Geert Bourgeois: ‘Ingrijpende veranderingen vragen tijd, maar dat mag ons niet tegenhouden’

Vlaams minister-president Geert Bourgeois is ook verantwoordelijk voor Buitenland Beleid en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom reisde hij van 14 tot 25 augustus door zuidelijk Afrika om de samenwerking in Zuid-Afrika, Malawi en Mozambique beter te leren kennen en op het terrein bezig te zien. MO* volgde de karavaan twee weken en legde Bourgeois tijdens zijn laatste uren in Afrika een aantal vragen voor.

(c) Stefan Mohl

Geert Bourgeois met de mederwerksters van All Women Recycling in Kaapstad

De Vlaamse bilaterale ontwikkelingssamenwerking is geconcentreerd op drie landen in zuidelijk Afrika. Minister-president Bourgeois had Zuid-Afrika, Malawi en Mozambique al wel eens bezocht tijdens zijn eerste periode als Vlaams minister van Ontwikkelingssamenwerking (2004-2008), nog niet tijdens de huidige legislatuur, nu hij de verantwoordelijkheid voor Ontwikkelingssamenwerking combineert met de veeleisende baan als minister-president. De tweede helft van augustus maakte Bourgeois en enkele betrokken kabinetsleden en ambtenaren dat gemis meteen goed door de drie landen in één reis aan te doen. Eerste halte voor de delegatie was Kaapstad, gevolgd door Johannesburg en Pretoria. Daarna ging het naar Lilongwe, terug naar Pretoria en Johannesburg, om af te sluiten in Maputo.

Het is opvallend dat een minister-president twee weken vrijmaakt voor een bezoek aan drie Afrikaanse landen. Nochtans hebt u zich in deze regeerperiode nog niet echt geprofileerd op het thema ontwikkelingssamenwerking.

Geert Bourgeois: Ik ben niet zo zeker dat ik minder aandacht besteed aan dit beleidsdomein, maar ik stel wel vast dat het een materie is waarvoor je heel moeilijk aandacht krijgt. De buitenlandse handelsrelaties krijgen veel meer ruimte in de media, en er zijn natuurlijk ook veel meer landen waarmee we belangrijke handelsrelaties hebben dan landen waarmee we ontwikkelingsrelaties hebben. Ik heb mijn beleidsnota, er zijn in het parlement heel wat vragen en discussies over, maar dat wordt allemaal niet opgepikt door de media. Een opvallende missie zoals we nu doen, is blijkbaar de enige manier om die aandacht wel te krijgen. Bovendien moet je zowel voor een trip naar Mozambique of Malawi al snel via Zuid-Afrika passeren. Dat pleitte in het voordeel van een gecombineerde, maar dus ook langere missie.

‘Een moderne overheid is een kennisoverheid, geen bureaucratie en moet voldoende sterk zijn om de diensten te leveren die noodzakelijk zijn voor de samenleving’ 

Naast de vele diplomatieke contacten en veldbezoeken, hield u een opvallende lezing over het recht op ontwikkeling en tekende u een nieuwe overeenkomst in Mozambique om het gezamenlijke gezondheidsfonds te versterken. Als ik daarover berichten post op sociale media, reageren sommigen dat het makkelijk is om ver van het thuisfront sterke uitspraken te doen over rechten en beleidscoherentie voor ontwikkeling, of te opteren voor het versterken van de capaciteit van overheden om alle inwoners van goede dienstverlening te voorzien, terwijl de regering die u leidt in Vlaanderen de overheid eerder inkrimpt en de rechten van kwetsbare groepen zou ondermijnen.

Geert Bourgeois: Ik zie geen verschil in aanpak. Ik vind dat je beleid moet voeren op basis van nuchtere afwegingen en analyses, niet op basis van buikgevoel. Dat heb ik onder andere gedaan in het Mozambikaanse dossier rond het gezondheidsfonds Prosaude. Overigens is het niet omdat wij een kleinere overheid hebben dat wij een zwakkere overheid hebben. De overheid moet voldoende sterk zijn om de diensten te leveren die noodzakelijk zijn voor de samenleving, en daarvoor wil ik juist de capaciteit van de overheid versterken. Dat er daarbij verschuivingen zijn tegenover het verleden, dat lijkt me normaal. De laagste categorie ambtenaren uit het verleden, de klerk-typist, die heeft nauwelijks nog een functie in een modern ambtenarenapparaat, nu iedereen zelf zijn teksten maakt en zijn correspondentie afhandelt. Een moderne overheid is een kennisoverheid, geen bureaucratie. Die kennis moeten we niet uitbesteden, maar uitbouwen. De Visie 2050 van de Vlaamse Regering is door onze eigen mensen gemaakt. We mogen niet afhankelijk zijn van consultancy, die we enkel in heel specifieke, heel specialistische dossiers moeten inschakelen.

Bourgeois pleitte tijdens zijn 11 juli-toespraak dit jaar voor nieuwe bevoegdheden en dus de facto voor een nieuwe staatshervorming, al wil de minister-president het zo niet noemen. Geert Bourgeois: ‘Ik heb als minister-president opgeroepen tot de uitvoering van de resoluties van het Vlaams Parlement.’ Die vijf resoluties uit 1999 over de staatshervorming, met grote meerderheid goedgekeurd door de grote Vlaamse partijen van toen, mikken op meer fiscale autonomie, een België op basis van twee deelstaten, en “volledige bevoegdheidspakketten voor die deelstaten. Betekent dat ook een hernieuwd pleidooi voor het splitsen van Ontwikkelingssamenwerking? Bourgeois: ‘Als minister-president heb ik me daar niet over uitgesproken, maar als N-VA’er sta ik uiteraard wel achter de splitsing van Ontwikkelingssamenwerking.’ Krijgen we dan in België drie of vier ministers die ten volle bevoegd zijn voor Ontwikkelingssamenwerking: drie gewestministers en wellicht een residuele federale minister? Bourgeois: ‘Ik zie dat eerder als een gemeenschapsbevoegdheid. En voor mij moet er federaal geen bevoegdheid over te blijven.’

Zuid-Afrika: klimaatverandering ondermijnt ontwikkelingskansen

Zuid-Afrika is een opkomende economie, een regionale grootmacht ook. Waarom vindt de Vlaamse regering het toch belangrijk en verantwoord om hier ontwikkelingsgeld te blijven besteden?

Geert Bourgeois: Zuid-Afrika is inderdaad sterk ontwikkeld, zowel economisch, politiek als institutioneel. Maar zelfs als je zou besluiten dat Zuid-Afrika daarom geen terechte bestemming voor ontwikkelingsgeld meer zou zijn, dan nog blijft het land een onmisbare draaischijf om andere Afrikaanse landen te bereiken. Dat is de ervaring van het Instituut voor de Mensenrechten aan de Universiteit van Pretoria, dat Vlaamse steun krijgt -weliswaar niet uit het budget Ontwikkelingssamenwerking- en wellicht biedt dat een kader om na te denken over de vorm en de doelstelling van toekomstige samenwerking met en in Zuid-Afrika.

In de periode -2016 zette de Vlaamse OS in Zuid-Afrika vooral in op sociaal ondernemen. Nu is er gekozen voor een focus op klimaatverandering. Waarom?

Geert Bourgeois: Om te beginnen is het thema heel tastbaar. Als zelfs de betere hotels een zandlopertje aan de deur van je douche hangen, met de vraag om je waterverbruik te beperken, dan weet je het wel. Wij hebben de thematische wijziging voorgesteld en dat kon rekenen op de volmondige instemming van de Zuid-Afrikaanse overheden. Zij vroegen van hun kant om dan prioritair in te zetten op adaptatie. We weten nu nog niet welke richting het uitgaat, want de concrete voorstellen moeten nog binnenkomen, maar ik hoop in elk geval op veel innovatie en experiment, want dat is de positie die we als Vlaamse ontwikkelingssamenwerking graag innemen.

Toch had ik het gevoel in Zuid-Afrika dat uw hart vooral uitging naar de projecten waarin sociaal ondernemen centraal staat.

Geert Bourgeois: Dat klopt, en dat spoort ook met wat de West-Kaapse premier Zille naar voor schoof als prioriteit, namelijk: tewerkstelling.  Het ondernemerschap is een cruciaal onderdeel van de economische groei en de sociale economie waarin we willen investeren. De Zuid-Afrikaanse minister van Werk, Ebrahim Patel, gaf ook aan dat hij heel veel belang hecht aan sociaal ondernemen. Hij kondigde overigens ook aan dat hij het samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika zou voorleggen aan het parlement om er meer draagvlak voor te creëren. De projecten en initiatieven die we bezocht hebben maken ook duidelijk dat oplossingen voor ontwikkelingsproblemen heel vaak ondernemerschap stimuleren, zowel als het om toegang tot diensten gaat of om landbouw.

Voor minister Patel was sociale economie belangrijker dan sociaal ondernemerschap -dat hij zag als onderdeel van een economie die ook ongelijkheid en armoede moet bestrijden.

Geert Bourgeois: Uiteraard gaat het om een veel bredere economische ontwikkeling, waarin zowel kleine ondernemers als de overheid een rol te spelen hebben. Denk maar aan het enorme toeristische potentieel dat een land als Mozambique met zijn idyllische kust nog heeft. Als dat aangeboord wordt en mensen openen restaurantjes, bed&breakfasts, … dan kunnen ze er ook voor zorgen dat de meerwaarde binnen het land blijft en niet wegvloeit naar grote internationale ketens.

‘Wij moeten zorgen voor voorspelbaarheid en afstemming met de nationale prioriteiten, de ontvangende regering moet zorgen voor goed bestuur, het handhaven van de rechtsstaat’

Een bilaterale samenwerking is altijd een politieke samenwerking. U had een tête-à-tête met de Zuid-Afrikaanse ministers van Milieu, van Werk en van Buitenlandse Zaken. Twee daarvan, de ministers Molewa en Machabane, behoren tot de harde kern rond president Zuma, die maar tenauwernood een geheime vertrouwensstemming -de achtste al tegen hem- overleefde een week voordat u in Zuid-Afrika toekwam. U zei zelfs dat uw visie en die van mevrouw Molewa heel dicht bij elkaar lagen.

Geert Bourgeois: Dat mag zeker niet gelezen worden als een manier om de Vlaamse regering te verbinden met de huidige Zuid-Afrikaanse regering -wij mengen ons daar niet in. Ik heb trouwens ook gesproken met Helen Zillen, kopstuk van de Democratic Alliance, een van de grote oppositiepartijen in Zuid-Afrika. Bij een samenwerking nemen wij de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat er voorspelbaarheid is en afstemming met de nationale prioriteiten, maar de ontvangende regering heeft ook verantwoordelijkheden: goed bestuur, het handhaven van de rechtsstaat, zorgen voor een macro-economisch klimaat waarin mensen kunnen ondernemen. Die klemtoon geven wij door, zonder ons te buiten te gaan aan het kapittelen van ministers van wat toch een souvereine en democratisch verkozen regering is.

(c) Stefan Mohl

Culturele banden: Bourgeois met Marlene le Roux, directeur Artscape Theatre Centre in Kaapstad, en kunstenaar Herman Van Nazareth -een Vlaming die al decennia in Kaapstad woont en werkt

Het feit dat Vlaanderen al zo veel jaren een samenwerking heeft met Zuid-Afrika, en hier zelfs een officiële vertegenwoordiging heeft, is niet los te zien van taalverwantschap en culturele banden. Toch lijkt de culturele samenwerking onder deze regering kleiner dan tevoren. Klopt dat?

Geert Bourgeois: De taalverwantschap is reëel, en iedereen is ook blij dat er nu een leerstoel Zuid-Afrika (talen, literaturen, cultuur en maatschappij) is aan de Universiteit Gent, waardoor er ook academische aandacht is in Vlaanderen voor het Afrikaans. Ik ben het dan ook eens met de West-Kaapse minister van Financiën Meyer die op een netwerkmoment zei: ‘Een taal is nooit schuldig.’ Maar de samenwerking die sinds 1994 ontstaan is, heeft nooit een nostalgisch-culturele ondertoon gehad. Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz is in mei nog hier geweest om de samenwerking nieuwe impulsen te geven, maar het budget daarvoor is inderdaad erg klein.

U hebt zowel in politieke contacten als bij publieke toespraken verwezen naar de gruwel van de Apartheid. Heel wat mensen in de vroegere Volksunie en dus ook mensen die daarna samen met u de N-VA opgericht hebben, behoorden voor de jaren 1990 echter tot de verdedigers van diezelfde Apartheid. Economische en politieke Vlaams-nationalisten waren bijzonder goed vertegenwoordigd onder de leden van Protea, de pro-Apartheid lobbyclub in Vlaanderen.

Geert Bourgeois: Er was inderdaad een flink stuk van de Vlaamse beweging dat deel uitmaakte van Protea. Of die mensen allemaal pro-Apartheid waren, daar ben ik nog niet zo zeker van.

Alle Protea-leden die ik in de jaren 1980 tegenkwam, waren dat in elk geval wel.

Geert Bourgeois: Misschien wel, maar toen Mandela aan de macht kwam in 1994 heb ik in elk geval geen tweespalt gevoeld, en ook nu is daar binnen de partij geen discussie over.

‘Op geen enkele manier ben ik bij Protea betrokken geweest’

Eenmaal de Nasionale Partij de strijd verloren had, was in Vlaanderen iedereen voor een vreedzaam samenleven in Zuid-Afrika in alle diversiteit. Maar tot de late jaren 1980 was de steun voor “gescheiden ontwikkeling” en de solidariteit met Afrikaners en Boeren groot binnen de Vlaams-nationale beweging.

Geert Bourgeois: De Boeren zijn sowieso nog een ander verhaal dan de Apartheid. Zelfs de Britse oppositie sprak zich uit voor de Boeren in de Boerenoorlog tegen de Engelsen. Idem in Nederland en Vlaanderen. Dat gevoel van verbondenheid dat ontstond met die oorlog zette zich later door, maar de sympathie voor de Afrikaners en hun politieke regime was zeker niet beperkt tot de Volksunie.

U bent nooit lid geweest van Protea?

Geert Bourgeois: Op geen enkele manier ben ik daar bij betrokken geweest.

Zonder boeren geen ontwikkeling in Malawi

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

Rode loper bij aankomst (en vertrek) in Malawi: teken van waardering

Malawi is een donorwees, waardoor het gewicht van de jaarlijkse vijf miljoen euro ontwikkelingshulp uit Vlaanderen relatief groot is. Wat moet daardoor vooral gerealiseerd worden?

Geert Bourgeois: Het klopt dat ons relatieve gewicht in Malawi vrij groot is. Dat bleek ook uit de manier waarop we ontvangen werden: met de rode loper, een erehaag, een ontmoeting met de president, een staatsdiner… Dat lijkt me een duidelijke uiting van waardering voor wat we doen en hoe we dat doen. Vlaanderen heeft de ambitie om innovatief te zijn en een voortrekkersrol te spelen in ontwikkelingssamenwerking -dat lijkt me in Malawi bij uitstek te lukken, dankzij onze volgehouden focus op landbouw en op enkele regio’s, en dankzij de inzet en de expertise van onze vertegenwoordiger daar.

Stel dat u moet kiezen en maar één project meer overhoudt in Malawi. Welk is dat?

Geert Bourgeois: De opslagplaatsen, wellicht. Daarmee alleen al realiseren de boeren tot 25 procent meer inkomen met hun oogst, omdat ze die beter kunnen bewaren én op een gunstiger moment op de markt kunnen brengen. Het is tegelijk boerenorganisatie, kennisoverdracht én economische vooruitgang. Als je in het hele land dat soort organisaties zou krijgen, waarbij mensen hun eigen arbeid kunnen opwaarderen, dan verhoog je ook de kans om vanuit de overheid vorming aan te bieden en de kansen van die boeren op vooruitgang verder te ontwikkelen.

‘Het openen van grenzen biedt toch altijd ook mogelijkheden, al ben ik het er ook wel mee eens dat je fragiele economieën moet kunnen behoeden voor al te grote schokken’

U pleitte in de lezing over het recht op ontwikkeling (in Pretoria) voor meer beleidscoherentie voor ontwikkeling. Er zijn nogal wat experts die een duidelijke tegenstelling zien tussen enerzijds ontwikkelingshulp voor een land als Malawi, en anderzijds de Europese druk op dit land om een EPA (Economic Partnership Agreement, tussen de EU en de landen van zuidelijk Afrika) te ondertekenen -omdat zo’n overeenkomst de al zwakke maakindustrie en diensteneconomie verder kunnen ondermijnen, en omdat ze een verlies aan invoerheffingen zou meebrengen dat zeker groter zou zijn dan de hulp die Vlaanderen nu geeft. Volgt u dat soort zaken ook op?

Geert Bourgeois: Ik denk dat eerlijke vrijhandel eerder positief is, ook voor de ontwikkelingskansen van een land als Malawi. Het openen van grenzen biedt toch altijd ook mogelijkheden, al ben ik het er ook wel mee eens dat je fragiele economieën moet kunnen behoeden voor al te grote schokken. In die geest heeft de Vlaamse regering haar goedkeuring gegeven aan het EPA met de landen van zuidelijk Afrika. 

Geschonden vertrouwen in Mozambikaanse overheid moet hersteld

In Mozambique zet de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking vooral in op gezondheidszorg. U ondertekende in Maputo een nieuwe overeenkomst om het door de overheid beheerde Prosaude-fonds opnieuw te ondersteunen. Veel andere donoren doen dat niet meer vanwege een groot fraudeschandaal en een enorme overheidsschuld die daarvan het gevolg is. Waarom doet kiest u voor deze aanpak?

Geert Bourgeois: Omdat we er van uit gaan dat je het beleid van het land waarmee je samenwerkt moet ondersteunen, tenzij er uitdrukkelijke redenen zijn om dat niet meer te doen. Ook belangrijk: wij geven geen algemene budgetsteun aan de regering, maar geven sectorale steun voor gezondheidszorg. En we zijn verzekerd van een goede monitoring. Zowel de president als de minister van Buitenlandse Zaken hebben me ook hun medewerking verzekerd om de transparantie over en controle op de middelen voor gezondheidszorg te versterken. Eén fonds zorgt ook voor een sterke vermindering van de administratieve lasten.  Maar zowel de Mozambikaanse als de Vlaamse regering moet verantwoording kunnen afleggen over de publieke middelen, dat is duidelijk.

Binnen de focus op gezondheid, ligt er een sterke klemtoon op seksuele en reproductieve gezondheid. Dat is een thema met een heel grote culturele gevoeligheid. Hoe zorgt u ervoor dat dit niet ontaardt in een vorm van cultureel imperialisme?

Geert Bourgeois: Ik besef zeker dat dit een delicaat thema is, maar er is geen andere keuze dan het aan te snijden en ermee aan de slag te gaan. Toen we de secundaire school bezochten en er een educatief toneeltje over voorlichting en sociale omgang met zwangerschappen en jonge moeders opgevoerd werd, zag je toch ook hoe aandachtig en betrokken al die jongeren waren. Het is dus niet iets dat buiten hun leefwereld ligt en van buitenaf opgedrongen wordt. Het gaat om ingrijpende gedragsveranderingen, en het zal allemaal tijd vragen, uiteraard, maar dat mag organisaties niet tegenhouden er werk van te maken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur