‘Een land zonder cinema is als een huis zonder spiegels of vensters’

Interview

Het laatste MOOOV-filmfestival van artistiek directeur Marc Boonen

‘Een land zonder cinema is als een huis zonder spiegels of vensters’

Marc Boonen
Marc Boonen

35 jaar heeft hij gewerkt aan de zichtbaarheid van mondiale films in Vlaanderen, maar straks gaat Marc Boonen, artistiek directeur van MOOOV, op pensioen. MO* is al jarenlang partner van het filmfestival en brengt een portret van de man die zijn volk de artistieke cinema uit alle windstreken leerde waarderen.

Marc Boonen en ik groeiden op in de buurt van dezelfde Kempense zandduinen en kennen elkaar al meer dan veertig jaar. In die periode werkten we onder andere intensief samen om het filmfestival in Turnhout, dat hij opstartte, uit te bouwen en te behoeden voor het exotisme dat altijd dreigt als je de focus op het Globale Zuiden legt. Maar wat volgt, is geen babbel onder vrienden. Het is een gesprek over de kracht van film, de behoefte aan yin en yang, en emoties die niet sentimenteel zijn.

Hij doorspekt zijn verhalen met de ene na de andere verwijzing naar straffe films en leuke anekdotes. ‘Ik ben ooit met Walter Salles gaan eten’, zegt hij. Salles, voor wie het niet weet, is de regisseur van Central do Brasil. Daarover verder meer.

Er volgt een heel verhaal over hoe hij aan dat tafeltje belandde met die Braziliaanse beroemdheid, die het toen internationaal helemaal maakte. Maar de clou is ‘een uitspraak van Salles die me altijd zal bijblijven’: ‘Waar je ook belandt, je moet altijd je paspoort bij je hebben.’ Want, legt Marc Boonen uit: ‘Je moet weten waar je vandaan komt, waar je naar kan terugkeren en waar je naartoe gaat.’

Op de vraag wat er op zijn paspoort staat, antwoordt hij: ‘Op de eerste plaats ben ik de zoon van een gezin in de Kempense gemeente Tessenderlo. Daarnaast ben ik de echtgenoot van mijn vrouw. Mijn vader was eigenlijk voorbestemd om de boerderij in Meerhout over te nemen, maar mijn moeder kon daar niet aarden. Daarom zijn ze verhuisd naar Tessenderlo, waar mijn moeder vandaan kwam.’

‘Mijn vader moest een ander inkomen zoeken en zo belandde hij in Tessenderlo Chimique, algemeen gekend als Tessenderlo Fabriek. Ik ben allang weg uit Tessenderlo, maar je krijgt Tessenderlo nooit weg uit mij. Al ben ik intussen een heel ander iemand geworden dan de 18-jarige die naar Leuven vertrok om te studeren. Loslaten is even belangrijk als bijhouden.’

In eerste instantie wou de jonge Marc Boonen landbouwwetenschappen gaan studeren. Het doel was missionair: als landbouwingenieur naar ontwikkelingslanden trekken. Die interesse in “de Derde Wereld” begon in de KSA en in de jongerenvieringen in de parochie, waar hij Broederlijk Delen leerde kennen.

In plaats van ingenieur werd hij godsdienstwetenschapper. Toch altijd een beetje missionaris gebleven, dus? Marc Boonen: ‘Voor mij gaat religie niet over een God die buiten ons staat, maar over de manier waarop we met elkaar omgaan. Religie is een taal die helpt verwoorden wat we moeilijk onder woorden kunnen brengen. Die taal bestaat uit verhalen, rituelen en symbolen die helpen uitdrukken wat jezelf overstijgt.’

Net als in de film

Boonen bracht zijn jaren aan de KU Leuven voor een belangrijk deel door in de donkere zalen van de Studio-cinema’s, destijds het mekka voor de cinefiel. ‘Film dwong me om na te denken én confronteerde me met mezelf. Taxi Driver, met Robert De Niro en geregisseerd door Martin Scorsese, heb ik zeker vijf keer gekeken. Omdat het grootstedelijke geweld me fascineerde, maar ook omdat hij mij, als man, een ongemakkelijke spiegel voorhield.’

Na zijn studies belandde Marc Boonen in Turnhout, waar hij godsdienstleerkracht werd aan de beroepsafdeling van het Heilig Graf-instituut. Ook daar liet film hem niet los: ‘Ik heb ooit een schooljaar lang lesgegeven aan de hand van de Trois Couleurs (Bleu, Blanc, Rouge) van Krzysztof Kieślowski. Elk trimester een kleur.’

En dan kwamen de eerste stappen naar filmprogrammatie: een festivalletje voor leerkrachten én de samenwerking met de Stedelijke Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, die al bezig was met “derdewereldfilms”. Het filmfestival Focus op het Zuiden werd geboren.

Opvallend: een festival dat ontstond in het kader van een lokale Noord-Zuidwerking koos daarbij voor fictiefilms in plaats van documentaires. ‘Dat heeft zeker te maken met het feit dat er toen weinig écht cinematografisch sterke documentaires waren’, zegt Boonen. ‘Het centrale criterium voor mij is altijd: inleving en betrokkenheid, spanning en ontwikkeling. Dat kán bij documentaires, en dat blijkt ook steeds meer, nu er ook in documentaires meer te zien valt dan talking heads. Maar fictie slaagt daar al lang veel beter in.’

En dan herinnert hij zich een andere uitspraak die hem altijd bijgebleven is, al weet hij niet meer waar die vandaan komt: ‘Een land zonder cinema is als een huis zonder spiegels of vensters.’ Het wordt het leitmotiv van ons gesprek.

Marc Boonen: ‘We hebben intussen een traject van 35 jaar achter de rug, van Focus op het Zuiden als stedelijk initiatief over Open Doek tot het huidige MOOOV, dat een landelijk filmfestival geworden is, aan filmeducatie doet, films uitbrengt in de Benelux en nog veel meer. Toch blijven die spiegels en vensters de essentie: je ziet jezelf weerspiegeld in de verhalen op het witte doek, en je krijgt uitzicht op realiteiten en ervaringen die anders onbekend of ontoegankelijk zouden blijven.’

‘Je ziet en ervaart dat de wereld groter, ruimer en breder is dan je eigen kennis en ervaring. En tegelijk stel je vast dat mensen in heel andere landen en contexten toch met dezelfde of vergelijkbare emoties en conflicten worstelen als wij. Dat kijken in spiegels en door vensters verrijkt ons en daagt ons uit.’

Happy End

Ik vroeg Marc Boonen voor ons gesprek om drie films te kiezen waarover hij het zeker wilde hebben. Dat is natuurlijk een onmogelijke opdracht voor iemand die uit de duizenden films die hij bekeek zonder problemen honderd parels kan noemen.

Uiteindelijk werden het twee toppers uit het aanbod van MOOOV Filmfestival 2026 én een film die de organisatie tegen alle goede adviezen in toch durfde uitbrengen in de zalen in Nederland en België. Een ultieme klassieker, een dystopisch sociaal commentaar en een romantische film in een onmogelijke context.

Marc Boonen: ‘Als eerste film koos ik de afsluiter van het festival en dus de laatste film die ik als artistiek directeur op het festival zal programmeren. Central do Brasil van Walter Salles is een klassieker uit 1998, en hij heeft in zowat alle lijstjes gestaan heeft die ik ooit gemaakt heb. Het is een roadmovie, een genre dat me altijd al aangesproken heeft, én het is een coming-of-ageverhaal.’

‘De reis begint in het Centraal Station van Rio de Janeiro en gaat naar Centraal-Brazilië. Hij toont wat sentimentaliteit kan zijn als die goed gebracht wordt: niet door sentimentele scènes commercieel uit te buiten, maar door binnen- en buitenkant, goed en kwaad van de personages te tonen. Je kijkt tegelijk in de spiegels en door de vensters.’

‘Het vrouwelijke hoofdpersonage profiteert van mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Wanneer ze een jongen die alleen overblijft onder haar hoede neemt, is dat in eerste instantie met de bedoeling hem aan te bieden in het adoptiecircuit. Toch besluit ze om de jongen naar zijn vader in het binnenland te brengen. En het is tijdens die reis dat ze langzaam los komt van haar zelfbeklag en negatieve houding tegenover de wereld en iedereen. Het is exact dat proces dat me telkens raakt als ik de film zie.’

‘Het is misschien wel het prototype van de reis die belangrijker is dan de bestemming. Terwijl je onderweg ook een blik kan werpen op het toen hedendaagse, moderniserende Brazilië met zijn betonnen woonwijken, megavrachtwagens op de weg en pinksterkerken.’

Is de keuze voor Central do Brasil ook ingegeven door uw behoefte om te geloven dat verandering ten goede mogelijk is? Dat er hoop is, en dat een happy end ook in de realiteit voorkomt?

Marc Boonen: ‘Ik geloof inderdaad totterdood in de maakbaarheid van de samenleving en in de goedheid van de mens. Veerkracht staat daarbij centraal, én het is een onderliggend thema in heel veel films: de mogelijkheid die mensen hebben om, ondanks alles, weer recht te staan.’

‘Ja, er loopt heel veel fout in de wereld. Maar individuen en samenlevingen hebben de mogelijkheid hun rug te rechten. Ze hebben de optie om deze wereld voor henzelf en voor de anderen tot een betere plek te maken. En Central do Brasil toont dat die verandering ontstaat wanneer je met een ander op weg gaat en je die met nieuwe ogen gaat zien en op een andere manier gaat bejegenen.’

Mensen kunnen veranderen. Moeten ze daarvoor afstand nemen van hun verleden?

Marc Boonen: ‘Het is eerder een kwestie van verleden meenemen dan van ervan te vervreemden, eerder een verhaal van toevoegen dan van achterlaten. Voor mij wordt het verleden vaak gevat in oude foto’s en de herinneringen en verhalen die daarmee samenhangen. En dat verdwijnt niet, zelfs niet nu beelden en camera’s alomtegenwoordig zijn.’

‘We hebben ook heel bewust voor een hard festivalbeeld gekozen dit jaar: een foto van de Palestijnse fotografe Fatma Hassona, die in Gaza gedood werd bij een doelgerichte aanval van het Israëlische leger op haar huis.’

‘Fotograferen doet je ook anders kijken. Een van mijn favoriete plekken om te kijken en te fotograferen zijn oude kerkhoven. Dat is tegelijk schoonheid en verval. We duwen de dood veel te vaak weg en zien te weinig de menselijkheid in het afscheid.’

Een eigen taal

Marc Boonen: ‘Mijn tweede filmkeuze knoopt wel aan bij het thema dood en afscheid. An elephant sitting still is een Chinese film uit 2018, van Hu Bo. De regisseur heeft de première van zijn film niet meer meegemaakt, want hij had voordien zelfmoord gepleegd. Dit is misschien de donkerste en traagste film die ik ken. Er is geen zon, alleen muren en mist. Maar vanaf de openingsscène tot het slot, vier uur later, was ik helemaal weg van dit verhaal en de vier personages, die elk met serieuze problemen kampen en op weg gaan naar een olifant die niets meer doet dan stilzitten.’

‘De film biedt je een blik op een land en een samenleving van onderuit, een beeld dat haaks staat op het officiële succesverhaal. Maar hij spiegelt ook, door voortdurend de vraag op te werpen hoe mensen met elkaar omgaan of met problemen die op hun weg komen. Gepest worden op school, je huis moeten verlaten om naar het bejaardenhuis te moeten... Dat zijn heel universele ervaringen.’

Toont An elephant sitting still een dystopische toekomst of een werkelijkheid die we liever niet willen zien? En waarin zit voor jou de aantrekkingskracht daarvan?

Marc Boonen: ‘Hij vertelt over een wereld die de regisseur kent en ervaart. Film laat je toe om gevoelens en ervaringen van anderen te beleven. In dit geval zijn dat de beklemmende, donkere ervaringen van mensen die alleen een grote muur voor zich zien, in plaats van de kansen en perspectieven waar wij altijd op hopen.’

‘Vooral voor middenklassers zoals wij is het van belang dat we geconfronteerd worden met de donkere werkelijkheid waarin mensen in deze zelfde wereld, en zelfs in ditzelfde land, op dit moment moeten leven. En als je de film dan bekijkt op een festival, wordt het nog wranger en ongemakkelijker, want de glitter van een festival botst meedogenloos met de grauwheid van het verhaal.’

We zien de Chinese werkelijkheid vooral als een succesverhaal: honderden miljoenen uit de armoede, nieuwe steden en glimmende skylines, innovatie… Hoe verhoudt die zich met het beeld van de noordelijke industriestad Shijiazhuang in deze film?

Marc Boonen: ‘Net als veel andere jonge Chinese filmmakers toont Hu Bo hier de achterkant van het verhaal. De drop-outs. Dat spreekt het dominante verhaal van economische groei niet noodzakelijk tegen, het vult dat verhaal aan. Het kapitalisme is er wel in geslaagd te groeien, maar slaagt er niet in om te herverdelen. Er zijn altijd mensen die achterblijven. Er zijn levens waarin de zon nooit meer opgaat.’

En je houdt het makkelijk vier uur uit om daarnaar te kijken?

Marc Boonen: ‘Film kijken is loslaten. Opgaan in de verbeelding van een ander. Je verplaatsen terwijl je in de zetel blijft zitten. Film heeft alles om je mee te nemen naar een ander universum. Tenminste, als je in de cinema zit. Niet als je thuis op je laptopscherm kijkt, want dat is die volledige overgave bijna onmogelijk. De poes loopt voor het scherm, de buurman komt langs, de mails of berichten rollen binnen…’

‘In realiteit gebeurt het bijna nooit meer, maar in mijn verbeelding gaat het doek nog altijd open bij het begin van een vertoning. Je wordt binnengelaten in een wereld waarin het ondenkbare alledaags lijkt en het alledaagse begint te fonkelen. Film kijken is ook een collectieve ervaring, die je eerst in stilte deelt en daarna met anderen kan bespreken. Al moet je soms wel eerst eens laten bezinken.’

Is film een universele taal?

Marc Boonen: ‘Misschien bestaat die niet, want het lukt toch vaak niet om de culturele nuances en referenties, de grappige verwijzingen of het gewicht van een herinnering naar iedereen over te brengen. Vertalen is altijd een beetje verliezen, ook in cinema. Tegelijk is dat is de kerntaak van MOOOV: verhalen uit andere continenten en culturele contexten toegankelijk maken voor een Vlaams publiek. Maar culturele drempels krijg je nooit helemaal weggewerkt.’

‘Misschien is de beste methode nog om meerdere films vanuit eenzelfde nationale, culturele of politieke context te programmeren. India is een land dat moeilijk te kennen is, en als je één film ziet, zit je wellicht met meer vragen dan antwoorden. Maar als je op een festival drie Indiase films kan zien, dan krijg je toch al wat meer aanknopingspunten, nuances en toegang.’

Beleving in plaats van argumenten

Marc Boonen: ‘Over nuances gesproken: de openingsfilm van het festival dit jaar is A Sad and Beautiful World van Ciril Aris. Het is een romantische film die zich afspeelt in Libanon, waarin het struikelende liefdesverhaal ingebed wordt in het politieke geweld, de armoede en de instabiliteit van het land. Sinds de Israëlische bombardementen op Libanon, die begonnen in maart, is de relevantie en de actualiteit van deze film nog enorm toegenomen.’

‘De film neemt je mee naar de grote tegenstellingen: hoop versus angst, schoonheid versus verwoesting, verlies en veerkracht, blijven of vertrekken. Het leven als zoektocht naar een evenwicht tussen deze tegengestelden, of als de onontkoombare keuze tussen botsende opties.’

‘De mannelijke hoofdrolspeler gelooft in de toekomst van Libanon en wil dus blijven, de vrouwelijke hoofdrolspeelster wil weg omdat ze geen kansen meer ziet. Het is net in die diepmenselijke dilemma’s dat cinema de nieuwsberichten overstijgt. Je kijkt niet alleen naar de actualiteit, je beleeft die van binnenuit en door de ogen van anderen.’

Leven we volgens jou eerder in een trieste of in een mooie wereld?

Marc Boonen: ‘Ik denk dat de titel van deze film het goed samenvat. De wereld is niet het ene noch het andere, hij is veel tegelijk. Er is nog veel schoonheid en goedheid in de wereld, maar ook haat en geweld.’

‘De grootschalige regularisatiecampagne voor mensen zonder papieren in Spanje toont, hoe pragmatisch en economisch het motief ook is, dat het mogelijk is om het dominante perspectief van dreiging en polarisering te overstijgen met een nieuw verhaal. Maar als je dan onze minister van Migratie bezig ziet en hoort, dan weet je weer: het is niet enkel een mooie wereld.’

Het typeert je wellicht dat je bij twee tegengestelden meteen denkt aan het zoeken naar een evenwicht.

Marc Boonen: ‘Klopt. Ik ben ook altijd degene die een film die door anderen afgekraakt wordt, toch nog kan verdedigen met positieve aspecten. Ik wil ook nooit opgeven, ook al weet ik dat het tegenzit.’

‘Anderzijds mogen al die hoop en dat geloof geen excuus worden om de donkere kant van ons bestaan toe te dekken. Of, erger nog, om niets meer te hoeven doen, niet meer te vechten voor verandering. Dat vraagt een lange adem, want je weet dat je telkens moet ingaan tegen wijdverbreide vooroordelen of clichés.’

‘Het is moeilijk om het gesprek aan te gaan en vol te houden met mensen die op extreemrechts stemmen. Toch moeten we blijven proberen. Film is daar wel een goed vertrekpunt voor, want zodra de lichten dimmen en de projectie start, gaat het niet over gelijk hebben maar over inleven. Het verhaal focust niet op argumenten, maar op emotionele beleving. Dat is ook het mooie aan een filmfestival: het biedt niet één ingang of inleving, maar een waaier aan mogelijkheden waartussen je zelf kan kiezen.’