Van Geechee-meisje tot #OscarsSoWhite

Cineaste Julie Dash: 'Ik beslis mee wie een Oscar wint'

© Stefaan Anrys, 2018

‘Dankzij #OscarsSoWhite zit ik nu in de Academy die de Oscars uitreikt’

12 Years a Slave zit vol fouten. Zoals die karwats waarmee ze Lupita sloegen. Dat is een zweep voor runderen. In het echt was ze al lang dood geweest.’ Julie Dash, sinds kort lid van de Academy die de Oscars uitreikt, loopt niet hoog op met de Hollywood-blockbuster over slavernij in Amerika. Zelf maakte ze in 1991 een fijngevoelige, dromerige film over de Gullah, nakomelingen van zwarte slaven op de eilanden voor de Amerikaanse zuidoostkust.

Daughters of the Dust was in 1991 de eerste film, gemaakt door een zwarte filmmaakster die de zalen haalde in de VS. Zondag speelde hij uitzonderlijk in de Brusselse Bozar.

Daar liep afgelopen weekend het Afropolitan-festival. Dash hield er zaterdag een masterclass over “verhalen van vrouwen in documentaires” en zondagavond gaf zij tekst en uitleg tijdens de vertoning van haar veelgeprezen Daughters of the Dust. Jaren na de release in 1991, werd deze prent recentelijk met de juiste kleurcorrectie gerestaureerd.

Julie Dash begon in 1969 met haar filmstudie in Harlem, maar kwam uiteindelijk terecht in het American Film Institute en de UCLA, waar ze The Diary of an African Nun (1977) draaide. In de jaren zestig en zeventig was Dash één van de studenten aan de UCLA-filmschool die, op een boogscheut van Hollywood, een tegenbeweging startten tegen de reguliere filmbusiness. Later “LA rebellion” genoemd, zette deze groep filmmakers de lens op de eigen gemeenschap, mensen van kleur, en dat meestal met erg schaarse financiële middelen.

‘Misschien hadden ze wel het paradijs verlaten, zonder dat ze het goed beseften.’

Haar door de recensenten bejubelde kortfilm Illusions (1982) leverde de prijs van de jury op voor Best Film of the Decade van de Black Filmmakers Foundation. Daughters of the Dust werd haar doorbraak. Het was de eerste film van een Afro-Amerikaanse vrouw die een ruime vertoning kreeg in het commerciële circuit van de Verenigde Staten.

Uw film gaat over zogenaamde Gullah of Geechee, nakomelingen van slaven die leefden op de eilanden voor de kust van North-Carolina, South-Carolina, Georgia en Florida.

Julie Dash: Ja. Die eilanden voor de Atlantische kust waren heel vruchtbaar en de slavenhouders hadden daar overal kleine plantages, waar katoen werd gekweekt, indigo en rijst. Om er te geraken, moest je zo’n vijftien minuutjes varen met de boot. Het uitzonderlijke was dat de slaven die daar moesten labeuren, en afkomstig waren uit voornamelijk West-Afrika, opgroeiden in totale afzondering, zonder ooit het vasteland te zien. Daardoor hebben zij generaties lang een eigen creoolse taal ontwikkeld - het Gullah - en omdat ze geïsoleerd leefden, zijn hun gebruiken en tradities bewaard gebleven.

Daughters of the Dust speelt zich af op een keerpunt in hun leven. We schrijven begin 20e eeuw. De slavernij is afgeschaft en het vasteland lonkt.

Julie Dash: Klopt. Eigenlijk wilde ik met mijn film ook een statement maken over migratie. De Gullah zullen na “De Grote Migratie” naar het vasteland terechtkomen in de ghetto’s van New York, Philadelphia, Chicago, zonder jobs, zonder eten. Geweld overal. En dat terwijl ze voordien leefden op weelderige eilanden, met een overdaad aan eten. Misschien hadden ze wel het paradijs verlaten, zonder dat ze het goed beseften.

Een paradijs was het niet toen ze nog slaven waren. In uw film wordt gezegd dat de Gullah zelfs een harder bestaan leidden dan op de plantages van het Amerikaanse vasteland.

Julie Dash: Dat had vooral te maken met de kleurstof indigo. Het verwerkingsproces was giftig en zeer schadelijk voor de gezondheid van de Gullah.

Daarom toont u in Daughters vaak de handen van uw personages.

Julie Dash: Ja. Mijn film speelt zich af jaren na de afschaffing van de slavernij en in plaats van in te zoomen op littekens door zweepslagen, wilde ik een andere verwijzing gebruiken: handen, blauw van de indigo.

‘Onze verhalen worden verteld door mensen die onze cultuur niet kennen. Trouwens, het is niet omdat je zwart bent, dat je ook de zwarte cultuur kent.’

Een veel subtielere omgang met de transatlantische slavenhandel, dan in de film 12 Years a Slave.

Julie Dash: Oh ja! (lacht hard) Dat kan je wel zeggen. Ik heb veel respect voor de regisseur, maar wat hij in die film heeft gedaan…

Hoe bedoelt u?

Julie Dash: 12 Years a Slave was er helemaal over! Naar mijn aanvoelen, kende de regisseur weinig van de slavencultuur. Als het hoofdpersonage opgehangen wordt, bijvoorbeeld, zie je kinderen op de achtergrond en slaven de was doen. Terwijl het algemeen geweten is dat als de slavenmeester op moordtocht was, iedereen dekking zocht. Misschien wilde de filmmaker aantonen dat geweld gebanaliseerd was, maar hij heeft dat op een erg ongelukkige manier in beeld gebracht. En zo zitten er nog heel wat fouten in de film.

© rr

‘Misschien hadden ze wel het paradijs verlaten, zonder dat ze het goed beseften’(still uit ‘Daughters of the Dust’)

Zoals?

Julie Dash: Het meisje bijvoorbeeld. In het echt zou ze allang dood gegeseld zijn met zo’n karwats. In de film gebruiken ze een bullwhip, een zweep voor runderen. Die had haar gewoon in tweeën gebroken. Zo’n geseling komt neer op een executie, een doodstraf. Maar toch stond zij ‘s anderendaags te zwaaien met het handje! Voor mensen gebruikten de meesters andere zwepen en nooit zo lang. Weet je? Wat mij vooral stoort is dat de verhalen van Afro-Amerikanen nog altijd verteld worden door mensen die onze cultuur niet kennen, uitzonderingen zoals The Birth of a Nation niet te na gesproken. Trouwens, het is niet omdat je zwart bent, dat je ook de zwarte cultuur kent. Als ik een film zou maken over de Caraïben, zou ik misschien ook de bal misslaan.

12 Years a Slave heeft de transatlantische slavenhandel wel weer actueel gemaakt.

Julie Dash: 12 Years a Slave is niet voor Afro-Amerikanen gemaakt. Die film was gemaakt voor witte mensen. Zodat zij zich ‘s lekker schuldig konden voelen, een Oscar konden uitreiken en daarmee basta. Is het jou opgevallen dat Solomon de enige was die zich moest ontrukken aan de slavernij, die hem ten onrechte was aangedaan? Wat met al die miljoenen andere slaven?! Waarom is Solomon zo bijzonder? Omdat hij viool speelt, een Europees instrument? Omdat hij zo welbespraakt is en Brits-Engels praat?

Uw eigen film focust op één familie, de Peazants, die verdacht veel lijkt op uw eigen familie?

Julie Dash: Haha. Tja, mijn familie is Gullah, en ik heb mij laten inspireren door mijn eigen geschiedenis, door gebeurtenissen, maar ik heb niet mijn eigen familie geportretteerd. Wel hier en daar karakters gecombineerd uit mijn familie. Het is dus echt wel fictie, hoor!

Daughters of the Dust voltrekt zich op St. Simons Island, voor de kust van Georgia. U vertelt in de film hoe Ibo-slaven uit Nigeria daar in het water verdronken. Omdat ze uit wanhoop na hun aankomst de zee in wandelden, met hun ketens nog om hals en enkels. Is dat echt gebeurd?

Julie Dash: Er zijn schriftelijke overleveringen waarin beschreven staat dat een groep Ibo-slaven in de zee is gewandeld, na hun aankomst met de slavenboot, en daar verdronken met hun kinderen en vrouwen. Ibo Landing - waar ik mijn verhaal laat plaatsvinden - is dus gebaseerd op waargebeurde feiten, al is het ook uitgegroeid tot een mythe van verzet, een gebeurtenis die geclaimd wordt door verschillende eilanden. Sommigen beweren dat de Ibo op het water konden lopen en helemaal terug naar Afrika zijn gewandeld. Volgens een andere versie zijn ze opgestegen en naar huis gevlogen.

© rr

Mannen voor één keer in de bijrol (still uit ‘Daughters of the Dust’)

Heeft deze legende u aangezet tot het maken van Daughters of the Dust?

Julie Dash: Neen, ik ben dit pas te weten gekomen toen ik student was aan het UCLA, tijdens mijn research voor de film.

Wat heeft u dan aangezet om Daughters of the Dust te maken?

Julie Dash: Oh, mijn eigen familiegeschiedenis. Al de mysteries. Oh my God! Als tiener wil je allesbehalve opvallen. Je wil vooral niet anders zijn, terwijl wij zo verschillend waren. Wij leefden in Queens, New York, en mijn vader sprak met een zwaar accent dat niemand kon thuisbrengen. Elke dag aten wij rijst, drie keer per dag! Zelfs bij macaroni en hesp. En wij aten krab, garnalen, vis. Terwijl iedereen ontbijtgranen zat te smullen, aten wij vis. Onze vrienden plaagden ons daarmee. En ze lachten mij uit.

Hoe dan?

‘Meestal weet je al op voorhand hoe de film afloopt, zeker als er Afro-Amerikanen meespelen. Is het een monsterfilm, dan worden zij als eersten opgegeten’

Julie Dash: Geechee! riepen ze. Dat was toen een scheldnaam. Nu niet meer. Nu is het een geuzennaam, waarop wij trots zijn, maar toen niet. Sinds de grote migratie, rond 1900, hebben Geechee altijd gepoogd op te gaan in de massa. Het is pas vanaf 1975 dat zij hun eigenheid gingen koesteren. Toen ik aan de film begon, vroeg ik mij dan ook af waarom ik zo beschaamd was over mijn roots. Waarom werden wij beschouwd als onwetend, achterlijk? Want Geechee werden echt behandeld als het uitschot onder de zwarten.

Geechee was erger dan nigger?

Julie Dash: Oh ja! Als een zwarte een andere zwarte in de grond wilde boren, riep hij: Jij vuile Geechee!

In haar film Daughters of the Dust zou Dash geen chronologische verhaallijn aanhouden, maar ging ze veel poëtischer en losser aan de slag, met een aaneenschakeling van scènes, vignettes, en veel aandacht voor de gesprekken en geschiedenissen van de vrouwen op het eiland.

Julie Dash: Mijn film gaat over groei en verandering, over wat antropologen de liminale status noemen. Het gaat over een wordingsproces, een overgang, een drempel die wordt overschreden. Neem nu het personage van Yellow Mary. Yellow Mary is teruggekeerd naar het eiland, want ze zit op droog zaad. Ze heeft als prostituee gewerkt op het vasteland. Dat was voor zwarte vrouwen begin 1900 vaak de enige manier om aan geld te komen. Haar verhaaltje dat ze als min gewerkt heeft in Cuba was een leugentje, al heb ik dat zelf niet helemaal verzonnen. Een oude tante van mij is zo aan de kost gekomen. Maar in de film is Yellow Mary dus prostituee. Ze komt aan op het water, met de boot, en raakt het land niet aan. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar geloof in de beschermheilige van de reizigers, Sint-Kristoffel, en de oude goden van de overgrootmoeder. Dit zijn allemaal typische dingen waarmee immigranten te maken krijgen. Oh ja, en ze heeft een vriendin meegebracht, die geen woord zegt. Is dat haar dochter? Is het haar geliefde?

© rr

Yellow Mary raakte aan lager wal als prostituee (still uit ‘Daughters of the Dust’)

De beeldtaal van Dash zou Beyoncé hebben geïnspireerd bij het maken van haar album Lemonade

De film focust vooral op de vrouwen en stopt bij het vertrek van de familie naar het vasteland. Hoe is het met ze afgelopen? U schreef daar ook een boek over.

Julie Dash: Hah! De Geechee zijn in ghetto’s terechtgekomen. In de industrie. In de fabrieken. In de werkloosheid. Ikzelf ben in een ghetto opgegroeid (lacht hard), al zal mijn zus dit niet graag lezen. Wij hadden een sociale woning in het Queensbridge-project. Ik wou ook aantonen dat iedereen, los van ras, het verlangen koestert om vooruit te gaan, om een betere toekomst te zoeken voor zijn kinderen. Je kan dat verlangen niet weerstaan, ook al weet je dat je misschien slechter af zal zijn.

Kunnen de Geechee vandaag nog terug naar die eilanden?

Julie Dash: Neen. De eilanden zijn meestal opgekocht door hotels en resorts. Vroeger konden de blanke boeren er niet heen, want ze stierven aan gele koorts, maar nu de muggen onder controle zijn en de moerassen drooggelegd, is dat vastgoed miljoenen dollars waard. Overal vind je hotels en resorts, met zicht op wonderschone stranden. Als de laatste overlevende Geechees weg zijn, zal ook hun grond ingepikt worden. Vaak is de grondbelasting zo duur, dat wie er nog woont, gedwongen is om te verkopen. Sommige eilanden zijn zelfs helemaal privaat eigendom. Afgezet met een hek. Op slot!

Dash is kwiek, lacht veel, maar is op een zachte manier nog heel kritisch. Ook over het Amerika van vandaag. Zelfs al was Donald Trump een filmscript, zou niemand het nog geloven, zegt ze. Die vent is een regelrechte ramp. Voor de hele wereld. Hoe stom kan je zijn om zelfs maar te suggereren dat we onze nucleaire wapens misschien moeten gebruiken, nu we ze toch hebben? Beseft hij dan niet dat iedereen zal sterven als het tot een nucleaire oorlog komt?

Julie Dash is intussen 65 jaar. In de nasleep van #OscarsSoWhite - toen in 2016 alleen maar blanke acteurs en actrices waren genomineerd voor het gegeerde beeldje - werd haar gevraagd lid te worden van de Academy die de Oscars uitreikt. Een late, maar hoogstnodige inhaalbeweging om meer kleur en diversiteit te geven aan het filmgebeuren. De komende twee week moet ik online stemmen op de genomineerden, grijnst ze. Ik beslis dus mee wie straks een Oscar wint.

Ondanks haar erkenning voor Daughters of the Dust en de recente hype rond de film - de beeldtaal van Dash zou Beyoncé hebben geïnspireerd bij het maken van haar album Lemonade - blijft ze een buitenbeentje.

© Stefaan Anrys, 2018

Julie Dash voor een glasraam van de Afro-Amerikaanse kunstenaar Kehinde Wiley, die Obama’s officieel portret maakte

Julie Dash: Indertijd was mijn film nogal atypisch. Ik volgde niet de Hollywood-normen, op vlak van plot, dialogen, en ik denk dat ik veel mensen afgeschrikt heb. Hollywood zag me zeker niet als één van hen. Sommige zwarte filmmakers kregen zelfs de raad: ‘Doe vooral niet zoals Julie, want dan ga je nooit iets bereiken’.

U werkt vandaag als tv-producer, maakt televisie en video-clips. Was dat het plan B omdat niemand nog een nieuwe bioscoopfilm wilde financieren?

Julie Dash: Zo zou je het kunnen stellen. Ik heb nog wel films gemaakt zoals The Rosa Parks Story, Funny Valentines, Love Song, Incognito, zij het voor televisie en niet voor cinema. Maar het klopt dat ik nog steeds graag een nieuwe bioscoopfilm zou maken. Het is en blijft moeilijk. Er zijn zwarte, vrouwelijke regisseurs die binnen geraken zoals Ava DuVernay, Gina Prince Bythewood, Amma Assante, maar het blijft lastig. Zwarte filmmakers krijgen gewoon niet zoveel jobs als witte. Zwarte vrouwelijke filmmakers nog minder. Zelfs voor blanke vrouwen is het knokken. En toch is er nood aan betere films over Afro-Amerikanen. Wij hongeren naar authentieke verhalen. Met een onvoorspelbare afloop. Niet zoals Hollywood vaak doet. Daar weet je meestal op voorhand hoe de film afloopt, zeker als er Afro-Amerikanen meespelen. Is het een monsterfilm, dan worden zij als eersten opgegeten.

 

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift