Ricardo Falla: ‘Het bloedbad dat mijn leven veranderde’

Interview

Ricardo Falla: ‘Het bloedbad dat mijn leven veranderde’

Ricardo Falla: ‘Het bloedbad dat mijn leven veranderde’
Ricardo Falla: ‘Het bloedbad dat mijn leven veranderde’

‘In september 1982 veranderde mijn leven voorgoed’, vertelt de nu 85-jarige Guatemalteek Ricardo Falla me. Deze jezuïet en antropoloog registreerde als eerste gedetailleerd de talloze bloedbaden van het gewapend conflict in Guatemala. Momenteel is hij in België om de Quetzalprijs te ontvangen.

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Slachtoffers van een bloedbad dat plaatsvond in de regio Quiche, Guatemala tijdens het gewapend conflict worden herbegraven.

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)​

Falla’s leven is gekenmerkt door radicale veranderingen. Als zoon van een rijke familie kiest hij ervoor jezuïet te worden. Later breekt hij met de rijkdom die hem omringt en wordt aanhanger van de bevrijdingstheologie die dan volop aan zijn opmars bezig is. Hij doctoreert als antropoloog en dompelt zich onder in verzetsbewegingen die in Centraal-Amerika broeien.

In 1982 verblijft hij in Nicaragua om er de Sandinistische revolutie te steunen. Hij hoort steeds vaker verontrustende geruchten over bloedbaden in het binnenland van Guatemala. Ricardo Falla wil terug naar zijn land om er als priester de vervolgde inheemse bevolking bij te staan en te onderzoeken wat er gebeurt.

Geruchten van een bloedad

Falla moet echter wachten tot de guerrilla hem het land kan binnensmokkelen. Hij gaat alvast naar de grens met Mexico, waar de vluchtelingen massaal toestromen om te ontkomen aan de vervolging en massamoorden door het leger. Er doen geruchten de ronde over een groot bloedbad dat zojuist plaatsvond.

Ricardo Falla: Na wat zoeken vinden we een overlevende, de 57-jarige Mateo Ramos Pais. In een schooltje vertelt hij wat er op 17 juli 1982 in het inheemse gehucht San Fransisco, Nénton gebeurde.

Het leger had het dorp omsingeld. Ze sloten de mannen op in het gemeenschapshuis en de vrouwen en kinderen in de kerk. Ze schoten op de vrouwen en namen hen mee om hen te verkrachten en vermoorden. Om geen kogels te verspillen werden de kinderen doodgestoken met de bajonetten, hun ingewanden eruit gehaald. De mannen konden alles zien door een spleet in het raam.

‘Wat ik toen hoorde, veranderde mijn leven voorgoed. Voordien kon ik me niet inbeelden dat mensen tot zoiets in staat konden zijn’

Na het eten en de middagpauze was het de beurt aan de mannen. Sommigen probeerden te ontsnappen via het raam, maar ze werden neergeschoten, slechts enkelen overleefden. Mateo zat nog opgesloten toen het leger een granaat naar binnen gooide. Alleen hij en een andere man overleefden.

De soldaten verzamelden de lijken in het gemeenschapshuis en sloten de deur. Mateo en andere overlevende vreesden dat de soldaten het huis in brand zouden steken. Na elkaar wat moed in te spreken besloten ze te vluchten. Mateo deed zijn schoenen uit en kroop door het raam. Zijn metgezel hield zijn schoenen aan waardoor hij geluid maakte toen hij door het raam kroop. De soldaten schoten hem dood.

Mateo vertelde zijn verhaal omringd door een twintigtal anderen die het bloedbad overleefden omdat ze hout aan het sprokkelen waren toen het leger kwam. Samen met hen maakte ik een lijst van de slachtoffers, 302 waren het in totaal.

Wat ik toen hoorde veranderde mijn leven voorgoed. Voordien kon ik me niet inbeelden dat mensen tot zoiets in staat kunnen zijn.

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

De gemeenschap waarmee Ricardo Falla ondergedoken leefde heeft nu haar eigen dorp. Kinderen vieren het einde van het schooljaar.

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Intentie tot uitroeiing

Dit is een van de vele gedetailleerde beschrijvingen van bloedbaden en gruweldaden die Ricardo Falla verzamelde aan de Guatemalteeks-Mexicaanse grens en in de regio Ixcan in Guatemala. De getuigenissen en zijn onderzoeken vonden al in 1983 de weg naar de buitenwereld, maar werden gecensureerd. Pas in 1992 werden ze gebundeld in het bekendste boek van Ricardo Falla ‘Massacres in the Jungle: Ixcan, Guatemala 1975-1982.

‘Om te bewijzen dat er een genocide plaatsvindt, moet je kunnen aantonen dat de intentie tot uitroeiing van een specifieke groep vooraf gepland was’

In 1983 kon Ricardo eindelijk de grens oversteken en leefde hij in de jungle van Ixcan ondergedoken met de Comunidades de Población en Resistencia (CPR), gemeenschappen die er bewust voor kozen weg te vluchtten van het leger maar, wel in Guatemala en de zones te blijven waar de guerrilla actief was.

Ik ontmoet Ricardo in het gemeentehuis van Herent. Later op de avond zal hij voor zijn verdiensten de Quetzalprijs ontvangen van de vzw Guatebelga. Vrijwilligers van Guatebelga hadden me gewaarschuwd dat Ricardo oud was. Ik had een breekbaar ventje verwacht, zijn pienterheid, energie en humor verbazen me.

De waarheidscommissie die na de vredesakkoorden in 1995 werd opgericht besloot na uitgebreid onderzoek dat gedurende het 36-jarige gewapend conflict 200.000 mensen vermoord werden of verdwenen. Het leger was verantwoordelijk voor 93 procent van de misdaden en 626 bloedbaden. Ongeveer 83 procent van de slachtoffers was inheems. Zowel de onderzoekscommissies van de Katholieke Kerk en de VN concludeerden dat de Guatemalteekse Staat zich schuldig gemaakt had aan genocide.

Ricardo Falla: Ik was niet de eerste die over de bloedbaden schreef, maar de meeste artikels waren een mengelmoes van geruchten en feiten. Mijn onderzoeken waren de eerste die onderbouwd aantoonden hoe het leger te werk ging en wie de slachtoffers van de bloedbaden waren. Bovendien contacteerde ik een journalist van de New York Times die het verhaal over het bloedbad in San Fransisco Nenton natrok en publiceerde op de voorpagina. Dit had een enorme impact.

Ook over genocide werd al langer gesproken. Omdat mijn onderzoek zo gedetailleerd was, droeg dit echter enorm bij tot het debat of we de bloedbaden genocide konden noemen. Ik vond van wel. Mijn collega’s waarschuwden me op een antropologische conferentie dat het heel moeilijk ging zijn om genocide te bewijzen. Je moet namelijk kunnen aantonen dat de intentie tot uitroeiing van een specifieke groep vooraf gepland was.

Niet lang daarna, in 1983, reisde ik naar het Volkstribunaal in Madrid. Deze veroordeelde de Guatemalteekse Staat voor genocide, onder andere aan de hand van het bewijsmateriaal dat ik had meegenomen. Dit was de eerste keer dat een instantie de Guatemalteekse Staat hiervoor veroordeelde.

De gedetailleerde onderzoeken die werden gebruikt in de genocide rechtszaak lijken erg op uw werk. Wat was uw rol in de onderzoeken van de waarheidscommissies en in de genocide-rechtszaak?

Ricardo Falla: Mijn onderzoeken hadden alleen informatie over de regio van Ixcan terwijl de commissies focussen op het hele land. Mijn werk diende natuurlijk wel als bron. Ik werkte nauw samen met de Ixcan regio onderzoekster van de katholieke commissie en ook met de verantwoordelijke van de VN commissie besprak ik de te gebruiken onderzoeksmethodiek.

Ik werd niet uitgenodigd in de rechtszaak omtrent genocide. Hoewel de waarheidscommissie argumenteert dat er verschillende genocides in verschillende regio’s plaatsvonden, focuste die rechtszaak om praktische redenen slechts op de Ixil regio en bevolking. Hiervoor waren de bewijzen het duidelijkst.

Doos van Pandora

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Ricardo Falla ontvangt de Quetzalprijs van vzw Guatebelga

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Dit jaar werden twee militairen veroordeeld voor seksuele uitbuiting en slavernij van elf maya-Q’eqchi’ vrouwen in de Sepur Zarco rechtszaak. Wat denkt u van de recente rechtszaken die de straffeloosheid doorbreken voor misdaden begaan tijdens het gewapende conflict?

Ricardo Falla: Ik had nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn in Guatemala. Plots is het vooruitzicht dat de militairen veroordeeld worden voor de misdaden die ze begingen reëel.

‘Ik had nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn in Guatemala. Plots is het vooruitzicht dat de militairen veroordeeld worden voor de misdaden die ze begingen reëel’

Sepur Zarco was belangrijk, maar zeker ook de zaak Creompaz omdat hierin de intellectuele verantwoordelijken vervolgd worden. Door die zaak is de volksvertegenwoordiger Edgar Ovalle Maldonado nu voortvluchtig. Hij is een belangrijke persoon binnen de regeringspartij. Hier heeft het gerecht hoog gemikt.

Bovendien zijn er heel interessante ontwikkelingen op komst. Het openbaar ministerie noemt hun nieuwe zaak ‘De doos van Pandora.’ Het legt criminele corruptie netwerken bloot waarin personen uit de economische en politieke elite maar ook militairen betrokken zijn.

Onderzoek naar die netwerken brachten nieuwe feiten aan het licht over misdaden die te maken hebben met het gewapende conflict, zoals de moord op bisschop Gerardi. Twee dagen nadat Gerardi de publicatie van de bevindingen van de onderzoekscommissie bekendmaakte werd hij vermoord.

Operatie doos van Pandora linkt de huidige burgemeester van Guatemala City, Alvaro Arzu, lid van een machtige oligarchische familie en president ten tijde van de ondertekening van de Vredesakkoorden, aan de moord op bisschop Gerardi. Dit is een bom.

Opheldering van misdaden begaan tijdens het gewapende conflict zijn ook belangrijk voor België. Serge Bertens, Walter Voordeckers en Ward Capiau, allen missionarissen van de kloosterorde van Scheut, werden vermoord in het Guatemala van de jaren tachtig.

Ricardo Falla: Inderdaad, al die zaken die nu aan het licht komen in Guatemala zijn van belang voor België. Wie vermoordde Walter Voordeckers? Wie ontvoerde Serge Bertens, waar is hij? En Ward Capiau … Wie? Waar?

Er is een hoop nieuwe informatie beschikbaar over de netwerken via onderzoeken van het Openbaar Ministerie en de CICIG, de VN-commissie tegen straffeloosheid. Veel zaken zijn ook opgehelderd door het Nationaal Archief van de Politie. In 2005 werd dit door muizen aangevreten archief per ongeluk gevonden. Nu het archief stilaan geordend en gedigitaliseerd is, kan het dienen als bewijslast.

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Ricardo Falla naast het ingehuldigde straatnaambordje van de vermoorde Myrna Mack

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Myrna Mackstraat

Vandaag wordt in Herent een nieuwe straat ingehuldigd, genoemd naar Myrna Mack. Net zoals uzelf was Myrna Mack een antropologe die schreef over het geweld tegen de bevolking gedurende het gewapende conflict. Zij werd vermoord voor het werk dat ze deed. Leden van een militaire presidentiële eenheid staken haar met 27 messteken neer. Wat betekent deze inhuldiging voor u?

Ricardo Falla: Het maakt me gelukkig. Ik kende Myrna goed, we werkten vaak samen. Ik hielp haar aan contacten bij de Sandinisten in Nicaragua.

‘Myrna leefde niet ondergedoken zoals ik, daardoor konden haar moordenaars haar echter ook in het oog houden en uiteindelijk vermoorden’

Ze kwam me bezoeken in Mexico toen ik moest wegvluchten uit Guatemala. Toen ik in El Salvador mijn boeken aan het schrijven was, hielp ze me bij het uittypen van al de namen van de slachtoffers van de bloedbaden.

Net zoals ik wou ze veldonderzoek doen bij de CPR, de ‘Gemeenschappen in Verzet’. Wat mijn aanwezigheid daar echter rechtvaardigde was mijn pastoraal werk. Myrna’s religieuze chip stond niet geactiveerd.

Ze deed haar veldwerk dus rond interne vluchtelingen en leefde niet ondergedoken zoals ik. Daardoor konden haar moordenaars haar echter ook in het oog houden en uiteindelijk vermoorden.

Toen u erin slaagde de grens met Guatemala over te steken, leefde u een tijdlang ondergedoken met de ‘Gemeenschappen in Verzet.’ Wie waren zij?

Ricardo Falla: Je kan het vergelijken met het verzet hier tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het waren burgers, ongewapende mannen, vrouwen en kinderen die solidair waren met de guerrilla. Ze bezorgden voedsel aan de guerrilla, smokkelden materiaal voor hen en bezorgden hen informatie.

Het leger bestempelde hen als guerrilla, daarom moesten ze net al hen ondergedoken leven. Ze vluchtten de jungle in. We waren steeds in beweging zodat we niet ontdekt en uitgemoord werden. We moesten erover waken dat de rook van het vuur ons niet zou verraden. We bonden de hanen hun bek toe. Telkens wanneer de helikopters passeerden, verborgen we onszelf en al onze bezittingen onder het dichte gebladerte van de jungle.

Priester in diskrediet

U bent priester, Jezuïet. In Latijns-Amerika en Guatemala was de rol van de katholieke kerk bepalend in veel revoluties die de regio kenmerkten gedurende de Koude Oorlog. De bevrijdingstheologie had een enorme invloed op het consolideren van steun onder de bevolking voor een radicale strijd tegen onderdrukking. Vanwaar dit verband tussen religie en bevrijding?

Ricardo Falla: Een groot voorbeeld voor mij waren Vlaamse priesters in El Salvador, zoals Rogelio Ponseele. Hij leefde in de armste boerengemeenschappen en koos er bewust voor te leven en werken in dezelfde realiteit als die mensen. Toen het gewapende conflict daar uitbrak was hij verontwaardigd over hoe het volk vermoord werd en trok hij mee met hen de bergen in.

‘Net zoals we ons leven aan God gaven, zijn we bereid ons leven te geven voor de zaak en die mensen’

Ook Jezus werd vermoord. Wie dit niet ziet, kan zich waarschijnlijk ook niet inleven in onze motivatie. Wij verbinden de strijd voor de slachtoffers van geweld en onderdrukking met iets transcendent, iets religieus. Net zoals we ons leven aan God gaven, zijn we bereid ons leven te geven voor de zaak en die mensen.

De overtuiging doet ons soms opbranden omdat het eist dat we er alles voor opgeven. Zelfs de liefde. Ook ik was ooit verliefd en stond voor de moeilijke keuze tussen mijn roeping en die liefde. Ik koos voor mijn roeping, maar de herinnering aan die liefde die ik er voor liet vallen, doet me nog altijd pijn.

U bent hier om de Quetzalprijs te ontvangen van vzw Guatebelga. Deze vzw werd opgericht ter ere van de in Guatemala vermoorde scheutisten Serge Bertens en Walter Voordeckers. Wat betekent dit voor u?

Ricardo Falla: Ik heb Walter nooit gekend, maar Serge was een goede vriend van mij. Ik deed ooit een onderzoek voor hem in 1976 over de toekomstperspectieven van basisbewegingen. Achterop de moto nam hij me overal mee naar toe. Ik had hem heel graag, maar we gingen een verschillende richtingen op. Hij werd nog radicaler, ik ging naar Ixcan.

Hoewel ik niet uit ben op persoonlijke erkenning, is de prijs toch belangrijk voor mij. Ik ben momenteel bezig met een boek te schrijven over mijn ervaringen. Als je ondergedoken leeft, heb je veel tijd, en ik schreef veel. Ik bewaarde bijvoorbeeld veel communicatie van en met de guerrilla. Ik vrees dat de publicatie van mijn boek opnieuw beschuldigingen zal opleveren dat ik bij de guerrilla zat en dat ze me zullen proberen in diskrediet te brengen. Deze prijs helpt om dit te counteren.

Iemand van de organisatie Guatebelga komt op de deur kloppen, nu moeten we echt stoppen. Ricardo is wat ziekjes en oud en moet nog wat recupereren. Dankbaar rond ik af. Ik vond het een hele eer Ricardo Falla te kunnen interviewen. Zijn wijsheid, gedrevenheid en ervaringen inspireren me, maar na dit interview ook zijn menselijkheid. De passie waarmee hij me probeert uit te leggen wat de bevrijdingstheologie voor hem betekent. De tranen in zijn ogen wanneer hij me met gebroken stem over zijn verloren liefde vertelt.

Ook de humor gepaard met respect en strijd voor de slachtoffers inspireert. Voor we de kamer verlaten, haalt Ricardo een doosje met een kruis op uit zijn zak. Er zitten drie beentjes in. ‘De Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, grapt hij maar voegt er meteen serieus aan toe ‘van het bloedbad in Cuatro Pueblo.’

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)

Ricardo Falla toont het doosje met beenderen slachtoffers van het bloedbad Cuatro Pueblo

Frauke Decoodt (CC BY-NC-ND)​