‘Ofwel investeren we nu, ofwel betalen we over tien jaar het driedubbele’

Meryame Kitir: ‘Ik heb een stem en die ga ik gebruiken’

© Iratxe Álvarez

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir

Met Meryame Kitir (Vooruit) heeft België voor het eerst een minister van Ontwikkelingssamenwerking met een migratieachtergrond. Dat beïnvloedt mee haar visie. ‘Ik heb de kracht van zelfredzaamheid van kindsbeen af ervaren.’

‘Soms denk ik dat het een nadeel is dat ik niet naar de universiteit ben kunnen gaan’, zegt Meryame Kitir. ‘Aan de andere kant helpt het me om experten simpelweg te vragen om zich in mensentaal uit te drukken. Als ze zeggen dat er met partnerlanden een comprehensive approach moet zijn, verduidelijken ze me dat dit betekent dat er over alles moet kunnen worden gepraat.’

‘Uiteindelijk kan het me helpen om aan de mensen uit te leggen waar ontwikkelingssamenwerking over gaat en waarom het ons allen aanbelangt. Ik denk dat ik dat met passie zal doen.’

Wie is Meryame Kitir?

  • Geboren op 20 april 1980 in Maasmechelen.
  • Ging in 1999 werken bij Ford Genk en bleef daar veertien jaar aan de slag. Ze was er ook vakbondsafgevaardigde voor het ABVV.
  • Werd in 2006 verkozen als gemeenteraadslid en zette een jaar later de stap naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  • Fractievoorzitster voor sp.a (2015-2020).
  • Werd op 1 oktober 2020 minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk Beleid in de regering-De Croo.

De nieuwe minister heeft zich de voorbije vijf maanden duchtig ingelezen in de materies van haar portefeuille en ontwikkelt stilaan haar eigen benadering. Als vakbondsdéléguée bij Ford Genk en later fractieleidster van sp.a (de partij die sinds kort ‘Vooruit’ heet) in de Kamer van Volksvertegenwoordigers was ontwikkelingssamenwerking voor haar niet echt een prioriteit.

Toch werd ze al heel vroeg geconfronteerd met de ontwikkelingsproblematiek. Ze is dochter van een Marokkaanse vader die in de Limburgse mijnen kwam werken, en als kind toog ze met het gezin om de twee jaar naar het land van herkomst.

‘Ik heb altijd geleerd: kijk wat je kan doen om anderen te helpen. En ik heb gezien dat dat werkt, dat er resultaten zijn geboekt.’

‘We gingen ook naar het dorp waar mijn vader vandaan kwam. Dat was heel primitief. Er was geen stromend water, geen elektriciteit, geen radio of tv, geen verschil tussen keuken, living of slaapkamer. We sliepen op de grond. We gingen met de ezel bidons water halen bij de bron en daarmee moest je het dan de hele dag doen.’

Zo heeft ze van dichtbij ervaren hoe een verschil in ontwikkeling had geleid tot de migratie van haar vader. Die roots helpen Kitir in de functie die ze nu uitoefent. Omdat ze haar in contact brachten met de verschillen in de wereld en de realiteit van veel mensen in het Zuiden.

‘We waren met elf thuis, dat geeft een andere opvoeding. Ik verloor mijn moeder toen ik twee was, mijn vader toen ik achttien was. Als kind begreep ik niet waarom ik de trui van mijn zus moest dragen en die dan weer doorgeven aan een andere zus, terwijl mijn klasgenootjes met merkkledij naar school kwamen. Aan de andere kant had ik altijd wel iemand om mee te spelen. We hebben heel vroeg geleerd te zorgen voor elkaar.’

Kitir zag ook veel veranderen in het dorp van herkomst van haar vader. ‘Door de jaren heen gebeurde dat. We namen een koelkast of andere elektrische toestellen mee, want in het dorp kwam er beetje bij beetje elektriciteit. Er werden ook waterleidingen gelegd, al was er eerst maar een paar uur water per dag. Nu is er tv en wifi. Men is daar van niets naar een hele reeks basisvoorzieningen gegaan.’

Zag u zo zelf de kloof tussen Noord en Zuid verkleinen?

Kitir: Ja, dat is een evolutie die ik van dichtbij kon volgen. Mijn vader is, ondanks zijn eigen grote gezin, toch nog solidair geweest met de familie daar. Ik heb altijd geleerd: kijk wat je kan doen om anderen te helpen. En ik heb gezien dat dat werkt, dat er resultaten zijn geboekt.

Was de ontwikkeling van het dorp te danken aan externe steun of aan de eigen Marokkaanse dynamiek?

Kitir: Beide. De rechtstreekse hulp van mijn vader hielp mijn familie, maar met één gezin met een frigo kan je niet het hele dorp helpen. De Marokkaanse overheid heeft ook geïnvesteerd. De steun van migranten is goed, maar volstaat niet. Je moet zorgen dat de structuur daarrond goed is.

Kijk naar mijn eigen verhaal: een groot gezin, ouders vroeg verloren… en toch heb ik me kunnen ontwikkelen. Waarom? Omdat er een structuur van voorzieningen was waarop we konden terugvallen. Ieder van ons kon naar school gaan, gezondheidszorg was toegankelijk, ieder had een dak boven het hoofd en heeft een baan gevonden. Het is een en-en-verhaal.

© Iratxe Álvarez

Ik lees op sociale media: ‘Er is een pandemie, waarom investeren in verre landen?’ Antwoord: omdat we er allemaal belang bij hebben dat iedereen vooruitgaat.

Ontwikkeling gaat over economische mogelijkheden en sociale voorzieningen. Maar onlangs benadrukte u dat we ook de ecologische schade in rekening moeten brengen als we ontwikkeling meten. Leeft dat ook in ontwikkelingslanden, of wil men daar vooral hogere inkomens?

Kitir: De ontwikkelingslanden hebben het meest last van de klimaatverandering. Als we nu niet handelen, komen er meer extreme weersveranderingen. Zij gaan daar meer hinder van ondervinden dan de rijke landen. Als iemand daarvan overtuigd is, zijn zij het wel. We mogen absoluut niet denken dat investeren in het klimaat naast de kwestie is. Het is juist essentieel. Pak je dat niet aan, dan ben je fout bezig. De pandemie toont ons wat de gevolgen zijn als er iets gebeurt dat je niet onder controle hebt.

De klimaatcrisis is ook zo’n verschijnsel. Mensen in ontwikkelingslanden worden daar nu al mee geconfronteerd. Het dorpje van mijn vader, daar is het veertig, vijftig graden, hé. Zonder water is er geen of minder landbouw, is er geen of minder eten. Of geen export en geen inkomen. In dat dorp werd de henna-export sterk bepaald door de weersomstandigheden. Soms was dat het verschil tussen eten en geen eten.

U benadrukt vaak de zelfredzaamheid van mensen in ontwikkelingslanden.

Kitir: Wat mij altijd opviel, is dat mensen die bij vijftig graden werkten en leefden toch aan mij vroegen of ík niet wilde douchen, ondanks hun eigen loodzware levensomstandigheden. Zelfs in die positie waren ze hulpvaardig. Dat vond ik megasterk. Die kracht wil ik ondersteunen. Als je mensen instrumenten geeft, kunnen ze veel. Ik geloof in die zelfredzaamheid. Ik wil in mijn beleid investeren opdat mensen eigen keuzes kunnen maken, in plaats van gedwongen te worden door weersomstandigheden, oorlog, corruptie of honger.

Kijk, ik ben meter van een project in India. Een kinesist uit Houthalen werkt er met kinderen met een handicap. Die worden dikwijls slecht behandeld omdat een handicap er wordt beschouwd als een straf voor een vorig leven. We wilden een speeltuin bouwen omdat het voor alle betrokkenen goed is als er ook contact is met gezinnen met gewone kinderen.

We stonden voor de keuze: gaan we die speeltuin zelf bouwen of samen met hen? Dat laatste duurde langer. Maar toen hij er eenmaal was, na negen maanden zoeken en tasten, hadden de mensen het gevoel: die speeltuin is van ons. Daardoor is het project ook duurzamer. Je moet inzetten op de zelfredzaamheid van mensen.

Terug naar het klimaat: hier een goed klimaatbeleid voeren is dus ook goed ontwikkelingsbeleid, zegt u.

Kitir: Het klimaat stopt niet aan de grenzen. We moeten allemaal ons steentje bijdragen waardoor iedereen er ook beter van wordt. Er is een klimaatgeneratie opgestaan die eist dat we nu handelen. Uit studies blijkt dat ontwikkelingslanden over tachtig jaar hoe dan ook de zwaarste gevolgen van de opwarming zullen dragen. Daarom is het belangrijk dat we een sterk klimaatbeleid voeren én hen bijstaan in de strijd tegen de gevolgen ervan.

Wat zegt u aan partijen die tegen migratie zijn én tegen klimaatbeleid?

Kitir: Veel mensen zijn sceptisch over ontwikkelingsbeleid. Op sociale media zie ik wat men daarover schrijft: er is hier een pandemie, waarom dan investeren in verre landen? Antwoord: omdat we er allemaal belang bij hebben dat iedereen vooruitgaat. Daar wil ik even veel aandacht aan besteden als aan de projecten waarop ik inzet. Wat wij doen, is geen weggegooid geld. Ofwel investeren we nu, ofwel gaan we over tien jaar het driedubbele betalen.

Migranten sturen jaarlijks in totaal 400 miljard euro naar hun land van herkomst. Dat is een ontwikkelingsimpuls. Moet u als minister van Ontwikkelingssamenwerking dan geen deuren openen voor migratie?

Kitir: Ontwikkelingssamenwerking is geen oplossing om migratie tegen te houden, maar het staat evenmin voor open grenzen. Ik ga mensen niet verbieden of aansporen om te migreren, ik ga er wel voor zorgen dat ze kunnen kiezen om dat al dan niet te doen. Mensen vluchten niet voor hun plezier. Wat moet je doen als terroristen voor je deur staan of als de kinderen honger hebben?

We moeten een onderscheid maken tussen vluchtelingen en economische migratie. Het is goed dat mijn collega, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V, red.), een humaan beleid nastreeft voor mensen die gedwongen worden te vluchten. Het is niet normaal dat ze hun leven moeten riskeren om hier te raken.

Moet er dan een luik voor economische migratie komen?

Kitir: Die vraag is van alle tijden.

Officieel geldt sinds 1974 een migratiestop voor arbeidsmigranten, maar er is wel illegale migratie. Bovendien organiseren VOKA en anderen ook de facto economische migratie. Een sereen gesprek hierover is erg moeilijk geworden.

Kitir: Er is veel polarisering. Ik wil ook werken aan de toon en de taal die we hanteren over dit onderwerp. Ik heb de voorbije vier maanden veel zaken leren kennen waarvan ik zelfs niet wist dat ze gebeurden. Ik vind het jammer dat ik pas als minister van Ontwikkelingssamenwerking verneem welke resultaten ontwikkelingshulp boekt. Ik snap dat negatief nieuws sexy is, maar we moeten wel beseffen welk beeld van de wereld we daarmee schetsen.

Aan welke resultaten denkt u dan?

Kitir: De extreme armoede in de wereld is fel verminderd. Er gaan veel meer meisjes naar school. Meer mensen hebben een formele baan, dikwijls door de opleiding die ze hebben genoten dankzij hulp. Die verhalen horen we nooit, of we vertellen ze te weinig. Dat is belangrijk om een draagvlak te creëren en dingen in hun juiste perspectief te plaatsen.

Er wordt in Europa druk gezet om migratie via ontwikkelingssamenwerking onder controle te krijgen.

Kitir: In landen als Polen, Hongarije en Nederland wil men ontwikkelingssamenwerking inderdaad aan migratie koppelen. Dat is niet ons standpunt. We gaan onze samenwerking toch niet laten afhangen van de migratie uit een bepaald land? Maar wél van de voorwaarden om resultaten te halen.

MO* berichtte over een project van terreurbestrijding dat het Belgisch Ontwikkelingsagentschap Enabel uitvoert in Burkina Faso. Daarbij worden strijdkrachten opgeleid en worden drones en niet-dodelijke wapens geleverd. Is dat ook ontwikkelingssamenwerking?

Kitir: Zonder veiligheid is geen ontwikkeling mogelijk. Vergeet ook niet dat het geweld extremer wordt: tegenwoordig worden ziekenwagens en hulpverleners aangevallen. Wij helpen de politie opleiden. Mensen moeten kunnen rekenen op een politie die hun veiligheid garandeert.

© Iratxe Álvarez

‘We gaan de internationale klimaatfinanciering vanuit Ontwikkelingssamenwerking optrekken tot 100 miljoen euro, het hoogste cijfer ooit.’

Zit u niet op een hellend vlak als u zich verbindt met een politie die soms geweld tegen de eigen bevolking pleegt?

Kitir: Daarom investeren we in een politiedienst die dicht bij de burgers staat. Ontwikkelingslanden hebben vaak een zwakke overheid. Er is veel corruptie. Maar veiligheid is essentieel voor ontwikkeling, en die maakt mensen dan weer minder kwetsbaar voor de sirenenzang van jihadisten.

‘Ik sta er voor open om de diaspora te betrekken van landen waar we actief zijn met ontwikkelings-samenwerking. Ze moeten mee de ambassadeur zijn van het verhaal dat we willen schrijven.’

Een coherent ontwikkelingsbeleid beoogt het omgekeerde: dat andere beleidsdomeinen rekening houden met ontwikkelingsnoden. Dat betekent dat u zich moet bemoeien met klimaatbeleid en handelsbeleid. Aanvaarden uw collega’s dat?

Kitir: Vraag me dat over een jaar nog eens. Weet je, ik heb een stem en die ga ik gebruiken. Ik heb contact met minister De Donder (PS, red.) op Defensie, met minister Wilmès (MR) op Buitenlandse Zaken en Handel en Sammy Mahdi inzake Migratie. Ik heb van hen het signaal gekregen dat we elkaar moeten versterken. Ik heb niet het gevoel dat ik op een muur bots.

Er gaan de laatste jaren steeds meer stemmen op voor dekolonisering van ontwikkelingssamenwerking. Wat is dat voor u?

Kitir: De parlementaire commissie over de koloniale periode zal zich moeten uitspreken. Het is belangrijk dat we lessen trekken uit het verleden, opdat we in de toekomst vooruitgang boeken. Ik ben blij dat de kritische stem nu ook in het Afrikamuseum een plaats kreeg. Het is spijtig dat het zo lang heeft moeten duren.

Ik sta er zeker voor open om de diaspora van landen waar we actief zijn te betrekken. Omdat ik vind dat ze mee de ambassadeur moeten zijn van het verhaal dat we willen schrijven. Ik wil hen meer een forum geven, ze zijn belangrijk in die discussie. Wanneer het gaat over herstelbetalingen aan onze ex-kolonies wacht ik de aanbevelingen van de commissie af. Het is te vroeg om daar een uitspraak over te doen.

‘Wie denkt dat we van de pandemie af kunnen raken door alleen de rijke landen te beschermen, vergist zich.’

Uw beleidsnota behandelt heel wat onderwerpen. Waar wil u de klemtoon op leggen?

Kitir: We hebben voor ontwikkelingssamenwerking veertien partnerlanden, vaak fragiele landen. Dat is een bewuste keuze. Negen programma’s lopen op hun einde en zullen we heropstarten. Centraal staat voor mij de vraag: welke projecten zorgen ervoor dat mensen vooruitgaan, zelfredzaam kunnen zijn?

Daarom is sociale bescherming belangrijk: die maakt mensen sterker. We werken momenteel een project over dat thema in Centraal-Afrika uit. Daarnaast is de klimaatuitdaging voor mij superbelangrijk. We zullen de internationale klimaatfinanciering vanuit ons departement optrekken tot 100 miljoen euro, het hoogste cijfer ooit. Daarvoor zijn we begonnen met een project tegen verwoestijning in de Sahel.

Hoe kijkt u aan tegen organisaties uit het middenveld?

Kitir: Ik heb met velen gelukkig al digitaal contact gehad. Ik moet echt zeggen: of het nu gaat om het Rode Kruis, onderwijs- of vluchtelingenorganisaties, 11.11.11 of vakbonden, voor hen allen heb ik veel respect. Het is belangrijk dat we samenwerken. Ook in Europees verband. We moeten met één stem spreken. Wat hebben we eraan dat België in zijn eentje zijn ding doet? Er was al één Europese Raad, maar die verliep digitaal. Dat maakt het moeilijk om door te praten en mensen te overtuigen. Ik hoop dat dat snel opnieuw in levenden lijve kan.

© Iratxe Álvarez

 

Draagt België bij aan Covax, het initiatief om vaccins tegen COVID-19 voor alle landen toegankelijk te maken?

Kitir: De Europese Unie is de grootste donor van Covax. Vanuit België hebben we daar apart nog eens vier miljoen euro aan toegevoegd. Covax wil voor twee miljard dosissen zorgen…

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Maar wanneer zullen die er zijn?

Kitir: De rijke landen hebben hun eigen vaccins gekocht. Het is normaal dat ze hun eigen burgers proberen te beschermen. Waar ik geen begrip voor heb, is dat Canada negen keer zoveel bestelt als het nodig heeft. Zo belemmer je dat anderen reserveren.

Wie denkt dat we van de pandemie af kunnen raken door alleen de rijke landen te beschermen, vergist zich. Als het virus kan voortwoekeren in bepaalde landen, krijg je mutaties waar de bestaande vaccins misschien geen vat meer op hebben. Dan begint het opnieuw. Als de pandemie ons iéts heeft geleerd, dan wel dat solidariteit belangrijk is. Als we dat niet geloven, zal het virus daar wel voor zorgen.

U pleit voor wereldburgerschap. Leeft de Vlaming in een omgeving die daar toe aanzet?

Kitir: Ik denk dat het beter kan. Wereldburgerschap draait voor mij om kennis delen, mensen in contact brengen met elkaar… Om burgers leren zich in de positie van anderen te verplaatsen, te begrijpen waarom iemand anders is of anders handelt. Zonder meteen een oordeel te vellen. Kunnen we daar meer op inzetten? Daar wil ik echt wel bij stilstaan omdat het voor mij belangrijk is.

Dit interview werd afgenomen voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur