Ruimte voor middenveld krimpt, geloof in eigen kracht niet

Lysa John: ‘Aanvallen op het middenveld moeten het falen van de overheid maskeren’

© Civicus

‘Onze ambitie is niet om op te komen voor gevestigde organisaties’, benadrukt Lysa John. ‘Wij komen op voor het recht van iedereen om zich uit te spreken en gehoord te worden, en voor het recht om je met anderen samen te organiseren om op te komen voor je eigen ideeën of belangen.’ Gie Goris sprak met Lysa John, secretaris-generaal van Civicus, wellicht de grootste alliantie van middenveldorganisaties.

‘De uitdaging vandaag is om de nieuwe en spontane bewegingen beter te vertegenwoordigen en te verbinden met de meer gevestigde organisaties uit het verleden.’

Civicus werd opgericht in 1993, midden een wereldwijde golf van democratisering en van toenemende ruimte voor burgers om hun stem te laten horen en om zich te verenigen in onafhankelijke organisaties. Civicus koos er op dat moment ook heel bewust voor om zijn hoofdkantoor niet in Londen, Parijs of New York te vestigen, maar in Johannesburg, Zuid-Afrika.

‘Het waren historische jaren van democratische belofte, versterking van mensenrechten en internationale dialoog, toenemende mobiliteit en mondiale connecties tussen mensen en groepen’, zegt Lysa John. ‘Er heerste ook een scherp besef van het belang dat onafhankelijke organisaties en hun netwerken zouden hebben als we de belofte van die dagen wilden omzetten in reële vooruitgang en echte verantwoording van de macht.’

Civicus belichaamt vanaf zijn ontstaan ook de idee die de jongste jaren benoemd wordt met de wat vage term intersectionaliteit: het netwerk verenigt groepen, bewegingen en organisaties die zich inzetten voor heel verscheiden thema’s en belangen, omdat ze elkaars inzet nodig hebben én omdat ze een gedeeld belang hebben bij de erkenning van het recht op vereniging, samenkomst en vrije meningsuiting.

‘De uitdaging vandaag,’ zegt ze, ‘is om de nieuwe en spontane bewegingen, zoals de opstand in Soedan, beter te vertegenwoordigen en te verbinden met de meer gevestigde sociale bewegingen en organisaties uit het verleden.’

Is er nog een onderscheid tussen het recht van de individuele burger om gehoord te worden en het belang van een georganiseerd middenveld?

Lysa John: Bij het middenveld gaat het altijd over een ruimer belang, een specifieke gemeenschap of een deel van de bevolking, ook als het om een spontane beweging of een denktank gaat. Die maatschappelijke doelen of gemeenschappelijke eisen doen allerlei soorten organisaties ontstaan: vakbonden, studentenorganisaties, vrouwenbewegingen… Het recht van burgers om zich voor dergelijke doelen te verenigen moet dan ook erkend en gegarandeerd worden door de staat.

Heeft de staat middenveldorganisaties nodig? Kan de overheid niet rechtstreeks in dialoog gaan met burgers?

Lysa John: De geschiedenis leert ons dat de relatie tussen staat en burgers zelden welwillend is. Wanneer een staat het middenveld overbodig probeert te maken, is dat niet bedoeld om goed te doen maar om de kritische stem van de burger te smoren. Het middenveld is juist nodig om regeringen ter verantwoording te roepen. En om die essentiële waakhondfunctie te bewaren, mag het middenveld ook niet deel worden van wat de overheid doet, al kunnen die acties goedbedoeld en nuttig zijn.

Je kan geen levendige, stabiele en democratische staat hebben zonder de ruimte om kritiek, bezorgdheden en voorstellen te uiten. Maar die ruimte is niet voor iedereen even toegankelijk. Vrouwen en minderheden hebben niet even veel of makkelijk toegang tot die democratische, civiele ruimte als meerderheidsgroepen.

Lysa John wijst er op dat “valse middenveldorganisaties”, opgezet door de overheid of door bedrijfslobby’s, recent een veelgebruikte manier zijn om de geloofwaardigheid of effectiviteit van het middenveld te ondermijnen. Op dezelfde manier worden soms “onafhankelijke media” opgezet die de belangen van meerderheidsgroepen of bedrijven moeten dienen.

© Civicus

 

Wat zit er achter die pogingen om het middenveld te verzwakken of uit te schakelen?

Lysa John: Vanaf de financieel-economische crisis van 2008 zie je een explosie van maatschappelijke breuklijnen. Armoede en ongelijkheid, klimaatcrisis, voedselprijzen, racisme… En parallel daarmee zijn politieke leiders aanvallen op het middenveld gaan gebruiken om de echte problemen toe te dekken. De eerste doelwitten zijn dan de meest kwetsbare groepen: vrouwen, holebi’s, religieuze of culturele minderheden. Organisaties die voor hen opkomen, krijgen te maken met allerlei drukkingsmiddelen, van financiële beperkingen tot rechtstreekse doodsbedreigingen, die soms ook effectief uitgevoerd worden.

Hoe weten we eigenlijk dat er sprake is van een wereldwijde tendens om de democratische ruimte in te krimpen? En welk ijkpunt gebruikt u daarvoor?

Lysa John: De Monitor van Civicus toont dat steeds meer landen beperkingen opleggen, repressief optreden of gewoonweg geen ruimte meer laten voor een autonoom middenveld. Ook landen die decennialang voortrekkers waren van dit soort democratische ruimte perken de mogelijkheden in met onder andere antiterrorismewetten. Kijk naar wat er gebeurt in de vaandeldragers van de democratie zoals het Verenigd Koninkrijk, Brazilië en India.

Er is dus enerzijds een steeds groter aantal landen waar de ruimte voor het middenveld onder druk staat, en anderzijds zie je dat staten steeds makkelijker bereid zijn om geweld te gebruiken tegen onafhankelijke stemmen. De Filipijnen zijn daarvan een extreem en pijnlijk voorbeeld, want de president stelt middenveldorganisaties die het oneens zijn met zijn beleid meteen voor als anti-nationaal en geeft de ordediensten dan ook een vrijgeleide om hen op te jagen of te vermoorden.

Is deze tendens het gevolg van een “succesvolle aanpak” van middenveldorganisaties die ontwikkeld werd in landen als Rusland en China? Volgen landen als de Filipijnen, Brazilië en Turkije, maar ook Europese landen als Hongarije en Polen, een “model”?

Lysa John: Dan zou de trend veel vroeger opgedoken zijn. Fundamenteel gaat het om het onvermogen om goed te besturen, om een effectief antwoord te geven op sociale, ecologische of maatschappelijke uitdagingen. Aanvallen op middenveldorganisaties vormen dan een heel makkelijke manier om de aandacht van dat falen af te leiden, om te voorkomen dat ze “betrapt” worden op hun onvermogen of op hun actieve corruptie.

Die overheden slagen er bovendien in om het middenveld voor te stellen als de oorzaak van de problemen die het wil aankaarten.

Lysa John: Dat klopt. Maar je moet daar toch ook aan toevoegen dat organisaties en bewegingen altijd manieren gevonden hebben om te blijven organiseren en ageren, ondanks aanvallen, beperkende wetten en intimidaties. Mensen zitten niet te wachten tot ze het recht krijgen om zich te organiseren. Ze nemen dat recht, ongeacht de houding van de overheid. Dat geeft hoop. Jongeren slagen er vandaag ook beter en sneller in om het verhaal van de overheid te checken, ze maken ook sneller verbindingen met elkaar dankzij de nieuwe communicatietechnologieën.

Zodra een overheid erin slaagt om een groot deel van de bevolking ervan te overtuigen dat alle problemen opgelost kunnen worden als een bepaalde mening of gemeenschap maar voldoende onderdrukt wordt, dan moeten al onze signalen op rood.

Die nieuwe communicatietechnieken zorgden voor de snelle en brede verspreiding van nepnieuws, en ze maken uitgerekend jonge mensen erg ontvankelijk voor de boodschap van extreemrechts.

Lysa John: Het is niet toevallig dat overheden steeds vaker naar een internetblokkade grijpen om protesten te bestrijden. De opstand in Soedan werd getrokken door goed opgeleide, stedelijke jongeren. De hele beweging was ook meer gebouwd op spontane connecties dan op traditionele technieken. Ook in Zimbabwe heb je een dergelijke beweging gezien begin dit jaar. In Bangladesh kwamen scholieren op straat na een ongeval, om het falende bestuur aan te klagen. Ik zie dus wel degelijk meer, jonger en sneller middenveldwerk, vaak ook zonder een duidelijke structuur of een voorhoede die het allemaal organiseert en in politieke banen leidt.

Welk soort organisaties heeft vooral te lijden onder repressie?

Lysa John: Het is altijd moeilijk om dat soort inschattingen te maken. Maar vooral: het maakt minder uit wie op dit moment het grootste slachtoffer is. Want zodra de overheid groen licht geeft voor aanvallen op de ene of de andere middenveldorganisatie, wordt een dynamiek in gang gezet die op termijn alle organisaties bedreigt. Zodra een overheid erin slaagt om een groot deel van de bevolking ervan te overtuigen dat alle problemen opgelost kunnen worden als een bepaalde mening of gemeenschap maar voldoende onderdrukt wordt, dan moeten al onze signalen op rood. Het is uitgerekend in dat soort situaties dat je een middenveld nodig hebt dat pal staat voor de rechten van elke mens, elk individu, elke gemeenschap – van waar ze ook afkomstig zijn.

‘We moeten de successen blijven zien. De aanvallen op bewegingen, organisaties en spontaan protest betekenen niet dat wij de handdoek in de ring moeten gooien.’

Mensenrechten en democratie staan onder druk, terwijl de wereld teruggrijpt naar nationale soevereiniteit, nationale veiligheid, nationalisme.

Lysa John: De wereld kiest eerder voor presidentiële soevereiniteit dan voor nationale soevereiniteit. Bepaalde leiders slagen erin hun belang voor te stellen als het gemeenschappelijke belang. Hun verhaal over macht en machtsverhoudingen domineert, maar dat betekent nog niet dat ze de hele verbeelding van hun naties, laat staan de wereld overgenomen hebben.

We moeten dan ook niet alleen naar de problemen en de achteruitgang kijken, maar ook naar de strijdvaardigheid en naar de overwinningen die hier en daar geboekt worden. Dat Botswana seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht uit het strafrecht haalt, is een overwinning voor Afrikaanse holebibewegingen.

Discriminatie die in de jaren tachtig nog gewoon was, wordt nu steeds minder aanvaard. Het is dus niet dat we ons vandaag op een dieptepunt van de menselijke beschaving bevinden, maar we moeten wel eeuwig alert blijven om terugval te voorkomen of te bestrijden.

© Civicus

 

Komen de overwinningen van het middenveld de “hardwerkende burgers” ten goede? Of blijven ze hangen bij de gemondialiseerde, kosmopolitische elite?

Lysa John: Kosmopolitische elite is een van de vriendelijkste verwijten die we naar het hoofd geslingerd krijgen. Vaak gaat het over verraders, antinationale elementen en al dan niet expliciete linken met terrorisme. Er zijn steeds meer overheden die alles uit de kast halen om middenveldorganisaties te discrediteren of te bestrijden. Maar als die organisaties écht het belang van de elite vertegenwoordigden, dan zouden ze niet zo lastig gevallen worden.

De verwijten komen pas als je opkomt voor gemarginaliseerde of uitgesloten groepen of minderheden. De vraag is vooral: welk verhaal versterken de media? Want zij bepalen uiteindelijk welk perspectief dominant wordt. Het probleem is dat er veel commerciële media zijn die de visie en de belangen van de zakenwereld versterken. Daardoor wordt het zo makkelijk om de strijd voor grond, rechten of gelijkheid af te schilderen als volksvreemd of staatsgevaarlijk.

De rol van de media is misschien belangrijk, maar de nieuwe autoritaire overheden komen ook aan de macht via vrije en democratische verkiezingen.

Lysa John: Populariteit is een heel moeilijk begrip. Het is niet dat de antikoloniale bevrijdingsoorlogen van midden twintigste eeuw zo populair waren in alle lagen van de bevolking. Met andere woorden: de legitimiteit van een strijd hangt niet alleen af van de populariteit van de zaak. Maar het succes van autoritaire leiders is zeker een signaal aan het middenveld dat we ons beter en effectiever moeten organiseren. Want de middelen worden schaarser, de strijd om de verbeelding en het narratief wordt scherper.

11.11.11 voert dit najaar campagne over Changemakers: middenveldorganisaties die het verschil maken, maar ook onder toenemende druk staan.

U bedoelt: de ideeënstrijd verloopt in toenemende mate via media en meer bepaald sociale media, en het middenveld moet nog leren hoe die te gebruiken terwijl de autoritaire bewegingen of leiders daar veel succesvoller mee omgaan?

Lysa John: Die vaststelling is correct, maar niets belet dat het middenveld zich beter organiseert om een deel van de verloren ruimte online terug te winnen. Wanneer iets fout loopt of de verkeerde kant op gaat, moeten we gewoon harder en beter terugvechten. In Kenia legt de regering een boel beperkingen op voor demonstraties, en toch eisen mensen de straat op. In Saoedi-Arabië is werkelijk niets toegelaten, toch zoeken mensen ook daar manieren om hun stem te laten horen. De aanvallen op bewegingen, organisaties en spontaan protest betekenen niet dat wij de handdoek in de ring moeten gooien. We moeten de successen blijven zien, de doorbraken vieren en het geloof in eigen kracht versterken.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur