Activiste, filosofe en schrijfster Djamila Ribeiro over seksime en racisme

Djamila Ribeiro: ‘Mijn bestseller is mijn wraak op een racistisch Brazilië’

Agência PT (CC 3.0)

Djamila Ribeiro: als een van de invloedrijkste stemmen van het afro-Braziliaanse feminisme.

Hoewel de meerderheid van de Braziliaanse bevolking zwart is, worden afro-Braziliaanse ervaringen structureel weggelaten uit de geschiedschrijving, uit de media én uit de vrouwenbeweging. Dat stelt filosofe en schrijfster Djamila Ribeiro vast.

Als activiste maar ook als wetenschapster en publiciste zwengelt Ribeiro de maatschappelijke discussie over racisme en seksisme aan. Die is actueler dan ooit onder het repressieve beleid van president Jair Bolsonaro. Ribeiro wordt gezien als een van de invloedrijkste stemmen van het afro-Braziliaanse feminisme, door verzet te bieden in de academische wereld én in de media.

Wat is jouw rol in de afro-Braziliaanse beweging in Brazilië?

Djamila Ribeiro: Veel zwarte historische figuren zijn door onze geschiedschrijving uitgewist. Ik schrijf over hen om te bewijzen dat afro-Brazilianen altijd hebben teruggevochten tegen onderdrukking. Ik wil hen weer zichtbaar maken, zodat we van hun ideeën kunnen leren en hun werk kunnen voortzetten. Zo wil ik laten zien hoe het verhaal van de witte elite ook in de geschiedschrijving wordt bevoorrecht.

De identiteit van Brazilië is gebaseerd op de mythe van een ‘raciale democratie’. Een idee dat de elite creëert, van een multicultureel land waarin iedereen in harmonie leeft. Dit soort ideeën verbergt het racisme dat hier leeft alleen maar. Denk maar niet dat racisme alleen bestaat in de Verenigde Staten of in Zuid-Afrika. Die mythe van de raciale democratie wil ik onderuithalen.

Djamila Ribeiro (39) is filosofe, journalist, columnist en activist. Ze schreef Wie is er bang voor zwart feminisme? (2018), een verzameling essays over o.a. de oorsprong van afro-Braziliaans feminisme. Haar boek Wat is het standpunt van meningsuiting was de eerste publicatie binnen ‘Meerdere Feminismes’ (Feminismos Plurais), een collectie waarmee Ribeiro werken van verschillende schrijvers van kleur publiceert.

Op 5 december nam ze in Amsterdam de Prins Claus Award in ontvangst, ter ere van ‘haar bijdrage aan de zichtbaarheid, eigenwaarde en emancipatie van zwarte vrouwen in Brazilië’. Met haar werk wil Ribeiro een brug slaan tussen theorie en de dagelijkse praktijk in Brazilië, waarin vrouwen en mensen van kleur in toenemende mate slachtoffer zijn van geweld.

 

In je eerste boek zeg je dat we ‘geïnstitutionaliseerde stiltes moeten doorbreken’. Wat bedoel je daarmee?

Djamila Ribeiro: Neem scholen, en bijvoorbeeld hoe geschiedenisles wordt gegeven. Verhalen van zwarte mensen en oorspronkelijke bewoners worden gewoon niet verteld. Ik heb nooit geleerd dat er in de 16de eeuw 350 miljoen oorspronkelijke bewoners in Brazilië leefden. Dat aantal is nu 70.000.

Negentig procent van alle schoolboeken over geschiedenis is door witte mannen geschreven. Op de universiteit kreeg ik nooit iets te horen over zwarte filosofen. Ik heb ook nooit geleerd hoe zwart zijn in São Paulo anders is dan zwart zijn in Bahia, over de culturele verschillen tussen zwarte mensen.

‘Als zwarte vrouw kun je alleen bestaan als huishoudster of als sekssymbool.’

Enerzijds herkende ik mezelf niet in de stereotiepe beelden die ik zag van zwarte mensen, anderzijds waren er geen alternatieve beelden waar ik me wél mee kon identificeren. Het is belangrijk om te laten zien dat we als zwarte gemeenschap divers zijn, zodat we niet zelf óók gaan geloven dat we alleen een stereotype zijn.

Met geïnstitutionaliseerde stilte bedoel ik dus hoe het bestaan van zwarte mensen wordt ontkend. Als zwarte vrouw kun je alleen bestaan als huishoudster of als sekssymbool. Mijn witte medestudenten vroegen zich nooit af waarom ze geen zwarte hoogleraren hadden, in een land waar zwarte mensen in de meerderheid zijn.

Institutionele stilte houdt deze constructies in stand. Het wordt als vanzelfsprekend geacht dat witte mensen hoger op de sociaal-economische ladder staan. Dit bemoeilijkt het voor niet-witte mensen om die ladder te beklimmen, waardoor zij samen met hun visies onzichtbaar blijven.

Wat denk je van de representatie van zwarte mensen die er wél is?

Djamila Ribeiro: Racisme is een maatschappelijke structuur en beïnvloedt elke sociale relatie. Mensen van kleur worden slecht vertegenwoordigd in de academische wereld, in de media, de politiek. Ga naar een willekeurig bedrijf in Brazilië en het aantal zwarte mensen dat je daar tegenkomt is op een hand te tellen. Meestal zijn het schoonmakers of bedienden.

Daarom is het zo belangrijk om in de media positieve beelden van zwarte mensen te creëren. De Braziliaanse media barsten van de stereotypes: zwarte mannen worden neergezet als slechterik, zwarte vrouwen zijn halfnaakt te zien, of in een carnavalsetting. Als ik mensen vertel dat ik samba dans, dan wordt dat gelijk geaccepteerd. Maar zeg ik dat ik politieke filosofie heb gestudeerd, dan weten mensen niet wat ze horen. Dat botst met hun vooroordelen over mij.

Ik strijd dus niet alleen voor meer representatie, maar ook voor een gesprek over hoe we worden neergezet. Het is belangrijk dat onze representatie weerspiegelt hoe wij onderling verschillen. Wij zijn niet alleen “een zwart iemand”.

In je laatste boek Wie is er bang voor zwart feminisme? beschrijf je dat je als kind werd tegengehouden om ruimte in te nemen. Hoe was dat?

Djamila Ribeiro: Mijn vader en moeder zijn zwart en hebben mij, mijn broer en zus geleerd om onszelf te eren en de geschiedenis van de zwarte gemeenschap te kennen. Maar alles veranderde toen ik naar school ging. Daar kwam ik erachter dat de samenleving zwart zijn als een probleem ziet, door de manier waarop ik werd behandeld en hoe mijn zwarte verzetshelden nergens te bekennen waren in de geschiedenisboeken. Zwarte mensen waren slaven, dat was het. Ik was daardoor erg eenzaam op school.

Zelfs op de meest arme plekken kunnen mensen racistisch zijn. Als je wit en arm bent, is het normaal om te denken: ‘Ik ben tenminste niet zwart.’ Dus opgroeien als zwart meisje was niet makkelijk. Het was op school moeilijk om een gevoel van eigenwaarde op te bouwen, terwijl ik ben grootgebracht in een activistisch gezin.

Je zegt in je werk ook andere vrouwen van kleur te betrekken. Hoe doe je dat?

Djamila Ribeiro: Als je het in Brazilië wil hebben over racisme, dan moet je het ook zeker hebben over de oorspronkelijke bewoners van ons land. Ik nodig inheemse auteurs daarom uit om te schrijven en ik publiceer ook hun werk. Door samen op te trekken probeer ik het gesprek op gang te brengen: hoe kolonisatie ons allemaal heeft beschadigd en hoe belangrijk het is ons samen te verzetten tegen racisme. Zeker onder Bolsonaro’s regering.

In januari is Jair Bolsonaro een jaar president. Hoe heeft zijn presidentschap de levens van zwarte Brazilianen, en vrouwen het bijzonder, beïnvloed?

Marielle Franco was gemeenteraadslid in Rio, van de linkse Partido Socialismo e Liberdade en werd op 14 maart 2018 vermoord. Recent onderzoek laat een link zien tussen de dood van Franco en de familie Bolsonaro.

Djamila Ribeiro: We leven in moeilijke tijden. Toen Bolsonaro werd gekozen, was dat ontzettend zwaar. Zeker na de aanslag op Marielle Franco werden we bang. We zagen wat er kan gebeuren met een zwarte vrouw die zich uitspreekt. In een ander land volgt op zo’n moord een onderzoek; wordt een president afgezet. Maar niet in Brazilië.

‘Er is veel weerstand. Het sociale verzet is goed georganiseerd.’

En het aantal aanslagen vanuit de overheid op zwarte mensen en inheemse leiders neemt toe (Brazilië zag een toename van racistisch en seksueel geweld, femicide en geweld tegen LGBTI’ers in 2018, red.). Bolsonaro’s beleid maakt het leven van zwarte mensen moeilijk, vooral op het gebied van sociale zekerheid en onderwijs, maar ook wat betreft seksuele en reproductieve rechten voor vrouwen.

Ondanks alles moeten we óók blijven erkennen hoeveel weerstand er is. Het sociale verzet is goed georganiseerd. Sinds het begin van de feministische lente in Brazilië (een periode in november en december 2015, waarin een wetsontwerp werd tegengehouden dat abortus strafbaar zou stellen) gaan vrouwen de straat op om onze rechten te verdedigen tegenover de regering. Nota bene in een tijd dat het aantal moorden op vrouwen flink toeneemt. Acht noordoostelijke deelstaten van Brazilië hebben linkse gouverneurs die weerstand bieden tegen Bolsonaro en zijn beleid. Dus het is niet alléén maar ellende in Brazilië.

Hoe ziet de toekomst van de afro-Braziliaanse beweging eruit?

Djamila Ribeiro: Ik ben trots op onze collectie Meerdere Feminismes en op het feit dat ik het werk van zes auteurs zelfstandig heb kunnen publiceren. Inmiddels worden de boeken ook gebruikt op scholen en universiteiten. Als ík in zo’n racistisch land een bestseller kan schrijven én publiceren, dan weet ik dat ik verandering teweeg kan brengen. Dit is mijn wraak. Het is belangrijk om te laten zien hoe wij ons als zwarte gemeenschap kunnen verenigen en dat wij als groep ook kritisch reflecteren op de wereld. Wij kunnen het leven beschouwen op manieren die andere groepen niet kunnen.

Dit artikel verscheen eerder op oneworld.nl.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift