Eredoctoraat KU Leuven voor Pakistaanse mensenrechtenadvocate
Mensenrechtenadvocate Hina Jilani: ‘Ons succes is dat we de strijd voor mensenrechten volhouden’

Mensenrechtenadvocate Hina Jilani krijgt een eredoctoraat van de KU Leuven.
© KU Leuven

Mensenrechtenadvocate Hina Jilani krijgt een eredoctoraat van de KU Leuven.
© KU Leuven
‘Ik benader genocide en mensenrechten niet emotioneel maar juridisch’, zegt de Pakistaanse mensenrechtenadvocate Hina Jilani. Maandag ontving ze aan de KU Leuven een eredoctoraat voor haar decennialange inzet. MO* sprak met haar over mensenrechten, religieuze politiek en Gaza.
Op 30 januari, enkele dagen voor Hina Jilani een eredoctoraat van de KULeuven ontvangt, vond in Pakistan grootschalig geweld plaats. Gewapende militanten vielen politiekantoren, legerposten en een gevangenis aan in minstens negen districten van de westelijke provincie Beloetsjistan. Daarbij kwamen zeker 33 burgers om het leven, 17 agenten of soldaten sneuvelden.
Bij de militaire reactie die volgde, zouden volgens de overheid 177 militanten gedood zijn. Grote kranten, weekbladen en tv-zenders besteedden geen aandacht aan de aanslagen of de repressie.
‘Je hoort nooit eens wat over Pakistan, ook al heeft het land alles om voortdurend in de internationale aandacht te staan.’ Die stelling gaat niet alleen op voor de recente gebeurtenissen, ze stond al in 1999 in een portret dat MO* bracht van de toenmalige winnares van de Koning Boudewijn Prijs voor Ontwikkeling, de Pakistaanse mensenrechtenactiviste Asma Jahangir.
27 jaar later ontvangt haar zus, Hina Jilani, op voordracht van de studentenraad een eredoctoraat van de KU Leuven voor haar jarenlange inzet voor mensenrechten, en in het bijzonder voor vrouwenrechten in Pakistan en wereldwijd.
Wie is Hina Jilani?
Hina Jilani studeerde rechten in Lahore. Samen met haar zus Asma richtte ze daar het eerste volledig vrouwelijke advocatenkantoor van Pakistan op, gevolgd door het eerste kantoor voor juridische bijstand aan mensen met beperkte middelen.
De zussen waren ook medeoprichters van de onafhankelijke Human Rights Commission of Pakistan. Hina stond ook aan de wieg van Dastak, een opvangcentrum dat vrouwen die vluchten voor partnergeweld, kindhuwelijken of eerwraak gratis juridisch advies en ondersteuning biedt.
In 1992 werd ze benoemd als advocaat bij het Hooggerechtshof van Pakistan. Ze was medeoprichter van het Women's Action Forum, dat de discriminerende wetgeving in het land aanvecht. Tussen 2000 en 2008 was ze de eerste Speciaal Vertegenwoordiger voor Mensenrechtenverdedigers bij de Verenigde Naties.
Sinds 2013 maakt ze deel uit van The Elders, een raad van wereldleiders opgericht door Nelson Mandela die zich inzet voor vrede en mensenrechten. Daarnaast is ze covoorzitter van de International Task Force on Justice.
Hina Jilani ontving tal van internationale onderscheidingen, waaronder de Millennium Peace Prize for Women (2001), de Stockholm Human Rights Award (2020) en de Genetta Sagan Award van Amnesty International (2000). Ze ontving ook al zes eredoctoraten.
‘Voor mij was “politieke gevangene” nooit een vaag of abstract begrip. Het was mijn vader’, zei Asma in het interview dat ik in 1999 met haar had. Is die familiale achtergrond ook de reden dat u rechten ging studeren en zich inzette voor mensenrechten?
Hina Jilani: ‘We zagen inderdaad hoe onze vader werd opgepakt en opgesloten omdat hij zich verzette tegen een illegaal, militair regime en opkwam voor democratie en fundamentele burgerrechten. We groeiden op met het besef dat je niet kunt zwijgen wanneer je onrecht ziet. We leerden ons uit te spreken, in plaats van alleen te klagen over het bestuur of de samenleving.’
‘Mijn vader was activist en politicus in een periode waarin mensenrechten onder militaire dictaturen op grote schaal werden geschonden. Hij ontkwam aan twee aanslagen op zijn leven. Maar wat daarna kwam, was vaak nog erger. Zowel Asma als ik werden lange tijd geconfronteerd met doodsbedreigingen en aanslagen. Een keer drongen extremisten mijn huis binnen en gijzelden mijn gezin. Maar in de tijd van mijn vader opereerde de oppositie ten minste gezamenlijk en op niveau. Vandaag is die oppositie afwezig, verdeeld en onverantwoordelijk. Tegelijk heeft de regering zich helemaal onderworpen aan de macht van het leger, dat nu alle touwtjes in handen heeft, ook al is de regering democratisch verkozen.’
Moeten mensenrechtenverdedigers zich dan richten tot de échte machthebbers – het leger – of blijft u de verkozen regering en het gerecht aanspreken?
Hina Jilani: ‘De regering, uiteraard. Zodra we ons tot de legertop wenden, geven we de strijd op en leggen we ons neer bij een machtsstructuur die ingaat tegen de rechtsstaat en de mensenrechten. Democratische instellingen moeten werkbaar en functioneel zijn, en het is aan ons om daaraan bij te dragen. Het is een strijd om de werkelijke macht bij de burgers te houden.’
‘Dat betekent niet dat er geen positieve voorbeelden zijn in de politiek of geen pogingen om de rechtsstaat te versterken. Zowel Benazir Bhutto als Nawaz Sharif hebben in het verleden geprobeerd er het beste van te maken. Als leiders van rivaliserende partijen sloten ze zelfs een akkoord waarin ze beloofden het leger niet tegen elkaar in te zetten. Uiteindelijk draait alles om het beschermen van de rechtsstaat.’
Ook wanneer regeringen hun best doen, blijft u een gedreven oppositiestem.
Hina Jilani: ‘Mensenrechtenorganisaties moeten altijd waakzaam blijven. Maar wij zijn de stem van buiten de muren van het parlement. De stem van het middenveld. De verdediging van de grondwet en de fundamentele rechten zouden vanuit het parlement zelf moeten worden gevoerd.’
Invloed van religie
Hoe verhoudt die strijd voor de rechtsstaat zich in Pakistan tot de druk om alle wetten ondergeschikt te maken aan de sharia? Sinds de religieus-militaire dictatuur van Zia ul-Haq, tussen 1978 en 1988, waakt de Raad voor Islamitische Ideologie daarover.
Hina Jilani: ‘Dat is een van onze grootste conflicten. De Raad is in wezen een nutteloze instelling, want het parlement is niet verplicht om haar advies te vragen of te volgen. Tegelijk botsen de islamistische ideologie en de grondwet. Islamitische waarden zijn sowieso niet bruikbaar om juridische besluiten te nemen of te onderbouwen, aangezien ze vatbaar zijn voor verschillende interpretaties door diverse rechtsscholen en tientallen sekten en stromingen. Fundamentele burgerrechten daarentegen zijn helder vastgelegd in de grondwet en in de wetten die het parlement heeft aangenomen.’
‘Er zitten wel spanningen in dat geheel, omdat de grondwet van 1956 ook al toegevingen aan de islamisten bevatte. Daardoor gebruiken de meeste rechters islamitische principes niet wanneer het over rechten gaat, maar sommigen doen dat wel, omdat de ruimte ervoor bestaat.’
Moeten mensenrechtenverdedigers in een land als Pakistan religieuze inmenging resoluut afwijzen, of moeten ze juist een beroep doen op islamitische geleerden die hun steun voor mensenrechten baseren op de Koran of de sharia?
Hina Jilani: ‘Dat laatste is een zinloze oefening. We hebben het geprobeerd, maar wie heeft dan het gezag en wiens interpretatie van de Koran, de hadith of de sharia moeten we volgen? Welke van de meer dan zeventig sekten? Er zijn meerdere geleerden over wie anderen een fatwa uitgesproken hebben.’
‘De rechten van vrouwen en minderheden worden gewaarborgd door de grondwet, door de wetgeving en vooral door internationale mensenrechtenverdragen. Daar hebben we de islamitische geleerden en hun onderlinge geschillen niet voor nodig. Mijn tijd en energie kan ik beter besteden dan aan dat soort onzin.’
Als de politieke islam in Pakistan aan invloed wint, wijst dat dan niet op een breed draagvlak onder de bevolking voor een meer islamitische samenleving?
Hina Jilani: ‘Hun macht groeit vooral omdat de staat islamistische groepen inzet tegen oppositiebewegingen die strijden voor democratische vrijheden. Die extreme stroming bestaat zeker, maar eigenlijk is ze niet echt doorgedrongen aan de basis. En ja, mensen bidden en hechten waarde aan hun geloof, maar dat betekent niet per se dat ze een islamitische staat willen – ook al is Pakistan dat sinds de grondwet van 1956. Mensen lopen niet de hele tijd met de Koran voor hun neus als ze hun dagelijkse leven leiden.’
Maar de wet op godslastering, die is onveranderbaar?
Hina Jilani: ‘Dat is inderdaad een groot probleem, omdat die wet wordt gebruikt als politiek wapen door de religieuze lobby. Wie ook aan de macht is, wie aan die wet probeert te raken, riskeert zijn leven of zijn regering. Toen Salman Taseer, de gouverneur van Punjab, in 2011 vermoord werd omdat hij het opnam voor een vrouw die onterecht van godslastering beschuldigd werd, durfde niemand van de regerende PPP-partij zelfs naar zijn begrafenis te komen.’
Er waren heel wat advocaten die maar al te graag de moordenaar wilden verdedigen...
Hina Jilani: ‘Ook onder advocaten heb je mensen met fundamentalistische ideeën, maar ze vormen zeker niet de meerderheid. Recent onderzoek heeft bovendien aangetoond dat de wet op godslastering vaak wordt misbruikt om mensen te chanteren. Het wordt ook steeds moeilijker om dit soort zaken te winnen, omdat iedereen angst heeft van de religieuze reactie. Vroeger werd een veroordeling in een districtshof vaak ongedaan gemaakt bij beroep voor een hooggerechtshof. Vandaag durft zelfs het opperste gerechtshof zo’n beslissing vaak niet meer te herzien.’
Gewapende en extremistische islamitische organisaties maken al decennia deel uit van de Pakistaanse samenleving.
Hina Jilani: ‘Zij maken geen deel uit van de samenleving, ze zijn gecreëerd door de staat, als onderaannemers van de oorlog tegen India.’

© KU Leuven
Patriottisme
De aanslagen in Beloetsjistan van het voorbije weekend werden door de Pakistaanse regering voorgesteld als terrorisme dat door India zou worden gesteund en aangestuurd. Hoe ga je als mensenrechtenverdediger om met zo’n gepolariseerde en gewelddadige realiteit?
Hina Jilani: ‘Het klopt dat we in een gewelddadige en gepolariseerde omgeving werken en daarom uitermate voorzichtig moeten zijn. Ik zie hoe complex de situatie is. Het geweld in Beloetsjistan komt niet uitsluitend voort uit de frustraties van de lokale bevolking tegenover de Pakistaanse staat. Er is wel degelijk een Indiase betrokkenheid. Maar wat voor ons echt telt, is dat alle aanslagen op burgers vreselijk en onaanvaardbaar zijn.’
‘Even onaanvaardbaar zijn pogingen om het Pakistaanse leger te verdelen en verder te politiseren. Wij hebben een familiale geschiedenis van verzet tegen de militaire inmenging in de politiek, en die zet ik met veel overtuiging verder. Maar ik aanvaard evenmin dat de politiek haar tegenstellingen oplegt aan het leger. In de politiek zo gevoelige regio van Zuid-Azië kunnen we ons dat eenvoudigweg niet veroorloven.’
Wie zich in Zuid-Azië kritisch uitlaat over de regering, loopt steeds vaker het risico te worden beschuldigd van anti-nationale propaganda.
Hina Jilani: ‘Voor mij betekent patriottisme niet het geloof dat Pakistan fantastisch is, maar het engagement om het land beter te maken. Of Pakistan het goed doet, meet je af aan hoe het gaat met de mensen, zij zijn de echte maatstaf van nationale grootsheid of vooruitgang. Een van onze belangrijkste opdrachten is om net die burgers bewuster te maken van het belang van rechten en rechtsstaat, in plaats van hen over te laten aan de populistische krachten die bereid zijn de belangen van het leger te dienen.’
Als u zegt dat u trots wil zijn op Pakistan omdat ...
Hina Jilani: ‘Ik wil niet “trots zijn op Pakistan”, ik wil leven in een Pakistan waarin iedereen verzekerd is van fundamentele rechten.’
Veel Pakistanen voelen zich eerst Punjabi, Pasjtoe, Beloetsj of Sindhi. Is dat een extra uitdaging voor uw werk?
Hina Jilani: ‘Die regionale identiteiten zijn minder een probleem dan de obsessie van de staat met een homogene identiteit. Sinds 1947 heeft die obsessie de staatsideologie geduwd richting islam als de enige gedeelde identiteit. De drang naar één duidelijke, gedeelde identiteit heeft Pakistan blind gemaakt voor de noden van diverse minderheden en zelfs voor de eisen van de Bengaalse meerderheid, wat uiteindelijk leidde tot de splitsing en de vorming van Bangladesh. Ook dit probleem ontstond trouwens eerder in de hoge militaire kringen dan in de politieke wereld.’
Niet dat de politieke wereld zonder zonden is.
Hina Jilani: ‘Zeker niet. Maar voor mensenrechtenadvocaten gaat het niet om zuiverheid, maar om rechten. Daarom neem ik klachten van partijen die soms de democratie ondergraven even ernstig als andere klachten. Maar “ernstig nemen” betekent ook: onderzoeken wat er van waar is. Alleen zo kun je de regering effectief confronteren met misbruik.
Ik verdedig kranten die mij aanvallen, omdat het recht op vrije meningsuiting en informatie belangrijker is. Als advocate heb ik zelfs terroristen verdedigd – het soort extremisten die mijn leven en dat van Asma bedreigden – niet omdat ik het ook maar een beetje eens was met hun overtuigingen, laat staan met hun methodes, maar omdat ze rechten hebben die gerespecteerd moeten worden. De wet geldt, ongeacht wie beschuldigd wordt.’
‘Wat echt telt, is de strijd. We slagen niet altijd in wat we proberen, maar volhouden is belangrijker. Voor mij is “succes” geen beloning voor een gewonnen zaak, maar de bevestiging dat we doorgaan met de inzet voor mensenrechten, democratie en menselijke waardigheid. Zolang wij de strijd volhouden, blijft de hoop leven. Elk gevecht toont de bevolking dat de grondwet rechten en vrijheden garandeert, en dat er mensen zijn die zich daarvoor inzetten. Het herinnert de regering eraan wat ze moet beschermen en wat ze niet mag schenden. We moeten duidelijk maken dat we wel degelijk iets kunnen doen, ook al winnen we niet elke strijd of zaak.’
Wel of geen genocide?
U wil de regering houden aan de wetten en rechten die vastgelegd zijn. Maar niet alle wetten zijn perfect. Hoe staat het bijvoorbeeld met de wettelijke rechten van vrouwen in Pakistan?
Hina Jilani: ‘De rechten van vrouwen gaan er steevast op vooruit, vaak ondanks en niet dankzij de opeenvolgende regeringen. Onze focus ligt daarom op de samenleving: het duidelijk maken waarom mensenrechten belangrijk zijn voor iedereen die zich gediscrimineerd of benadeeld voelt – want vaak zien mensen onrecht helemaal niet als een kwestie van rechten.’
‘Bovendien gaan ook gewone mensen zich te buiten aan geweld tegen minderheden of vrouwen. Wij willen iedereen duidelijk maken dat bijvoorbeeld rechten voor vrouwen perfect verdedigbaar zijn in een moslimland als Pakistan.’
U investeerde heel veel tijd in de strijd voor vrouwenrechten.
Hina Jilani: ‘Ik werd op de eerste plaats geraakt door de kwestie van gendergeweld, maar het gaat daarbij niet alleen om vrouwen en gender. Wat mij drijft, is de fundamentele minachting voor rechten en menselijke waardigheid. Het ontkennen van het recht op waardigheid en gelijkwaardigheid.’
Uw internationale mensenrechtenwerk richtte zich op genocide en op Gaza, al lang voordat in 2023 daar de hel losbarstte. Wat heeft dat onderzoek in Gaza, maar ook in het Soedanese Darfur, u geleerd over wat er zich de voorbije twee jaar heeft afgespeeld?
Hina Jilani: ‘In 2006 maakte ik deel uit van een VN-onderzoeksteam naar het geweld in Darfur. Veel westerse regeringen wilden toen graag horen dat er sprake was van genocide. De Verenigde Staten maakten dat duidelijk in ontmoetingen met de commissie. We gingen ter plaatse en onderzochten de getuigenissen, en we stelden wel degelijk extreem geweld vast, uitroeiing, slachtingen en een resem mensenrechtenschendingen.’
‘Maar we konden niet bevestigen dat er sprake was van genocide, zoals internationaal gedefinieerd, omdat een duidelijke intentie ontbrak. Dat heb ik ook benadrukt in een gesprek met Ban Ki-moon, tijdens de procedure voor de benoeming van de VN Hoge Vertegenwoordiger voor Mensenrechten: ik benader zulke vragen niet vanuit emotie, maar vanuit een juridisch kader.’
‘Ook tijdens het onderzoek naar de Israëlische acties tegen Gaza in 2009 vonden we geen of onvoldoende aanwijzingen om het geweld “genocide” te noemen, zelfs al leek alles wat nodig was om te overleven toen al vernietigd was. De huidige oorlog tegen Gaza volg ik sinds het eerste begin zeer nauwgezet, en ik ben ervan overtuigd dat dit wel degelijk een geval van genocide is. Zeker nu de Amerikaanse president het allemaal mogelijk maakt en internationaal legitimeert met zijn zogenaamde Vredesraad. Eerder was ik al geschokt door het gebrek aan verontwaardiging over het geweld tegen de Palestijnen. Ook de islamitische landen bleven zwijgen.’
Pakistan aanvaardt zelfs Trumps uitnodiging om deel te nemen aan zijn “vredesraad” voor Gaza.
Hina Jilani: ‘Dat is een enorme vergissing. Pakistan probeert zoete broodjes te bakken met Trump, maar dat is een wankel en eindig verhaal. Het argument is dat wij een verschil kunnen maken “van binnenuit”, maar vroeg of laat zullen ze inzien dat het zo niet werkt. Wie zal luisteren naar Pakistan? Zelf geloof ik veel meer in het traject dat we met The Elders volgen, en dat bijvoorbeeld pleit voor de vrijlating van Palestijnse leiders zoals Marwan Barghouti.’
Lees meer
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in



