De Jasmijnrevolutie bracht democratie, maar nog geen stabiliteit

‘Ik vrees dat Tunesië een periode van chaos tegemoet gaat’

Amine GHRABI (CC BY-NC 2.0)

Opschrift van protesten uit 2012: ‘We zullen niet sterven voor onze woede, maar voor Tunesië’

D e Italiaanse minister van binnenlandse zaken Matteo Salvini van de rechtse partij Lega Nord die zijn regering had gevraagd om het migratiepact van Marrakech niet te ondertekenen, was eind september op bezoek in Tunesië, om over migratie te praten. De minister was er na controversiële uitspraken over Tunesische migranten.

Het aantal Tunesiërs dat het voorbije jaar Italië clandestien bereikt heeft, is enorm gestegen. In de eerste helft van 2018 waren het vierduizend mensen. Volgens het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken is één vierde van de 21.000 migranten die in 2018 in Italië aankwamen, uit Tunesië afkomstig. Daarmee hebben de Tunesiërs de Eritrieërs voorbijgestoken en staan ze op de eerste plaats als buitenlandse nationaliteit die Italië bereikt.

Het dossier van de migratie komt dus weer op tafel, zowel in de relaties tussen Tunesië en Italië maar vooral voor de Tunesische regering zelf. De laatste migratiepiek die Tunesië heeft gekend was in 2011. Duizenden jongeren hebben toen gebruik gemaakt van de warrige situatie in de nasleep van de val van Ben Ali en hebben de oversteek naar Europa gemaakt.

Het zijn nu geen 30.000 migranten zoals het geval was bij de vorige piek. Maar de nieuwe trend wijst, volgens ex-vakbondsman en nu voorzitter van het Tunesische Forum voor de Economische en Sociale Rechten (FTDES), Messoud Romdhani, op de moeilijke situatie waarin Tunesië zich bevindt.

Het zijn bovendien niet alleen laagopgeleiden en werklozen die elders hun kansen wagen, maar ook hoogopgeleiden. In de laatste zeven jaar, in postrevolutionair Tunesië dus, hebben meer dan 90.000 hoogopgeleide Tunesiërs hun land verlaten, vooral naar Frankrijk en Canada. En dat is een ramp, vindt Messoud Romdhani.

Tunesië gaat door een moeilijke periode, niet alleen economisch. Ook politiek is er een crisis

Tunesië gaat door een moeilijke periode, niet alleen economisch. Ook politiek is er een crisis. Het verstandshuwelijk tussen de seculiere Nidaa Tounes van huidig president Baji Caïd Essebsi, en de Islamitische Ennahda, die sinds 2014 een coalitie vormen, is in september afgesprongen.

En op het gebied van veiligheid blijft het gevaar van terrorisme op de loer liggen. Op 29 oktober werd de hoofdstad Tunis opgeschrikt door een zelfmoordaanslag. Naast één dodelijk slachtoffer, de dader zelf, een vrouw van dertig, vielen er twintig gewonden, onder wie vijftien politieagenten. Deze aanslag werd door vele waarnemers gezien als vertaling van de politieke crisis.

Hoe is het zover kunnen komen?

Messoud Romdhani: We hebben in 2017 tienduizend protestacties gehad, het dubbele van wat we gekend hebben in 2015. Het gaat om protestacties voor werk, voor betere infrastructuur, voor betere gezondheidszorg, enz. En het aantal acties zal alleen maar toenemen.

We hebben een dramatisch stijgende inflatie, een hoge werkloosheidsgraad, een parallelhandel, een toenemende armoede, enz. Alles gaat achteruit. Dit wil zeggen dat democratie geen vooruitgang heeft gebracht, integendeel. Wij zijn op een kruispunt beland en dit experiment kan falen.

Mensen hebben hun prioriteiten. Ze willen meer middelen en meer zekerheid. De bedoeling van de democratie is die zaken te verwezenlijken. Maar dat is niet gebeurd.

Wie is hier verantwoordelijk voor?

Messoud Romdhani: We zitten in een situatie waarin de werkelijkheid de verwachtingen niet heeft kunnen inlossen. En de verwachtingen waren hoog. Want wij zijn een volk dat in de euforie van de revolutie is terechtgekomen.

‘De werkelijkheid heeft de verwachtingen niet kunnen inlossen. En die waren hoog. We zijn een volk dat in de euforie van de revolutie is terechtgekomen’

Wij hebben een regime dat op repressie gebaseerd was, ten val gebracht. Wij hebben een president die het land decennialang met ijzeren hand heeft bestuurd, doen vluchten. We gingen een nieuwe start nemen. We gingen ons land opnieuw opbouwen en dat gingen we op een andere manier doen, met een economisch model dat anders is dan dat van Ben Ali.

Wij gingen een nieuwe samenleving opbouwen met meer gelijkheid tussen de regio’s, met minder corruptie en meer transparantie. Wanneer je je nu in deze situatie bevindt en je vaststelt dat de corruptie groter is geworden, dat het leven duurder is geworden, dat er geen werk is, dat er nog altijd grote verschillen zijn tussen de regio’s, dat de ‘hogra’ -de minachting- nog bestaat, dan heb je het gevoel dat er niets veranderd is.

En wanneer je opeenvolgende regeringen hebt die niets gerealiseerd hebben, die niets veranderd hebben, ofwel omdat ze incompetent zijn ofwel omdat ze vooral met de volgende verkiezingen bezig zijn, dan wordt dat onhoudbaar en het resultaat is wat we nu meemaken: de jongeren zijn gedesillusioneerd, ze vertrekken.

Tunesië heeft internationale aandacht gekregen vanwege haar progressieve wetgeving, denk maar aan de wet tegen geweld jegens vrouwen of aan de antiracismewet, maar waarom is het niet gelukt om op economisch vlak te scoren?

Messoud Romdhani: Er is al een contrast tussen de bevolking en het bestuur. De jeugd is niet gepolitiseerd, de deelname aan de verkiezingen is erg laag. Volgens het Nationaal Bureau van de Statistiek is hoogstens 0,5 procent van de jongeren lid van een politieke partij. Daartegenover staat dan een groep bejaarden die het land besturen.

‘Dit land beschikt over het potentieel om vooruit te komen maar men heeft de kans niet aangegrepen om de zaken te doen evolueren’

Dit is een land dat over het potentieel beschikt om vooruit te komen maar men heeft de kans niet aangegrepen om de zaken te doen evolueren. Het resultaat is dat we meer schulden hebben ten opzichte van Europa, ten opzichte van het Internationaal Monetair Fonds, ten opzichte van de Wereldbank en dat we minder investeringen hebben.

In de gemeenteraadsverkiezingen van mei 2018 zijn er opvallend veel mensen die zich los van de politieke partijen kandidaat hebben gesteld. Hoe leest u dat?

Messoud Romdhani: Het fenomeen van de onafhankelijke politici en het feit dat mensen op hen stemmen betekent dat men de politieke partijen beu is, dat men niet in de partijen gelooft. Dit is geen goede evolutie. Ik zie, jammer genoeg, geen alternatief voor politieke partijen.

Het probleem is dat de linkse oppositie er niet in geslaagd is om na de revolutie een trekkersrol te spelen. En dit heeft een voorgeschiedenis. Linkse opposanten hebben onder Ben Ali zwaar geleden van de repressie. Maar repressie is niet de enige verklaring.

Links heeft zich niet kunnen omvormen tot een politieke stroming, tot een stevige politieke partij met een concreet project dat de mensen kan overtuigen en aantrekken.

U maakte ook deel uit van dat links, waarom is het niet gelukt om dat activisme in een politieke partij te vertalen?

© Samira Bendadi

Messoud Romdhani

Messoud Romdhani: We waren met een honderdtal activisten. Een soort kamikazes die zich tegen Ben Ali wilden verzetten. Wij wilden via ons activisme het maximum aan vrijheden binnenhalen, maar niemand had durven denken dat Ben Ali zou vertrekken. Het uiterste wat er zou gebeuren is dat iemand uit zijn entourage de macht zou overnemen.

Ons protest was gericht tegen het electorale systeem van Ben Ali, maar niemand had een politiek project, noch links noch rechts. Ik heb het niet over Ennahda, dat is een ander verhaal. Ennahda was een partij die rond een goeroe is opgebouwd en had een project. Maar de anderen hadden er geen. Op een dag werden we wakker met het nieuws van Aljazeera dat Ben Ali gevlucht was. We waren niet voorbereid voor de dag daarna.

Cultuuroorlog

Is er dan politiek gezien niets gerealiseerd na de revolutie?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Messoud Romdhani: We hebben na de val van het regime de Hoge Instantie ter Verwezenlijking van de Doelstellingen van de Revolutie opgericht waar ik deel van uitmaakte. Dat was het meest geslaagde experiment in het begin. We hebben wetten uitgevaardigd. Maar dat is beperkt gebleven.

Daarna heeft de islamitische Ennahda de verkiezingen gewonnen, waarna een cultuuroorlog losbarstte van 2011 tot 2013. Ennahda wist niet wat te doen, zich aansluiten bij de extremistische islamisten, bij de mensen van Ansar Sharia die uit de gevangenissen kwamen en die uit Afghanistan waren teruggekeerd, of een burgerpartij vormen.

Ennahda was in het begin beide samen. Voorzitter Rachid Ghanouchi had een video gemaakt die door miljoenen werd gezien, waarin hij de islamisten vroeg om een beetje geduld uit te oefenen.

In deze periode was er de politieke moord van oppositieleider Chokri Belaid.

Messoud Romdhani: Inderdaad, dat was in februari 2013. Maar meer bepalend was de aanval van Ansar Sharia op de Amerikaanse ambassade in september 2012. Ennahda dacht dat het tijd was om nee te zeggen tegen de extremisten. De mensen van Ennahda willen ook de sympathie van de Amerikanen. Ze willen islamist en tegelijkertijd modern zijn. Het is geen comfortabele positie. En dat heeft voor een tijdje gewerkt.

Het is een periode waar er heel veel gedoe was en men aan de sociale en economische problemen voorbij ging. De polemiek draaide rond de hoofddoek, de sluier, de vraag of de vrouw alleen mag uitgaan of niet, en de vragen rond het statuut van het orfi huwelijk (huwelijk dat mondeling afgesloten wordt zonder een officieel contract, red.). Het was een periode waar men het over culturele kwesties had en de economische en sociale kwesties werden opzij geschoven.

De oprichting van Nidaa Tounes van huidige president Baji Caïd Essebsi was het resultaat van die “culturele oorlog”, heeft dat dan de aandacht verschoven naar zaken die er wel toedoen in het leven van de mensen?

Messoud Romdhani: Baji Caïd Essebsi heeft van de situatie geprofiteerd om een partij op te richten en te zeggen dat hij de oplossing had. Hij profileerde zich als de verdediger van de erfenis van Bourghiba (de eerste president van de Republiek Tunesië, red.), de verdediger van de civiele rechten en de seculiere verworvenheden.

Hij werd omringd door mensen uit verschillende strekkingen, zowel progressieven als liberalen die niet tot een politieke partij behoorden. Maar hij had geen project. Zijn project was tegen Ennahda zijn, dat is alles.

‘Nood aan een solidaire economie’

Heeft links dan geen gewicht in de schaal kunnen leggen?

Messoud Romdhani: Links werd vertegenwoordigd door Front Populaire, het volksfront, een verzameling van allerlei partijen en onafhankelijken, van marxisten en pan-Arabisten, maar het is een links dat gewoon geraakt was aan protest. Het heeft geen concreet programma dat toepasbaar is en dat mensen kunnen slikken.

‘Links is gewoon geraakt aan protest. Het heeft geen concreet programma dat toepasbaar is en mensen kunnen slikken’

Je kan zeggen, ‘we zijn tegen het IMF’, maar hoe vertaal je dat in de praktijk? Ga je zeggen dat we de schulden niet meer gaan betalen? Hoe ga je dan de lonen van 650.000 ambtenaren betalen? We hebben geen geld in onze kassa.

Links heeft een geloofwaardig project nodig. Wat nodig is, is een solidaire economie, een economie dat tussen het publieke en het privé ligt. Wat nodig is, is de versterking van de infrastructuur in de interne regio’s van het land. Maar het project van links is tot op de dag van vandaag niet overtuigend.

Hoe ziet de toekomst er uit?

Messoud Romdhani: We zijn op een kruispunt beland. De democratie in Tunesië is een ervaring die kan slagen, en dat is perfect mogelijk. Want de mensen vragen niet echt veel. We zijn een vreedzaam volk. Tegelijkertijd zijn de mensen de situatie beu. Ze zijn de corruptie beu. Terwijl de politieke elite niet de indruk geeft dat ze met die verwachtingen rekening houdt.

Velen zijn verarmd. Een onderwijzer met drie of vier kinderen kan moeilijk de eindjes aan elkaar knopen. De euro die enkele jaren geleden 2 dinar koste, is nu 3,3 dinar. De import wordt duurder en de parallelhandel blijft stijgen.

Meer en meer mensen geloven dat het land nood heeft aan een nieuwe revolutie. En daar ben ik bang voor. In het begin was men vreedzaam omdat men verwachtingen had, nu wil men niet wachten.

Als de situatie zich de komende maanden niet herstelt, vrees ik voor een periode van chaos. Ik heb wel vertrouwen in het feit dat de boot daarna in rustiger wateren zal komen, maar het zou jammer zijn om door een periode van chaos te moeten gaan. Jammer genoeg zijn diegenen die nu aan de macht zijn zich daar niet van bewust.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift