Kunst in de broeiende, bruisende stad

Schud de week van je af, vergeet je zorgen en laat je bekoren door het Mestizo Arts Festival. Van 17 tot 31 oktober serveert het MAF de kunstliefhebber een heilzame cocktail van nieuw stedelijke kunst. Wie een portie troostvoer verwacht, mispakt zich. Gerardo Salinas, programmator van het festival, haalt de toeschouwer uit zijn comfortzone. MO* sprak met een mestizo levensgenieter.

Cassandro © Annick Donkers

Waarin verschilt het MAF van een ander hedendaags kunstenfestival?

Salinas: Het MAF is meer dan een hedendaagse kunstenfestival, de focus ligt immers op nieuwe stedelijkheid en mix. Heel vaak is het artistieke aanbod in grote mate afgestemd op de typische consument, die volgens de publieksonderzoeken overeenkomt met een blanke vrouw van 45 die in het onderwijs staat.

Gerardo Salinas, Artistiek leider MAF

Ook buiten de reguliere kanalen is er een enorm aanbod dat ongedocumenteerd is en zijn weg niet vindt naar het grote publiek. De mix van deze twee kunsttakken is de nieuwe stedelijkheid. Net dat potentieel willen we onderzoeken en aanboren.

Dit betekent niet dat we het reguliere aanbod de rug toekeren, integendeel, wij zijn verliefd op beide. Weinig landen hebben een kunstensector die zo goed ontwikkeld is als de Belgische, wat ik overigens geen overbodige luxe vind, maar een intelligente keuze die we moeten koesteren.

Anderzijds zie ik ook andere dingen, andere verhalen die een meerwaarde hebben Het zou een gemiste kans zijn de twee elkaar niet te laten ontmoeten. Dat proberen we net te stimuleren, dat ze van elkaar leren en dingen doorgeven.

Staat ‘Mestizo’ voor deze ontmoeting en kruisbestuiving?

Salinas: Mestizo is aanvankelijk een scheldwoord uit Latijns Amerika voor mensen van gemengde raciale origine. Deze tweederangsburgers vormen intussen wel de meerderheid en geven ook gestalte aan de grote migratiepolen zoals Buenos Aires, waar ikzelf vandaan kom.

Mestizo is aanvankelijk een scheldwoord voor mensen van gemengde raciale origine.

Opvallend is dat de afgelopen jaren het concept ‘Mestizo’ een heuse opwaardering kende, mestizos eisen dit statuut op als deel van hun identiteit. Het betekent ook dat je twee of verschillende kunstentalen op een niet-geforceerde manier met elkaar in contact brengt om iets volledig nieuws te creëren.

Wat is er zo nieuw aan de stedelijkheid?

Salinas: We leven in een van de meest spannende momenten in de geschiedenis. Er zijn grote migratiegolven waarin mensen elkaar ontmoeten en samenleven in een geografisch gedeelde ruimte: de stad.

Maar tegelijk zorgt de nieuwe technologie ervoor dat deze migranten ook in contact blijven met hun thuislanden. De wereld functioneert steeds meer als een gigantisch netwerk waarin mensen zich engageren op verschillende plaatsen tegelijk.

Ik ben zeer nieuwsgierig naar de gevolgen van deze ontwikkeling die volgens mij een enorme rijkdom en ongekende mogelijkheden biedt, en een broeikas van verhalen wordt.

Vaak worden vooral de negatieve uitwassen van deze superdiversiteit belicht, mensen staan nu eenmaal vaak argwanend tegenover veranderingen waar ze geen vat op hebben. Zelf ben ik ervan overtuigd dat de mogelijkheden gigantisch zijn.

De wereld functioneert steeds meer als een gigantisch netwerk waarin mensen zich op verschillende plaatsenengageren.

Mijn grootouders zijn Italiaanse migranten in Buenos Aires, mijn ouders waren de tweede generatie en zelf ben ik Belg, Argentijn en Italiaan. Het heeft mijn leven gevoelig verrijkt.

Community en coöperatie zijn belangrijke peilers van het MAF. Hoe vertaalt dit zich concreet?

Salinas: We zijn geen sociaalartistiek festival, wel verwachten we een groot engagement van de kunstenaars. Hieronder versta ik dat zij ook naar andere voorstellingen gaan kijken, dat ze mee hun publiekswerking delen, kortom dat ze betrokken zijn in het hele proces.

Ook geloof ik dat we kunnen experimenteren met andere vormen van auteurschap, bijvoorbeeld. Zoals collectieve creaties waarbij de ‘schepper’ van het werk minder belangrijk is. We passen dit principe ook toe op onszelf, daarom profileren we ons niet zo hard tijdens het festival.

Niet alleen blijven we op de achtergrond, voorstellingen die we samen met partners geproduceerd hebben, houden we niet jaloers voor onszelf. Meer dan eens gaan ze elders in première en toeren ze in verschillende kunstencentra.

Wij claimen de kunstenaars niet, als zij de kans krijgen om hun vleugels te spreiden, kunnen we dat alleen maar aanmoedigen.

Wij claimen de kunstenaars niet, als zij de kans krijgen om hun vleugels te spreiden, kunnen we dat alleen maar aanmoedigen. Toch houden ze steeds een voet in huis, omdat we meer dan een voorstelling delen. Dat is het collectieve dat we nastreven, waarbij niet alleen onze eigen belangen behartigen, maar ook de belangen van de kunstenaars.

Het lijkt wel een ideale liefdesrelatie. Is dat niet wat romantisch?

Salinas: Dat is ook precies hoe we het zien. In de kunstenwereld word namelijk je geacht vaak te vernieuwen, telkens weer nieuwe auteurs aantrekken is een voor de hand liggende manier om dit te verwezenlijken. Het is een herkenbare strategie.

We ervaren de magie van de nieuwe ontmoeting, ontdekken mensen met wie het klikt en dan komt vergelijkbaar met de spanning van de eerste kus de gezamenlijke productie.

Ofwel jagen we telkens weer de magie van die eerste aanraking na, dat werkt vaak en levert leuke resultaten op. Of we verdiepen de relatie met de auteurs om beter in te schatten wat de ander nodig heeft en leuk vindt en dan wordt de kus pas echt lekker. (Glimlacht breed)

Wat wil je met het MAF bereiken?

Salinas: Om te beginnen willen we de ongrijpbare stad (be)grijpbaar maken door allerhande manifestaties van omgaan met woord in de nieuw stedelijke context te documenteren en te ontsluiten.

Neem nu de productie ‘Rumble in da Jungle’ van vorig jaar. Afgezien van de uitstekende kwaliteit biedt het stuk een uitgebreide catalogus van alle manieren waarop men vandaag in de stad met woord omgaat: van het theatrale lexicon, tot de verschillende vormen van Slam Poetry.

© Lucila Guichon

Wachten op Gorro

Dit jaar gaat ‘Wachten op Gorro’ in première van dezelfde auteurs, Sincollectief, in samenwerking met NoMobs. Het is een stuk dat de toeschouwer niet onberoerd laat omdat hem aanzet zichzelf en zijn hele realiteit in vraag te stellen.

We dienen geen troostvoer op, maar willen het publiek van zijn stuk brengen. 

Ook dat is iets dat we actief nastreven. We dienen geen troostvoer op, we willen het publiek van zijn stuk brengen (grinnikt). Het is zeker niet de bedoeling dat de kunstconsument als buitenstaander naar een voorstelling komt kijken en in dezelfde hoedanigheid vertrekt.

Al onze voorstelling zetten vraagtekens bij de maatschappij, bij identiteitsconstructie, bij migratie. We willen ook tonen dat kunst, stedelijkheid en diversiteit samengaan zonder in te boeten aan kwaliteit.

De kunstwereld is grotendeels een witte bedoening, hoe slagen jullie erin zo ongedwongen een divers aanbod te brengen?

Salinas: Verandering ontstaat door dingen te doen, door aan concrete bewegingen, producties en andere te werken. Los van de diversiteit, of zelfs van de stedelijkheid moet iedere partner zijn gading vinden in de activiteit of productie. Het gaat eerst en vooral om de liefde voor de kunstvorm.

Het is belangrijk te beseffen dat deze denkoefening en het daaropvolgende diversifiëren ook een verandering teweegbrengt bij de organisatie zelf. Wanneer we bereid zijn deze transformatie toe te staan, is die gegeerde verbreding mogelijk.

Het bestaande reguliere aanbod aan de man brengen via aangepaste marketingstrategieën is onvoldoende en werkt simpelweg niet. Het gaat om meer dan kleur, als je louter de mensen vervangt door kunstenaars met een andere etnische achtergrond maar met hetzelfde gedrag, dan krijg je dezelfde resultaten.

Willen we in contact komen met de ander, dan moeten we in staat zijn de eigen canon in vraag te stellen.

Willen we in contact komen met de ander, dan moeten we in staat zijn de eigen canon in vraag te stellen. Dit betekent niet dat deze moet sneuvelen, wel dat we onze kennis moeten verbreden.

Hoe gaat deze verbreding dan in zijn werk?

Salinas: De verbreding is mysterieuzer, er zijn mensen die circuleren in minder geregistreerde context. Soms hebben ze geen opdracht  en zijn ze daarom ook niet echt bezig aan een project, omdat er geen aanbod is om hun werk te tonen.

We proberen zelf op zoek te gaan naar manieren om met die verhalen in contact te komen en nieuwe strategieën te hanteren en met de tijd ook nieuwe kwaliteitscriteria ontwikkelen gerelateerd aan het ding op zich.

Elke kunstentaal heeft een eigen kwaliteitsparameter, geschiedenis en bibliotheek. ‘Wachten op Gorro’ is wat dat betreft een zeer belangrijke voorstelling. Tijdens een gesprek met de NoMobs en met Junior Mthombeni van Sincollectief, vertelde ik over de manier waarop de Mexicaanse Chicanos beweging in Los Angeles en Texas omging met taal.

De Chicanos mengen de precolumbiaanse verbeelding met de hedendaagse stedelijke. Hoewel deze beweging streed voor de rechten van de nieuwe migranten via vakbonden en onderwijs toch was het speerpunt de kunst. Ze eiste het recht op over een eigen artistieke identiteit en taal te beslissen.

Titl

Gaat de vergelijking tussen deze jonge kunstenaars en de burgerrechten beweging van de jaren zestig?

Net als de Chicanos gingen de kunstenaars van NoMobs aan de slag en reflecteerden ze over de spanningsvelden tussen hun verschillende talen, hun eigen verbeelding en artistieke identiteit. Hun taalgebruik, de verschillende accenten en de manier waarop ze de taal ombuigen, in ‘Wachten op Gorro’ leeft de mix net als in de zuidelijke steden van de Verengde Staten.

Willen we in contact komen met de ander, dan moeten we in staat zijn de eigen canon in vraag te stellen.

Tijdens hun onderzoek bevroegen ze hun Kielse roots, tegelijk groeven ze in de culturele canon waar ze zich op artistiek vlak mee identificeren: HipHop. Van die reflectie verwachtte ik een geschreven neerslag of eventueel een performance. Het resultaat oversteeg al mijn verwachtingen, ze kwamen af met ‘Wachten op Gorro’ een bom van een productie.

De titel is duidelijk een knipoog naar het absurde stuk van Beckett. Waar wachten deze kunstenaars op?

Salinas: Buiten de geïnitieerde groep, weten weinig mensen wat Gorro betekent. Zelf was ik aanvankelijk een beetje gegeneerd, ik dacht dat ze zich vergisten en Godot bedoelden (Lacht!). Gorro is een denigrerende benaming voor jongens van Marokkaanse afkomst, een scheldwoord dat zo veel als crapuul betekent.

De eerste betekenis van ‘Wachten op Gorro’ is het wachten van hangjongeren op hoeken, die wachten op niets. Voor mij heeft het een link met mijn eigen wachten op de artistieke identiteit van de tweede en derde generatie migrantenkinderen die met de vuist op de tafel slaan om hun visie over kunst en verbeelding te verkondigen.

Deze verbeelding is voor een stuk gedeeld met de imaginaire van de meerderheid, maar verrijkt met nieuwe verhalen en elementen.

Waar wacht je op als artistiek leider, als kunstliefhebber en als burger?

Salinas: Ik ben een levensgenieter, ik weiger te wachten. Het is overigens zinloos te wachten tot het gaat gebeuren of tot iemand anders werk maakt van de verbreding van de kunst. 
De métissage is reeds een realiteit, die buitensluiten is even absurd als zinloos. Ik geniet intens van het diverse aanbod, ook als ik daarvoor van de bewandelde paden moet afwijken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur