Dossier: 

De privacy-lacunes van de camerawet

VUB-onderzoekster Antonella Galetta bestudeerde de Belgische camerawet en komt tot verontrustende conclusies. Het recht op toegang tot je eigen beelden klinkt mooi op papier maar werkt niet in de praktijk. 

© Kristof Clerix

De kamercommissie Binnenlandse Zaken keurde deze week unaniem een wetsvoorstel goed dat de politie toelaat slimme camera’s voor nummerplaatherkenning te gebruiken op haar combi’s. Dat meldt de Gazet van Antwerpen. Het voorstel van kamerlid Guido De Padt (Open VLD) vult een lacune in camerawet van 2007, die onduidelijk bleef over het gebruik van slimme mobiele camera’s.

Daarmee zijn echter niet alle gebreken van de camerawet de wereld uit, betoogt Antonella Galetta van de VUB-onderzoeksgroep Recht, Wetenschap, Technologie en Maatschappij. De onderzoekster werkt aan een doctoraat over de relatie tussen surveillance, misdaad en mensenrechten, met een speciale focus op privacy en gegevensbescherming.

In het kader van een groot Europees onderzoek naar veerkracht in surveillance-samenlevingen (het IRISS-project, dat steun krijgt van de Europese Commissie onder het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling) bestudeerde ze de Belgische camerawet in detail. Conclusie? Het recht op toegang tot je beelden rammelt. In juli verschijnt hierover een gedetailleerd rapport, maar Galetta geeft op MO.be alvast toelichting bij de resultaten.

© Kristof Clerix

Antonella Galetta

Strijdpunt

De Privacycommissie schat dat in België ongeveer 300.000 bewakingscamera’s hangen. ‘Iedere gefilmde persoon heeft een recht van toegang tot de beelden. Hij richt daartoe een gemotiveerd verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking.’ Zo staat het letterlijk in artikel twaalf van de Belgische camerawet, die sinds 2007 het gebruik van bewakingscamera’s in de publieke en private sfeer regelt.

‘Toen in de jaren zeventig de aandacht voor databescherming in Europa toenam, was het recht op toegang tot je persoonsgegevens een van de belangrijkste strijdpunten. Veertig jaar later lijkt het alsof we dat zijn vergeten’, zegt Galetta, die de wet heeft getest en drie problemen signaleert.

‘Het feit dat we toegangsrechten hebben, is heel goed. Zo kunnen burgers weten wat er “achter de machine” gebeurt. Maar als je het dan in de praktijk gaat testen, dan blijkt het recht een lege doos te zijn.’

1. De verantwoordelijke

‘Om toegang te krijgen tot de camerabeelden waar jij op staat, moet je natuurlijk eerst weten wie het toestel beheert, wie de “verantwoordelijke voor de verwerking” is’, zegt Galetta. ‘Soms is dat makkelijk, maar niet altijd. Volgens de wet moet de verantwoordelijke expliciet met een pictogram aangeven dat er camerabewaking plaatsvindt. Hangt zo’n plakkaatje er niet bij, dan is die camera in feite illegaal. Maar in de praktijk stel je vast dat de pictogrammen vaak ontbreken. En bij wie moet je dan aankloppen?’

‘In de Brusselse metro zie je overal camera’s, en die zijn allemaal correct voorzien van het nodige plakkaatje. De MIVB is natuurlijk een groot bedrijf, het zou nogal erg zijn als zij de wet niet correct zouden toepassen. Ook in banken bijvoorbeeld zullen die plakkaatjes er meestal hangen. Maar bij particulieren of kmo’s ontbreken ze wel eens. Ik vind dat de Privacycommissie dat zou moeten controleren.’

‘Toen ik de praktijktest deed en ter plekke ging vragen wie de verantwoordelijke was van de camera’s, bekeken mensen mij alsof ik een terroriste was en verdachte plannen had. Naast wantrouwen klonk er ook verbazing. Het was vaak de eerste keer dat ze zo’n vraag te horen kregen.’

© Kristof Clerix

Metrodispatching Brussel. De MIVB telt 1.800 camera’s in de stations en gebouwen en 6.800 in de voertuigen.

2. De timing

Een tweede probleem, aldus Galetta, heeft te maken met timing. ‘Gesteld dat je de verantwoordelijke van de verwerking van de camerabeelden hebt geïdentificeerd, dan kun je hem aanschrijven: “Ik wil toegang tot mijn beelden genomen op die dag op die plaats.” Eens je verzoek is ingediend, moet de verantwoordelijke voor de verwerking zo snel mogelijk antwoorden – ten laatste binnen de 45 dagen.’

‘Die timing is problematisch, want dezelfde camerawet stelt dat camerabeelden maximum dertig dagen bewaard mogen worden. Die marge van flexibiliteit maakt dat de verantwoordelijke voor de verwerking gewoon kan wachten tot de dertig dagen om zijn. Vervolgens laat hij je weten: “Sorry, je beelden zijn al vernietigd”.’

‘Stel: je bent vandaag gefilmd, en binnen een paar weken vraag je toegang tot die beelden, dan kom je meestal te laat. In de meeste gevallen zullen ze de beelden nooit dertig dagen bijhouden. Meestal gaat het om een week, soms om slechts enkele uren. Gebeurt er niets, dan worden de beelden automatisch vernietigd.’

‘We hebben een vergelijkende studie gedaan in verschillende Europese landen. In andere landen landen is die limiet vijftien dagen in plaats van 45 dagen.’

Goed nieuws: minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdh) bereidt een wetsontwerp voor dat tegemoet komt aan een aantal lacunes in de camerawet van 2007. Met name dit probleem van de timing wordt daarin aangepakt. Of het wetsontwerp nog voor de verkiezingen van mei goedgekeurd zal worden, is echter nog de vraag. Het is immers nog niet in het parlement geagendeerd.

3. De motivering

‘Het derde probleem is dat je je je aanvraag moet motiveren’, zegt Galetta. ‘Anders kan de verantwoordelijke voor de verwerking je aanvraag afwijzen. Vraag is wat er precies in die motivering moet staan. Daarover blijft de wet nogal vaag.’

‘Het is je recht. Punt. Je moet je niet verantwoorden.’ 

‘De camerawet verwijst zelf ook naar de privacywet. Hier lees je de intentie van de wetgever: het moet op dezelfde manier verlopen. Maar voor de privacywet moet je helemaal geen motivering geven om je persoonsgegevens te mogen inkijken. Het is je recht. Punt. Je moet je niet verantwoorden. Dat is ook het originele idee van toegangsrechten.’

‘Het gros van de verwerkers – zo blijkt opnieuw uit praktijktests die ik heb gedaan – beschouwt veiligheid als een goed argument in zo’n motivering. Als je bijvoorbeeld in de metro beroofd bent, dan vindt men dat een goede motivering om je beelden te mogen zien. Maar tegelijk blijkt uit de tests dat als je niet naar veiligheidsproblemen verwijst in je motivering, dat je aanvraag voor toegang dan verworpen wordt. Als je gewoon toegang vraagt omdat je de beelden wil zien, dan zal je geen antwoord krijgen. Dit element van motivering is extreem problematisch. Want als je geen veiligheidsreden hebt om toegang te claimen, zullen ze je aanvraag afwijzen.’

‘Invasie van surveillance’

‘Het argument dat je niets te verbergen hebt, is onzin.’

Galetta onderstreept dat deze drie problemen niet louter een theoretische vingeroefening voor academici zijn maar maatschappelijk echt wel belang hebben. Galetta: ‘Er is een invasie van surveillance in ons dagelijkse leven. We komen voortdurend in aanraking met surveillance-technologie, die officieel vaak omwille van veiligheidsredenen wordt geïnstalleerd.’

© Kristof Clerix

Antonella Galetta

‘Ik ben de eerste die in een veilige omgeving wil leven. Ik apprecieer het werk van de politie. Daarover gaat het niet. Maar burgers mogen weten waarom surveillance-systemen zoals bewakingscamera’s geïnstalleerd worden. Zijn ze echt wel nodig? Wat gebeurt er met die beelden? Mensen die denken dat ze niets te verbergen hebben, liggen hier niet van wakker. Maar ik vind: als we onze maatschappij democratisch willen houden, dan moeten we die vragen stellen.’

‘Het argument dat je niets te verbergen hebt is trouwens onzin. Waarom installeer je dan geen publieke camera in je toilet? Waarom geef je de overheid geen toestemming om een drone in je huis te hangen? Er zijn limieten die gerespecteerd moeten worden. Waar ligt de grens tussen een democratische en een autoritaire samenleving?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift