Eén journalist tussen 5000 Congolese soldaten

Journalistiek onder vuur

Vandaag leeft de Congolese journalist Déo Namujimbo  (55) ondergedoken in Frankrijk. Hij wordt naar eigen zeggen bedreigd door het regime van president Kabila. In zijn zopas gepubliceerde Je reviens de l’enfer nagelt hij militairen aan de schandpaal die hij met eigen ogen zag moorden en plunderen.

© Stefaan Anrys

Déo Namujimbo: ‘Ik was de stem die de frustraties en de miserie van de mensen vertolkte.’

Tijdens Kabarebe’s mislukte Blitzkrieg van 1998 in DR Congo kwam Déo Namujimbo, voormalig correspondent voor Europese persagentschappen, per ongeluk terecht als embedded journalist temidden van 5000 brandschattende soldaten. Wekenlang moesten hij en zijn cameraman noodgedwongen aanzien hoe rebellen dorpen platbrandden en duizenden Congolezen doodden.

Wat hij toen in 1998 meemaakte, schreef hij neer in een zopas verschenen boek: Je reviens de l’enfer. Reportage de guerre à l’est de la RD Congo (août-septembre 1998). ‘De daders van die wandaden zijn vandaag nog altijd aan de macht’.

Onderduikadres in België

Op uitnodiging van PEN Vlaanderen verbleef Déo Namujimbo eind vorig jaar even in een anonieme schrijversflat in België, om er te werken aan een nieuw boek. Namujimbo is journalist, schrijver en vertaalt ook, naar het swahili, lingala, kikongo, mashi.

MO* kon hem interviewen, maar moest beloven discreet te zijn omtrent ‘s mans whereabouts. De 55-jarige journalist en vader van acht kinderen werd al vaker bedreigd en verloor al enkele familieleden in verdachte omstandigheden.

 

Hoe bent u eigenlijk in de journalistiek beland?

Déo Namujimbo: Ik ben geboren in april 1959, kort voordat Congo onafhankelijk werd. Mijn vader was politieman, maar hij nam ontslag toen ik dertien was. Mobutu had de politie ontbonden en in plaats daarvan een gendarmerie opgericht. Dat was echt tuig. Vader gaf er de brui aan en ging aan de slag als veiligheidsofficier voor de Post, in Lumumbashi. Daar had mijn moeder een winkel met levensmiddelen en ze verkocht er ook brochettes en bier. De studio’s van de nationale radio waren vlakbij de shop van mijn moeder en journalisten kwamen er bier drinken en een hapje eten. Soms waren ze gewoon zo dronken dat ze mij vroegen om hun radioprogramma te maken. Zo heb ik het virus te pakken gekregen. Ik was een tiener en werkte al voor de nationale radio!

U bent Congolees, maar woont in Parijs.

Déo Namujimbo: Ik ben politiek vluchteling en woon al sinds 2009 in Frankrijk. Daar heb ik asiel gekregen. In eigen land was ik al lang kop van jut. In honderden artikels heb ik geschreven over de miserie van de gewone Congolezen. Mijn kleine broer, Didace Namujimbo, werkte voor Radio Okapi en is vermoord teruggevonden. Mijn neef Serge Maheshe, ook werkzaam bij Okapi, werd neergeschoten.

© Stefaan Anrys

‘Met dit boek heb ik mijn doodsvonnis getekend.’

Hoe komt het dat u dan nog leeft?

Déo Namujimbo:  Ik kon maar overleven bij gratie van zij – en dat waren vaak militairen – die opdracht kregen om mij te vermoorden. Zo heb ik eens drie weken onderdak gekregen bij een kolonel die me in feite uit de weg moest ruimen. Aan de telefoon kafferde hij zijn manschappen uit omdat ze die ‘klootzak’ nog altijd niet hadden gevonden, terwijl ik rustig aan zijn ontbijttafel zat.

U kon blijkbaar toch op sympathie rekenen.

Déo Namujimbo: Onze ambtenaren leiden niet aan AIDS, maar aan SIDA. Dat is kort voor salaire impayé depuis des années. Ik was de stem die de frustraties en de miserie van de mensen vertolkte. Bij mij kwamen zij aandragen met verhalen over politici, militairen, zakenlui. Een secretaris zei me hoeveel zijn minister uit de staatskas had gestolen. Een kolonel bekloeg zich over het feit dat een legergeneraal trucks van de Europese Unie gebruikte om hout en bakstenen te vervoeren, terwijl de soldaten met hun families kilometers te voet moesten afleggen naar hun kazernes. Maar nu nog terugkeren naar Congo is uitgesloten. Zeker na dit boek. Daarmee heb ik mijn doodvonnis getekend.

Dagboek van de Afrikaanse Wereldoorlog

Namujimbo zal in 1986 zijn familie vervoegen in Bukavu. Na journalistieke studies en de eerste vingeroefeningen in de geschreven pers, stampt hij met een aantal vrienden de eerste private radio communautaire van Zaïre uit de grond.

Na de Rwandese genocide in 1994 zal hij ook zijn schouders zetten onder Agatashya, een door Zwitserland gesteunde radio die Rwandese vluchtelingen wilde informeren.

© Stefaan Anrys

‘Kagame noemde ons een radio voor génocidaires.’

Déo Namujimbo: De taak van ons radiostation was onder meer om Hutu-vluchtelingen te informeren over de beschikbare gezondheidszorgen in de kampen. We verspreidden informatie over waar je drinkwater of eten kon vinden of we maakten bekend welke verwanten op zoek waren naar wie. Kagame zou onze radio bestempelen als een radio des génocidaires. Vanaf dan begon ik echt gevaar te lopen.

Embedded bij Rwandees-Congolese rebellen

In oktober 1996 is het liedje van Agatashya uit. Laurent-Désiré Kabila, de vader van de huidige president van DR Congo, bindt met steun van onder meer het Rwandese leger, de strijd aan tegen Mobutu.

Namujimbo’s boek begint in augustus 1998. Mobutu is nog maar pas “vervangen” door Laurent-Désiré Kabila of die krijgt af te rekenen met een nieuwe rebellie gesteund door zijn oude bondgenoot, buurland Rwanda. Ze noemen zich het Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD). De blitzkrieg van deze rebellen, met James Kaberebe op kop, zal na één maand echter mislukken, wanneer Angola en Zimbabwe de wankelende Kabila ter hulp schieten.

‘Ik moest wel volgen nadat mijn bruggen waren opgeblazen.’

Deze bloederige bladzijde uit Congo’s geschiedenis is het begin van wat analisten later zullen bestempelen als Congo’s tweede grote oorlog of ook wel de Afrikaanse Wereldoorlog genoemd: een conflict dat in vijftien jaar tijd aan miljoenen het leven heeft gekost.

Uw boek gaat over de korte blitzkrieg uit 1998?

Déo Namujimbo: Ja, maar minder over met het politieke plaatje.  Ik wou vooral begrijpen hoe een Congolees leger duizenden landgenoten zomaar koud kon maken. Dus heb ik mij ondergedompeld in de Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD), de rebellenbeweging die aangestuurd werd door Kigali om Kabila père ten val te brengen.

Hoe ben je binnengeraakt?

Déo Namujimbo: Dat is voor velen inderdaad moeilijk te begrijpen. Indertijd was ik freelance journalist en ik had aan een politiegeneraal, een oom van mij, een feuille de route gevraagd om twee dagen op reportage te gaan naar Uvira. Die stad was in handen gevallen van de rebellen en mits toestemming van de brigadecommandant zouden ik en mijn cameraman er mogen draaien. Alleen bleek de commandant alweer voort naar Fizi en toen ik hem bijhaalde, waren de bruggen achter mij weg. Ik zou pas weken later mijn kans zien om via een andere weg terug te raken. 

© Stefaan Anrys

‘Als ik iets wilde neerschrijven, deed ik meestal alsof ik een sigaret ging roken of naar het toilet moest.’

 

Dus u bent de rebellen gevolgd die Kabila wilden omverwerpen?

Déo Namujimbo: Ja, hoewel ik mij afvraag of zij dit allemaal zo zagen. Zeker de kleine voetsoldaten gingen ervan uit dat het niet meer was dan muiterij van soldaten wiens loon niet werd uitbetaald en die ontevreden waren met de schijnbaar tribalistische Kabila. Alleen de hogere officieren wisten dat Kigali hierachter zat.

‘Vergelijk mij niet met Lumumba, Ché Guevarra of Sankara.’

Waarom heeft die brigade pottenkijkers toegelaten?

Déo Namujimbo: In mijn land worden zitten veel journalisten in de zak van zakenlui of politici. Heel wat soldaten dachten dat ik in opdracht kwam of in hun voordeel zou schrijven, vermits ik de hele tijd met ze optrok. Ik hoedde er mij trouwens voor om al te opzichtig nota’s te nemen, laat staan om kritiek te geven. Dan kreeg ik geheid een kogel oor de kop. Alle beelden van de cameraman zijn achteraf trouwens gewist. Als ik iets wilde neerschrijven, deed ik meestal alsof ik een sigaret ging roken of naar het toilet moest.

© Stefaan Anrys

Namujimbo op doortocht door Antwerpen

Uw boek draagt de titel: Ik ben uit de hel teruggekeerd. Was het zo erg?

Déo Namujimbo: Ik heb de eerste gelegenheid die ik kreeg om ervandoor te gaan, te baat genomen. Veel soldaten uit de brigade zijn achteraf gek geworden. Ik heb ze onder mijn ogen minstens 7000 mensen zien vermoorden. Ik heb tientallen dorpen in vlammen zien opgaan. Ik zag een volledige wijk platgebombardeerd worden met bazooka’s. Vanop een heuvel maaide een machinegeweer iedereen neer die aan de vlammen trachtte te ontsnappen.

Waarom hebben de rebellen zich zo misdragen?

Déo Namujimbo: De Congolezen hadden allang begrepen dat de rebellie door Rwanda werd aangestuurd. Dat lieten ze trouwens ook merken aan de Rwandezen of aan de Congolese rebellen die door Kigali werden gestuurd. En die dachten zich met geweld te kunnen opdringen. Een grove misrekening.

Waarom wou u vandaag een boek uitbrengen over deze zwarte bladzij?

Déo Namujimbo: Ik wou eerst een artikel schrijven, maar ik had zoveel notities verzameld en zoveel gezien dat ik een boek wilde schrijven. Het was praktisch onmogelijk en overigens levensgevaarlijk om dit boek in Congo uit te brengen. Ik breng het nu uit omdat de wereld dit moet weten en omdat ik wil dat de daders van toen gestraft worden. Ik noem iedereen bij naam en zeg wanneer ze wat hebben gedaan. Deze mensen hebben duizenden landgenoten gedood! In 2002 hebben verschillende rebellengroepen een coalitie gesloten en de belangrijkste rebellenleiders werden Kabila’s vice-presidenten. Mensen die daarvoor massaal hun bevolking hadden afgeslacht.

Vindt u zichzelf een held?

Déo Namujimbo: Neen. Ik ben geen héros, maar wel een heraut, een verdediger van de vrijheid. Maar vergelijk mij niet met Lumumba, Ché Guevarra of Sankara. Ik ben een journalistje dat wil vertellen wat hij gezien heeft en schrijft over wat zijn volk doormaakt.

Hoe is de situatie van Congolese soldaten vandaag?

Déo Namujimbo: Het is al zes jaar geleden dat ik er nog geweest ben, maar mijn indruk is dat er weinig verandert. Soldaten worden nog steeds onder- of niet betaald, ze hebben vaak geen scholing genoten en gaan zich te buiten aan wreedheden en verkrachtingen. Het zou mij niets verwonderen als er opnieuw een rebellie of muiterij uitbreekt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift