Philippe Van Parijs over verkiezingen, polemiek en oplossingen

Waarom deze verkiezingen bewijzen dat een federale kieskring een noodzaak is, en waarom in een democratie de grootste partij niet altijd in de regering zit. Politiek filosoof Philippe Van Parijs die doceert in Oxford en aan de UCLouvain geeft duiding bij de markante verkiezingsresultaten in ons land. 

  • Bart Lasuy Bart Lasuy

Hoe kijkt u tegen het verkiezingsresultaat aan? Volgens Bart De Wever hebben het noorden en het zuiden van het land nog nooit zo verschillend gestemd als nu, wat de stelling van de twee democratieën verder onderbouwt.

Ik ben het daar niet mee eens. Het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië is kleiner geworden: in Wallonië is rechts (MR en extreem-rechts) er vier procent op vooruitgegaan, in Vlaanderen is rechts (NV-A, Vlaams Belang, LDD) drie procent zwakker geworden. Waardoor de politieke kloof feitelijk kleiner is geworden.

Voor mij slaat dat van die twee democratieën overigens op het feit dat er twee parallelle politieke debatten zijn, twee publieke opinies, zoals er in de EU 28 debatten en democratieën zijn.

U gelooft dus niet dat noord en zuid over alles fundamenteel andere opinies hebben?

Dat blijkt niet als je de standpunten van de partijen of de overtuigingen van de bevolkingen vergelijkt, tenzij over het communautaire. Het zit hem vooral in het feit dat je institutioneel als twee democratieën functioneert aan weerszijden van de taalgrens. Als die dan in het kader van de vorming van een federale regering weer samenkomen, is dat niet makkelijk, en komen vooral de verschillen op de voorgrond.

Mochten mannen en vrouwen aparte instellingen vormen, en dan samen een regering moeten vormen, zou dat ook moeilijk zijn.

Maar waarom zijn die twee democratieën geschapen? Toch gewoon omdat er grote verschillen waren?

Zo simpel is het niet. De franstaligen in dit land hebben niet snel genoeg de taalterritorialiteit erkend. De splitsing van de universiteit van Leuven heeft daar een grote rol in gespeeld: die was niet verteerbaar voor de Franstalige katholieken die daarom hun eigen partij wilden. En zo zijn de partijen uit elkaar gevallen. In Zwitserland heb je drie verschillende talen, maar je hebt nog steeds nationale partijen. Dat is daar beter opgelost.

Waarom?

Ten eerste heeft men daar het territorialiteitsbeginsel steeds erkend. Men probeerde nooit Genève te verduitsen, of Zurich te verfransen. Ten tweede zijn we in België met twee regio’s, in Zwitserland zijn er om historisch redenen vooral 26 kantons. Dat geeft een heel andere dynamiek. Ten derde blijven ze zich als een volk zien omdat ze heel geregeld met elkaar moeten praten als er weer eens een referendum over het ene of het andere onderwerp is: elk jaar zijn er zo een of meerdere nationale dialogen.

Die referenda maken ook zonneklaar dat er verschillende meningen in de verschillende delen van het land zijn. Dat schept een gemeenschappelijke politieke ruimte. Dat heeft België ook nodig, vandaar mijn pleidooi voor de federale kieskring. Bart De Wevers video aan de Franstaligen was op zich een bewijs hoe groot de nood daaraan is.

Het was bijna pathetisch hoe Bart De Wever te elfder ure contact probeerde te maken met de franstaligen.

Het was bijna pathetisch hoe hij daar ter elfder ure contact probeerde te maken met de Franstaligen. Wellicht omdat hij zich realiseerde dat hij, ook als overwinnaar, de Franstaligen moet mee hebben.

Als je dat zo laat doet, maakt het evenwel weinig kans op slagen. Met een federale kieskring zou je je daarop van in het begin instellen. Enfin, het artikel dat een federale kieskring kan scheppen, is voor herziening vatbaar verklaard en we hebben nu dus vijf jaar om daaraan te werken.

Waarom is die zo noodzakelijk?

Door de twee talen een gelijk statuut te geven – wat ik goed vind - en de manier waarop dat is verlopen, zijn we tot die twee democratieën gekomen.  En het zou misschien makkelijker zijn om dat dan ook effectief in twee landen te laten verlopen maar dat zal niet gebeuren, onder meer omdat er geen oplossing is voor Brussel.

We zullen nog lang gedwongen zijn om samen te functioneren maar zoals het nu loopt, is het niet optimaal.

Hoe zou dat dan precies verlopen?

De huidige partijen zouden apart blijven bestaan, maar de vier grote families zouden wel eenheidslijsten indienen voor de federale kieskring.

Quid de N-VA?

Die kan uiteraard in heel het land opkomen en die kan in Wallonië in het Frans communiceren. Net zoals ze nu al in Brussel in het Frans, vaak met goede argumenten, pleit om voor haar te stemmen. De partij zal daarom niet minder stemmen hebben;  in Vlaanderen kan ze functioneren zoals ze nu doet, in het Franstalig landsgedeelte kan ze van bij de start van de campagne nadenken over hoe ze het aanpakt, en niet met een video helemaal aan het einde.

Op die manier kan je profiteren van wat de Noorse filosoof Jon Elster de beschavende kracht van de hypocrisie noemt, die zo eigen is aan politieke democratie.

Verklaar u nader.

Wel, in een democratie win je geen stemmen door te zeggen dat mensen voor jou moeten stemmen omdat zulks goed is voor jou of voor de rijken. Je doet door te zeggen dat jouw beleid goed is voor het algemeen belang, en voor de zwaksten. Daarbij moet je ook afwegen tegenover welke groep je spreekt: wie is de verzameling van toehoorders?

In hun onderlinge debatten claimden Magnette en De Wever dat wat ze voorstelden, beter was voor het hele land, voor Vlamingen en franstaligen.

De instellingen en de transparantie dwingen je om minstens in het discours rekening te houden met de hele bevolking. In hun onderlinge debatten claimden Magnette en De Wever dat wat ze voorstelden, beter was voor het hele land, voor Vlamingen en Franstaligen. In zijn video tot de Franstaligen verdedigde De Wever dezelfde stelling.

U kan dan wel stellen dat België nog lang zal bestaan, maar de N-VA spreekt soms over België alsof het een zaak van het verleden is, waar ze niet echt willen toe behoren.

Nochtans zal België morgen niet verdwijnen. Dat zei Bart De Wever zelf in zijn debat met Magnette. Op het einde van het debat werd De Wever gevraagd of België in 2030 nog zou bestaan. Hij antwoordde niet ‘neen’ en niet eens ‘het zou kunnen van niet’, maar wel: ‘het hangt van de evolutie van Europa af. In een sterker Europa zou het kunnen van niet’.

Maar de N-VA gelooft niet dat dat sterkere Europa er meteen zal zijn. Integendeel. Volgens Johan Van Overtveldt, haar lijsttrekker voor de Europese verkiezingen, is meer Europa niet wenselijk of mogelijk ‘omdat meer Europa geen oplossing brengt voor alle uitdagingen en omdat er – te beginnen in de grote lidstaten – geen enkel politiek draagvlak voor is’. De conclusie is duidelijk: zelfs voor de N-VA zullen we het in België nog tientallen jaren met elkaar moeten vinden.

Daarom moeten we onze federale Belgische democratie blijven verbeteren, in de richting die De Wever en Magnette ons door hun debatten hebben aangeduid. Op die manier tonen we de EU de weg. En als de EU sterker wordt, is er meer kans dat België overbodig wordt. België beter doen werken, is dus paradoxaal genoeg de beste manier om ertoe bij te dragen dat in een – helaas verre – toekomst de Europese democratie sterk genoeg wordt om België overbodig te maken.

België beter doen werken, is dus paradoxaal genoeg de beste manier om ertoe bij te dragen dat in een - helaas verre - toekomst de Europese democratie sterk genoeg wordt om België overbodig te maken. 

Ben Weyts zei deze week in Knack: ‘In een normale democratie zou elk scenario van een regering zonder de N-VA onmogelijk moeten zijn.’

We hebben daarnet gezegd dat de België nog niet meteen zal verdwijnen, dat heeft Bart De Wever zelf gezegd. Als je dat zegt, dan zijn er verschillende mogelijkheden. Ofwel slaagt Bart De Wever erin de andere partijen te overtuigen dat wat hij voorstelt, goed is voor België en de Belgen.

Dat is natuurlijk niet makkelijk want hij heeft zelf voortdurend het vijandbeeld van de PS gehanteerd, waardoor je van de weeromstuit aan Franstalige kant ook een diabolisering van De Wever kreeg die ik bij tijd en wijlen ongepast vond. En dat heb ik ook gezegd. De Wever is De Winter niet.

Dat gezegd zijnde, het leven van politieke filosofen is zeker interessanter geworden dankzij Bart De Wever die graag de polemiek zoekt. Een loodgieter zoals Jean-Luc Dehaene is minder interessant maar hij boekt wel makkelijker resultaten.

De andere mogelijkheid is?

Dat de N-VA niet in de regering raakt. Ook dat is democratisch: de vier grote politieke families hebben meer dan twee derde van de stemmen, da’s ruim genoeg voor een regering. Kijk, het Vlaams Belang had in de Nederlandse taalgroep in Brussel ooit 34 procent en toch werd het door de andere partijen “ondemocratisch gemarginaliseerd”. 

Een democratie moet gevoelig zijn voor signalen, maar blijft een soms complex meerderheidssysteem. Le Pen en UKIP kregen in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk veel stemmen: daarom moeten ze nog niet meteen in de regering maar je moet wel rekening houden met dat signaal, met de angsten die aan de basis liggen van die stemmen.

Hoe houd je rekening met de N-VA mocht ze niet in de regering belanden?

Dat is vorige keer al gebeurd door een zesde staatshervorming tot stand te brengen. Dat kan nu door de voorstellen van de N-VA punt per punt af te wegen. We moeten op sociaaleconomisch gebied een evenwicht vinden tussen flexibiliteit en zekerheid. Bepaalde vereenvoudigingen voor KMO’s, of bepaalde belastingverlagingen kunnen zinvol zijn en die moet je combineren met intelligente vormen van sociale zekerheid. Het is niet omdat een partij niet in de regering zit, dat ze geen goeie ideeën kan hebben.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur