Olympische Spelen: Winst is belangrijker dan deelnemen

Interview

Olympische Spelen: Winst is belangrijker dan deelnemen

Olympische Spelen: Winst is belangrijker dan deelnemen
Olympische Spelen: Winst is belangrijker dan deelnemen

21 juli 2012

Tussen de Olympische Spelen in de groeilanden China en Brazilië in, strijkt het Olympische circus dit jaar nog eens neer op het oude continent. Professor Trudo Dejonghe (Lessius/KULeuven), sporteconoom en auteur van Sport in de wereld laat zijn licht schijnen over de organisatie van de Spelen, de medaillestrijd en de relatie tussen topsport, economie en wereldpolitiek.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) wees de Spelen in 2005 toe aan Londen. Wat is de verhouding tussen het IOC en een organiserend land?

Trudo Dejonghe: De Spelen zijn een franchise: het IOC geeft het recht aan een land om de Olympische Spelen te organiseren volgens het olympisch charter. Een land krijgt de Spelen toegewezen en moet vanaf dan het witboek volgen.

Het organiserende land en zijn belastingbetalers draaien op voor de kosten. Voor Londen had men de kosten op 2,5 tot 2,6 miljard euro geraamd, ondertussen is dit opgelopen tot 11 tot 13 miljard. Achteraf zal het IOC bij monde van Jacques Rogge zeggen: ‘Het waren goede Spelen.’ En de kassa van het IOC is weer gevuld.

Het IOC is in Zwitserland gevestigd en dat heeft zijn redenen. Inkomsten kunnen maar een keer belast worden. En aangezien het IOC de inkomsten in Zwitserland aangeeft, waar het geen belastingen moet betalen, zijn er geen belastingsinkomsten voor de organiserende overheid. Het IOC vertrekt met de winst en het organiserende land blijft over met een schuldenput. Het IOC is puur neoliberalisme.

Waarom willen landen dan nog de Olympische Spelen organiseren?

Trudo Dejonghe: In Europese landen krijg je daar steeds discussie over want de schuldenberg vormt een begrotingsprobleem. Nationalisme en het “olympische vuur” moeten het dan goedmaken. In opkomende landen als China en oliestaten als Qatar is zo’n schuldenberg veel minder een probleem.

Volgens mij, en dat is maar best, zijn we in België verlost van de organisatie van grote sportevenementen. Die gaan nu naar de BRICS-landen, misschien met uitzondering van India, dat eigenlijk geen sportbeleid heeft. Samen met nog enkele Oost-Europese landen en rijke oliestaten zijn dat de plaatsen waar de grote evenementen in de toekomst zullen plaatsvinden.

Er zit een soort economische evolutie in de landen die de Spelen organiseerden: het zijn landen met nieuwe economische macht, die aan de wereld willen zeggen: ‘We zijn hier, he.’ In de jaren zestig was het Tokyo in Japan, toen de opkomende macht. In de jaren tachtig was het Zuid-Korea, in 2008 China, in 2016 Brazilië. Misschien wordt het in 2028 Vietnam. Of misschien Indonesië.

In 2006 werd in Groot-Brittannië een wet gestemd die de rechten van de commerciële partners van de Spelen moet vrijwaren. Toeschouwers mogen als gevolg daarvan geen foto’s en video’s van binnen het stadion op Facebook en YouTube delen.

Trudo Dejonghe: En in het Olympisch dorp worden merknamen en logo’s van niet-sponsors afgeplakt. Ik vraag me af hoe dat allemaal zomaar kan. En hoe zit het dan met de persvrijheid? En dan heb je ook nog MacDonalds en Coca-Cola als sponsor, met de hele obesitasproblematiek. Het is gewoon een circus.

Het systeem houdt zichzelf in stand. Als je in die wereld zit, en ik ken mensen uit die wereld, dan wentel je je daarin. Overal de beste restaurants, het beste eten, de chicste hotels. Voor hen zijn de Spelen een feest. En voor de horeca is het een feest, voor de transportsector is het een feest, voor de bouwsector is het een feest geweest. En voor de bevolking is het een schuldenberg.

Over naar de medailles. In 2008 haalde China de meeste gouden medailles. Zal het daar opnieuw in slagen?

Trudo Dejonghe: De verklarende factoren voor het aantal gewonnen medailles waren traditioneel het bevolkingsaantal en de rijkdom. Nu is daar een derde belangrijke factor bijgekomen: het sportbeleid. China heeft nu eigenlijk een soort dictatoriaal sportbeleid dat topsporters kweekt. En ze gaan de medaillerace weer winnen, denk ik.

De Chinezen zijn op zoek gegaan naar wat ik de zachte medailles noem. Je hebt de harde medailles, zoals bijvoorbeeld de 100 meter sprint. Daar is het echt heel moeilijk om medailles te winnen. Maar pakweg de K2 roeien, daar is het relatief gemakkelijk om een medaille te halen: er zijn maar 10 of 20 mensen in de wereld die de sport beoefenen. Dus als je daar in drilt, dan kan je een medaille halen. En dat is wat China heeft gedaan: in het pistoolschieten, in het schoonspringen, in het synchroonzwemmen, … Maar in de “moeilijke” sporten, met harde medailles, zag je China niet. Waar waren ze in de atletiek, in het zwemmen?

Over vier jaar is het aan Brazilie om de spelen te organiseren.

Trudo Dejonghe: Brazilie zal in Londen moeten beginnen presteren. Landen willen in eigen land niet afgaan en pompen daarom massaal veel geld in het topsportbeleid in de jaren voor ze de Spelen organiseren. Zo wordt een “thuisvoordeel” gecreëerd: het gastland haalt meer medailles dan tijdens andere Olympische Spelen.

Voor de horeca zijn de Spelen een feest, voor de transportsector is het een feest, voor de bouwsector is het een feest geweest. En voor de bevolking is het een schuldenberg.

De laatste Olympische Spelen in Beijing waren, net als voor andere Latijns-Amerikaanse landen als Venezuela en Cuba, voor Brazilië een tegenvaller. Om geen slecht figuur te slaan op hun eigen Spelen moesten ze investeren. Ik weet niet of ze het gedaan hebben, maar dat zou op deze Spelen in Londen al zichtbaar moeten zijn. Op vier jaar tijd kan je namelijk geen resultaten produceren, je moet daar eerder mee beginnen.

België haalde in Beijing 0,5 medailles per miljoen inwoners, buurland Nederland haalt er 4,5. Wat zit daar achter?

Trudo Dejonghe: België is in mijn ogen een voorbeeld van hoe het niet moet: BLOSO en het BOIC, met elk hun topsportstatuten,… Dat is een drama. Na het debacle van Athene 2004 sprak Anciaux, toenmalig Vlaams minister van Sport: ‘We gaan een topsportbeleid voeren en je mag ons pas afrekenen in 2012.’ Wel, we zijn nu zover en het resultaat is nul. En dat komt omdat er geen eenduidig systeem is. Het BOIC doet gewoonweg niets. Die mannen worden overbetaald en doen niets anders dan eten en drinken.

Nationalistische gevoelens spelen ook een grote rol. Medailles halen is een vorm van prestige. En bepaalde landen vinden dat belangrijk en zo krijg je een opbod. In Nederland is het eens uitgerekend: voor elke medaille werd per jaar ongeveer een miljoen euro geïnvesteerd. Als je 30 medailles wint, investeer je zo 120 miljoen euro over vier jaar. In landen met sterke nationalistische gevoelens, zoals Nederland, China en Groot-Brittannië, is dat verkoopbaar. Maar hier in België ligt dat veel moeilijker.

Medailles kan je kopen?

Trudo Dejonghe: Je kan een medaille maken: kies een olympische sport uit die weinig wordt beoefend, zoek de juiste mensen en investeer in de begeleiding. Er is een olympische ploegsport die bijna niet wordt beoefend en dat is hockey. België is slim geweest om een tiental jaren geleden te beginnen inzetten op hockey. En zo komt het dat België er in slaagt om, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, een ploeg te kwalificeren.

De Chinezen doen niet anders. Voor de vorige Olympische Spelen hebben ze honderdduizenden kinderen gebruikt om die medailles te kunnen halen. Wat er met de mislukkingen is gebeurd, wil niemand weten.

De vraag is: willen we kinderen dat aandoen? Het is een ethische kwestie. Moet je kinderen van vijf jaar van de schoolbanken plukken en ze opleiden tot turners, waarvan dan 1 op de 10 een ongeluk krijgt en in een rolstoel belandt, zoals in China is gebeurd? Ik heb er mijn bedenkingen bij.

Sommige landen proberen via huurlingatleten medailles te halen.

Trudo Dejonghe: In landen als Qatar is er inderdaad een beleid om van Kenianen en atleten met andere nationaliteiten Qatarezen te maken om medailles te halen. Dan heb je inderdaad Qatarese medailles. Maar ik denk dat men hier bij ons niet blij zou zijn met 10 medailles behaald door genaturaliseerde Ethiopiërs en Kenianen.

Het zijn dezelfde sjeiks die Europese voetbalclubs opkopen die hier achter zitten. Als nieuwe rijken willen ze hun nieuwe status laten zien. En zo hebben ze de sport gevonden: je hebt nu ook formule 1 in Bahrein en in Qatar heb je een nieuw toptennistornooi en binnenkort het WK voetbal.

Weerspiegelen investeringen in topsport zich ook in recreatief sporten in een land, en bijgevolg ook op het gezondheidsvlak?

Trudo Dejonghe: Nee, niet in China en ook niet in bijvoorbeeld Australië, een land dat veel investeert in topsport. Chinezen doen aan tai chi, maar daarbuiten wordt er weinig recreatief gesport. En een Amerikaan doet niet aan sport, een Amerikaan kijkt naar sport. En gaat misschien fitnessen. Maar iets als cafévoetbal bestaat er niet.

Er is onderzoek gebeurd naar het verband tussen topsport en de participatiegraad voor recreatief sporten maar er werden geen relaties gevonden. Wel heb je bijvoorbeeld het Kim Clijsters-effect gehad in het tennis. De sportparticipatie neemt overal in Europa toe, maar dat komt vooral doordat vrouwen hun achterstand ten opzichte van mannen aan het inhalen zijn.

Omgekeerd zie je de hoogste sportparticipatie in Scandinavië, maar dat zie je niet vertaald in medailles. Recreatiesport en topsport zijn heel verschillend: topsport is voor jongeren, recreatiesport is meer voor ouderen.

Moet je als land inzetten op het behalen van medailles? Ik vind dat de overheid meer geld zou moeten investeren in ‘brede’ sport, zeker in het licht van de obesitasproblematiek. Ik ben eerder voor een systeem waar het geld gaat naar sportelen. Want wat maakt het uiteindelijk uit dat Tia Hellebaut over de lat springt?