Exclusief gesprek met Pakistaans "topterrorist" Hafiz Saeed

Hafiz Muhammad Saeed staat hoog op de terroristenlijsten van de VN, de VS en India. Ook de Pakistaanse liefdadigheidsorganisatie die hij leidt, staat op de zwarte lijst. De VS plaatsten 10 miljoen dollar op zijn hoofd, maar in Pakistan is hij een vrij man. MO* sprak met de internationaal gezochte salafist over Kasjmir, IS en de strijd in Jemen. Gewoon in zijn kantoor in Islamabad.

  • ©  Rizwan Khan Hafiz Saeed: 'De Amerikanen kunnen altijd met mij komen praten hier in Pakistan.' © Rizwan Khan
  • © Rizwan Khan Hafiz Saeed: 'Groepen als ISIS hebben geen echte ambitie om een moslimkalifaat te stichten en hun claim zal dan ook geen stand houden.' © Rizwan Khan
  • © Rizwan Khan Hafiz Muhammad Saeed en Aftab Chaudry tijdens het interview. © Rizwan Khan
  • © Rizwan Khan Hafiz Saeed: 'Aan de handen van de Pakistaanse Taliban kleeft het bloed van duizenden onschuldige Pakistaanse slachtoffers.' © Rizwan Khan

Spreek ik met mijnheer Chaudhry?’, vraagt een stem aan de andere kant van de lijn. ‘Uw afspraak met de heer Hafiz Mohammad Saeed gaat door zoals beloofd. U heeft welgeteld een half uur om tot hier te komen’.

Hoewel de leider van de liefdadigheidsorganisatie Jamat ud Dawa (JuD) de laatste jaren iets vaker journalisten ontvangt, heeft het heel wat geduld gekost om dit interview te regelen.  Het was dan ook een hele opluchting wanneer de telefonische bevestiging kwam.

Plaats van afspraak is de Qubba Moskee, het JuD hoofdkwartier in Islamabad. Enkele leden en een zwaar bewapende veiligheidsagent zorgen voor een hartelijke ontvangst. Na het ontbijt brengen ze me naar het bureau van Hafiz Saeed. In de kleine kamer staat een groot bed. De beveiligingscamera in de hoek herinnert me eraan dat elke beweging aandachtig in de gaten wordt gehouden.

Dan verschijnt een bebaarde man in de deuropening. Hij draagt een witte kurta shalwar met daarover een zwarte, mouwloze vest. De druppels in zijn haren verraden dat hij net van onder de douche komt.

De man wiens hoofd 10 miljoen dollar waard is, schudt me glimlachend de hand.

© Rizwan Khan

Hafiz Saeed: ‘Groepen als ISIS hebben geen echte ambitie om een moslimkalifaat te stichten en hun claim zal dan ook geen stand houden.’

Van Afghanistan naar Kasjmir

Hafiz Saeed verscheen in 1987 op het publieke toneel toen hij samen met een groepje intellectuelen Lashkar-e-Taiba stichtte (LeT), ofwel het Leger van de Zuiveren, als de gewapende arm van een salafistische groepering genaamd Markaz Dawad-ul-Irshad (het Centrum voor Bekering en Verkondiging). Hun doel: een universeel islamitisch kalifaat stichten, door middel van prediking én de gewapende strijd.

Hun eerste gewapende acties in Afghanistan maakten indruk op het Pakistaanse leger. En wel in die mate dat Pakistan besloot de “LeT-strategie” te hanteren in Kasjmir, de Himalaya-regio waarover India en Pakistan sinds 1947 al vier oorlogen uitvochten. Toen de Sovjets in 1989 uit Afghanistan waren verjaagd, werden militante groepen zoals de LeT ingezet in de strijd om Kasjmir.

‘Wanneer de VS en de NAVO hun troepen uit Afghanistan weghalen, zal dit de gewapende strijd in Kasjmir ongetwijfeld versterken.’

Door de Pakistaanse militaire inmenging begon de vrijheidsstrijd van de Kasjmiri’s steeds meer te gelijken op een afstandsgestuurde oorlog, waarbij islamisering bovenaan de agenda stond.  

Voor Hafiz Saeed is Kasjmir nog steeds ‘één van de kernproblemen van de oemma, de Islamitische gemeenschap.’ Het is ook de enige reden vertelt hij waarom hij India als een vijand beschouw. ‘Eens de kwestie Kasjmir is opgelost, zal ik geen haat meer koesteren en bezoek ik met plezier India. Het is het vaderland van mijn hele familie die nadien naar Pakistan migreerde’.

Ook al zegt Hafiz Saeed te geloven in een politieke oplossing voor Kasjmir, de jihad blijft voor hem prioritair. Wel erkent Saeed dat die gewapende strijd in Kasjmir de laatste jaren fel verzwakte.

‘Dat komt omdat India en de Verenigde Staten er in geslaagd zijn de jihad van de Kasjmiri’s als terrorisme te bestempelen. Ook Europa toont onvoldoende daadkracht, terwijl het goed genoeg weet dat India de Kasjmiri’s onderdrukt. Bovendien verdedigen de Pakistaanse ambassadeurs de zaak van de Kasjmiri’s onvoldoende in het buitenland. Toch koester ik hoop dat de situatie ooit zal verbeteren. Wanneer de VS en de NAVO hun troepen uit Afghanistan weghalen, zal dit de gewapende strijd ongetwijfeld versterken’.

Hoe dat zal gebeuren, dat wou Saeed niet zeggen.

Dekmantel voor terreur

‘Lashkar-e-Taiba is een staatsgesponsord instrument waarmee aartsvijand India kan worden bestookt.’ (Husain Haqqani)

Na 9/11 haalde Pakistan de militante groepen “officieel” weg uit Kasjmir, maar de Pakistaanse inlichtingendienst ISI bleef volgens de meeste waarnemers én vooraanstaande politici in de Verenigde Staten bescherming bieden aan de LeT – onder meer via financiering. De voormalige Pakistaanse ambassadeur in Washington Husain Haqqani noemt de jihadgroepen in rapporten van het Amerikaanse Congres ‘staatsgesponsorde instrumenten waarmee aartsvijand India kan worden bestookt’.

Dat bleek ook uit de reactie van de Pakistaanse regering na de aanslag op het Indiase parlement in Delhi in 2001. De Indiase politie bestempelde de LeT als één van de hoofdverdachten, maar de militante organisatie kreeg van hun overheid geen enkele sanctie opgelegd. Zelfs hun trainingskampen mochten ze houden.

Wél werd de Markaz Dawad-ul-Irshad ontbonden en vervangen door de liefdadigheidsinstelling JuD waar Hafiz Saeed aan het hoofd kwam te staan, volgens vele waarnemers –waaronder de Verenigde Naties– slechts een dekmantel voor de gewelddadige LeT. 

Dat de activiteiten van JuD of de LeT in werkelijkheid bepaald worden door de Pakistaanse autoriteiten, ontkent Saeed met klem. ‘JuD heeft absoluut geen bevoorrechte relaties met het Pakistaanse leger of de ISI’, verzekert hij. 

De ene jihad is de andere niet

Maar ook in jaren die volgden, slaagde JuD erin steeds overheidssancties te ontlopen, ondanks de druk die de VS al jaren op Pakistan uitoefent om gewapende of extremistische organisaties aan te pakken. ‘Vandaag toont Pakistan nog altijd weinig bereidheid om samen te werken met de VS of de Verenigde Naties’, zegt Michael Kugelman, Zuid-Azië-expert aan het Woodrow Wilson International Center for Scholars.

‘De enige uitzondering is de militaire antiterreuractie Zarb-e-Azb, die het Pakistaanse leger voorbije zomer in Noord-Waziristan en de Federaal Bestuurde Tribale Regio’s (FATA) lanceerde tegen de Pakistaanse Taliban, de Tehrik e Taliban Pakistan (TTP).’

‘Aan de handen van de Pakistaanse Taliban kleeft het bloed van duizenden onschuldige Pakistaanse slachtoffers.’

Ook Hafiz Saeed heeft niets dan lof over deze legeroperatie, aangezien ‘aan de handen van de Pakistaanse Taliban het bloed kleeft van duizenden onschuldige Pakistaanse slachtoffers.’

‘De opstand in de tribale gebieden,’ gaat hij verder, ‘is het resultaat van een goed gepland complot. Afghanistan dient als uitvalbasis voor deze rebellen. Door hen kreeg de Pakistaanse economie een deuk, en wordt ons land gedwongen middelen in te zetten om hen te bestrijden.’  Wie dat complot beraamde, vertelde Saeed niet. Maar in de samenzweringstheorieën die zijn organisaties hanteren, spelt India en met name de militaire inlichtingendienst RAW altijd een centrale rol.

Hafiz Saeed keurt niet enkel het geweld van de Pakistaanse Taliban af, maar van alle jihadi’s die opereren als private, islamitische gewapende groepen. 

‘De jihad kan enkel worden uitgeroepen door een islamitische regering, niet door eender welk individu of groep.’ Die uitspraak kan gelezen worden als een impliciete bevestiging van de stelling dat de LeT en andere gewapende groepen in Kasjmir wel degelijk de steun hebben van de Pakistaanse regering.

‘De daden van IS zijn barbaars en komen enkel anti-islamitische machten en krachten ten goede.’

‘Groepen als ISIS hebben geen echte ambitie om een moslimkalifaat te stichten en hun claim zal dan ook geen stand houden. Hun daden zijn barbaars en komen enkel anti-islamitische machten en krachten ten goede’.

In dit verband zegt Saeed Pakistan zijn minderheden meer bescherming moet bieden. ‘De islam zegent alle minderheden. Voor mij zijn de terreurdaden gericht tegen moslims of niet-moslims even barbaars en even zorgwekkend. De staat moet iedereen beschermen.’

© Rizwan Khan

Hafiz Muhammad Saeed en Aftab Chaudry tjidens het interview

‘Met Mumbai niets te maken’

Deze uitspraken staan in schril contrast met de internationale beschuldigingen aan Saeed’s adres. De grootste terreurdaad waarmee Hafiz Saeed wordt geassocieerd, is de aanval op de Indiase havenstad Mumbai van november 2008, waarbij zeker 174 doden en ongeveer 308 gewonden vielen.

David Coleman Headley, een  Amerikaanse Pakistaan die tijdens het proces over die aanslagen toegaf dat hij betrokken was bij de voorbereidingen ervan, getuigde dat de terreurdaad was voorbereid door de LeT en de ISI.

 ‘De aanslag in Mumbai was het werk van de Indiase veiligheidsdiensten. Zo konden ze nadien de Indiase terreurwetten versterken.’

‘Pakistan noch LeT zaten achter deze terreurdaad’, verdedigt Saeed zich kordaat. ‘De aanslag was het werk van de Indiase veiligheidsdiensten. Zo konden ze nadien de Indiase terreurwetten versterken. De schuld werd in de schoenen van LeT geschoven na de getuigenis van Ajmal Kasaab – één van de overlevenden onder de Mumbai terroristen. Maar wanneer de Pakistaanse commissie vroeg of ze Kasaab konden ontmoeten, werd dit hen geweigerd, en werd hij terechtgesteld door de Indiërs’.

Zakiur Rehman Lakhvi, de huidige LeT leider en het vermeende brein achter de Mumbai aanslag, werd onlangs door het Pakistaanse gerecht op borg vrijgelaten. Volgens Saeed gebeurde dat omdat er geen enkel verband tussen hem en de Mumbai aanslag kan worden aangetoond.

‘Dit illustreert enkel dat India de juridische oorlog verliest en momenteel de zwakste positie bekleedt’, aldus Saeed.

De man van 10 miljoen

© Rizwan Khan

Hafiz Saeed: ‘Aan de handen van de Pakistaanse Taliban kleeft het bloed van duizenden onschuldige Pakistaanse slachtoffers.’

Na de drie dagen durende aanval op Mumbai, loofden de Verenigde Staten 10 miljoen dollar uit voor informatie die leidt tot de arrestatie en veroordeling van Hafiz Saeed. ‘De Amerikanen kunnen altijd met mij komen praten hier in Pakistan. Maar dat doen ze niet omdat ze geen enkel bewijs hebben dat ik bij deze terreurdaad betrokken zou zijn’.

‘De Amerikanen kunnen altijd met mij komen praten hier in Pakistan.’

Sinds de Mumbai aanslagen prijkt JuD ook op de VN-terreurlijst, een lijst die alle lidstaten onmiddellijk verplicht de bankrekeningen van  vermelde organisaties te blokkeren en hen een wapenembargo en reisverbod op te leggen. Maar van de financiële sancties ondervindt Saeed weinig hinder. ‘De sancties beperken mij zeker financieel, maar gelukkig is het Pakistaanse volk heel genereus en hebben we geen financiële problemen.’

JuD slaagde er in –dankzij de ruimte die de organisatie van de Pakistaanse regering krijgt– uit te groeien tot een goed georganiseerde sociale organisatie die binnen de Pakistaanse samenleving op heel wat sympathie kan rekenen. Zo kon JuD onder meer uitpakken met  grootschalig liefdadigheidswerk na de verwoestende aardbeving die Pakistaans Kasjmir trof in 2005 en na de enorme overstromingen die in 2010 een vijfde van het Pakistaanse grondgebied onder water zetten.

 

Alles voor het heilige land

Zoals de meeste Pakistanen heeft ook Hafiz Saeed een uitgesproken mening over de huidige crisis in Jemen. Pakistan deelt immers een lange grens met Iran, de belangrijkste bondgenoot van de sjiitische Houthi rebellen die intussen grote delen van Jemen hebben ingenomen.  Ook hier baseert hij zijn analyse op een complottheorie: ’ De VS en de Joodse lobby hebben van het Saoedisch-Jemenitische conflict een sjiitisch-soenitische kwestie gemaakt.’ En: ‘De crisis in Jemen vatte vuur juist op het moment dat Iran en de VS hun nucleaire deal beklonken. Dat zaait natuurlijk twijfel. Iran zou zich aan de kant van de moslimlanden moeten plaatsen.’

‘Voor het eerst vraagt Saoedi-Arabië geen steun aan de VS maar aan moslimlanden, zoals Pakistan, wat we enkel kunnen toejuichen.’

Saeed betreurt de recente beslissing van het Pakistaanse parlement om niet deel te nemen aan de militaire actie van Saoedi-Arabië tegen de Houthi rebellen, en om een diplomatieke oplossing voor het conflict naar voren te schuiven.

‘De aanvallen van de Saoedi’s tegen de rebellen in Jemen zijn een tijdelijke en een effectieve actie’, argumenteert Saeed. ‘Het Saoedische beleid ondergaat momenteel een zichtbare verandering. Voor het eerst vraagt het land geen steun aan de VS maar aan moslimlanden, zoals Pakistan, wat we enkel kunnen toejuichen. Een goede relatie tussen Pakistan en Saoedi-Arabië in de toekomst is van groot belang voor de oemmah. Pakistan biedt de moslimwereld een sterke verdedigingsbasis, Saoedi-Arabië zorgt voor een sterke financiële basis.’

Indien de strijd in Jemen escaleert en de Houthi rebellen oprukken naar de heilige plaatsen in Saoedi-Arabië, twijfelt Saeed er niet over zijn eigen mensen naar het front te sturen. ‘In dat geval zullen niet enkel de Pakistanen maar alle moslims over heel de wereld hun levens opofferen ten dienste van de bescherming van het heilige land.’

Het interview werd voorbereid door Hanne Couderé en Aftab Chaudry. Chaudry deed het gesprek en Couderé werkte het af tot bovenstaand artikel.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift