‘Extremisten begrijpen sneller dan wij dat onderwijs belangrijk is’

Unicef kan driekwart van de onderwijsnoden van Syrische vluchtelingen niet invullen. Hoe moet het verder? In het Turkse Gaziantep sprak Pieter Stockmans met spelers uit de Syrische onderwijswereld.

  • © Willemjan Vandenplas ‘Wij, die vechten voor zogenaamde westerse waarden, moeten met glasbokalen in winkels om steun bedelen om 15 extra scholen op te richten. Wanneer zullen jullie de eigen waarden ook in jullie buitenlands beleid toepassen?’ © Willemjan Vandenplas
  • © Willemjan Vandenplas Mouheddine Banana, minister van Onderwijs in de Syrische oppositieregering © Willemjan Vandenplas
  • © Nizhat Shaheen Een tekening van een Syrisch kind, van een begrafenis van een slachtoffer. © Nizhat Shaheen
  • © Willemjan Vandenplas Suhair Al-Atassi, voormalig vicepresident van de oppositieregering en ex-voorzitter van het oppositieagentschap voor internationale hulp aan Syrië © Willemjan Vandenplas
  • © Nizhat Shaheen Een school in Aleppo, of wat er van overblijft na een bombardement door de Syrische luchtmacht. Hier werden twee kinderen gedood. © Nizhat Shaheen
  • © Willemjan Vandenplas Nizhat Shaheen, onderwijsverantwoordelijke in de autonome gemeenteraad van noord-Aleppo waar het Assad-regime is weggetrokken © Willemjan Vandenplas
  • © Nizhat Shaheen Het schooltje in Aleppo probeert een mooie omgeving voor kinderen te scheppen, ook al is de infrastructuur belabberd. © Nizhat Shaheen
  • © Nizhat Shaheen Een nieuw project van Shaheen’s gemeenteraad in Aleppo: containers die als klaslokalen zullen dienen voor 1000 kinderen. © Nizhat Shaheen
  • © Willemjan Vandenplas Mohamed Meray, voormalig rector van de economie-faculteit van Damascus University, op de vlucht voor het Assad-regime © Willemjan Vandenplas
  • © Nizhat Shaheen Syrische schoolkinderen in Aleppo tonen hun nieuw schoolmateriaal dat ze via internationale hulp kregen. © Nizhat Shaheen

Waarom richt de Syrische oppositieregering geen scholen op in Turkije?

Mouheddine Banana (minister van Onderwijs in de Syrische oppositieregering): ‘We hebben geen bevoegdheden in Turkije, zelfs niet over onze burgers. We hebben noch een staat, noch een bevolking van wie we belastingen kunnen innen om diensten te verlenen. Onze enige inkomstenpost is internationale hulp.’

Suhair Al-Atassi (voormalig vicepresident van de oppositieregering en ex-voorzitter van het oppositieagentschap voor internationale hulp aan Syrië): ‘Ook in Syrië zelf kunnen we amper aan dienstverlening doen. Als totaalbudget kregen we 61 miljoen dollar. Wat kan een kapot land daarmee aanvangen? Het regime, IS en de Koerden hebben eigen gebieden, legers en instituten op het terrein. Wat hebben wij? Pro-westerse milities controleren kleine stukken land.’

Nizhat Shaheen (onderwijsverantwoordelijke in de autonome gemeenteraad van noord-Aleppo waar het Assad-regime is weggetrokken): ‘Onze autonome gemeenteraad is niet verbonden met de oppositieregering. Hun ministerie van Onderwijs stuurt ons de examenvragen, maar van internationale overheidshulp zien we weinig. Verenigingen sturen hulpgoederen naar de grens en daar nemen wij over.’

Maha Ghrer (van Kesh Malek, Syrische ngo die scholen ondersteunt in Aleppo): ‘Noch een Syrische overheid, noch de overheden van de buurlanden, noch de VN vertegenwoordigen de miljoenen Syriërs in de steden in de buurlanden. Ze zijn gasten, of beter, geesten in een parallelle wereld.’

© Nizhat Shaheen

Een tekening van een Syrisch kind, van een begrafenis van een slachtoffer.


Waarom steunen donoren geen bestaande privé-initiatieven, of gezinnen en leerkrachten?

Banana (ontwijkend): ‘Wij mogen niet eens samenwerken met Unicef, omdat we niet officieel vertegenwoordigd zijn binnen de VN. Unicef werkt via Assad.’

Mohamed Meray (voormalig rector van de economie-faculteit van Damascus University, op de vlucht voor het Assad-regime): ‘We hebben helemaal geen oppositieminister van Onderwijs nodig. Zijn loon – internationale hulp aan Syrië? – is hoger dan dat van een Belgische minister. Niemand volgt op hoe dat geld besteed wordt. Mijn raad: geef het aan onafhankelijke organen die in het belang van het kind werken, zoals Unicef, en niet aan een politiek orgaan dat niet is opgericht in het belang van de Syrische bevolking. Als professor Management bood ik de oppositieregering opleidingen aan, om de internationale financiering en administratie goed te beheren. Het lessenpakket ligt klaar, maar ik kreeg geen antwoord.’

Waarom zijn er niet meer overeenkomsten met buitenlandse universiteiten?

Banana: ‘We kregen amper hulp van buitenlandse universiteiten. De universiteit van Cairo stuurde de Syrische studenten die ze eerder toeliet zelfs weer weg. De Egyptische regering onder president Sisi trok het budget in. In Turkije kunnen Syrische studenten gratis naar de universiteit. Zelf willen we twee universiteiten oprichten aan de Turks-Syrische grens.’

‘Hoe langer de oorlog duurt, hoe normaler het wordt dat opgroeiende jongeren kansen grijpen in een criminele leefwereld.’

Meray: ‘Ik vroeg toestemming aan de Turkse overheid om een opleidingsmodule Management en Leiderschap aan te bieden aan Syrische studenten in Turkije. Opnieuw: geweigerd. Liever met financiële hulp jonge Syriërs afhankelijk houden, dan investeren in leiders van de toekomst? Waarop zal de intelligentie van jongeren worden gericht: op de opbouw van het land, of op criminaliteit en terrorisme? Hoe langer de oorlog duurt, hoe normaler het wordt dat opgroeiende jongeren kansen grijpen in een criminele leefwereld.’

© Nizhat Shaheen

Een school in Aleppo, of wat er van overblijft na een bombardement door de Syrische luchtmacht. Hier werden twee kinderen gedood.

Waarom bevat het nieuwe lessenpakket van de oppositieregering geen lessen over democratie, mensenrechten en pluralisme?

Banana (defensief): ‘Een totale ommezwaai in het onderwijs duurt jaren. Aan universiteiten willen we cursussen mensenrechten aanbieden. En uit nieuwe schoolboeken zijn verwijzingen naar Assad weggelaten.’

Atassi: ‘Extremisten begrepen sneller dan ons dat onderwijs belangrijk is. Net zoals ze over gesofisticeerde wapens beschikken, kunnen ze gekwalificeerde leraars aantrekken. Salafistische geestelijken uit de Golf pompen fortuinen in strikt religieuze scholen, terwijl de door het Westen gesteunde oppositie amper geld heeft om salarissen van leerkrachten te betalen.’

Ghrer: ‘Wij, die vechten voor zogenaamde westerse waarden, moeten met glasbokalen in winkels om steun bedelen om 15 extra scholen op te richten. Wanneer zullen jullie de eigen waarden ook in jullie buitenlands beleid toepassen? In onze scholen is het kinderrechtenverdrag de standaard. We spreken zelfs niet over de revolutie. Kinderen mogen op geen enkele manier een politiek instrument zijn.’

Bekijk het videointerview met Maha Ghrer van Kesh Malek.

Hoe ziet u de toekomst van uw land?

Ghrer: ‘Angstaanjagend. Vele kinderen leren niet eens lezen. Ze zijn makkelijk te manipuleren. Toen Aleppo werd verdeeld en kinderen rondhingen met strijders, richtten we onze eerste school op met steun van Pax Nederland. Vandaag heb ik alle hoop verloren, enkel mijn principes heb ik nog. Daarom zou het Westen ons moeten helpen. Niet uit medelijden, maar uit principe.’

Atassi: ‘Syrië valt uit elkaar in een stuk land onder controle van het regime – de kustregio en de steden in het westen – en een gebied waarin milities elkaar bekampen.’

Meray: ‘Wie de vluchtelingenstroom wil laten ophouden, moet in toegang tot basisrechten in Turkije investeren. Geef meer steun aan neutrale organisaties als Unicef, geef Syrische vluchtelingen in Turkije verblijfsvergunningen, plaats informele Syrische scholen in Turkije onder officieel toezicht van een onderwijsministerie, laat Syrische kinderen toe op Turkse scholen, financier meer scholen, geef als donor prioriteit aan onderwijs, erken diploma’s uitgereikt door Syrische scholen in Turkije, geef beurzen voor universiteitsstudenten, laat Syriërs toe tot Europa. Als dat gebeurt, is er hoop.’

© Nizhat Shaheen

Het schooltje in Aleppo probeert een mooie omgeving voor kinderen te scheppen, ook al is de infrastructuur belabberd.

Met de hulp van Roni Hossein

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur