Hoe deze professionele leugendetector de praatjes van machthebbers doorprikt

Zonder deze man waren er nooit LuxLeaks of SwissLeaks-onthullingen geweest. In de loopbaan van de Amerikaanse onderzoeksjournalist Chuck Lewis (62), oprichter van het International Constortium of Investigative Journalists (ICIJ), is er één rode draad: de zoektocht naar de waarheid. MO* sprak met een van de grootste legendes van de Amerikaanse onderzoeksjournalistiek.

© Wiepke Boogaerts

Chuck Lewis: ‘We gaan er van uit dat het publiek weet wat de waarheid is. Onterecht.’

Mijnheer Lewis, u nam als jonge dertiger ontslag als producer van 60 minutes, een van de belangrijkste Amerikaanse nieuwsprogramma’s. Anderen zouden een moord plegen voor die baan. Waarom stapte u op?

Chuck Lewis: 60 minutes is inderdaad al sinds 1976 een top-nieuwsshow in de VS, met liefst veertig miljoen kijkers. Mijn taak was om in de loop van het onderzoek de zogenaamde slechteriken voor de camera te halen. Maar het werkte op mijn zenuwen dat de oprichter van de show en andere redacteurs mijn verhalen soms wilden aanpassen.

De druppel die de emmer deed overlopen, was een verhaal over Amerikaanse overheidsfunctionarissen die voor veel geld aan de slag gingen voor buitenlandse overheden. Een van de personen in kwestie was een bekende en steenrijke bankier, die nog voor Richard Nixon had gewerkt als kabinetschef. Hij bleek echter de beste vriend te zijn van de oprichter van 60 Minutes, en daarom mocht zijn naam niet in het programma aan bod komen.

‘Chuck, is jouw verhaal niet een beetje te lang?’, kreeg ik te horen. Ik ben echter niet tot dat soort compromissen bereid. De volgende morgen nam ik ontslag. Ik had toen een jonge dochter, een hypotheek af te betalen en geen dollar op mijn spaarrekening.

Toch verloor u uw geloof in journalistiek niet.

‘We hebben elke cent opgespoord die Amerikaanse presidenten in hun leven hebben ontvangen.’

Chuck Lewis: Ik kon wel bij andere tv-netwerken aan de slag, maar na een tijdje was ik de televisie wat beu. Bovendien zaten printmedia niet te wachten op tv-journalisten. Daarom heb ik in 1989 dan maar het Centre for Public Integrity opgezet. Want elk verhaal dat ik tot dan toe had uitgespit –of het nu ging om een bedrijf, de regering of een ambtenaar– kwam altijd neer op integriteit. Twee bevriende journalisten stapten mee in het project.

In de voorbije kwarteeuw heeft het Centre for Public Integrity meer dan 300 onderzoeksrapporten gepubliceerd. Op welk verhaal bent u het meest trots?

Chuck Lewis: Zes maanden na de Amerikaanse invasie in Irak, in 2003, hebben we alle overheidscontracten voor de oorlogen in Irak en Afghanistan publiek gemaakt. De regering-Bush had geprobeerd die informatie geheim te houden. Daarom sleepten we het leger en het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een federale rechtbank. De rechter gaf ons gelijk.

Zo konden we onder meer de hand leggen op het zeven miljard dollar-contract van Halliburton, het voormalige bedrijf van vicepresident Dick Cheney. Dat publiceerden we online, evenals de top-vijftig van de bedrijven die lucratieve oorlogscontracten in de wacht hadden gesleept. Vaak werkten in hun bestuur voormalige generaals en admiraals van het Amerikaanse leger.

Dat soort contacten waren nog nooit publiek gemaakt, dus dat was wel cool. Aan die onthulling hebben we met 20 personen gewerkt, zeven dagen op zeven, zes maanden lang.

Verder is het Centre for Public Integrity ook bekend om zijn berichtgeving over de financiering van Amerikaanse presidenten. Het onderzoek The buying of the president kwam uit in 2004. We hebben elke cent opgespoord die Amerikaanse presidenten in hun leven hebben ontvangen, en vervolgens een top-tien van donateurs opgesteld. Meteen werd ook duidelijk dat die donateurs ook heel wat in ruil hebben gekregen.

CC David Robinson BY NC 2.0

Woorden versus daden

Ook in uw meest recente boek heeft u het gemunt op de Amerikaanse presidenten. In 935 Lies somt u alle leugens op die George W. Bush en andere functionarissen vertelden in de aanloop naar de oorlog in Irak, onder meer over vermeende massavernietigingswapens in Irak.

Chuck Lewis: In de twee jaren volgend op 11 september 2011 waren er dat nogal wat. President Bush loog 260 keer, buitenlandminister Colin Powell 254 keer, defensieminister Donald Rumsfeld 109 keer… Er was gewoon nog niemand die al die leugens had opgeteld. Negen onderzoekers hebben gedurende 2,5 jaar alle overheidswebsites en persberichten doorploeterd, op zoek naar onwaarheden. Door die chronologisch in kaart te brengen, zag je twee pieken in de leugens: net voor het Amerikaanse parlement zich boog over de vraag om ten oorlog te trekken, en net voor Colin Powell zijn beruchte toespraak hield in de VN-Veiligheidsraad.

‘De verspreiders van valse informatie komen er vaak een hele tijd mee weg.’

Het Witte Huis ontkende meteen alles, maar heel de wereld bracht verslag uit over ons onderzoek. En een maand later gaf de persvoorlichter van de president toe dat hij leugens had verkondigd. In zijn memoires schreef hij dat hij het publiek had misleid.

Hoe kwam u op het geniale idee voor dat onderzoek?

Chuck Lewis: Een jaar na de invasie in Irak, nota bene nadat president Bush zelf al had toegegeven dat er uiteindelijk toch geen massavernietigingswapens waren in Irak, gaf maar liefst 60 procent van de Amerikanen in opiniepeilingen aan nog steeds te geloven dat Saddam die wapens wél had.

Doorgaans focus ik als onderzoeksjournalist op wat iemand doet, niet op wat iemand zegt. Dat onderzoek over 935 leugens was de eerste keer in mijn loopbaan dat ik me toelegde op uitspraken veeleer dan daden.

Recente voorbeelden uit de actualiteit –van het Volkswagenschandaal tot fraude met vis in Brusselse klasserestaurants– doen uitschijnen dat we aan de lopende band worden belazerd. Bij welke signalen gaan bij u, professionele leugendetector, de alarmbellen af?

Chuck Lewis: Wanneer je een systemisch patroon ontwaart waarin er iets gewoon niet in de haak lijkt; wanneer het lijkt alsof men op automatische piloot antwoordt. Doorgaans geef ik mensen een tijdlang het voordeel van de twijfel, maar plots merk je dan toch desinformatie op die niet matcht met de rest van wat iemand vertelt.

Meestal duurt het een hele tijd vooraleer de echte waarheid naar boven komt. Soms duurt het decennia. De verspreiders van valse informatie komen er vaak een hele tijd mee weg.

Leugens komen in twee gedaantes

Wat is de grootste leugen van de regering-Obama?

Chuck Lewis: Leugens komen in twee gedaantes: ofwel lieg je openlijk ergens over, ofwel laat je bewust iets weg dat relevant is. Obama heeft in zijn presidentscampagne van 2008 niet één keer het woord drones vermeld. Dat is misschien niet echt een leugen. Maar niemand kon weten dat Obama, die zich uitsprak tegen de oorlog in Irak, honderden burgers zou laten vermoorden die mogelijk niets te maken hadden met terrorisme. Een of andere jurist in het Witte Huis of het ministerie van Justitie dat het legaal was, en daar hield het bij op. Dat vind ik aanstotelijk en verwerpelijk. En het is niet de enige leugen.

Pas binnen een paar decennia zullen we de echte waarheid kennen over de regering-Obama. De e-mails en interne documenten zullen immers decennialang afgeschermd blijven voor het grote publiek. Dat geldt trouwens voor alle presidenten.

Besef je dat we nog altijd de documenten niet in handen hebben van de Iran-Contra-affaire, het ergste schandaal na Watergate? Waarom? Omdat de twee voormalige presidenten Bush die documenten niet publiek willen maken, ook al is het al bijna dertig jaar geleden dat de affaire is onthuld.

Over Amerika’s drone-oorlog is natuurlijk wel al wat bekend, denk maar aan The Drone Papers gepubliceerd door nieuwssite The Intercept.

Chuck Lewis: Dat klopt. Bij The Intercept ging het om een lek vanuit de overheid. Daarnaast heb je nog het onderzoek Covert Drone War door het Britse Bureau of Investigative Journalism. Zij hebben op basis van nieuwsberichten wereldwijd in kaart gebracht hoeveel burgers zijn vermoord door drones. Je hebt dus verschillende manieren om de feiten boven te spitten.

Binnen het Witte Huis en het ministerie van Justitie beslisten advocaten dat het in sommige gevallen toegestaan is om te moorden.

Het meest verontrustende is dat er advocaten zijn binnen het Witte Huis en het ministerie van Justitie die beslisten dat het in sommige gevallen toegestaan is om te moorden. Obama was daarvan op de hoogte. Je kunt over de slachtoffers zeggen wat je wil –‘de klootzakken hebben het verdiend’– maar ik herinner me geen enkele discussie over de vraag of we overal ter wereld mensen moeten gaan vermoorden. Sorry, ik ben op dat vlak misschien ouderwets, maar ik vind dat over dat soort beslissingen gedebatteerd moet worden.

Als één organisatie erin geslaagd is om een wereldwijd debat op gang te trekken, dan wel ICIJ, het internationale samenwerkingsverband tussen onderzoeksjournalisten dat u in 1997 heeft opgezet.

Chuck Lewis: Begin jaren negentig woonde ik in Moskou een internationale conferentie over onderzoeksjournalistiek bij, samen met onder meer Phillip Knightley, Anthony Samson en Carl Bernstein. ‘Als ik de activiteiten van een bedrijf in Sri Lanka en Thailand wil bestuderen,’ zei Knightley, ‘heb ik het budget niet om ter plekke te gaan. Kunnen jullie mij niet helpen? Dan zal ik jullie helpen als jullie iets in Londen nodig hebben. Laten we samenwerken.’

Zo is bij mij het idee ontstaan om vanuit het Centre for Public Integrity de beste journalisten ter wereld te laten samenwerken, de jedi knights van onderzoeksjournalistiek op planeet aarde. Het heeft vijf jaar geduurd om daarvoor de financiering rond te krijgen.

In 1997 zijn we dan van start gegaan met een netwerk van 76 journalisten uit 41 landen. Intussen is dat uitgegroeid tot 190 journalisten uit 65 landen, en heeft ICIJ 25 internationale onderzoeken gerealiseerd. Daar ben ik best trots op.

Patronen ontwaren

Het eerste ICIJ-onderzoek focuste op tabakssmokkel.

Chuck Lewis: Ik ergerde mij al langer aan dat product dat honderd miljoen doden heeft gemaakt in de 20ste eeuw. Maar het was Duncan Campbell, een Britse journalist, die opmerkte dat Wereldhandelsorganisatie-data aantoonden dat een derde van de wereldwijde tabaksproductie nooit verkocht werd. Jaar na jaar. Waarom zou je miljarden sigaretten produceren om ze uiteindelijk niet te verkopen? De reden was: omdat de producenten hun eigen product smokkelden. Al die Marlboro-pakjes die op straathoeken verkocht werden, waren geen toeval. Het was een manier om miljarden dollar belastingen te omzeilen.

Elf journalisten uit zes continenten stortten zich op de affaire. Via allerhande rechtszaken konden we de hand leggen op tienduizenden documenten van British Tobacco. Die hebben we geïndexeerd om ze te kunnen bestuderen. We begonnnen patronen te ontwaren maar waren op zoek naar informatie over smokkel. In de interne documenten van British Tobacco dook dat woord nergens op. Maar een Colombiaanse journaliste vond uiteindelijk wél een document waarin het woord smokkel werd gebruikt.

Uiteindelijk publiceerden we een verhaal van vijfduizend woorden op onze website. Binnen de 48 uur kondigden drie landen –Brazilië, Argentinië en de UK– een gerechtelijk onderzoek aan naar British Tobacco.

Toen ging het om elf journalisten. Bij SwissLeaks, het laatste ICIJ-onderzoek, sloegen liefst 140 reporters de handen in mekaar.

Chuck Lewis: Een bijkomend verschil is dat nu meer dan veertig topmedia deel uitmaken van ICIJ. En ook technologie heeft geholpen. Vandaag kun je op een beveiligde manier gegevens ter beschikking stellen voor je wereldwijde netwerk van journalisten. Dat was in de begindagen nog niet mogelijk, met al die stapels papier. Digitalisering heeft zeker een rol gespeeld.

© Wiepke Boogaerts

Nadat u eerder een lans brak voor meer samenwerking tussen journalisten, pleit u nu ook voor een krachtenbundeling tussen journalisten en wetenschappers.

Chuck Lewis: Er zijn zeer veel data voorhanden, terwijl er steeds minder journalisten zijn –in Amerika de helft minder dan twintig jaar geleden. We hebben dus meer data-experten nodig die door miljoenen gegevens kunnen gaan.

Als professor aan de American University merk ik dat veel collega’s jarenlang werken aan hun eigen data-onderzoek, om uiteindelijk een werkstuk te schrijven dat niemand leest. Daarom werk ik momenteel aan een boek over de samenwerking tussen datajournalisten, academici en onderzoeksjournalisten.

‘Onderzoeksjournalisten worden gedreven door temperament, nieuwsgierigheid, verontwaardiging.’

In samenwerking met een professor antropologie hebben we in augustus 2015 een overzicht gepubliceerd van alle 800 Amerikaanse militaire basissen op aarde –waaronder zogenaamde lily pads (letterlijk: waterlelies), kleine basissen die enkel worden gebruikt om bij te tanken of wapens in te slaan. Dat soort mapping van Amerikaanse militaire aanwezigheid hadden journalisten nog nooit gedaan.

Wat maakt iemand tot een goed onderzoeksjournalist?

Chuck Lewis: Je hebt het type journalist dat dagelijks verslag uitbrengt over de actualiteit. De president zegt dit, de premier doet dat. Ze schrijven hun artikel, gaan naar huis en hebben een leuke avond met hun gezin. De volgende dag keren ze terug naar de redactie en werken aan een ander verhaal. Zo werkt de grote meerderheid van de journalisten. Een onderzoeksjournalist echter moet bereid zijn om gedurende maanden met een verhaal te leven.

Het is een puzzel die je niet loslaat. Er is iets niet in de haak met een bedrijf of politicus en je wil absoluut achterhalen wat er speelt. Je wordt er gek van. Sommigen zijn gewoon niet geïnteresseerd om dat uit te zoeken, of het valt hen niet op. Maar anderen kunnen niet wachten om eraan te beginnen.

Het gaat om temperament, nieuwsgierigheid, verontwaardiging. John F. Kennedy heeft zichzelf ooit omschreven als een idealist zonder illusies. Ik denk dat onderzoeksjournalisten vinden dat het systeem op de ene manier moet functioneren, maar zich afvragen waarom het dan toch op een andere manier werkt. Ze zijn daardoor geïrriteerd.

CC Spiralstares BY NC ND 2.0

Op uitnodiging van Journalismfund.eu werd Chuck Lewis op 7 december 2015 door Kristof Clerix geïnterviewd bij deBuren in Brussel. Bovenstaand interview is de neerslag van dat gesprek.

LEES OOK

© Ruth Govaerts
Naar aanleiding van ons 15-jarig bestaan, organiseren wij in december drie boeiende evenementen over het thema ‘écht nieuws’.
Via een korte enquête willen we je graag enkele vragen stellen over onze website. Je maakt bovendien kans om een reiswaardebon van 200 euro te winnen.
© Brecht Goris
Nadat ik het contract had getekend waardoor ik hier niet langer columniste ben maar halftijds redacteur klimaat bij MO* word, kwam nog een laatste vraag.
Wereldmediahuis vzw is de uitgever van het kwartaalmagazine MO* en de nieuwswebsite MO.be.