allemaal op de vlucht en de verschillen worden onbelangrijk. Bij wie achterbleef, zie je het omgekeerde fenomeen. De verschillen worden groter. Maar dat wil niet zeggen dat enkel de meest radicale geesten nog ronddwalen in het land.

De familie die ik volg woont in het noordwesten van Syrië. Daar heeft Al-Nusra inderdaad heel wat aanhang. Maar niet iedereen stuurt zijn kinderen ook op jihadi-trainingskamp. Er zijn nog steeds families die hun kinderen naar gewone scholen sturen. De families die hun kinderen naar shariascholen of op militair trainingskamp sturen hebben door de revolutie terrein gewonnen. Maar het blijft een extreme keuze.

‘De jihad gaat niet om geloof. Religie wordt gebruikt om politieke agenda’s te bewerkstelligen.’

Je ziet in de film ook waarom de kleine Osama de gewone school verlaten heeft. Hij lag er duidelijk niet goed in de groep. Het is een onzeker kind dat uit onmacht liegt en vecht met andere kinderen. Zijn broer Ayman is eigelijk vromer en slimmer. Net daarom aardt Ayman niet goed in het trainingskamp. De familie beslist ook dat Ayman, de slimste, misschien toch beter terug naar school gaat zodat hij later voor zijn broers en zussen kan zorgen. Dat zal misschien zijn redding zijn.

Osama, die net minder gelovig, maar gevoeliger is en meer bevestiging zoekt bij zijn vader, die zal wel strijder worden. Dat bewijst voor mij net dat jihad niet om geloof gaat. Religie wordt gebruikt om politieke agenda’s te bewerkstelligen. In werkelijkheid rekruteren ze niet de meest gelovigen, maar de meest kwetsbaren van de samenleving. Dit bewijst hun hypocrisie. Ayman, de broer is vromer, maar hij geraakt in het militaire kinderkamp niet overtuigd. Hij haakt af. Indien het religieuze verhaal zou kloppen dan zou Ayman net de ideale rekruut zijn geweest en niet Osama.

Osama is amper veertien wanneer hij uiteindelijk vertrekt naar het front. Wacht hem een lot als kanonnenvoer?

Talal Derki: De kinderen worden niet onmiddellijk ingezet in de vuurlinies. Ze gebruiken hen in het begin als informant en spion. Vaak zie je hen burgers controleren op het naleven van de sharia. Met hun kalasjnikov houden ze vrouwen tegen die niet vroom gekleed zijn of dwingen ze winkeliers hun winkels te sluiten. Ze intimideren en arresteren iedereen die niet in de pas loopt. Onzekere jongens als Osama voelen zich plots belangrijk. Ze wanen zich man. 

U wou deze film maken om beter te begrijpen hoe geloof binnenglipt in de hoofden van de strijders. Bent u veel wijzer geworden?

Talal Derki: Ik begrijp dat mijn verhaal minder overtuigt. Als atheïst heb ik weinig te bieden. Ik kan geen paradijs beloven. Ik besef wel dat geloven iets moois is, de idee dat er iets groters is wat een zin geeft aan je daden. Je hoeft nooit afscheid te nemen van je geliefden, want ooit zie je ze terug. Het is een prachtige droom. Ik begrijp dat mensen die alles kwijt zijn gespeeld dit verhaal graag willen geloven. Ze kunnen geloven dat het onrecht dat hen overkomen is, misschien niet voor niets gebeurd is.

Ik begrijp dus misschien beter de mechanismen. Maar persoonlijk ben ik er alleen maar radicaler door geworden. Radicaler in mijn ongeloof. Nu twijfel ik niet meer. Ik wil vrij zijn. Ik wil niet langer in hun hoofden proberen te kruipen. Mijn missie is geëindigd. Nu wil ik voort met mijn eigen leven.

©

 

U sluit de film af met de boodschap: ‘Ik draai de bladzijde om en eindig de nachtmerrie.’  Is Syrië voor u een afgesloten hoofdstuk?

Talal Derki: Het leven is te kort. Ik moet deze bladzijde omdraaien. In de opnameperiodes van deze film had ik bijna elke nacht nachtmerries. Ik wil nu focussen op mijn familie. Ik heb nood aan liefde in plaats van haat. Ik wil kunst en geen oorlog. Ik ben mijn land kwijt. Er ligt geen toekomst voor mij of mijn kind in dit verwoeste land.

U lijkt alle hoop te zijn kwijtgeraakt in de loop van dit project. Komt het dan helemaal niet meer goed met Syrië?

‘Ik had me nooit kunnen inbeelden dat mijn land deze weg zou inslaan, dat het zo onherkenbaar zou veranderen’

Talal Derki: Ik ben inderdaad pessimistisch. Ik had me nooit kunnen inbeelden dat mijn land die weg zou inslaan, dat het zo onherkenbaar zou veranderen. Het ontbreekt mij nu ook aan verbeelding om me voor te stellen hoe het ooit nog goedkomt. Maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Laten we hopen van wel. Ik weet gewoon niet of ik daar zelf nog wil op wachten.

Ik ben mijn leven aan het uitbouwen buiten Syrië. Ik woon nu in Duitsland. Mijn zoon groeit daar op. Mijn thuis is waar ik mezelf kan zijn, waar mijn familie is. Ik voel me een wereldburger, geen Syriër. Ik zie dat bij veel mensen van mijn generatie. Ze willen in hun nieuwe thuisland een leven opbouwen, en niet in een wachtkamer zitten.

Voor mijn ouders en hun generatiegenoten is dat moeilijker. Zij zijn te oud om nog van nul te beginnen. Ze missen hun thuisland. Ik hoop dat ze de dag nog mogen meemaken dat Syrië opnieuw vrede kent.

 

Wil dit zeggen dat Talek Derki zijn laatste film over Syrië heeft gemaakt?

Talal Derki: Na Return to Homs belandde ik op een zwarte lijst van het regime van Assad. Voor deze film moest ik me drie jaar lang voordoen als iemand anders. Ik moest voor de start oude interviews van het internet laten verwijderen om er voor te zorgen dat ze mijn ware overtuigingen niet konden achterhalen. Na elke verblijf nam de schrik om ontmaskerd en onthoofd te worden toe. Ik sliep niet meer. De laatste beelden heb ik ook niet meer zelf gedraaid. Een Libanese jihadist begon bij mijn laatste verblijf te veel vragen te stellen. Het werd erg gevaarlijk.

Nu de film is uitgebracht, zullen ze ongetwijfeld erg kwaad op me zijn. Ik heb opnieuw vijanden gemaakt. Dat maakt Syrië opnieuw een stuk moeilijker bereisbaar voor mij. Misschien maak ik nog wel een nieuwe documentaire over Syrië of Syriërs, maar dan zal het waarschijnlijk van buiten de landsgrenzen zijn. Ik zal dus niet meteen terugreizen. Ik zal Osama, Ayman en hun familie dus nooit meer terugzien. Onze wegen scheiden nu voor altijd. Of dat hoop ik althans.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift