'Er zijn twee maal meer mensen met overgewicht en obesitas in de wereld dan hongerigen'

‘Honger en internationale veiligheid zijn meer dan ooit met elkaar verbonden. Wereldwijd produceren we vandaag 60 procent meer dan we consumeren en toch zijn er 800 miljoen mensen die honger lijden.’ MO* ging in gesprek met FAO-veteraan José Esquinas Alcázar over honger, overvloed en de kracht van utopieën.

  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies
  • © Freddy Davies José Esquinas Alcázar © Freddy Davies

José Esquinas Alcázar is een internationale referentie omwille van zijn inzet voor de boeren in het Zuiden, voor het behoud van de biodiversiteit en voor zijn respect voor de ecosystemen. Zelf is hij opgegroeid in een boerenfamilie in La Mancha, in het centrum van Spanje.

Meer dan 30 jaar werkte hij voor de FAO, de landbouworganisatie van de VN. Als secretaris-generaal van verschillende commissies is hij ondermeer de man achter het ‘International Seed Treaty’, dat cruciaal is voor de bescherming van de biodiversiteit in de landbouw.

Esquinas pleit voor een landbouwmodel dat de traditionele kennis verzoent met de mogelijkheden van de biotechnologieën. Hij staat erg kritisch tegenover het huidige systeem van industriële voedselproductie dat bepaalt wat de wereldbevolking op haar bord krijgt.

De hoofddoelstelling van de FAO is de honger uitroeien. U hebt ruim 30 jaar voor deze organisatie gewerkt en functies bekleed met een grote verantwoordelijkheid, maar, laten we eerlijk zijn, er is nauwelijks vooruitgang geboekt.

José Esquinas Alcázar: Elke dag sterven ongeveer 40.000 mensen als gevolg van honger, ondervoeding en armoede, dat is een persoon iedere 2 seconden. Vergelijk dat cijfer met om het even welk onheil dat ons kan overkomen en je kan enkel vaststellen dat honger de grootste tragedie is van de mensheid.

Misschien suggereer je dat de FAO een inefficiënte organisatie is? Ik denk het niet, hoewel er zeker imperfecties aan zijn, zoals aan iedere grote bureaucratie. Vergeet niet dat het vaste budget van de FAO voor een periode van 10 jaar even groot is als wat er wereldwijd aan bewapening wordt besteed op één dag!

Tja, we kunnen natuurlijk geen wonderen verrichten. Het zegt veel meer over de politieke wil om honger uit de wereld te helpen.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Is het werkelijk mogelijk honger uit te roeien? Of is het probleem zo structureel dat honger een onvermijdelijk kwaad is?

José Esquinas Alcázar: Natuurlijk is het mogelijk! Als er politieke wil is, dan kan het. En het probleem is dringender dan ooit. Als we niet in staat zijn om de honger aan te pakken uit medeleven of solidariteit, laten we het dan op zijn minst doen vanuit een verstandig egoïsme.

‘Als we niet in staat zijn om de honger aan te pakken uit medeleven of solidariteit, laten we het dan op zijn minst doen vanuit een verstandig egoïsme’

Honger en internationale veiligheid zijn meer dan ooit met elkaar verbonden. In de 21ste eeuw, in deze globale en verbonden wereld, is honger ongelooflijk gevaarlijk.

Het is een bedreiging voor de mensheid. Wat gebeurt in Afrika of in het Midden-Oosten heeft rechtstreekse gevolgen voor ons in Europa.

De broeihaard van de grote kwalen van deze tijd, zoals die in het westen worden bestempeld: illegale immigratie, vluchtelingen, terreur, epidemies die uitgroeien tot pandemieën… de broeihaard van al deze kwalen zijn honger en armoede.

In 2008 verdubbelde en zelfs verdrievoudigde de prijs van het basisvoedsel -graan, rijst en maïs- in een periode van 4 tot 5 maanden. Dat jaar waren er opstanden in meer dan 70 landen, in sommige van deze landen is de regering gevallen. Voedselveiligheid en stabiliteit zijn meer dan ooit tevoren met elkaar verbonden.

Waarom wordt het probleem niet ernstig aangepakt? Waar loopt het mis?

José Esquinas Alcázar: Wanneer je op zoek gaat naar de oorsprong van het probleem, dan stoot je op de mercantilisering van het voedsel. De voedselproductie hanteert een logica van steeds meer produceren om zo veel mogelijk te verdienen, zonder zich zorgen te maken of het voedsel ook effectief de consumenten bereikt.

‘Het doel van het huidige productiemodel is niet de mensheid voeden, maar zo veel mogelijk winst maken’

Wereldwijd produceren we op dit moment 60 procent meer dan we consumeren, en nochtans zijn er 800 miljoen mensen die honger lijden.

Het doel van het huidige productiemodel is niet de mensheid voeden, maar zo veel mogelijk winst maken. Het is een probleem van de waarden die we voorop stellen!

Kijk, toen ik een klein jongetje was, en ik liet een stuk brood op de grond vallen, dan zei mijn moeder: ‘José, raap het op, geef het een kus, en eet het op!’ We hadden toen andere waarden, er was een andere ethiek dan nu.

Vandaag verliezen we en verspillen we meer dan 1300 miljoen ton voedsel per jaar, waarvan een groot deel in afvalcontainers terecht komt. Een waanzinnige verkwisting!

Om al dat voedsel te produceren dat niemand opeet, gebruiken we vruchtbare grond ter grootte van 28 keer de oppervlakte van Spanje, een vierde van het zoete water van de planeet, en 300 miljoen vaten petroleum.

Als je dat analyseert vanuit een ethisch standpunt of vanuit duurzaamheidsperspectief, is dat compleet absurd. Maar vanuit een exclusief mercantilistische logica is het wenselijk, want deze verkwisting doet de economie groeien.

Helaas is het doel van het huidige productiemodel een immer groeiende winstmarge te hebben en niet de wereldbevolking te voeden, daarom staan we nu voor dit gigantische probleem.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Nochtans wordt ons vaak verteld dat de agro-industriële productie de enige manier is om 7 miljard mensen te voeden.

José Esquinas Alcázar: Er zijn grote internationale bedrijven en machtige landen die voortdurend op ons inhameren dat we meer moeten produceren als we in staat willen zijn om de komende 20 of 30 jaar de mensheid te voeden, en dat we daarvoor deze of gene technologie moeten gebruiken.

‘Het is meermaals bewezen dat het huidige systeem niet eens in staat is om vandaag 7 miljard mensen te voeden!’

Het is meermaals bewezen dat het huidige systeem niet eens in staat is om vandaag 7 miljard mensen te voeden! Twintig procent van de wereldbevolking lijdt honger, ondanks het feit dat we vandaag al voldoende produceren om zelfs 10 miljard mensen te voeden, het geschatte aantal inwoners binnen 30 jaar!

Het huidige model is dus niet alleen erg inefficiënt, het is bovendien niet duurzaam, en ook onrechtvaardig tegenover grote delen van de wereld.

Wat moet er dan veranderen?

José Esquinas Alcázar: Het is geen kwestie van meer produceren, maar van lokaal produceren. En het is een grote vergissing te denken dat er universele oplossingen bestaan die toepasbaar zijn op elk land. De agro-ecologische omstandigheden variëren van land tot land, net zoals de graad van ontwikkeling, de politieke context, de cultuur en de landbouwtraditie.

De oplossingen moeten ook in functie van de regio gezocht worden, rekening houdend met de diversiteit, niet als een generieke oplossing binnen een uniform productiesysteem.

Kiezen voor een lokaal en gediversifieerd landbouwmodel kan dus de honger uitroeien?

José Esquinas Alcázar: Dankzij de familielandbouw die zich toelegt op lokale productie is het mogelijk onafhankelijk te zijn van de internationale markten en de daarbij horende prijsschommelingen, die arme landen de toegang tot voedsel ontzeggen.

‘Zonder voedselsoevereiniteit kan er geen sprake zijn van politieke soevereiniteit, en evenmin van vrede en stabiliteit’

Lokale productie is een garantie voor voedselsoevereiniteit: ieder land, iedere regio, iedere provincie produceert, in de mate van het mogelijke, het voedsel dat het nodig heeft, aangepast aan de lokale omstandigheden, in kleine productie-eenheden. Zonder voedselsoevereiniteit kan er geen sprake zijn van politieke soevereiniteit, en evenmin van vrede en stabiliteit.

Het globale niveau is prima, zolang het subsidiair is aan het lokale niveau. Laten we zo veel mogelijk lokaal produceren. Als dit niet lukt, dan moet het op een hoger niveau gebeuren: gemeentelijk, regionaal, nationaal, Europees en uiteindelijk internationaal.

Het is een verspilling van grondstoffen en energie om op een globaal niveau te produceren als dat lokaal ook kan. Voor een dor land is het natuurlijk wel gerechtvaardigd om op de internationale markt te kopen.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Waarom is een model gebaseerd op lokale familielandbouw duurzamer en efficiënter dan de huidige grootschalige agro-industriële productie?

José Esquinas Alcázar: Lokale landbouw, gebaseerd op de traditionele zaadvariëteiten die zijn aangepast aan de eigen regio, is niet zo sterk afhankelijk van agressieve technologische interventies. Deze interventies vernietigen het ecosysteem waarop de productie zich baseert, zoals vaak gebeurt in de industriële landbouw.

Ik ben doctor in genetica en ben ervan overtuigd dat wetenschap en technologie heel nuttige instrumenten zijn, op voorwaarde dat ze het ecologisch evenwicht respecteren. Vandaag beschikken we over technologieën die op korte tijd radicale veranderingen kunnen teweegbrengen.

De gevolgen van deze alteraties zijn onvoorspelbaar en onomkeerbaar. Het herstel van biologische systemen is een langzaam proces, daarom moeten we uiterst voorzichtig zijn wanneer we bepaalde technologieën willen gebruiken.

U verdedigt dus een lokale landbouw die gebruikt maakt van traditionele variëteiten van zaden, in evenwicht is met de lokale ecosystemen en die de biodiversiteit respecteert. Betekent dit dat u pleit voor een terugkeer naar het verleden?

José Esquinas Alcázar: Helemaal niet. We kunnen streven naar de synergie tussen traditionele kennis en nieuwe technologieën. Ik ben van oordeel dat de landbouw de normen van de ecologische landbouw moet volgen en zich moet organiseren binnen de logica van de circulaire economie.

‘Landbouw moet de normen van de ecologische landbouw volgen en zich organiseren binnen de logica van de circulaire economie’

In de biologie is dat essentieel en net zo goed in de landbouw. Alle restproducten moeten omgezet worden in nieuwe hulpbronnen om de accumulatie van residuen te voorkomen.

Ik denk dat Carlo Petrini, de grondlegger van de Slow Food beweging, dit erg goed verwoordt wanneer hij stelt dat voedsel aan 3 voorwaarden moet voldoen: buono, pulito i giusto.

Buono of goed, in de zin dat het lekker en voedzaam moet zijn. Pulito of zuiver, in de ecologische zin, het mag dus geen schade veroorzaken aan het milieu en de gezondheid. En ten slotte giusto of rechtvaardig op sociaal vlak. Ik zou daaraan toevoegen dat het ook lokaal en seizoensgebonden moet zijn.

Lokaal geproduceerd voedsel is niet alleen goed, zuiver, rechtvaardig, maar ook stukken duurder dan wat je in de handel vindt. Niet iedereen kan zich die luxe veroorloven.

José Esquinas Alcázar: In het algemeen is het zo dat het voedsel van de agro-industrie goedkoper is dan ecologische voeding, maar wanneer je de schade aan het milieu en aan de volksgezondheid in rekening brengt, dan is het precies omgekeerd.

Een recente studie toont aan dat voor iedere euro die je besteedt aan voeding afkomstig van agro-industriële productie, de maatschappij 2 euro moet bijleggen om de schade aan het milieu en de gezondheid te compenseren. Wat is dus de echte kostprijs? Als gevolg van slechte voedingsgewoonten kampt 50 procent van de Europeanen met overgewicht of obesitas.

‘Er zijnvandaag twee keer zo veel mensen met overgewicht of obesitas als mensen in hongersnood!’

Op wereldschaal zijn er vandaag twee keer zo veel mensen met overgewicht of obesitas als mensen in hongersnood! Dat heeft een rechtstreeks gevolg op de ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen, diabetes en kanker, ziektes die exponentieel zijn toegenomen.

De Europese Unie besteedt jaarlijks 700.000 miljoen euro aan de bestrijding van deze ziektes, en dat geld gaat voor een deel naar de farmaceutische industrie. Als dat geld zou besteed worden aan de oorzaak van het probleem, door gezonde voeding te democratiseren, krijgen we een heel ander verhaal.

De grote farmaceutische bedrijven en de sector van de voedseldistributie, zoals Nestlé of McDonalds, die voedsel met additieven verkopen die je dik maken, hebben hele sterke lobbies in Brussel die hun economische belangen verdedigen.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Dus onze democratie verdedigt heel goed de commerciële belangen en niet zozeer de gezondheid van de planeet en haar bewoners?

José Esquinas Alcázar: Dat klopt. Ik ben overigens niet tegen deze bedrijven op zich, wel tegen hun omvang. Vandaag controleren 3 grote bedrijven 70 procent van de commerciële zaden wereldwijd en 68 procent van de landbouwchemicaliën. De distributie van voedingswaren is in handen van 8 multinationale ondernemingen.

Deze concentratie baart me enorme zorgen! Als we werkelijk keuzevrijheid willen hebben in een vrije markt, dan kunnen we toch niet gecontroleerd worden door een klein groepje bedrijven!

Wat stelt u dan voor?

José Esquinas Alcázar: De prijs van voedsel moet convergeren naar de reële waarde, waarbij dus ook de externaliteiten in rekening worden gebracht, met name de gevolgen voor milieu en gezondheid.

Ik denk dat transparantie de eerste noodzakelijke stap is in dit transitieproces. Er moet veel meer informatie komen op de verpakking van de producten. Zo kunnen de contradicties van het systeem worden blootgelegd en aangekaart, en kan vervolgens op beleidsniveau worden ingegrepen.

‘De prijs van voedsel moet convergeren naar de reële waarde, waarbij de gevolgen voor milieu en gezondheid mee in rekening worden gebracht’

Op regionaal niveau kan dit worden afgedwongen, zoals bijvoorbeeld gebeurt in Lombardije.

De kaasproductie is er erg belangrijk en op de verpakking moet bijvoorbeeld vermeld staan waar de kaas is geproduceerd, welk ras koeien of schapen de melk geproduceerd heeft, waarmee deze gevoed zijn, en welke bacteriën gebruikt zijn voor de fermentatie.

Op deze manier worden voedselproducenten verplichten in hun kaarten te laten kijken. Dit traceersysteem kan worden uitgebreid naar andere voedingssectoren en dankzij de moderne datatechnologieën is dit praktisch realiseerbaar, ook met informatie over het transport. De verplichting tot transparantie op zich zal onmiskenbaar zorgen voor een afzwakking van heel wat schadelijke processen.

Denk je dat veel consumenten deze bijsluiters zullen lezen?

José Esquinas Alcázar: Er moet tegelijk een meer populair systeem van “verkeerslichten” op de voeding worden uitgewerkt, een soort van label dat in een oogopslag de ecologische afdruk weergeeft, de waarde voor de gezondheid en het respect voor arbeidsomstandigheden.

‘Tomaten die half Europa hebben doorkruist en dus meer CO2 hebben uitgestoten dan de lokale varianten, kunnen belast worden op de kilometers’

In het Verenigd Koninkrijk is een gelijkaardig systeem ingevoerd. Het is natuurlijk geen waterdicht mechanisme, maar het laat toe om niet langer alleen naar de prijs te kijken wanneer we voedsel kopen.

Zo groeit het bewustzijn in het openbare debat en kan ook het beleid onder druk wordt gezet om op te treden. Tomaten die half Europa hebben doorkruist en dus meer CO2 hebben uitgestoten dan de lokale varianten, kunnen belast worden op de kilometers, en hetzelfde voor voeding bereid met additieven.

Ook kunnen oligopolies en monopolies beperkt worden, de wetgever kan bijvoorbeeld verbieden dat een producent een marktaandeel heeft dat groter is dan 10 procent.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Hoe haalbaar schat u deze voorstellen in?

José Esquinas Alcázar: Tijdens mijn carrière bij de FAO ben ik beginnen begrijpen dat de oplossingen niet zozeer van technische, maar wel van politieke aard zijn. Wanneer je het wetgevend kader wil veranderen, dan bots je uiteraard op een lobby die erg goed georganiseerd is.

‘Tijdens mijn carrière bij de FAO ben ik beginnen begrijpen dat oplossingen niet zozeer van technische, maar wel van politieke aard zijn’

Dan spreken we ook over draaideuren tussen de politiek en het bedrijfsleven, want vaak zijn het dezelfde mensen die overstappen van de ene naar de andere kant.

Waarom heeft het zo veel moeite gekost om reclame op tabak te verbieden, denk je? Toch denk ik dat transparantie een hele legitieme eis is die op lokaal niveau kan worden afgedwongen.

Uiteraard heeft ook de consument de macht om te kiezen welk productiesysteem hij wil ondersteunen. Het is fundamenteel te beseffen dat we met ons winkelkarretje politieke keuzes maken wanneer we inkopen doen!

Ik heb er dus wel vertrouwen in dat we dingen in beweging kunnen krijgen. Miguel de Unamuno, een grote Spaanse schrijver en filosoof, vertelt dat een utopie niet langer een utopie is wanneer 5 mensen erin geloven, want dan is het een mogelijkheid geworden.

Als we dus dapper genoeg zijn om te dromen van een utopie, kan die morgen werkelijkheid worden.

© Freddy Davies

José Esquinas Alcázar

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift