Marjane Satrapi: 'Sancties maken krachten van verandering kapot'

Marjane Satrapi werd wereldberoemd door haar Persepolis-graphic novels. Deze week was de Frans-Iraanse in Brussel om haar nieuwe film ‘The Voices’ voor te stellen. Een uitgebreid interview over Persepolis, oma’s, doodsobsessie, haar liefde voor cinema en een onwankelbaar geloof in het humanisme.

© Filip Vanzieleghem

‘Als ik echt rijk had willen worden, dan had ik Persepolis 5 moeten doen.’

Grappig, cassant, zelfzeker. Marjane Satrapi is het allemaal, zelfs als ze na een lange dag van interviews voor een gigantische Bozar-zaal verschijnt en haastig haar jas uitdoet.

‘Wat fijn dat u bent blijven zitten’, zegt ze spontaan tegen het publiek. ‘Het gros van de bioscoopgangers verlaat altijd haastig de zaal als men de regisseur op het podium ziet stappen’.

Als haar gevraagd wordt of ze net zoals het hoofdpersonage in haar nieuwe film stemmen hoort, proest ze het uit. ‘Nee, ik heb geen hond in mijn hoofd. U wel misschien? En er is ook geen kat. Bovendien hou ik niet eens van honden. Die werken me op de zenuwen’.

‘Wat me tegen de borst stuitte waren de gemeenplaatsen over Iran.’

Het klinkt gek maar Satrapi lijkt echt op haar strippersonage Marji uit Persepolis. En wat hen verbindt is veel fundamenter dan lichaamsbouw of haarkleur en -lengte.

Ze stralen dezelfde energie en vrijheid uit en zijn verfrissend recht voor de raap. ‘Als ik echt rijk had willen worden, dan had ik Persepolis 5 moeten doen’, zegt ze. ‘Man, hadden ze daar geld voor over. Maar mij interesseerde het niet. Ik was klaar met dat hoofdstuk’.

Marjane Satrapi: In 1999 ben ik aan Persepolis begonnen omdat ik nood had aan een eigen statement. Het ging mij niet om een politieke of sociologische analyse van mijn geboorteland. Wat me tegen de borst stuitte waren de gemeenplaatsen over Iran die altijd weer werden geventileerd, als betrof het een natie van zeloten.

Ach, in zeker opzicht begrijp ik die wel: Iran is sinds de Islamitische Revolutie van 1979 grotendeels afgesloten gebleven van het Westen. Wat we niet kennen, stellen we simpel voor, we kijken niet verder. Alleen als je ergens lang mee bezig bent geweest, besef je hoe complex iets is, en hoe beperkt je eigen kijk erop.

© Satrapi, ‘Persepolis’, uitgegeven bij Atlas Contact.

‘Af en toe heeft de minderheid het bij het rechte eind, al betaalt ze voor het vasthouden aan die overtuiging vaak een hoge prijs. Maar dat moet dan maar.’

Ik wilde in Persepolis mijn eigen verhaal vertellen, maar ook uitdrukken hoe het voelt als je land plots helemaal anders wordt, als jouw gelijk verdrukt wordt door het gelijk van God, van de Staat, van de meerderheid.

‘We verliezen veel tijd met pogingen om te behagen, om geen vijanden te maken, om aan de winnende kant te staan.’

Persepolis heeft zoveel mensen aangesproken precies omwille van dat perspectief. Met een natie kan je je niet identificeren, met een meisje wel. Bovendien lijkt dat kind verdraaid sterk op haar leeftijdsgenootjes elders in de wereld, toch?

Ik denk nog vaak aan mijn grootmoeder, die me voorhield dat mensen altijd over je roddelen, ongeacht je gedrag. Bijgevolg is het cruciaal dat je een eigen mening ontwikkelt en daar naar handelt. We verliezen al te veel tijd met pogingen om te behagen, om geen vijanden te maken, om aan de winnende kant te staan.

Ondertussen weet ik dat de meerderheid vaak geen gelijk heeft, anders was de wereld een veel betere plek. Af en toe heeft de minderheid het bij het rechte eind, al betaalt ze voor het vasthouden aan die overtuiging vaak een hoge prijs. Maar dat moet dan maar.

Over uw grootmoeder schreef u Broderies (vertaald als ‘Kruissteekjes’) en ik lees dat Poulet aux prunes gebaseerd is op het verhaal van uw oom van moederskant. Bepaald veel familiezaken.

‘Eigenlijk is Poulet aux prunes een veel autobiografischer verhaal dan Persepolis.’

Marjane Satrapi: Ja en nee. Broderies heb ik geschreven tussen het derde en het vierde deel van Persepolis, als een vorm van ontspanning. Ik vond de verhalen die vrouwen elkaar vertellen terwijl hun mannen een middagdutje doen, zelf erg vermakelijk. En als ze mij aan het lachen brengen, waarom zouden ze dan geen groter publiek kunnen amuseren? Bovendien was het ook een antwoord op dat eeuwige beeld van de onderdrukte vrouw in het Midden-Oosten.

Poulet aux prunes kan je niet echt een familieverhaal noemen. Ik werd geïnspireerd door een anekdote over een oom van moederszijde, dat klopt. Die man ging dood aan een gebroken hart. Al de rest is verzonnen.

‘Misschien klinkt dat gek, maar eigenlijk is Poulet aux prunes een veel autobiografischer verhaal dan Persepolis. Ik kon er mezelf veel makkelijker in kwijt. Immers, mensen zouden in het personage van de virtuoze maar ongelukkige muzikant niet zoeken naar aanwijzingen uit mijn leven, zoals ze dat met Persepolis wel deden. Ik hoefde dus minder aan zelfcensuur te doen’.

Het hoofdpersonage, Nasser Ali Khan, is een melancholische man met een gebroken hart die wordt geobsedeerd door de dood.

‘Mijn kennis en kunde worden groter. En precies op het moment dat ik het allemaal op een rijtje heb, moet er een einde aan komen.’

Marjane Satrapi: Klopt. En daar herken ik me in. Ik ben evenmin makkelijk om mee te leven en ik kan niet ontkennen dat ik een doodsobsessie heb.

Het is gewoon oneerlijk: toen ik twintig was, had ik helemaal geen idee van wie ik was of wat mijn talenten waren. Naarmate ik ouder word, weet ik almaar beter wat ik kan en hoe de dingen voor mij moeten zijn. Mijn kennis en kunde worden groter. En precies op het moment dat ik het allemaal op een rijtje heb, moet er een einde aan komen. Dat is een ontzettende verspilling. Kan iemand mij daar de logica van uitleggen?

U begon als tekenaar van graphic novels maar ondertussen hebt u ook vier films gemaakt. Ligt het regisseursvak u beter?

Marjane Satrapi: Laat ik zeggen dat tekenen mijn eerste liefde was, maar dat ik nu helemaal weg ben van cinema. Toen het idee om Persepolis te verfilmen voor het eerst werd geopperd, was ik er absoluut geen voorstander van. Maar tegelijk was er een klein stemmetje in mijn hoofd dat zei: misschien leer je er iets van, probeer het gewoon.

‘Er was een klein stemmetje in mijn hoofd dat zei: misschien leer je er iets van, probeer het gewoon.’

Ik heb er geen seconde spijt van gehad. Film is zoveel meer. Ik kan in een boekje een eigen universum uitwerken, mijn verhaal tekenen en schrijven, maar na afloop zal ik niet verwonderd zijn over het resultaat. Het overstijgt mij niet.

Film daarentegen is een samenwerking tussen zoveel verschillende mensen en talenten dat je elke keer weer wordt weggeblazen. Ik kan nog zo goed bedenken dat de dialoog zo of zo moet lopen, wat de acteurs er uiteindelijk van maken, dat overtreft mij. Er zijn zoveel verrassingen, perspectieven waar ik zelf niet aan dacht. Je verliest de controle, en daar hou ik wel van’.

Kon u als kind in Iran veel films zien?

‘Ik had een hele cinefiele vader, die me voor de Revolutie vaak meenam naar de bioscoop.’

Marjane Satrapi: Absoluut. Ik had een hele cinefiele vader, die me voor de Revolutie vaak meenam naar de bioscoop. Na 1979 werd alles moeilijker, maar je had natuurlijk de zwarte markt in VHS-kopieën. Geregeld kwam er een man met een koffer vol nieuwe films bij ons langs. We kochten het gros ervan en keken gemiddeld naar één film per dag. Tal van genres.

Ik herinner me hoeveel ik hield van ‘The Deer Hunter’, en dat ik fan was van Batman, maar niet hoog opliep met Superman. Voor mij gaat het ook niet om een bepaald genre. In elk genre zijn er erg goede films en ware draken. Niets erger dan een slechte film over een goed onderwerp’.

The Voices lijkt in niets op uw eerdere werk. Het is een Amerikaanse prent, die bovendien is gebaseerd op een scenario dat op de zwarte lijst stond van onverfilmbare verhalen. Hoe kwam u erbij om uitgerekend voor dit verhaal te kiezen?

Marjane Satrapi: Sinds het succes van Persepolis heb ik een Amerikaanse agent, wat concreet betekent dat ik bestookt wordt met voorstellen voor verfilmingen. Het gros daarvan zijn variaties op Sex and the City. Je bent een vrouwelijke regisseur, zo gaat de redenering, dus zal je wel geïnteresseerd zijn in dat soort dingen. Niet dus.

The Voices’ is vanaf 11 maart te zien in de bioscoop.

Op een dag krijg ik The Voices aangeboden, een verhaal over een schizofrene seriemoordenaar, wiens belangrijkste gespreksgenoten zijn kat en zijn hond zijn. Zoiets had ik nog nooit gezien en het viel in geen enkel genre onder te brengen.

Pratende huisdieren zijn een artistieke uitdaging. Hoe verkoop je die aan een volwassen publiek? En het punt met de moordenaar was dat ik hem ontzettend sympathiek vond. Jerry had niets van het gruwelijke monster dat je doorgaans afgeschilderd ziet, integendeel. Zelfs al bewaart hij de hoofden van zijn slachtoffers in de ijskast, toch voel je onbewust empathie voor hem, is hij beul of juist slachtoffer?

Bovendien wilde ik dat het geheel lichtvoetig zou zijn. Er moest een loopje worden genomen met de dramatiek en toch moest het verhaal overeind blijven.

Aantrekkelijk was ook het feit dat ik voor het eerst zou werken op basis van een scenario dat iemand anders had geschreven. Met andere woorden: de wereld die je wordt aangereikt, is de jouwe niet. De wendingen waar Michael R. Perry mee komt, zou ik nooit bedenken. Dat is tegelijk verrijkend en aartsmoeilijk. Als regisseur moet je je dat vreemde universum eigen maken, anders kan je het verhaal niet omzetten in een film.

Ik moet wel zeggen dat het erg lastig was om voldoende fondsen te vinden. Huisdieren die praten, daar geloven producenten niet in. Dan doet je het met minder centen, maar dat moet je compenseren met harder werk, meer voorbereiding. 

Hoe beviel het u om in de VS te werken ?

‘Amerikaanse producenten bemoeien zich voortdurend met wat je doet.’

Marjane Satrapi: Het was erg interessant, precies omdat het zo anders is, en in dat opzicht valt er veel van te leren. Kijk, als het gaat over montage, decors,… dan heb ik uiteraard gewerkt met de vaste ploeg die ook aan mijn vorige films meewerkten. Het duurt jaren vooraleer je je hebt weten te omringen met precies die mensen die op jouw golflengte zitten inzake toon en esthetiek. Hen vervangen zou ontzettend dwaas zijn.

Maar het systeem waarbinnen je in de VS werkt, is helemaal anders. Amerikaanse producenten bemoeien zich voortdurend met wat je doet. Je moet hen uitleggen waarom de scène in de dertigste minuut zo begint en aldus uitpakt. Dat is op zich erg vermoeiend maar tegelijk kom je door die explicitering tot betere resultaten. Soms ontdek je dat het niet werkt, en dat het alternatief beter is’.

The Voices is een volstrekt andere Satrapi-film, maar wat me wel opvalt, is uw typische kleurengebruik. Zo hebben de fabrieksarbeiders in deze op zich erg alledaagse setting roze uniforms en heftrucks. En ook in de muzikale scènes slaagt u erin om heel erg buiten de lijntjes te kleuren.

‘Voor mij is schoonheid de grootste bron van troost.’

Marjane Satrapi: Uiteraard. Ik heb altijd een bijzondere band gehad met kleur. Film is voor mij het medium bij uitstek voor de verbeelding. Een realistische prent, een ding in 3D? Nee bedankt. Mijn eigen leven is al realiteit, ik besta in 3D. Wat is, hoef ik niet uit te vinden. Creatie moet iets toevoegen, niet alleen in intellectuele zin. Ik zie erg veel goede maar lelijke films. Vraag me niet om voorbeelden, regisseurs hebben altijd lange tenen. Maar het klopt wel, en het is ontzettend jammer.

Voor mij is schoonheid een van de meest fundamentele dingen van het bestaan, wellicht de grootste bron van troost. Schoonheid maakt ons betere mensen. Kijk naar de Renaissance, een van de grootste bloeiperiodes van de westerse beschaving. Op weinig andere momenten is er zoveel schoonheid gecreëerd, en dat is niet toevallig.

Kunst en schoonheid verheffen de mens. Voor sommigen geldt dat vooral voor de muziek. Een mooi stuk kan hun verdriet verlichten. Mijn heling ligt in kleur, daarom besteed ik ook zo ontzettend veel tijd en aandacht aan decors.

© Satrapi, ‘Persepolis’, uitgegeven bij Atlas Contact.

‘Teheran is mijn stad, ik mis de geuren en geluiden. Je kan een plant uittrekken en in een veel sjiekere pot herplanten, maar ze zal zich altijd herinneren waar ze vandaan komt.’

U zei ooit dat Iran en Frankrijk, waar  u nu toch al meer dan tien jaar woont, respectievelijk als uw moeder en uw echtgenoot zijn. Alleen die eerste is voor altijd.

‘Je nationaniteit is niet iets om trots op te zijn, het is een feit, zoals de aarde waaraan de plant ontspruit.’

Marjane Satrapi: Dat vind ik nog steeds. Kijk, Iran is mijn moeder, ik heb die niet gekozen maar zij is mij en omgekeerd, ongeacht of ze gek of ziek is. Frankrijk is mijn echtgenoot, ik slijt er mijn leven mee, maar kan hem ontrouw zijn of verlaten. Die keuze heb ik. Daarom ook is je nationaliteit niet iets om trots op te zijn, het is een feit, zoals de aarde waaraan de plant ontspruit.

U bent zelf vertrokken uit Teheran. Droomt u nooit van een terugkeer naar uw geboortestad?

Marjane Satrapi: Voortdurend, echt. Teheran is mijn stad, compleet met zijn verkeerschaos, pollutie en lelijkheid. Ik mis de geuren en geluiden van de stad. Je kan een plant uittrekken en in een veel sjiekere pot herplanten, maar ze zal zich altijd herinneren waar ze vandaan komt. Ik hoop dat die kans tot terugkeer komt, dat het regime valt.

© Satrapi, ‘Persepolis’, uitgegeven bij Atlas Contact.

‘Het draagvlak voor verandering is er. Alleen zullen maatregelen zoals een economische boycot daar niet toe leiden, wel integendeel.’

Bent u daar optimistisch over?

Marjane Satrapi: Fundamenteel wel. Maar goed, mijn vrienden zullen je zeggen dat ik nu eenmaal een optimist ben. En toch. Kijk naar de feiten: zeventig procent van alle Iraanse universiteitsstudenten zijn meisjes, nooit eerder hadden we een zo hoog opgeleide bevolking.

Onderzoek geeft ook aan dat de Iraanse burger een seculiere staat wil en heel erg pro-westers is.

Het draagvlak voor verandering is er. Alleen zullen maatregelen zoals een economische boycot daar niet toe leiden, wel integendeel. Op zich is het eenvoudig: altijd weer is het de middenklasse die voor politieke verandering zorgt. De armen hebben daar de energie niet voor, en de rijken zijn gebaat bij een handhaving van de heersende orde. Sancties halen precies die middenklasse onderuit, ze maken dus de krachten kapot die voor verandering kunnen zorgen.

Fundamenteel is elke verandering cultureel van aard en komt ze van binnenuit. Anders is ze slechts tijdelijk. Kijk naar Rusland, zijn Stalin en Poetin meer dan variaties op de tsaristische traditie? Ik denk het niet. Alleen als het volk zelf evolueert, verandert er wat. In dat opzicht ben ik erg optimistisch over mijn geboorteland.

Welke impact heeft de aanslag op Charlie Hebdo op u gehad?

‘Hoe komt het dat jongens die hier zijn geboren, zich van deze maatschappij vervreemd weten? We zijn drie generaties verder en ze worden nog steeds Arabieren genoemd.’

Marjane Satrapi: Twee van de overleden cartoonisten waren goede vrienden van me. Ik heb dagenlang om hen gehuild. Wie moet sterven voor een tekening? Maar na de emoties moet het denken komen, Frankrijk en het hele Westen moeten deze kans aangrijpen om zichzelf in vraag te stellen. Hoe komt het dat jongens die hier zijn geboren, zich dermate van deze maatschappij vervreemd weten? We zijn drie generaties verder en ze worden nog steeds Arabieren genoemd.

Een legalistische aanpak zal dit probleem niet verhelpen. Kijk naar het hoofddoekendebat, plots was het wettelijk geregeld. Denk je dat het opgelost was? Stel je de vraag waarom de dochters van ongesluierde vrouwen plots een hoofddoek dragen en begin het debat daar.

U bent Iraanse én vrouw, speelt dat een rol in uw werk?

Marjane Satrapi: Geenszins. Het is zoals met nationaliteit: je kiest er niet voor, er was evenveel kans dat ik als jongen werd geboren. Ik zie het verschil niet en dat heeft wellicht met mijn opvoeding te maken. Wees vrij en verantwoordelijk, hielden mijn ouders me voor, en daarin speelde gender geen rol. Ik ben geen feminist maar een humanist. Fundamenteel is er niets dat ons mensen van elkaar onderscheidt.

Vond je dit artikel de moeite? Schrijf je hier in op de MO*Daily en ontvang elke dag 5 topartikels.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Auteur, journalist, filmmaker & China-expert

    Catherine Vuylsteke is journaliste, ze schreef boeken en maakte films over China, (Marokkaanse) homo’s, Brussel en niet-begeleide minderjarigen.