Economische uitbuiting op Sicilië en in België

Auteur Sien Volders: ‘Onze economie profiteert van arbeidsmigranten’

© Tom Gentile / Reuters

Vier maanden na de verschijning prijkt Oogst, het tweede boek van Sien Volders, op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2021. Het boek vertelt over de Roemeense Alina, die naar Sicilië trekt om er zich in de tomatenpluk krom te werken voor een hongerloon. Een verhaal dat verteld én gelezen moet worden. ‘Mijn boek een ver-van-mijn-bedshow? Dat is nonsens.’

Zelf noemt Sien Volders zich geen schrijfster. Die titel gunt ze zichzelf pas na een derde boek. Met twee boeken heb je nog geen stapel, zoiets. Volders en haar levensgezel hebben anders wel wat met boekenstapels. Hun Gentse huis is naast een creatief gezinsnest ook onmiskenbaar een boekenhuis, met boeken op gezellige hoopjes, in rijtjes, geordend en ongeordend.

Het begrip ‘uitgepuurd’ lijkt niet van toepassing op Volders. Dat merk je ook als je haar boek Oogst leest. Daarin pent ze niet zomaar een aanklacht neer over een slachtoffer van sociale uitbuiting op Sicilië.

Volders is een empathisch vertelster, die de grijswaarden in het leven en in de menselijke natuur hoog in het vaandel voert. De boer die het hoofdpersonage Alina uitbuit verdient geen sympathie van de lezer, maar de Gentse schrijfster laat hem wel teder en vol liefde zijn tomatenplantjes strelen. Alina moet vechten voor het behoud van haar eigenwaarde, maar ze blijft wel een jonge vrouw met normale seksuele verlangens.

Het is de kracht van Volders: haar personages zijn herkenbare mensen. Ze schreef met Alina’s verhaal niet het verhaal neer van de ergste uitwassen van economische uitbuiting. Toch eindigt Oogst met een klap. Het rauwe leven zoals het is.

Lieve Blancquaert

Sien Volders: ‘Zwartwerk en uitbuiting vind je overal.’

Ons eten, ons Europa

‘Het begon met een venijnig klauwtje’, een bericht in de krant. Dat schrijft Sien Volders in een mail waarin ze verwijst naar een artikel in The Guardian uit 2017. Het haalde haar volledig onderuit. De (vrij vertaalde) titel van het artikel laat alvast weinig over aan de verbeelding: Verkracht, geslagen, uitgebuit, 21ste-eeuwse slavernij ten dienste van de Siciliaanse landbouw.

De tomatenplukkers zijn een onderdeel van onze manier van leven, van onze overconsumptie en onze wegwerpcultuur.

Tussen alle nieuwsellende door werd ze zo geraakt door juist dit onderwerp, dat haar zelfs inspireerde tot het schrijven van een boek. Waarom? Ik vraag het haar terwijl ze me buiten in haar bostuin in de Gentse stadsrand een thee inschenkt. ‘Omdat het zich afspeelt in ons Europa’, antwoordt ze zonder aarzelen.

‘Ik weet niet hoe jij erover denkt, maar ik ben opgegroeid met de overtuiging dat onze belangrijkste sociale strijd is gestreden. Mensen gaven hun leven voor de rechten die jij en ik vandaag hebben. De meesten onder ons kunnen terugvallen op een goed sociaal vangnet als we werkloos worden, met pensioen gaan of ziek uitvallen. Maar de economische uitbuiting van Europeanen in de Siciliaanse tomatenpluk toont dat die strijd toch nog niet helemaal is gevoerd in ons Europa.’

Wat haar in dit reële verhaal ook zo aangrijpt: dit gaat over óns eten. De tomatenplukkers zijn ontegensprekelijk een onderdeel van onze manier van leven, van onze overconsumptie en onze wegwerpcultuur. ‘We produceren meer voedsel dan we nodig hebben, omdat dat onze economie doet draaien. En voor die overvloed betalen we bodemprijzen. Dat vind ik griezelig.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Boeren en arbeidsmigranten: één strijd?

Opvallend is dat Volders met haar boek de pijlen niet richt op diegenen die de zweep in handen hebben: de Siciliaanse boeren die arbeidsmigranten uitbuiten. De Cascones — de directe bazen van het hoofdpersonage Alina — blinken niet uit in menslievendheid, verre van. Maar ze delen wel als eersten in de klappen van een onverbiddelijke landbouw- en voedseleconomie, waar schaalvergroting de kleine boerenbedrijven uit de markt duwt.

‘De tomatenteelt op Sicilië heeft relatief weinig investering nodig en is dus een logische keuze voor arme boeren.’

‘Uiteraard veroordeel ik het misbruik en de economische uitbuiting zeer sterk. Door ook het verhaal van de boeren mee te nemen, praat ik niets goed.’

‘Dat doen de vakbonden ook niet. Zo zegt de Italiaanse vakbond CGIL (Confederazione Generale Italiana del Lavoro, red.) heel duidelijk: “De strijd van de boer is de strijd van zijn werknemer of de uitgebuite arbeider.” De CGIL veroordeelt daarbij absoluut elke vorm van uitbuiting. Maar het feit blijft dat ook die kleine Siciliaanse boeren helemaal onderaan onze voedselproductieketen staan.’

‘De grote Italiaanse plantages sluiten de contracten met de supermarkten, en die sturen dan weer de vraag. Die grote spelers kunnen hun producties dus veel beter afstemmen op de vraag van de markt dan zo’n kleine boer. Die heeft letterlijk niets in de pap te brokken. Hij moet mee in een systeem dat voor hem bepaalt welke variëteit van gekiemd zaad of plantjes hij dat jaar moet inkopen, en hoeveel hem dat kost. Dat is niet onderhandelbaar.’

Wie voldoende geld heeft, kan aan de marktdruk ontsnappen door in te zetten op olijfolie en biowijnen: luxeproducten die veel aandacht vragen en dus ook een hogere en juistere prijs verantwoorden. Maar wie het geld niet heeft, rest weinig anders dan meedraaien in de moordende bulkproductie.

‘De tomatenteelt op Sicilië heeft relatief weinig investering nodig en is dus een logische keuze voor arme boeren. Dankzij de vruchtbare grond en de hoge temperaturen heb je — eenvoudig gesteld — genoeg met een plastic zeil om een tomatenkas te maken en een zekere oogst te hebben.’

Roemeense vrouwen

Op Sicilië woonden en werkten volgens de Italiaanse vakbond CGIL in 2018 ongeveer 180.000 arbeidsmigranten, zegt Volders. In de jaren zeventig en tachtig kwamen vooral Tunesiërs op de tomatenplantages werken. Die arbeidsmigratie werd geregeld op hoger niveau, in het kader van bilaterale afspraken tussen Italië en Tunesië.

De omstandigheden waren evenmin ideaal. Maar de lonen en de arbeidsomstandigheden waren beter en minder volatiel. En er was tenminste ruimte voor onderhandeling, zo leerde Volders uit haar onderzoek op Sicilië.

Na de Tunesiërs kwamen de bootvluchtelingen die illegaal tewerkgesteld werden. De laatste tien jaar rekenen de Siciliaanse boeren op arbeidsmigranten uit de EU, schreef The Guardian in 2017. Want die Europeanen zijn even onderbetaald maar tenminste semilegaal, zo staat te lezen.

‘Vanaf 2007 doken op Sicilië steeds meer Roemenen en Bulgaren op’, vertelt Volders. ‘De Oost-Europeanen zaten aan de grond, zeker met de economische crisis in 2008.’

‘De pushfactor voor Roemeense vrouwen is enorm.’

‘Ze konden in hun thuislanden op geen enkele manier meer aan geld komen en waren bereid te werken onder heel andere arbeidsomstandigheden dan de Tunesiërs. Doordat ze inwoonden op de boerderijen, al dan niet met hun gezinnen, waren ze voortdurend beschikbaar. Bovendien leerden ze de taal veel makkelijker, door de gelijkenissen tussen Roemeens en Italiaans.’

Ook binnen de Oost-Europese arbeidsmigratie naar Sicilië vonden verschuivingen plaats, legt Volders uit. ‘Terwijl in de beginjaren vooral (alleenstaande) Roemeense en Bulgaarse mannen naar Sicilië trokken, groeide de laatste tien jaar het aantal alleenstaande vrouwelijke arbeidsmigranten.’

‘Voor sommige vrouwen was de tomatenteelt juist voordelig ten opzichte van bijvoorbeeld arbeid in de zorgsector, net omdat ze hun kinderen konden meenemen om samen op de boerderij te wonen. Ik ken de cijfers van vandaag niet, maar toen ik in 2018 mijn onderzoek deed, ging het over een groep van ongeveer 8000 vrouwen die verspreid over Sicilië in afgelegen boerderijen werkten. Geen gigantische, maar wel een immens kwetsbare groep.’

‘De pushfactor voor Roemeense vrouwen is enorm’, zegt Volders. ‘Vaak gaat het om vrouwen die zowel voor hun kinderen als voor hun ouders moeten instaan. Ze maken een beredeneerde keuze in de hoop dat hun kinderen het misschien beter zullen hebben.’

Beredeneerde keuze? Volders sprak met straathoekwerkers en andere hulpverleners, vertegenwoordigers van het boerensyndicaat, journalisten, las een doctoraat over het onderwerp en praatte met de onderzoekster.

‘Uit al die gesprekken werd duidelijk dat deze mensen een idee hebben van waar ze aan beginnen. Ze weten dat de lonen laag, de rechten minimaal en de arbeidsomstandigheden zeer zwaar zijn. Ze zijn bereid om een prijs te betalen.’

Toch weten ze zelden hoe rauw de realiteit écht is. Ze weten niet dat een caporolato — een koppelbaas — je alles kan aanrekenen: het flesje water, de rotte matras, transport van je krot naar het veld en terug, het seksuele misbruik. Ze weten niet in welke mate ze hun waardigheid zullen verliezen.’

Oost-Europese arbeiders: ook geen sociale rechten in België

Sien Volders is nog niet klaar met het onderwerp. Ook na het schrijven van haar boek blijft het in haar hoofd woekeren. Dat heeft alles te maken met de Belgische kant van het verhaal. Naast schrijfster is Volders ook een brugfiguur in de Gentse opvangstructuren voor daklozen. Ze komt er de uitwassen tegen van Belgische economische sectoren die teren op goedkope buitenlandse arbeiders.

‘Deze mensen hebben wezenlijk bijgedragen in onze economie en toch laten we ze vallen zodra ze hulp nodig hebben.’

‘Onze economie profiteert van die arbeidsmigranten, maar we zijn heel terughoudend om ze rechten te geven’, zegt Volders. ‘De meesten van die arbeidsmigranten kom ik in mijn job niet tegen. Wie ik wel tegenkom, zijn degenen die vallen. En wie valt, valt heel diep.’

Vaak gaat het om Oost-Europese arbeidsmigranten die na jaren werk in België uit de boot vallen. Omdat een deel van hen in ons land in semilegale statuten werkt, grijpen ze, wanneer de buitenlandse werknemers hulp nodig hebben, naast de Belgische sociale bescherming.

Terugkeren naar hun herkomstland is geen optie, want de banden zijn vaak verwaarloosd en sociale bescherming in Roemenië en Bulgarije is een lachertje. Gevolg: sommigen komen terecht in een neerwaartse spiraal en belanden ten slotte op de straatstenen.

‘We zien cliënten die jaren semilegaal in onze economie gewerkt hebben: de horeca, de bouwsector, de landbouw, de sierteelt. Velen hadden dat lange traject niet voor ogen, maar heel vaak is het contact verwaterd met hun thuisland, met hun vrouw en kinderen. Door gezondheidsproblemen of ouderdom, vaak ook gepaard met alcoholverslaving, kunnen ze hun jobs niet meer uitoefenen. Ze belanden in de armoede, met als dieptepunt thuis- en dakloosheid.’

Het is zo schrijnend, zegt een verontwaardigde Volders. ‘Deze mensen hebben wezenlijk bijgedragen in onze economie en toch laten we ze vallen zodra ze hulp nodig hebben.’

Aanpak zwartwerk is lachertje

Wat naast rechtenopbouw ontbreekt voor buitenlandse arbeiders, is de aanpak van zwartwerk in ons land, zegt Volders. Zowel controle op als sanctionering van zwartwerk en uitbuiting blijven een teer punt in de strijd tegen economische uitbuiting.

‘Het blijft nu te gemakkelijk om als bedrijf je handen van uitbuiting af te trekken.’

‘Ik volg de zaak van een buitenlandse arbeider tien jaar lang werd uitgebuit door een koppelbaas. Die stond tussen hem en zijn eigenlijke opdrachtgever, de eigenaar van het bedrijf. Die man diende klacht in bij de politie en werd erkend als slachtoffer van mensenhandel. Die koppelbaas wordt vervolgd, terecht. Maar de uiteindelijke werkgever lijkt de dans te ontspringen. Daar kan ik niet bij.’

Toch zijn er voorbeelden die bewijzen dat het kan, zegt Volders. Ze verwijst onder meer naar de zaak van de wegrestaurants van Carestel.

In 2012 werd de keten veroordeeld wegens de uitbuiting van haar wc-personeel. Volders pleit ervoor dat de verschillende arbeidssectoren zelf het heft in handen nemen en transparantie en duurzame arbeidsomstandigheden in hun productieketens afdwingen. ‘Het blijft nu te gemakkelijk om als bedrijf je handen van die uitbuiting af te trekken, ook al weet iedereen maar al te goed hoe de vork aan de steel zit.’

‘We stoppen onze principes in onze broekzak zodra we onze muren goedkoop willen laten stuken’, zei een hulpverlener me tien jaar geleden, toen ik een reportage maakte over zwartwerkers in België. Er is sindsdien weinig veranderd. De informele economie in België blijft groot, de aanpak ervan blijft weinig resultaten boeken. Dat zegt ook Fairwork België, dat het opneemt voor de rechtenopbouw van arbeiders zonder wettig verblijf, naar aanleiding van zijn jongste jaarverslag.

‘Als mensen me vertellen dat mijn boek een ver-van-mijn-bedshow is, iets wat hier niet gebeurt, is dat nonsens.’ Zwartwerk en uitbuiting vind je overal, zegt Volders. ‘Als consument heb je weinig grip op de arbeidsomstandigheden waarin tomaten uit onze supermarkt zijn gekweekt. De aanpak daarvan ligt in de handen van politici. Maar als ik een poetsvrouw in het zwart laat werken en haar tien euro per uur betaal, heb ik de touwen in handen.’

‘Als ik de vier mannen die in de carwash twintig minuten lang mijn auto opblinken in totaal zeventien euro geef, weet ik hoeveel ze maximaal per uur verdienen. Maximaal. Want als je de rekening maakt, moet je van die zeventien euro nog het loon van de baas, de huur van het gebouw, het watergebruik of het materiaal aftrekken. Als ik dat betaal, heb ik uitbuiting betaald. We moeten daar niet onnozel over doen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur