Patrick Loch Otieno Lumumba over de slaagkansen van de Afrikaanse vrijhandelszone

‘Een samenleving die geen rekening houdt met haar jeugd is stuurloos’

© Jimmy Nicks

‘Het zijn de jongeren die voor verandering zorgen. Dat geldt voor eender welke samenleving.’

De Afrikaanse vrijhandelszone (AfCFTA) wordt alom geprezen als een baken van hoop. Maar de Keniaanse advocaat en overtuigd panafrikanist Patrick Loch Otieno Lumumba waarschuwt dat ze alleen maar succesvol kan zijn als alle landen aan één zeel trekken. Ook ziet hij kansen voor de jeugd. ‘De politieke klasse heeft geen andere keuze dan naar jongeren te luisteren.’

De Afrikaanse vrijhandelszone of AfCFTA (African Continental Free Trade Area) ging op 1 januari eindelijk van start. De grootste vrijhandelszone ter wereld wordt beschouwd als een opstap naar een verenigde Afrikaanse economische gemeenschap en douane-unie, zoals die twintig jaar geleden werden voorgesteld met het Verdrag van Abuja.

Historisch gezien is de handel tussen de verschillende Afrikaanse landen betrekkelijk laag. De Afrikaanse vrijhandelszone wil daar nu verandering in brengen. Behalve de oprichting van een eengemaakte douane-unie, wil ze 90 procent van de importtarieven tussen de Afrikaanse landen onderling schrappen en het vrij verkeer van kapitaal en personen stimuleren.

Volgens de Economische Commissie voor Afrika van de VN heeft het ambitieuze project, althans op papier, het potentieel om de intra-Afrikaanse handel met meer dan 50% op te voeren. Volgens de Wereldbank zou het de rest van de wereld een extra inkomen van 76 miljard dollar (omgerekend bijna 63 miljard euro, red.) kunnen opleveren.

Patrick Loch Otieno Lumumba is een gerenommeerde Keniaanse advocaat, overtuigd panafrikanist en kruisvaarder tegen corruptie. Met zijn zinnenprikkelende citaten en retorisch talent oogst hij wereldwijd bewondering.

‘Sommigen zullen zeggen dat mijn welbespraaktheid een gave is’, zegt hij tussendoor met een glimlach, ‘maar ik geloof dat je je vaardigheden door de jaren heen aanscherpt. Onder meer door te lezen. Kennis is de bron van alle communicatie. Hoe beter je geïnformeerd bent, hoe mondiger je wordt.’

Wat is uw mening over een panafrikanisme dat een verenigd, welvarend en vredevol Afrika nastreeft?

Lumumba: Vanmorgen was ik aan het lezen in The Revolutionary Path van Kwame Nkrumah (voormalige president van Ghana, red.). Hij schrijft dat Afrika zijn potentieel alleen kan waarmaken als alle landen samenwerken om een einde te maken aan de koloniale grenzen. Ik geloof dat het onze plicht is hierover te praten en er iets aan te doen.

Helaas werd Afrika de afgelopen zestig jaar geregeerd door zeer slechte politici. Dat is een groot deel van ons probleem. Daarom blijf ik erop hameren: laat ons eindelijk wakker worden, en kijken naar wat we kunnen realiseren. En dat dan ook doen! Ik geloof dat Afrika genoeg intellectuele kwaliteiten, middelen en natuurlijke bronnen heeft.

‘Voor het opstellen van een wettelijk kader heb je geen bureaucraten, maar kruisvaarders nodig.’

Is de AfCFTA een goede zaak?

Lumumba: Ja, ook al ben ik voorzichtig optimistisch. De AfCFTA is geen nieuw gegeven. Op 25 mei 1963 gaf Kwame Nkrumah een toespraak in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Hij zei dat Afrika alleen economisch welvarend kan zijn als het zijn grenzen openbreekt en handel drijft zonder tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen. Nkrumah werd genegeerd, en mensen raakten erg gehecht aan hun grenzen.

Ik denk dat de meningen over de AfCFTA, zeker op papier, onverdeeld positief zijn. Het zal een enorme markt tot stand brengen, met bijna een miljard mensen. Maar we moeten er verstandig mee omspringen. Je moet weten dat Afrika al een aantal handelszones heeft. Die zijn weinig succesvol, omdat individuele landen nog steeds ruziën over allerlei kleine dingen.

Hoe kan dat beter?

Lumumba: De komende vijf jaar moeten we een wettelijk kader opstellen om de vrijhandelszone ook praktisch mogelijk te maken. Tegenwoordig importeren heel wat landen bijvoorbeeld visvoer en suiker uit Brazilië, en maïs uit Mexico. Ironisch genoeg kampen Malawi en Tanzania met een overschot aan maïs. Als je de twee markten combineert gaat het Afrikaanse bbp de hoogte in, wat betekent dat je mensen uit de armoede haalt.

Ik sprak met Wamkele Mene, de secretaris-generaal van de AfCFTA, en zei hem dat je voor het opstellen van zo’n wettelijk kader geen bureaucraten, maar kruisvaarders nodig hebt. Wat bedoel ik daarmee? We moeten van land naar land trekken, en wetgevers vragen om een tijdslimiet te geven waarbinnen wetten zullen worden opgesteld.

‘We willen binnen vijftien jaar over voldoende technologische kennis beschikken.’

In de eerste plaats moeten we focussen op de landbouw. Wie zich kan voeden, kan zichzelf ook bevrijden. Ten tweede: arbeid moet een mobiel gegeven zijn. Schrap werkvergunningen en visa, stimuleer het vrij verkeer van personen. Veel landen gebruiken visa als een bron van inkomsten. Die kun je vervangen door vergunningen waarvan mensen de kosten betalen.

De Afrikaanse vrijhandelszone heeft een groot potentieel, maar ze zal ook voor uitdagingen komen te staan. Net zoals we hebben gezien bij de NAFTA in Noord-Amerika en bij de Europese Unie. Er is hoop, maar we hebben kruisvaarders nodig om het project te doen slagen.

Welke afspraken hebben we nodig?

Lumumba: De Afrikaanse Unie was overeengekomen dat alle onderhandelingen multilateraal zullen zijn, niet bilateraal. Dat Lesotho onderhandelt met de Verenigde Staten houdt bijvoorbeeld weinig steek. De dagelijkse omzet van New York is groter dan het dagelijkse bnp van Lesotho.

‘Wie over generaties heen denkt, zal niet teleurgesteld zijn.’

Afrika moet zijn eigen noden definiëren. Wat is typisch Afrikaans en wat is kenmerkend voor een bepaald land? Afrika beschikt over heel wat middelen, bijvoorbeeld coltan. Het kostbare materiaal waarmee mobiele telefoons worden gemaakt, is in overvloed terug te vinden in Oost-Congo. Waarom zou je dáár geen fabriek neerpoten?

Alles wat met koper te maken heeft bevindt zich dan weer in de kopergordel in Zambia. Dat een Chinese fabriek zich mengt vind ik geen probleem, zolang de technologische kennis maar wordt overgedragen.

We willen binnen vijftien jaar over voldoende technologische kennis beschikken. Kwalitatieve kennis die we elders kunnen inzetten. Dat is niet mogelijk als je alleen maar bilaterale afspraken maakt, of als je niet weet wat je wilt.

Denkt u dat dit het panafrikanisme zal stimuleren?

Lumumba: Op de lange termijn moet de pan-Afrikaanse agenda een centrale plek krijgen. Misschien zal mijn generatie dat niet verwezenlijken.

Ik zeg teleurgestelde mensen dat ze zich alleen maar zo voelen, omdat ze in termijnen van vijf jaar denken. Wie over generaties heen denkt, zal niet teleurgesteld zijn. Ik denk niet dat verandering in vijf jaar tijd zal lukken, maar ik doe mijn best en anderen moeten dat ook doen.

‘Het mooie aan Afrika is dat kansen zich in bijna elke sector aanbieden.’

Tijdens mijn stille, meditatieve momenten denk ik vaak aan onze grote staatslieden en voorvaderen: Kwame Nkrumah, Haile Selassie I, Thomas Sankara en Mwalimu Julius Kambarage Nyerere, en hun visie voor het Afrikaanse continent.

Ik hoop dat de geest van het panafrikanisme niet samen met hen in Afrikaanse grond is begraven. Ze hebben er in een nog niet zo ver verleden zo hard voor gevochten in de hoop dat wij, de toekomstige generaties, dat zouden verwezenlijken en hen trots zouden maken.

De jeugd is de toekomst

Afrika heeft de jongste bevolking ter wereld. Maar een duizelingwekkende meerderheid van de jongeren is werkloos. Hoe kunnen we dat potentieel verzilveren?

Lumumba: De enige manier waarop we kansen voor jongeren kunnen creëren, is dat ze zich over het hele continent vrij kunnen bewegen en hun kennis overal kunnen inzetten. De pan-Afrikaanse agenda is gericht op het verminderen van de werkloosheid. Als we dat probleem niet aanpakken, kan onze jeugd een bron van onzekerheid worden. Maar als we juist handelen, kunnen de jongeren voor welvaart zorgen.

‘De pan-Afrikaanse agenda gaat ook over vrede en stabiliteit.’

Daarom hebben we een duidelijk beleid nodig. Neem het onderwijs: welke informatie bieden we onze jongeren aan? Geven we ze voldoende vaardigheden mee, zodat ze belangrijk zijn voor onze economie? De grootste uitdaging voor het onderwijs, en dat geldt voor heel wat Afrikaanse landen, is dat we vastzitten in een bepaald systeem. We geven jongeren een papieren getuigschrift mee en bereiden hen voor op een baan. Ik denk niet dat dit de toekomst is. Innovatie is de toekomst.

Het mooie aan Afrika is dat kansen zich in bijna elke sector aanbieden. We hebben een tekort aan vis, dus we importeren vis uit China. Maar stel nu dat je jongeren laat inzetten op aquacultuur. Of dat je landbouwproducten niet langer importeert. Nigerianen houden bijvoorbeeld van champagne, en ze kleden zich erg goed. Maar het meeste van wat ze dragen wordt geproduceerd in Nederland of België. Welnu, stel dat we de landbouw-, textiel- en technologiesector herzien.

We moeten met andere woorden zorg dragen voor de Afrikaanse jongeren. We denken dat ze een makkelijk te verzilveren dividend zijn, maar als we geen zorg voor hen dragen kunnen ze een ernstig gevaar vormen. De pan-Afrikaanse agenda gaat ook hierover: vrede en stabiliteit. Waarom nemen radicale groepen zoals Boko Haram in aantal toe? Omdat jonge mensen geen kansen krijgen.

Waarom lukt dat niet?

Lumumba: Zoals ik al zei moeten jongeren zich over het hele continent vrij kunnen bewegen en hun kennis overal kunnen inzetten. Waarom zijn de Verenigde Staten zo geweldig? Het zijn vijftig landen in de Verenigde Staten van Amerika. Als jongere kun je beslissen om niet in Portland (Oregon) te wonen. Dat je naar Boston (Massachusetts) of naar Salt Lake City (Utah) gaat. Je neemt gewoon de bus.

‘Het zijn de jongeren die voor verandering zorgen.’

Maar als ik vandaag beslis om van Djibouti naar Senegal te verhuizen, zou het zeven jaar duren om mijn visum en werkvergunning in orde te krijgen. Op die manier kun je je kennis niet op een effectieve manier inzetten.

Er zijn mensen die romantisch doen over Afrikaanse eenheid. Daar gaat het niet om. De individuele landen zullen blijven bestaan, maar we moeten streven naar een samenwerking in essentiële sectoren, zoals de economie of de landbouw. De landen kunnen hun eigen administratie of bestuursvorm behouden, maar alleen om het hogere doel te dienen.

Hoe kan de jeugd voor ingrijpende verandering zorgen?

Lumumba: Goed bestuur is zeer belangrijk. Japanners schoppen niet veel herrie, maar ze zijn gedisciplineerd. Zuid-Korea ook. En dat zegt veel over het bestuur in die landen. In dezelfde regio heb je Noord-Korea en Zuid-Korea: het ene land is welvarend, het andere niet niet. Terwijl het dezelfde mensen zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In Afrika heb je Rwanda, waar discipline heerst. Tanzania: discipline, Botswana: discipline. Als jongeren erg beïnvloedbaar zijn, zullen ze het goede pad opgaan als de machthebbers het goede voorbeeld geven.

We moeten ook de jonge geesten aanscherpen. Jongeren moeten gaan lezen, wat vandaag kan: we leven in een tijdperk van kennis, informatie is voorhanden. Ze mogen niet vergeten dat jong zijn niet voor altijd is, het is een fase in je leven.

En het zijn de jongeren die voor verandering zorgen. Dat geldt voor eender welke samenleving. In Europa in de jaren zestig, in een tijd dat Frankrijk grote veranderingen doormaakte, namen jonge Fransen het voortouw. De burgerrechtenbeweging in 1963 met onder meer Luther King: jonge Amerikanen. Soweto in Zuid-Afrika: allemaal mensen van in de twintig. En het gaat niet om symboliek, je moet gewoon een duidelijke agenda hebben.

Dus er is nog hoop voor de jeugd?

Lumumba: Natuurlijk is er hoop. De jongeren hoeven alleen maar de juiste aanwijzingen te volgen en hun stem laten horen. Als ze eisen stellen en dat consequent blijven doen, heeft de politieke klasse geen andere keuze dan naar hen te luisteren.

Een uitgebreide versie van het interview met Patrick Loch Otieno Lumumba verscheen eerder in het Engels bij Vice Versa (deel 1, deel 2).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift