Humanitaire hulp gaat erop vooruit, maar internationale beschermingscrisis blijft

Jan Egeland: ‘Idlib is vandaag de vreselijkste plek op aarde om te vertoeven’

Felton Davis / Flickr (CC BY 2.0)

Een kind kijkt naar de gevolgen van een door de Saoedi’s geleidde bomaanval op Saana, Jemen.

We ontmoeten Jan Egeland, secretaris-generaal van de humanitaire hulporganisatie NRC (Norwegian Refugee Council) en een belangrijke stem in de internationale hulpwereld, in Brussel. Hij is net terug van een missie in Burkina Faso, waar hij een tweedaagse donorconferentie afrondde over de humanitaire situatie in conflictland Jemen. Tussendoor geeft hij ook interviews over de rauwe oorlogscrisis in het Syrische Idlib. Daar is de menselijke crisissituatie van dien aard dat ze de acute humanitaire noden in Jemen ruimschoots dreigt te overtreffen.

Twintig miljoen Jemenieten hebben humanitaire hulp nodig

Jemen, dat zijn zesde oorlogsjaar of zestigste oorlogsmaand ingaat, geldt vandaag als de grootste humanitaire crisis in de wereld. Twintig miljoen Jemenieten hebben er humanitaire hulp nodig maar de hulpverlening verloopt er niet van een leien dakje, integendeel.

Het lijkt een tegenstelling. Enerzijds is Jemen verrassend genoeg de plaats waar de internationale hulplijnen het grootste aantal begunstigden bedienen: veertien miljoen Jemenieten kregen in 2019 een vorm van hulp. Anderzijds is Jemen volgens Egeland een conflictland waar humanitaire hulporganisaties aankijken tegen de grootste obstakels om hulp bij de mensen te krijgen.

Fraude met hulppakketten in Jemen
Het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) klaagde al einde 2018 aan dat er ernstige onregelmatigheden zijn met de verdeling van voedselpakketten in Jemen. Volgens het WFP leidden gewapende groepen, vooral de houthi’s die de hoofdstad Sana’a controleren, voedselhulp af naar de sleutelregio’s die ze controleren. In het verleden deden ze dat onder meer door gegevens te vervalsen in VN-onderzoeken naar ondervoeding.
Jan Egeland: ‘In het hele land hebben we te maken met toegangsbeperkingen. We hadden eerder al enorme problemen met de Saoedische coalitie die de belangrijkste havens controleerden en de verspreiding van hulpvoorraden blokkeerde, maar natuurlijk zorgden ook de zware gevechten en luchtbombardementen in bijvoorbeeld de slag om de haven van Hodeidah voor een zeer moeilijke toegang van zowel humanitair personeel als hulpvoorraden.’

‘Op dit moment echter is het vooral de andere conflictpartij die een vlotte doorgang voor hulp belemmert: Ansar Allah (de officiële naam voor de Houthi’s, nvdr). In het gebied in Noord-Jemen dat Ansar Allah controleert, kampt de hulpverlening met grote restricties. Het gaat om bemoeienissen en tussenkomsten in ons werk, het weigeren van visa en officiële documenten, het sjoemelen met data en rapporten. Zo zagen we hoe gegevens over hulpnoden werden gemanipuleerd door de politieke vertegenwoordigers van Ansar Allah. Daarover trok het VN-Wereldvoedselprogramma vorig jaar al aan de alarmbel (zie kader).

Heffingen op hulp onaanvaardbaar

‘We kunnen geld bestemd voor humanitaire noden niet aan een van de conflictpartijen geven’

Het beperken van de internationale hulp was de reden voor de Europese Commissie en Zweden om specialisten van de internationale donorgemeenschap voor Jemen samen te roepen. Was er ook een oproep om de fondsen te verhogen? Een stafmedewerker van NRC Jemen zei me vorig jaar nog dat er te weinig geld naar Jemen gaat.

Jan Egeland: Het probleem in Jemen is eigenlijk noch donormoeheid, noch ontoereikende middelen. Het probleem in Jemen is de beperkte mogelijkheid om te werken.

Absoluut onaanvaardbaar voor de internationale hulpgemeenschap is de nieuwe heffing die Ansar Allah invoerde. Ansar Allah vraagt aan alle ngo’s om twee procent te betalen op alle humanitaire operaties die we uitvoeren.

Dat kunnen we principieel niet tolereren: we kunnen geld bestemd voor humanitaire noden niet aan een van de conflictpartijen geven. Dat is een inbreuk op onze principes van onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid.

De gevolgen van dit alles: nieuwe projecten worden niet opgeleverd en dus blijven mensen verstoken van hulp.

© Becky Bakr Abdulla/NRC

Jan Egeland, directeur van de Norwegian Refugee Council (NRC)

En wat nu?

Jan Egeland: De internationale donoren die op 12 en 13 februari samenkwamen om verandering te eisen, zijn standvastig. In Sana’a zijn gesprekken bezig, onder meer Lise Grande (de VN-Humanitaire Coördinator voor Jemen) zit aan tafel met Ansar Allah. Het is niet eenvoudig want na zes jaar oorlog worden de mechanismen van de oorlogseconomie alleen maar belangrijker, maar we krijgen berichten dat de Houthi’s de heffing zullen schrappen.

Is Jemen er slechter aan toe dan Idlib in Syrië? De VN noemen Jemen de grootste humanitaire crisis ter wereld. Maar zoals het er nu naar uitziet, neigt Idlib om, qua geweldintensiteit, die trieste fakkel over te nemen.

Jan Egeland: In termen van aantallen gaat het in Idlib over drie miljoen mensen tegenover twintig miljoen Jemenieten die hulp nodig hebben. Maar in termen van mensenlevens die omwille van oorlog en conflict in gevaar zijn, zijn de noden in Idlib zonder twijfel het meest acuut.

‘Drie miljoen burgers bevinden zich onder kruisvuur, onder een bommenregen.’

Idlib is vandaag de vreselijkste plek op aarde om te vertoeven. We zien hoe zich hier een potentiële afslachting voltrekt door de Syrische regering, geholpen door de Russische luchtmacht, grondgroepen en Iraanse troepen. De helse situatie in Idlib is op dit moment met geen enkele andere conflictsituatie in de wereld te vergelijken.

Zoals je weet is Idlib al volgestouwd met anderhalf miljoen interne vluchtelingen of ontheemden, die hier al vastzitten sinds het laatste oorlogsoffensief in november startte. We kijken toe op een staalhard oorlogsoffensief dat zich afspeelt in een vluchtelingenkamp.

Drie miljoen burgers bevinden zich onder kruisvuur, onder een bommenregen. Zuidwaarts vluchten is geen optie, omdat burgers dan in de armen lopen van de Syrische troepen die hen bekijken als staatsvijandig. In het noorden is de grens met het overvolle Turkije gesloten en de regeringstroepen rukken zowel noord- als oostwaarts op.

Mensen zijn ingesloten in een regio die almaar kleiner wordt. De wanhoop is enorm en groeit. Het is in Idlib ook veel kouder dan hier in Brussel. Het is er elke nacht minstens min vier, vijf graden Celsius en overdag ijsregent of sneeuwt het. Alles is nat, vochtig en koud en de hulplijnen zijn doorgesneden omwille van het oorlogsgeweld en de grote onveiligheid.

Welke stappen moeten nu worden gezet?

Jan Egeland: We hebben om te beginnen een ‘beëindiging van de vijandelijkheden’ nodig, waarbij alle partijen tijdens een vastgelegde periode het vuren staken. Eenmaal je dat bereikt, kan je beginnen werken aan een coherenter staakt-het-vuren, wat een basis legt voor echte gesprekken over conflictbeëindiging.

Op een dag zal dit conflict stoppen. Idlib, de laatste oppositieregio in Syrië, is de laatste grootste oorlogshorde die nog zal worden genomen. Maar dit kan en mag niet met een bloedbad aflopen, waarbij elke burger wordt gezien als een terrorist, een regeringsopposant en vijand.

Je moet onderhandelen met vijf of zes partijen: de Syrische regering met Rusland en Iran, de gewapende oppositiegroepen zoals het Vrije Syrische Leger, het Syrische Bevrijdingsfront en Hayat Tahrir al-Shal (het vroegere al-Nusra, nvdr), Turkije, en potentieel de Golfstaten die bepaalde milities gesteund hebben.

Al wie aanhaalt dat die onderhandelingen onmogelijk zijn omdat er zogenaamde terroristen aan de tafel zitten, kan ik zeggen: onzin, want er zijn al veel eerder en meermaals gesprekken geweest, inclusief over Idlib. Er was in 2018 een de-escalatieakkoord voor Idlib onderhandeld, met een staakt-het-vuren, met bufferzones. Veel groepen die zich nu in Idlib verschuilen, kwamen uit de bezette gebieden rond Damascus, Aleppo en elders. Rusland en andere betrokkenen onderhandelden een akkoord met deze militanten die in bussen naar Idlib werden gebracht. Het is dus wèl mogelijk om nieuwe akkoorden te onderhandelen om de levens van burgers te sparen.

Zijn de VS nog in het spel?

Jan Egeland: De Verenigde Staten hebben zich ontkoppeld van Syrië, veel meer dan ze moesten. Hun interesse is beperkt tot twee zaken: de strijd tegen IS in het Oosten en het beschermen van oliebronnen. Daar stopt het, terwijl ze ook geïnteresseerd moeten zijn in het redden van levens.

Peter Brio / EU (CC BY-NC-ND 2.0)

Een verpleger onderzoekt een kind op ondervoeding in het door oorlog verscheurde Jemen.

De betekenis van Internationaal Recht

‘We zijn geen stap vooruit geraakt. Het is vreselijk om te zeggen, maar het is vandaag even erg als het altijd is geweest.’

We lijken mondiaal niet in staat om mensenlevens te beschermen. Het is helaas niet nieuw. Ik hoorde u al spreken over een beschermingscrisis tijdens de Humanitaire Top in Istanboel in 2016. Welke betekenis geeft dat vandaag aan het Internationaal Recht?

Jan Egeland: De internationale beschermingscrisis is veel groter dan de hulpcrisis. Je kan stellen dat humanitaire hulp er wereldwijd op vooruit is gegaan. Zowel in Syrië als in Jemen is het indrukwekkend om te zien hoeveel mensen we hebben kunnen bereiken met hulp, ondanks alle hindernissen. Het VN-Wereldvoedselprogramma kon in 2016 via de lucht, op een hoogte van 5000 tot 6000 meter, hulppakketten droppen boven de door IS ingenomen stad Deir Ez-Zor. Dit soort hulpoperaties was ongezien.

Maar tegelijk boeken we geen vooruitgang om kinderen op de vlucht in Idlib te beschermen.

Ik sta drieënveertigjaar in het humanitaire veld. Elke generatie zal zeggen dat het falen om mensen in conflicten te beschermen nooit ‘zo erg was als nu’. Maar we weten dat er genocides zijn geweest in de jaren 1970 in Cambodja, in de jaren 1990 met Rwanda en Srebrenica, om er maar een paar te noemen. We zijn geen stap vooruit geraakt. Het is vreselijk om te zeggen, maar het is vandaag even erg als het altijd is geweest.

Voor de burgers in Idlib zien we de vooruitgang niet.

We hebben niets geleerd van de geschiedenis, zegt u?

Jan Egeland: Er zijn plaatsen waar we in staat zijn geweest om internationale vredestroepen te installeren, of observatietroepen die early warnings over spanningen en mogelijke escalaties konden doorgeven. In sommige internationale gewapende conflicten werden regels van de humanitaire wetten meer gerespecteerd dan in vele andere hedendaagse conflicten.

Er gebeuren goede dingen onder de vleugels van internationale rechtsregels. De Soedanese ex-president Omar al-Bashir wordt wel degelijk uitgeleverd aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hij zal berecht worden op basis van de internationale aanklacht van zijn rol in de genocide en oorlogsmisdaden.

Maar voor de burgers in Idlib zien we die vooruitgang niet. Het is vreselijk om te zien dat er niemand in de internationale relaties en diplomatie het voor hen opneemt in deze uren van hoogste nood.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift