‘Wat ons verbindt, is het feit dat niets ons verbindt’

Juan Gabriel Vásquez is een van de meest gevierde hedendaagse Colombiaanse auteurs. MO* sprak met hem over de nood aan literatuur in het verwerkingsproces van een natie die op papier niet meer in oorlog is.

  • Leon Hernandez (CC BY-NC-ND 2.0) Dancing for peace in Colombia Leon Hernandez (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​
  • © Javier Perugachi​ © Javier Perugachi​

Juan Gabriel Vásquez groeide op in Bogota waar hij rechten studeerde. Net als grote namen uit de Latijns-Amerikaanse literaire boom trok hij naar Europa. Vásquez doctoreerde in Parijs in de Latijns-Amerikaanse letterkunde. Hij woonde ook in de Belgische Ardennen en in Barcelona.

Vásquez maakt deel uit van de literaire traditie van zijn continent, maar put uit een veel grotere literaire achtergrond. Hij behoort tot een nieuwe Latijns-Amerikaanse literaire garde, maar heeft verder niet veel gelijkenis met hen. In 2012 keerde hij met zijn gezin terug naar Colombia, zijn vaderland en het podium van veel van zijn literaire personages.

Vásquez’ romans zijn vertaald in meer dan dertig talen. Hij ontving prestigieuze prijzen zoals de Spaanse Premio Alfaguara, de IMPAC Dublin Literary Award en de PEN English Award. De vorm van de ruïnes, Vásquez’ laatste roman, is een ambitieuze zoektocht in de geschiedenis van zijn land.

© Javier Perugachi​

Vásquez spreekt met MO* op het Passa Porta Festival als schrijver, als liefhebber van geschiedenis, maar ook als vader en Colombiaan.

In Het geluid van vallende dingen ontmoeten we Antonio Yammara die met het geweld van de jaren negentig in Bogota opgroeit. Antonio belichaamt een generatie ten prooi aan het geweld van die tijd. Hoe gaat het vandaag met Antonio – en zijn generatie – na het vredesakkoord tussen de FARC en de Colombiaanse regering?

Juan Gabriel Vásquez: Het geweld van de afgelopen vijftig jaar in Colombia is een boom met vele takken. Het geluid van de vallende dingen ontdekt het narcoterroristische geweld van de jaren tachtig en negentig. Dit geweld markeerde sterk mijn leven en dat van de stedelijke generatie in Bogota.

‘Het geweld van de afgelopen vijftig jaar in Colombia is een boom met vele takken.’

Het narcoterrorisme liep parallel met het conflict tussen de FARC-guerrilla, de Colombiaanse staat en de extreemrechtse paramilitairen. Het narcoterrorisme communiceerde ondergronds met het grotere Colombiaanse conflict. Dit heeft de inwoners van Bogota, die constant onder angst leefden, op een speciale manier getekend.

De stad leefde onder een voortdurende bedreiging van het cartel van Medellin en in het bijzonder Pablo Escobar. Wanneer we ’s morgens het huis uitgingen wisten we niet of we ’s avonds terug veilig thuis zouden komen. Er was een niet afhoudend contact met de essentie van geweld.

Pablo Escobar moordde in zijn oorlog met de staat zonder discriminatie. Bommen konden eender waar exploderen; in een winkelcentrum, een vliegtuig, eender waar in de openbare ruimte. Dit type van geweld destabiliseerde ons leven op een subtiele manier die enkel kan weergegeven worden in een roman.

Het narcoterrorisme was slechts een onderdeel van het alomvattende Colombiaanse conflict van de voorbije vijftig jaar, dat zich voornamelijk buiten de steden afspeelde. Ik ga er van uit dat de reactie van Antonio niet anders is dan die van andere Colombianen. Maar het geweld waaronder iemand als Antonio heeft geleden, was van een andere aard dan het geweld waaraan het vredesakkoord een einde moet maken.

© Javier Perugachi​

U zegt dat enkel een roman dit gevoel van steeds met angst te moeten leven kan vertellen. Wat is de rol van literatuur en meer algemeen kunst in het postconflict?

Juan Gabriel Vásquez: Dat is een heel belangrijke vraag. Eén van de zaken waar tijdens de onderhandelingen in Havana weinig over gepraat werd alhoewel het evident is voor mij is de vertelling van de laatste vijftig jaar. En dat is juist de essentie van de onderhandelingen.

‘Het verhaal van het conflict varieert heel sterk naargelang de verteller.’

De oorsprong van het Colombiaanse conflict situeert zich bij de oprichting van de FARC in 1964, en zelfs veel eerder. Het verhaal van het conflict varieert heel sterk naargelang de verteller: de guerrilla, paramilitairen, stadsbewoners, landelijke bevolking, overheid of kerk.

Literatuur kan een ruimte creëren waar al deze verschillende versies van het verhaal samen kunnen bestaan. Er is niet één monolitische versie van het conflict. Dat zou een grondige vertekening zijn van de geschiedenis van Colombia. De literaire ruimte zorgt er voor dat we kunnen samenleven met de pluraliteit aan verhalen. We zijn nog steeds de verhalen aan het onderhandelen waarin we ons allemaal geïdentificeerd kunnen voelen. Dat is de bijzonder mooie rol van literatuur.

Het monopolie over het verhalen van de geschiedenis is steeds door de machthebbers afgenomen van de literatuur. In het Colombiaanse conflict is het noodzakelijk de verhalen van de gewone mensen te brengen aan de hand van de literatuur.

Literatuur, film en televisie hebben in Colombia verschillende verhalen voortgebracht. Zo zijn er de narconovelas, series over het drugsgeweld. Colombia heeft vandaag misschien nog andere genres nodig. Meer dan tachtig gemeenschapsleiders en mensenrechtenverdedigers zijn in 2016 vermoord. Is het vandaag aan het genre over het vermoorden van mensenrechtenverdedigers, of gezien het Odebrechtschandaal, aan een genre over corruptie? Of misschien is er ruimte voor een positiever genre?

Juan Gabriel Vásquez: De Colombiaanse literatuur heeft zich altijd gevoed met agitaties van het conflict en de interne tegenstellingen van het land. De rol van literatuur, fictie in het bijzonder, is verhalen wat journalisten en geschiedschrijvers niet kunnen brengen. Literatuur kan het hoofd bieden aan de politiek.

‘Literatuur kan het hoofd bieden aan de politiek.’

Goede journalistiek en geschiedschrijving vervullen een belangrijke rol in het vertellen van de realiteit vanuit een zeker standpunt. Maar deze media hebben hun beperkingen. Literaire fictie kent zijn bestaansrecht in het kunnen doordringen tot die onzichtbare plaatsen waar journalistiek en geschiedschrijving niet binnen kunnen. Dit heb ik altijd proberen te realiseren.

In de jaren vijftig was er de Colombiaanse Novela de la Violencia (Roman van het Geweld). Dit literair genre klaagde de partij-oorlog van die tijd aan, die leidde tot driehonderdduizend doden in acht jaar tijd. De novelistas de la violencia mislukten in hun opzet omdat ze de realiteit benaderden zoals journalisten en geschiedschrijvers dat doen. De auteurs zagen over het hoofd de realiteit langs een zijdeur te benaderen.

García Márquez begreep, op vanzelfsprekende manier, als eerste waar deze romanschrijvers faalden. Hij schreef het spraakmakende artikel Twee of drie dingen over de roman van het geweld. In essentie wees Márquez erop dat de Colombiaanse schrijvers eerst het schrijven van een roman onder de knie moesten krijgen; vooraleer te kunnen schrijven over het geweld van die tijd.

Márquez las bij de auteurs van de Roman van het Geweld een inventaris van doden. Literatuur moet zich buigen over zij die leven in angst omdat ze de volgenden zullen zijn. Márquez geloofde in romans over het geheim van de kamers van de overlevenden.

‘Het gaat erom de realiteit te verkennen met verbeelding.’

De Colombiaanse literatuur heeft hier altijd mee geworsteld. Het gaat erom de realiteit te verkennen met verbeelding, en op die manier zicht te krijgen op de realiteit. Literatuur is geen journalistieke reproductie; daar zijn andere heel goede genres voor.

U maakt deel uit van de groep Bogota 39, een groep schrijvers samengesteld in 2007 die de toekomst van de Latijns-Amerikaanse letteren zouden vormen. Hoe belangrijk is het voor de Latijns-Amerikaanse literatuur om de aandacht te trekken op een nieuwe generatie schrijvers?

Juan Gabriel Vásquez: Iemand opperde het idee 39 Latijns-Amerikaanse schrijvers samen te brengen die jonger waren dan 39 jaar. Er was geen pretentie een beweging te lanceren, enkel een vertegenwoordiging van de jongere generatie schrijvers.

Met het nalatenschap van de Latijns-Amerikaanse literaire boom wilden we begrijpen hoe onze literatuur zich verder had ontwikkeld. Het was boeiend om zonder nood aan ideologische affiniteiten de diversiteit te ontdekken in de Latijns-Amerikaanse literatuur van mijn generatie.

Een Mexicaanse auteur wees erop hoe bevoorrecht we waren tijd te hebben doorgebracht met de grondleggers van de Latijns-Amerikaanse literatuur: Mario Vargas Llosa, Carlos Fuentes, García Márquez.

Net alsof een Franse schrijver zou kunnen samen zitten met Victor Hugo of Flaubert. De Latijns-Amerikaanse literatuur ontwikkelde belangrijke kenmerken in de 19de en eerste helft van de 20ste eeuw. Maar voor mij krijgt de Latijns-Amerikaanse literatuur pas echt vorm in de jaren vijftig.

Op welke manier is de nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers anders dan de schrijvers van de boom? Ze komen ongetwijfeld uit deze traditie voort, maar welke nieuwe weg sloegen ze in?

Juan Gabriel Vásquez: Onze wegen en reisroutes zijn heel verschillend geweest. Na de Latijns-Amerikaanse literaire traditie hebben sommige auteurs vooral de Noord-Amerikaanse literatuur geproefd, andere dan weer vooral Europese literatuur. Sommige auteurs zijn vooral beïnvloed door film of stripverhalen.

‘Wat de nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers verbindt, is het feit dat niets ons verbindt’.

Wat ons verbindt, is het feit dat niets ons verbindt. Ik verken als auteur de politieke wereld, de geschiedenis. Andere grote auteurs schrijven zonder betekenis te geven aan de politieke buitenwereld, dat is even fantastisch.

De Chileense auteur Alejandro Zambra, ook deel van de auteurs van Bogota 39, schreef een roman over het opgroeien als kind in de dictatuur. Zambra nam zo een totaal andere invalshoek. Hij schrijft: ‘De roman was de roman van de ouders, het was niet onze roman.’ Er zal nu een nieuwe generatie jongeren opgroeien in Colombia die niet hun hele leven oorlog kennen, dat is de hoop. Zullen zij toch iets erven?

Juan Gabriel Vásquez: Dat is een interessante vraag. In mijn laatste roman De vorm van ruïnes stel ik die vraag tussen de lijnen. Het idee van deze roman groeide elf jaar geleden bij de geboorte van mijn tweeling.

Een Bogotaanse arts nodigde mij uit bij hem thuis. De arts bewaarde vreemde objecten. Hij toonde mij de schedel van Rafael Uribe Uribe, een politicus vermoord in 1914, en de ruggenwervel van Jorge Eliécer Gaitán, een liberale presidentskandidaat vermoord in 1948. De moord op zowel Uribe als Gaitán hebben Colombia gemarkeerd. Voor een Noord-Amerikaan zou dit aangevoeld hebben als het vasthouden van een stuk van de schedel van John Kennedy.

‘Hoe zullen mijn dochters dit geweld erven? Hoe kan ik ze beschermen tegen dit verleden? Hoe wordt geweld doorgegeven van generatie op generatie? Hoe zullen mijn dochters omgaan met de herinnering van het geweld?’

Na mijn vreemde bezoek aan de arts waar ik de resten van het Colombiaans geweld in mijn handen had genomen, nam ik in het ziekenhuis mijn dochters in de armen. Ik vroeg mij af: Hoe zullen mijn dochters dit geweld erven? Hoe kan ik ze beschermen tegen dit verleden? Hoe wordt geweld doorgegeven van generatie op generatie? Hoe zullen mijn dochters omgaan met de herinnering van het geweld?

In 2005, het geboortejaar van mijn dochters, was er nog geen einde aan het geweld in zicht. Nu is de oorlog op papier beëindigd, en ik zit nog altijd met die vragen. Ik vraag mij ook af, gezien de vrede heel fragiel is, hoe ze deze wankele vrede zullen omarmen.

Het tekenen van het finale vredesverdrag kreeg veel aandacht in de media. Die aandacht is nu een beetje verloren. Wat is er nodig om de vrede op papier, deze fragiele vrede waar u het over heeft, een kans te geven?

Juan Gabriel Vásquez: Het rechtssysteem dat in de akkoorden is opgenomen moet heel goed lopen.

Het is erg belangrijk dat de verantwoordelijken van de ergste misdaden berecht worden en andere gevallen amnestie krijgen. Er mag geen onderscheid gemaakt worden tussen de guerrilla, de paramilitairen, het leger en de staatsactoren. Er zijn helaas mensen die het onderscheid tussen het afstraffen van de ergste misdaden en amnestie willen zien mislukken.

© Javier Perugachi​

Na jaren van intens lijden is het moeilijk om te vergeven en zich te verzoening met amnestie. Toch is dit onderscheid erg belangrijk. Bij de onderhandelingen in Havana had je de overheid en de guerrilla. Het conflict in Colombia kende veel meer actoren dan de guerrilla, paramilitairen en overheid.

‘Als de rechtspraak goed loopt zal dit de eerste stap zijn naar verzoening.’

Het was een boom met veel vertakkingen: drugshandel, ondergrondse misdaden en indirect geweld. De complexe situatie resulteerde in heimelijk geweld, beschermd door het algemene conflict. Na tweeënvijftig jaar van gewelddaden dringt dit soort kwaad in personen zonder dat we het merken.

Als de rechtspraak goed loopt zal dit de eerste stap zijn naar verzoening, de pagina omslaan, niet vergeten maar wel opnieuw beginnen.

Zijn al deze actoren van het Colombiaanse conflict waar u het over heeft opgenomen in dit rechtsysteem? Ook de actoren die connecties hebben met de machthebbers?

Juan Gabriel Vásquez: In theorie wel. Er loopt hierover een debat in het congres. De vreselijkste actoren van het geweld, vooral de paramilitairen, werden gefinancierd door de Colombiaanse machthebbers zoals grootgrondbezitters en bedrijven.

Het project van gerechtigheid wil dat zij ook deel uitmaken van het transnationale rechtsysteem. Je kan zo zien dat velen willen dat het vredesproces mislukt.

Gemeenschapsleiders en mensenrechtenvoorvechters lopen vandaag een groot risico in Colombia om vermoord te worden. Dit is een enorme uitdaging voor het land.

We beleven een historisch moment. Het is heel waardevol en troostend om te zien wat er beweegt. Maar het is ook erg ontmoedigend en frustrerend dat velen niet inzien dat deze onperfecte vrede oneindig veel beter is dan de oorlog.

‘Deze onperfecte vrede is oneindig veel beter dan de oorlog.’

Het draait erom dat mensen niet blijven lijden. Sommige mensen hebben zo erg afgezien dat het heel moeilijk is om de vrede te omarmen en amnestie te aanvaarden. Ik begrijp dit natuurlijk vanuit menselijk standpunt. Maar laat ons niet vergeten dat die gebieden waar het geweld het meest extreem voorkwam, de regio’s waren met de meeste stemmen voor vrede.

Dit betekent dat deze mensen geloven in de mogelijkheid opnieuw in vrede te leven. Hoewel dit fout is gezegd: Ze geloven in vrede te leven, niet opnieuw in vrede te leven, want wij kennen geen land zonder oorlog. De oorlog was negen jaar aan de gang toen ik geboren was. Mijn ouders kenden het geweld van de jaren vijftig. Het gaat om cycli die we bij de wortels moeten uitroeien, zelfs ten koste van persoonlijke tegemoetkoming aan gerechtigheid.

Als we het hebben over (on)perfecte vrede; iemand zei mij dat het niet meer om vrolijke vrede gaat nu, maar om mogelijke vrede.

Juan Gabriel Vásquez: Ja, ja, dat is zo. Ik wantrouwde altijd de vrolijke vrede. Deze oorlog is heel pijnlijk geweest. Een vredesakkoord impliceert opofferingen van iedereen.

Het vredesproces is op een verantwoordelijke manier onderhandeld, in weinig tijd, en is een modelproces voor dit soort conflicten. De vrede in Ierland liet negen jaar op zich wachten tussen de ondertekening van het vredesverdrag en het inleveren van de wapens. Een gelijkaardig vredesproces met de guerrilla in Nepal kon enkel met veel mildere straffen en veel toegevingen aan de gewapende groepen.

Op deze manier is dit niet alleen het best mogelijke vredesverdrag voor Colombia, maar ook een akkoord dat we allemaal kunnen steunen.

In het militair ziekenhuis van Bogota zijn er al zes maanden geen oorlogsgewonden meer. Dit is de juiste weg. Zij die zich uitspreken tegen het vredesproces zijn vaak mensen die over het lijden van anderen spreken. Het is een morele test die we moeten afnemen.

Is er ook een generatieverschil tussen zij die voor of tegen vrede zijn?

Juan Gabriel Vásquez: Ik heb me nooit kunnen vinden in deze verdeling. Het is veel complexer. Colombia is een erg verdeeld land. Deze polarisatie van zij die wel of niet de vrede steunen doortrekken naar links of rechts is een foute redenering.

© Javier Perugachi​

Colombia is verdeeld door sociale klasse maar ook door de geografie. De hoofdstad, in het centrum van het land, ligt op 2600 meter hoogte. De politieke cultuur is er helemaal anders dan wat er leeft aan de Caraïbische kust, in de Amazone of in de kuststreken van de Stille Oceaan. De stad en het platteland verdelen ons ook in het vredesproces. Terwijl de landelijke gebieden nog gebukt gaan onder het conflict, leven we in de steden al vele jaren zonder geweld.

Wanneer de media over het vredesproces schrijven lijken de mensen van het platteland minder een stem te krijgen.

Juan Gabriel Vásquez: Colombia is altijd een land geweest waarbij de staat weinig aanwezig was op het platteland, dit in tegenstelling tot de steden. Dit is een belangrijke reden waarom de oorlog zo lang heeft geduurd. Er worden grote inspanningen gedaan om deze dynamiek te verbreken.

‘Vrede is enkel mogelijk als de staat aanwezig is in die gebieden die de FARC verlaat.’

Vrede is enkel mogelijk als de staat aanwezig is in die gebieden die de FARC verlaat. Zo niet ontstaat er een vacuüm, wat vrijspel geeft aan criminele organisaties of drugbendes. Dat zou de kiem zijn voor nieuw geweld, een nieuwe oorlog.

Is dit mede de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap?

Juan Gabriel Vásquez: We krijgen de unanieme steun van de internationale gemeenschap. Dat is zo mooi aan het vredesproces. De enigen die het vredesproces niet willen is de helft van de Colombiaanse bevolking.

‘De symbolische, en meer nog de financiële steun van de internationale gemeenschap is erg belangrijk.’

De symbolische, en meer nog de financiële steun van de internationale gemeenschap is erg belangrijk. Het vredesproces is een ingewikkeld en duur proces. We mogen absoluut niet het momentum en de animo van de Colombianen voor dit vredesproces verliezen.

U zei dat het nodig is de pagina om te draaien. Veel van uw romans verkennen het verleden en de geschiedenis van Colombia. Welke literaire wereld verbeeldt u zich voor de toekomst van de Colombianen en uw dochters? Wat zou een volgend roman kunnen zijn?

Juan Gabriel Vásquez: Ik moet u het antwoord schuldig blijven. De literatuur doet er vaak lang over om een thema aan te gaan. De Spaanse burgeroorlog eindigde in 1939. En in de 21ste eeuw zijn er verschillende romans over geschreven. We zullen er nog vele jaren over doen om te kunnen schrijven over het Colombiaanse conflict. De generatie van mijn dochters, hun kinderen en kleinkinderen zullen dit op zich nemen.

De literatuur heeft tijd en een zekere afstand nodig om te kunnen schrijven over het Colombiaanse conflict. Ik kan maar een paar auteurs bedenken die het al aandurfden, zoals Evelio Rosero met Los ejércitos. De literatuur is nog niet echt kunnen binnendringen in de schaduwzone van het heel recente Colombiaanse conflict.

‘De literatuur is nog niet kunnen binnendringen in de schaduwzone van het heel recente Colombiaanse conflict.’

Na het interview, voor we de mooie Passa Porta-residentie buiten gaan, vraag ik mij als letterkundige nog iets off the record af: Toen u naar Europa kwam, hoopte u de voetsporen te volgen van de grote Latijns-Amerikaanse auteurs die in de jaren zestig naar Europa trokken? Een wereld die Julio Cortázar in zijn Rayuela zo romantisch beschrijft op de Pont des Arts en in de kleine hoekjes van Parijs.

Juan Gabriel Vásquez: (glimlachend) Ja een beetje wel, maar de ervaring was alles behalve dat.

De vorm van ruïnes door Juan Gabriel Vásquez en vertaald door Brigitte Coopmans, is uitgegeven door Signatuur. 285 blzn. ISBN 978-90-5672-565-5
Het geluid van vallende dingen door Juan Gabriel Vásquez en vertaald door Brigitte Coopmans, is uitgegeven door Bruna Uitgevers. A.W. 272 blzn. ISBN 9789056724382

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift