In gesprek met journaliste Atossa Araxia Abrahamian over hoe staten hun burgerrechten te koop aanbieden

‘De superrijken kiezen zelf hun plaats in de wereld en betalen daarvoor’

© Reuters / Denis Balibouse

‘Je hebt allerlei plaatsen in de wereld waar de regels zijn opgeschort of gewijzigd voor de superrijken.’ Op de foto: de Freeport Genève, een berucht opslagcomplex in Zwitserland.

Wie van ons kan werkelijk wereldburger worden? Journaliste Atossa Araxia Abrahamian, zelf houdster van drie nationaliteiten uit drie verschillende continenten, werpt een unieke blik op wat burgerschap betekent in de 21ste eeuw. Ze maakt pijnlijk concreet hoe identiteitspapieren, en het al dan niet krijgen van een nationaliteit, de bestaande ongelijkheid vergroten.

© Jarrad Henderson

 

Wie is Atossa Abrahamian?

  • °1986
  • Auteur en journaliste
  • Werkte onder andere voor The New York Times, New York Magazine, the London Review of Books, persagentschap Reuters en Al Jazeera America
  • Heeft de Zwitserse, Canadese en Iraanse nationaliteit en woont al jaren in de VS (New York)
  • Groeide op in Genève, Zwitserland als dochter van twee Iraanse VN-medewerkers
  • Studeerde Filosofie en volgde een masteropleiding Onderzoeksjournalistiek aan Colombia University

Niet iedereen krijgt zomaar dezelfde papieren en de daarbijhorende rechten, zo blijkt pijnlijk duidelijk uit het boek The Cosmopolites (2015) van Atossa Araxia Abrahamian. Daarin vertelt ze bijvoorbeeld over beurzen ter promotie van zogenaamde citizenship for investment-programma’s: een manier voor de superrijken om een andere nationaliteit te kopen. Terwijl anderen aan de onderkant van de papierenladder bungelen, zoals de staatloze bidoon in de Verenigde Arabische Emiraten: nomadische inwoners van dat land die niet de burgerrechten krijgen die ze al decennia verdienen.

De bidoon krijgen daarentegen wél identiteitspapieren van – ongelooflijk maar waar – de Comoren, een eiland vierduizend kilometer verderop tussen het Afrikaanse continent en Madagaskar, dat deze mensen niet eens kennen. Het illustreert treffend hoe de handel in papieren steeds meer een ware koehandel wordt.

Drie dagen in Canada

Al van jonge leeftijd keek Abrahamian met grote ogen naar het idee van nationaliteit. Abrahamian heeft Iraanse roots, werd geboren in Canada en groeide op in Genève. Vandaag woont ze in New York. ‘Je identiteit laten bepalen door de plek waar je toevallig geboren bent, vond ik altijd al vreemd. Voor de meeste mensen is hun geboorteland ook hun land van nationaliteit. Waar je geboren bent, bepaalt in grote mate hoe rijk je zal of kan zijn, op hoeveel onderwijs je kan rekenen, hoelang je zal leven… Het is een zeer bepalende factor in iemands leven en kan toch ook zo willekeurig aanvoelen.’

Toen ze een goed decennium geleden probeerde naar de Verenigde Staten te trekken, lukte dat aanvankelijk niet. ‘Ik had vermeld dat ik uit Zwitserland kwam. Maar omdat ik de eerste drie dagen van mijn leven in Canada doorbracht, bleek dit niet te kloppen en werd mijn verzoek voor een green card (verblijfsvergunning in de VS, red.) afgewezen.’

Het hoofd van de beveiliging van de Uruguayaanse president zou honderden Russische onderdanen geholpen hebben om illegaal Uruguayaanse paspoorten te verkrijgen.

Net op dat moment werd ze uitgenodigd voor de Global Citizenship and Residence Conference, de jaarlijkse hoogmis voor mensen en landen die paspoorten verkopen én voor de superrijken die die willen kopen. Het idee voor haar boek was geboren.

Al die jaren later, op 16 november 2022, vond de intussen zestiende editie van die beruchte paspoortconferentie plaats. ‘Sinds het boek verscheen hebben deze programma’s niet aan succes ingeboet. Ze blijven opduiken, er is nu eenmaal heel veel vraag naar.’

Het bedrijf achter de conferentie, Henley & Partners, maakt gewag van een toename van 337 procent (!) in de verkoop van paspoorten aan inwoners van de Verenigde Staten. Uit angst voor het politieke en maatschappelijke klimaat in de VS en/of de klimaatcrisis kopen die staatsburgerschap van Nieuw-Zeeland, Portugal of andere landen.

En dan zijn er natuurlijk ook de superrijke Russen die steeds meer achterpoortjes om het land te verlaten zien sluiten sinds de invasie van Oekraïne. Bij hen is staatsburgerschap van het Caraïbische Grenada, het op tien na kleinste land ter wereld, in trek. Voor een minimale investering van 150.000 dollar kan je met je nieuwe Grenadaanse paspoort zonder visum doorreizen naar bestemmingen als China, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Schengenzone. Andere Caraïbische landen zoals Dominica, Antigua en Barbuda handhaven een verbod op aanvragen uit Rusland, maar Grenada liet dat al enkele maanden na de Russische invasie in Oekraïne varen.

‘Ik zou mensen liever zien stemmen op basis van hun woonplaats dan op basis van hun nationaliteit. Ik denk dat dit een meer democratische samenleving zou creëren.’

Een hele resem landen wereldwijd etaleert dit soort programma’s, van Egypte tot Turkije en van Oostenrijk tot Saint Lucia. Vaker wel dan niet zijn die programma’s ook de inzet van politiek getouwtrek. De afgelopen maanden kwamen zulke programma’s van Malta, Vanuatu, Cyprus en Bulgarije nog onder vuur te liggen.

Af en toe is er ook corruptie gemoeid met de koehandel in identiteitspapieren voor rijken. Zo zou het hoofd van de beveiliging van de Uruguayaanse president honderden Russische onderdanen geholpen hebben om illegaal Uruguayaanse paspoorten te verkrijgen. De man werd daarvoor eind september aangehouden en er werd een politieonderzoek geopend.

Hoogtepunt van het neoliberalisme

‘Er zijn veel mensen die een paspoort kopen om te kunnen reizen, anderen kopen het om geld of zichzelf te verbergen’, stelt Abrahamian vast. ‘Of om een tweede identiteit te hebben waaronder ze kunnen bankieren.’

Het is glashelder dat rijke mensen die een extra paspoort willen tegen betaling een voorkeursbehandeling krijgen. Maar anderen zijn op papier staatloos, zij hébben geen nationaliteit. Hebben politici ook een reden om die mensen uit hun moeilijke situatie te halen?

Abrahamian: Neen, want dat zou betekenen dat er meer burgers zouden zijn die ze tevreden moeten houden en moeten laten genieten van de voordelen van staatsburgerschap. Als ik het voor het zeggen had, zou ik mensen liever zien stemmen op basis van hun woonplaats dan op basis van nationaliteit. Ik denk dat dit een meer democratische samenleving zou creëren.

‘In de competitieve kapitalistische wereld is het logisch dat kleine landen de markt opgaan en hun soevereiniteit gaan commercialiseren.’

Kunnen we spreken van een vermarkting van burgerrechten, in lijn met het neoliberalistische vrijemarktdenken?

Abrahamian: Zeker. Je kunt het zien als het soort hoogtepunt van het neoliberalisme. Of je kunt het zien als een oud gegeven dat op de markt wordt gebracht: er zijn altijd armen geweest in samenlevingen. Maar misschien gaan we naar een wereld waarin de armen niet alleen arm zijn, maar ook niet meer kunnen rekenen op hun burgerrechten of politieke rechten. Honderden jaren lang hadden we geen paspoorten en geen grenzen. Die zaken bestonden gewoon niet. Nu ze vandaag geïnstitutionaliseerd worden en een belangrijk onderdeel worden van ons leven, is het dus logisch dat ze ook op de markt terechtkomen.

Welke landen rekenen op de citizenship-for-investmentprogramma’s waarover u schreef?

Abrahamian: Er zijn twee soorten landen. Enerzijds corrupte en ontransparante landen waar het geld (dat voor een paspoort betaald wordt, red.) uiteindelijk in iemands zak terechtkomt. En anderzijds heb je landen die rekenen op de inkomsten uit zulke programma’s. Saint Kitts en Nevis, Dominica, de Comoren… Dat zijn kleine landen, en hun grootste troef is niet hun idyllische stranden maar het feit dat ze überhaupt een soevereine staat zijn. In de competitieve kapitalistische wereld is het logisch dat zij de markt opgaan en hun soevereiniteit gaan commercialiseren.

Het is boeiend om na te denken wat er zal gebeuren wanneer de klimaatcrisis deze plaatsen onder water doet verdwijnen. Om als land erkend te worden, is er geen minimumvereiste qua landoppervlakte. Alle apocalyptische berichtgeving ten spijt zullen deze staten volgens mij dus blijven bestaan. Ze zullen alleen niet meer bewoonbaar zijn. Maar ze kunnen nog lange tijd hun zetel in de Verenigde Naties behouden en deze strategie verderzetten. Het roept fascinerende vragen op over wat het betekent om een staat te zijn.

Vrijplaatsen voor mensen met geld

Europese landen hebben hun deuren gesloten voor Russen die hun land ontvluchten. Maar wie rijk genoeg is, vindt voldoende achterpoortjes. Geloven Europese politici echt dat Russen beter in eigen land blijven om zich te verzetten tegen Poetin en de zijnen? Dat dat onmogelijk is in zo’n ondemocratisch land, negeren ze gemakshalve.

Abrahamian: Die Europese houding is onzin. Ik denk niet dat iemand werkelijk denkt dat Poetin afgezet zal worden dankzij een volksopstand. Alsof dat hem iets zou kunnen schelen. Hij vindt het prima om veel mensen te vermoorden. Toch? De Europese Unie wil gewoon niet méér mensen binnenlaten. In de straten van Genève staan de luxewagens met Russische kentekenplaten naast die met Oekraïense kentekenplaten. De superrijken vinden hun plaats in de wereld en trekken daar probleemloos heen.

Het boek waar ik op dit moment aan werk, gaat over kapitaalstromen. Het is een boek over plaatsen in de wereld waar de regels anders zijn dan in de rest van de natie. Ik probeer het punt te maken dat de tweedeling tussen nationalisme en globalisme geen accurate weergave is van de manier waarop de wereld werkt.

Neem nu Zwitserland, waar ik ben opgegroeid. Het lijkt een oud, conservatief land met strenge regelgeving. Maar je hebt allerlei plaatsen in Zwitserland waar de regels zijn opgeschort of gewijzigd. Het gaat om vrijhavens, zogenaamde “speciale economische zones”.

Lange tijd waren zelfs de Zwitserse banken plaatsen waar de staat niet noodzakelijk toegang toe had. Mensen met macht can have their cake and eat it, too. Ze kunnen dankzij deze plekken profiteren van het feit dat ze gevestigd zijn in een rechtsstaat met goede publieke voorzieningen, maar moeten geen belastingen betalen of arbeiders vergoeden volgens de wettelijke verplichtingen.

Zijn dat de plaatsen waar de georganiseerde misdaad en de reguliere economie elkaar ontmoeten?

Abrahamian: Absoluut. Kijk naar de Freeport Genève (een berucht privaat opslagcomplex, red.), waar mensen alle zaken stockeren die ze niet naar de Kaaimaneilanden kunnen verkassen. Dure kunst, wijn, auto’s… We weten dat ook de georganiseerde misdaad daar actief is.

‘Veel politici beroepen zich op een imaginair verleden van gesloten grenzen en een mythische verenigde natiestaat die nooit heeft bestaan.’

U stipte de valse tweedeling tussen nationalisme en globalisering aan. Maar die blijkt niet uit de retoriek van politici?

Abrahamian: Ik zou zover willen gaan om te stellen dat de echt luidruchtige nationalisten degenen zijn die het grootste belang hebben bij dit soort plekken. Vrijhavens waren volgens de Brexit-campagnes een van de manieren waarop het VK na de Brexit het verlies aan handel met de Europese Unie zou kunnen compenseren. ‘Freeport’ betekent verschillende dingen op verschillende plaatsen, en in het Verenigd Koninkrijk is het een douanevrije speciale economische zone. Mensen als Boris Johnson en Rishi Sunak (huidig Brits premier , red.) slaan op de nationalistische trom, maar snijden wel delen van het land af in dienst van buitenlandse investeerders en de industrie. Voor mij is dit een perfect voorbeeld van hoe er ruimtes zijn waar nationalistische én globalistische ideologieën samenkomen. En dat is geen fijne combinatie.

De mythe van de verenigde natiestaat

Hoe beschermen we de voordelen van de globalisering?

Abrahamian: Een belangrijke stap is om het voor arme mensen makkelijker te maken om naar een ander land te verhuizen. Maar de architectuur hiervoor ontbreekt, en ik kan me niet voorstellen dat die vandaag de dag opgezet zou worden. Veel politici beroepen zich op een imaginair verleden van gesloten grenzen en een mythische verenigde natiestaat die nooit heeft bestaan.

Het is de mythe van de Westfaalse orde: een 19de-eeuwse, incorrecte lezing van de Vrede van Westfalen (die in 1648 een einde maakte aan verschillende oorlogen in West-Europa, red.) die de toen opkomende natiestaten moest legitimeren. Alsof 1648 een periode inluidde van vredevolle soevereine staten, godsdienstvrijheid en territoriale integriteit… In werkelijkheid bevatte de Vrede van Westfalen geen van deze componenten. De wereld was toen, net als nu, een pak ingewikkelder.

Het gesjacher met identiteitspapieren en de bijhorende ongelijkheid zijn voor de politiek geen urgent probleem, maar de ongelijkheid wordt wel steeds groter. Hoe ernstig is deze situatie? Worden burgerrechten, inclusief de mogelijkheid om te reizen, in de toekomst een luxegoed?

Abrahamian: Dat zijn ze vandaag al. Je hebt geld nodig om op een vliegtuig te stappen of een visum te krijgen. Ik denk dat het moeilijk wordt om de middenklasse haar lastminutevakanties af te nemen, dat zie ik niet snel gebeuren. Je kunt je getto’s inbeelden die enkel bewoond worden door rijke mensen, een soort doorgedreven segregatie op basis van kapitaal. Maar zo werken samenlevingen niet.

Hier in de Verenigde Staten zagen we een tekort aan arbeiders ontstaan omdat mensen op een gegeven moment niet meer gingen werken voor een loon waar ze onmogelijk van konden leven op die plek. Er waren niet genoeg mensen om de laagbetaalde banen aan te nemen. Maar iedereen is elke dag afhankelijk van deze mensen, van buschauffeurs over leerkrachten tot verplegers. Ik denk dat sommige superrijken intussen beseft hebben dat je die mensen nodig hebt. Uiteindelijk moet je ervoor zorgen dat mensen minstens hun huur kunnen betalen en eten kunnen kopen, omdat ze anders niet voor je kunnen werken.

Kan u zich het einde van burgerschap en natiestaten inbeelden?

Abrahamian: Die vraag doet me denken aan een citaat van Fredric Jameson en Slavoj Žižek: ‘Het is makkelijker om je het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme.’

Dit interview werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dat proMO* voor slechts 4 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Hoofdredacteur MO*

    Jago Kosolosky (°1991) staat sinds 1 augustus 2020 aan het hoofd van MO* en MO.be. Hij volgde Gie Goris op, hoofdredacteur van MO* van bij het ontstaan van de publicatie in 2003.