Boek "Afrika is geen land" van auteur Dipo Faloyin

‘Veel mensen geloven dat er iets mis is met Afrikanen’

Amandine Rorison-Powell

 

Over geen enkel continent bestaan zoveel vooroordelen als over Afrika, ziet journalist Dipo Faloyin, die opgroeide in Lagos, Nigeria. In zijn boek Afrika is geen land maakt hij korte metten met de hardnekkigste stereotypes. ‘Mensen praten over Afrika – met zijn 54 landen, meer dan 2000 talen en 1,4 miljard mensen – alsof het één land is.’

Dipo Faloyin (33) werd geboren in Chicago, groeide op in de Nigeriaanse miljoenenstad Lagos en woont nu in Londen. Voor hij zijn enthousiasme over de stad waar hij zijn jeugd doorbracht kan overbrengen aan Europeanen, moet hij altijd opboksen tegen het beeld van Afrika dat zij hebben. De titel van zijn boek Afrika is geen land verwijst dan ook naar het meest hardnekkige stereotype dat mensen van het continent hebben: dat over Afrika wordt gesproken alsof het één enkel land is.

‘Mensen kijken naar Afrika op een manier waarop ze nooit naar andere continenten kijken, alsof het een monoliet is met een bij voorbaat hopeloze toekomst’, zegt Faloyin via Zoom. ‘Afrika wordt niet gezien als een plek die zich voortdurend ontwikkelt, die verhalen kent van groot succes en grote verwoesting, waar je bruisende metropolen, landelijke gebieden en alles ertussenin hebt. Ik schreef Afrika is geen land omdat ik wil dat mensen Afrika zien als een plek die net zo complex is als de rest van de wereld.’

Het idee voor Afrika is geen land kwam in 2020. Voor VICE schreef Faloyin toen over cultuur en identiteit in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Hij wilde er de berichtgeving over Afrika verbreden.

Toen de Black Lives Matter-protesten in dat jaar leidden tot maatschappelijke discussies over (anti)racisme en koloniale geschiedenis, wilde hij Afrika deel maken van die gesprekken. Zo werd ook de missie van het boek geboren: zorgen dat mensen het continent niet langer zien als een concept op een landkaart – een denkwijze die Afrika al sinds het kolonialisme plaagt.

‘Om de kolonisatie te legitimeren, reduceerden westerse landen Afrikanen tot wilden, die niet konden overleven zonder hulp van Europa.’

De “scramble for Africa”

Zorgen dat ‘Afrika’ geen concept is, dat begint met het kennen van de geschiedenis en hoe de kaart van Afrika eruit is komen zien zoals ze er nu uitziet. ‘Vóór de kolonisatie was Afrika rijk aan bloeiende gemeenschappen en allerlei hulpbronnen. Vijftien Europese landen en de Verenigde Staten wilden die hulpbronnen voor zichzelf.’

‘Daarom organiseerden ze de Conferentie van Berlijn in 1884, waar ze afspraken hoe ze Afrika onderling zouden verdelen, zodat er daarover geen oorlog zou ontstaan tussen westerse landen.’ Dit werd de ‘scramble for Africa’ genoemd, oftewel de ‘wedloop om Afrika’.

‘De Europese mogendheden wisten heel goed dat het in bezit nemen van land volgens internationaal recht illegaal was. Om de kolonisatie te legitimeren, creëerden ze een beeld van Afrika waarin Afrikanen gereduceerd werden tot wilden, die niet konden overleven zonder hulp van Europa. Europa zou hen christendom, commercie en beschaving brengen. De kolonisatoren vonden zo een nieuwe realiteit uit om te rechtvaardigen dat ze mensen beroofden van hun land, broodwinning en toekomst.’

Faloyin hoopt dat mensen die zijn boek lezen zullen beseffen dat veel Afrikaanse landen kunstmatige landen zijn, die op een onlogische wijze werden gecreëerd. ‘Etnische groepen en gemeenschappen, die niet dezelfde talen spraken of dezelfde goden aanbaden, werden samengevoegd. Landen werden uitgetekend met het doel te falen; ze moesten onderling verdeeld zijn zodat ze niet gemakkelijk in opstand konden komen.’

Jonge landen

Nigeria, het land waar de familie van Faloyin nog steeds woont, is als land jonger dan Faloyins ouders. Als je beseft hoe weinig tijd Afrikaanse landen hebben gehad om zich aan te passen aan de onlogische grenzen waarmee ze opgezadeld zijn, dan doen velen het zo slecht nog niet, zegt de auteur.

Alleen raken de successen gemakkelijk ondergesneeuwd door verhalen die passen bij het beeld dat mensen al van Afrika hebben. ‘Wanneer een fenomeen als een dictatoriaal regime of een hongersnood voorkomt in een aantal Afrikaanse landen, wordt dat nog altijd gemakkelijk verpakt als een Afrikaans probleem, dat geassocieerd wordt met alle 54 landen.’

‘Veel mensen geloven het sinds de kolonisatie geïntroduceerde narratief dat er iets mis is met Afrikanen, dat ze niet kunnen omgaan met democratie’, zegt Faloyin.

Hoe het komt dat een aantal van die jonge landen te kampen heeft of had met dictatoriale regimes, legt hij in zijn boek uit. De eerste leiders van heel wat Afrikaanse landen waren militaire leiders die hadden gevochten voor onafhankelijkheid. Sommigen waren beter thuis op het strijdtoneel dan aan het hoofd van een regering.

‘Zimbabwe werd bijvoorbeeld pas 20 jaar na andere landen onafhankelijk, na een lange strijd tegen een van de meest onderdrukkende white supremacist-bewegingen die de wereld ooit gekend heeft’, zegt Faloyin.

‘Dat radicaliseerde mensen en vervulde hen met woede en wraaklust. President Robert Mugabe (regeringsleider van Zimbabwe tussen 1987 en 2017, red.) was zo’n voormalige militaire leider die niet boven die emoties kon uitstijgen en in dictatorschap verviel. Dat praat zijn daden niet goed, maar geeft de context die ons kan helpen om het waarom te begrijpen en om de toekomst anders te laten verlopen.’

Roofkunst was altijd al roofkunst

Ook de discussie over het teruggeven van Afrikaanse kunstschatten die gestolen werden tijdens de kolonisatie, voorziet Faloyin in zijn boek van de nodige context. Hij ontkracht het idee dat roofkunst een erfenis zou zijn van een andere tijdsgeest waar musea vandaag mee opgezadeld zitten. ‘Stelen was toen ook al stelen. Het concept van diefstal is echt niet in de afgelopen vijftig jaar uitgevonden’, zegt hij lachend.

‘Toen de Maqdala-schatten (honderden objecten die Britse troepen uit het paleis van de Ethiopische keizer Tewodros II roofden, red.) bijvoorbeeld uit Ethiopië geroofd werden in 1867, uitte de toenmalige Britse premier William Gladstone in een parlementaire toespraak zijn schaamte. Gladstone beval de schatten terug te brengen, wat nog steeds niet gebeurd is. Er is geen sprake van een “toen” dat losstaat van “nu”, zoals musea dat soms voorstellen. De objecten werden gestolen en tot op de dag van vandaag bijgehouden.’

Onder meer Frankrijk, Duitsland en België beloofden de afgelopen jaren om roofkunst terug te geven. In de praktijk keerden nog maar weinig objecten terug naar de regio van herkomst.

Wat is er nodig om dat proces te versnellen? ‘Mensen in Europa moeten druk uitoefenen op musea en politiek. Afrikaanse landen vragen er al zo lang om en kunnen weinig meer doen. Ze gaan geen oorlog voeren om de objecten terug te krijgen.’

‘Het British Museum bezit 900 Benin-bronzen, waarvan er maar 100 tentoongesteld worden. De rest staat in hun depot. Als ze de stukken die in het depot staan teruggeven, dan zijn er nog altijd 100 bronzen beelden te zien in het museum. En toch houden ze deze objecten zelf bij. Dat is enorm frustrerend’, zucht Faloyin. ‘Afrikaanse landen willen graag dat hun kunst over de hele wereld te zien is, maar ze willen wel zeggenschap hebben over hun objecten.’

Standbeelden van je vijanden

Spelen standbeelden en straatnamen die verwijzen naar koloniale machthebbers een rol in het vertellen van de geschiedenis?

‘Er moeten eerlijke gesprekken komen over het leed dat ontstond en nog steeds kan ontstaan als een identiteit als minderwaardig wordt gezien.’

‘Het doel van standbeelden overal ter wereld is het vieren van mensen’, zegt Faloyin. ‘We zetten toch geen standbeelden neer van onze vijanden? Als je de geschiedenis kent, wil je iemand als de Belgische koning Leopold II, die miljoenen mensen liet doden in Centraal-Afrika, niet vieren. Die geschiedenis moet onderwezen worden in scholen, niet via standbeelden en straatnamen.’

Standbeelden verwijderen is het tegenovergestelde van het uitwissen van de geschiedenis, vindt Faloyin, die zich zichtbaar ergert aan dit argument, dat voorstanders van het behoud van standbeelden soms aanhalen. ‘Als we standbeelden weghalen en straatnamen veranderen, dan dwingen we onszelf uit te leggen waarom. Er zouden eerlijke gesprekken moeten worden gevoerd over het leed dat ontstond en nog steeds kan ontstaan als een identiteit als minderwaardig wordt gezien en mensen hun land ontnomen wordt.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Faloyin zegt dat heel wat Britse scholen hem al lieten weten zijn boek te gaan gebruiken in hun lessen. Dat geeft hem hoop dat er een maatschappelijke verschuiving gaande is.

‘Afrika heeft zo’n rijke invloed gehad op landen over de hele wereld, op het vlak van cultuur, eten, de manier waarop we met elkaar omgaan… Ik hoop dat Europeanen beseffen dat dit boek ook over hun identiteit gaat en het zullen lezen. Daar zit volgens mij een sleutel tot verandering: dat jonge mensen opgroeien met een accurater verhaal van de geschiedenis en een veelzijdiger beeld van het continent waar ik zo van houd.’

De Nederlandse vertaling van Afrika is geen land verschijnt op 7 juli bij uitgeverij De Bezige Bij.

Dit interview werd eerder gepubliceerd op OneWorld.nl.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift