Alle hens aan dek om schade van schoolsluitingen en digitaal afstandsonderwijs te beperken

Onderwijsexpert Ides Nicaise: ‘Spookbeeld van verloren COVID-generatie doemt op, tenzij we radicaal ingrijpen’

© Amira Karaoud / Reuters

Ides Nicaise: ‘Kwetsbare kinderen moeten we in periodes van afstandsonderwijs fysieke ondersteuning blijven bieden, zoals in bibliotheken, buurtcentra, lokalen van de gemeente, …’ (Foto: een Afghaans gezin in de VS zoekt de lokale bibliotheek op)

‘Dankzij’ quarantaines en schoolsluitingen is Vlaanderen bezig aan een inhaalbeweging op het vlak van de digitalisering van het onderwijs. ‘Dat is een goede zaak, maar enkel als we garanderen dat sociaal kwetsbare groepen niet achterop blijven’, zegt hoogleraar emeritus Ides Nicaise (KU Leuven). Hij roept op tot een visionair COVID-inhaalprogramma en flexibiliteit, om te vermijden dat we de toekomstkansen van een hele COVID-generatie hypothekeren.

Grijpen we te snel naar quarantaines en schoolsluitingen? Geven we in de balans te weinig gewicht aan de negatieve sociale impact daarvan? De eindeloze opeenvolging van aanpassingen van de quarantaineregels voor scholen boezemt in ieder geval weinig vertrouwen in.

Kinderen van laaggeletterde en anderstalige ouders lopen immers het risico niet de juiste ondersteuning te krijgen die nodig is bij digitaal thuisonderwijs. Bij veel ouders overheerst een gevoel van machteloosheid in het digitale labyrint van online leerplatformen.

Zeker als zij ook nog eens ‘digitaal laaggeletterd’ zijn. Ze weten niet waar te beginnen om hun kinderen op te volgen of bij te sturen. Bovendien kan de digitalisering de kloof tussen de ouders en de school verder vergroten.

Dat kan vooral blijvende gevolgen hebben voor kinderen die al leerproblemen hadden, faalangst ervaren, minder zelfstandig zijn en extra zorg nodig hebben. Vooral de achterstand op het vlak van taal en wiskunde neemt toe.

Sommige ouders vrezen dat de toekomst van hun kind in gevaar komt. Vaak lieten ze alles in het thuisland achter om ze net die toekomst te gunnen.

Wereldwijde impact op onderwijs

Vlaanderen nam niet deel aan een belangrijk internationaal onderzoek over de impact van de COVID-19 pandemie op onderwijs wereldwijd.

Deze week verscheen een lijvig rapport over de impact van de COVID-19 pandemie op onderwijs wereldwijd. Het rapport is van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksinstellingen en overheden.

Unesco (de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur) steunde het onderzoek, waar twaalf landen uit verschillende werelddelen aan deelnamen. Hoogleraar emeritus Ides Nicaise (KU Leuven) had graag meegewerkt, maar Vlaanderen nam niet deel.

Het rapport bevat inzichten over hoe schoolsluitingen het leren bij kinderen verstoorden, hoe afstandsonderwijs wél succesvol georganiseerd kan worden en welke ondersteuning kwetsbare leerlingen nodig hebben.

Wie is Ides Nicaise?

  • Hoogleraar emeritus Onderwijs en Samenleving bij de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen (KU Leuven).
  • Werkt voor HIVA, het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven. HIVA verricht wetenschappelijk onderzoek dat kan inspelen op beleidsvragen.
  • Gespecialiseerd in sociaal beleid, met nadruk op de relatie tussen onderwijs, de arbeidsmarkt en sociale inclusie.
  • Betrokken bij onderzoeksprojecten op nationaal en Europees niveau over gelijke kansen in het onderwijs.
  • Lid van het European Social Policy Network.
  • Lid van de federale Hoge Raad voor de Werkgelegenheid.
  • Voorzitter van het interfederale Steunpunt Armoedebestrijding.

Om te vermijden dat we een hele COVID-generatie achterlaten, stelt Nicaise een COVID-inhaalprogramma voor. Met concrete maatregelen, waaronder gratis internet, meer buddy’s en ondersteuning voor kwetsbare kinderen, IT-cursussen voor hun ouders, een extra schooljaar, vernieuwende pedagogische methodes zoals versneld onderwijs, en de bestaande flexibiliteit in ons onderwijs maximaal benutten.


‘Op termijn biedt de digitalisering enorme mogelijkheden’, steekt Nicaise van wal. ‘Ik denk daarbij aan gespecialiseerde teams van leerkrachten die audiovisueel materiaal maken. Met digitale middelen kan je veel meer dan met papieren middelen. Je moet er natuurlijk in investeren, en leerkrachten moeten opgeleid worden in de nieuwe pedagogische didactiek.’

Hij vervolgt met een goed woord over de inspanningen van de Vlaamse minister van Onderwijs Ben Weyts om de scholen open te houden. Maar waar schoolsluitingen en afstandsleren toch aan de orde bleken, daar bleef de Vlaamse regering volgens hem zwaar in gebreke. ‘De regering heeft de sociale dimensie van digitaal thuisonderwijs verwaarloosd’, klinkt het met zware woorden.

‘De Vlaamse regering heeft de impact van digitalisering op kinderen van kwetsbare ouders onderschat en verwaarloosd.’

Ides Nicaise: Vlaanderen zal een grote sprong maken in de digitalisering van het onderwijs. We hinken daar immers achterop.

Maar de sociale sprong maakte Vlaanderen nog niet. De impact van digitalisering op kinderen van kwetsbare ouders is zwaar onderschat. De kous is niet af bij ‘een laptop voor elk kind’ of ‘opvang’ van kwetsbare kinderen. Bij elke investering in ICT hoort een sociale dimensie.

Anderstalige ouders hebben vaak moeite om de instructies van de school te begrijpen. Veel van hen zijn daarbovenop nog eens digitale leken. Toen de regering tijdens de eerste lockdown alles dichtgooide, werden sommige kinderen aan hun lot overgelaten.

Emancipatie of achterstelling?

Laten we ervan uitgaan dat digitaal leren, in de klas en thuis, in de toekomst de norm wordt. Wat moet er dan gebeuren om dit voor alle kinderen en ouders toegankelijk te maken? Zodat het een instrument van emancipatie, eerder dan een oorzaak van achterstelling wordt?

Ides Nicaise: Kosteloosheid, fysieke ondersteuning waar nodig, vorming van leerkrachten, en opleidingen voor de ouders via het volwassenenonderwijs.

Veel kansarme gezinnen hebben een goedkoop, traag internetabonnement dat niet toelaat om verschillende laptops tegelijk snel te laten functioneren. Je moet dus in gratis laptops én gratis internet investeren.

We streven naar kosteloos leerplichtonderwijs tot 18 jaar. Lesmaterialen, dus ook digitale hulpmiddelen, moeten kosteloos zijn. Daar zijn al budgetten voor uitgetrokken, maar toch zie ik dat sommige scholen laptops verhuren of er een waarborg voor vragen. Dat is niet de bedoeling.

Over internetabonnementen: de overheid is meerderheidsaandeelhouder van Proximus. Het moet mogelijk zijn om gezinnen met kinderen snel en gratis internet aan te bieden.

Bepaalde groepen kinderen moeten we in periodes van afstandsonderwijs fysieke ondersteuning blijven bieden. Er zijn genoeg grote ruimtes – bibliotheken, buurtcentra, lokalen van de gemeente – waar vrijwilligers in veilige omstandigheden met kinderen kunnen werken.

Maar de regering stimuleert dat niet. Gelukkig springen lokale overheden, buurtwerk en samenlevingsopbouw in de bres, maar zij bereiken natuurlijk niet alle kinderen die ondersteuning nodig hebben.

En het volwassenenonderwijs? Hoe kan dat een rol spelen in het onderwijs van kinderen?

Ides Nicaise: Door de ouders cursussen aan te bieden rond de digitale platformen die scholen tegenwoordig gebruiken. Bijvoorbeeld een cursus: ‘Hoe begeleid ik mijn kind bij zijn of haar digitale opdrachten?’

Het kabinet Weyts kan dit alvast alleen organiseren. De minister is immers tegelijk bevoegd voor het initieel onderwijs, en voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs.

We weten uit onderzoek en ervaring dat sociale emancipatie best op twee generaties tegelijk werkt: op de kinderen én op hun ouders. Anders ontstaat een kloof. Als we niet ingrijpen, zal digitalisering die kloof vergroten.

Dit is ook een kans. Veel ouders die anders niet toekomen aan een ICT-cursus zouden er wel aan beginnen wegens hun kinderen. Je zou dat kunnen aangrijpen als hefboom om de digitale kloof bij de ouders te dichten.

‘Het Actieplan Levenslang Leren focust enkel op de arbeidsmarkt. Maar ook buiten je werk heb je nieuwe skills nodig. Zeker in de scholing van je kinderen.’

Vorige week werd het Actieplan Levenslang Leren van de Vlaamse regering besproken in de Vlaamse Onderwijsraad. Hoe staat het daar met de sociale dimensie?

Ides Nicaise: Niet veel beter. Het voorstel van actieplan vermeldt wel ‘levensbreed leren’, maar focust vervolgens volledig op de arbeidsmarkt. Die arbeidsmarkt is natuurlijk belangrijk, maar buiten je werk heb je zoveel nieuwe skills nodig om goed te functioneren in de samenleving. Denk maar aan de opvoeding en scholing van je kinderen, consumentengedrag, energie, enzovoort.

Levenslang leren moet ook draaien om sociale emancipatie.

Ides Nicaise: Precies, en daar zit nog een leemte. Het Partnerschap Levenslang Leren heeft de sociaal-culturele sector niet betrokken bij de uitwerking van het actieplan. Van deze sector wordt achteraf wel verwacht dat ze kwetsbare en moeilijk bereikbare groepen toeleiden naar het aanbod rond werk.

Sociale emancipatie heeft bovendien een positieve impact op werk en de arbeidsmarkt. MO* publiceerde een dossier over psychosociale problemen bij vluchtelingen. De zoektocht naar werk wordt bemoeilijkt door de machteloosheid die zij voelen op sociaal vlak. Voor de kinderen is dat moeilijk, omdat zij voelen dat hun ouders ‘het niet alleen aankunnen’.

Ides Nicaise: Wat me vooral is bijgebleven uit het nieuwe rapport van IAE en Unesco zijn de vaststellingen over eenzaamheid. Vaak hebben de kinderen van laaggeletterde ouders het gevoel dat ze na de schooluren niemand hebben om op terug te vallen, om bij af te toetsen, om vragen aan te stellen.

Leerverlies

Als scholen dan ook nog eens gaan sluiten, krijgen die kinderen dat gevoel van eenzaamheid ook tijdens de schooluren. Het gevoel zelfs geen leerkracht te kunnen bereiken, kan akelig zijn.

Ides Nicaise: Op dat vlak zijn er ook goede voorbeelden van leerkrachten die tijdens schoolsluitingen gaan aanbellen bij sommige gezinnen. Om invulblaadjes af te geven, of een praatje te slaan met de ouders en de kinderen. Om de band niet te verliezen.

Leerkrachten moeten zich sowieso al in bochten wringen om alles te bolwerken tijdens periodes van thuisonderwijs. Wat ze op korte tijd in elkaar boksen om kinderen te blijven bereiken: het zijn vaak huzarenstukjes. De voorbij week moesten ze tegelijkertijd een online aanbod organiseren voor de groep kinderen in quarantaine én lesgeven aan kinderen in de klas. Kunnen ze op deze manier wel potentieel leerverlies opvangen?

Ides Nicaise: Ik denk het niet. We zitten nog altijd in een fase waarin het leerverlies zich opstapelt. Dat zal binnenkort wellicht blijken als er in juni opnieuw examens afgenomen worden. Misschien zal ook de ongelijkheid nog sterker zijn toegenomen.

‘Leerverlies situeert zich vooral op het vlak van taal. Taalzwakke leerlingen en leerlingen met anderstalige ouders zijn de sigaar.’

Waar situeert zich juist dat leerverlies?

Ides Nicaise: Vooral op het vlak van taal. De taalzwakke leerlingen en leerlingen met anderstalige ouders zijn de sigaar.

Er zijn groepen jongeren die géén leerverlies hebben, die met flexibele zelfstudie zelfs béter presteren. Daar bestaat ook al onderzoek over. Dat zijn vaak kansrijke jongeren in een ideale thuisomgeving: een rustige plek om te studeren, goede ondersteuning om met digitale middelen te werken, enzovoort.

Sommige scholen hebben dat begrepen en vroegen de minister om juist méér digitaal te kunnen werken. Op zich is daar niks verkeerd mee, op voorwaarde dat je de sociale randvoorwaarden vervult.

Is het leerverlies omkeerbaar?

Ides Nicaise: Dat is nog onduidelijk. In Nederland deden onderzoekers verschillende metingen. Bij de tweede meting leek een deel van het leerverlies al ingehaald te zijn. Maar dat kan misschien enkel gelden voor de kernvakken, omdat ze daarop focusten. Bovendien moet grootschaliger onderzoek dit nog bevestigen.

Dat een deel van het leerverlies onomkeerbaar is, staat vast. We weten uit eerder onderzoek dat volwassenen die in hun kindertijd rampen of disruptieve gebeurtenissen meemaakten, zoals aardbevingen en epidemieën, tijdens heel hun loopbaan moesten inboeten aan welzijn en welvaart. Deze groep bleek later op de arbeidsmarkt en qua inkomen immers minder goed te presteren dan de oudere en jongere groepen.

COVID-generatie

Hebben we te maken met een verloren generatie? Kunnen we die generatie specifieker aflijnen?

Ides Nicaise: Verloren is een zwaar woord, en toch is het voor sommige groepen niet onrealistisch om erover te spreken.

We hebben nog geen cijfers die aantonen waar de leerverliezen door COVID-maatregelen het grootst zijn. Maar kinderen die de hele crisis tijdens de tweede helft van hun lagere of middelbare schoolloopbaan doorlopen hebben, dichtbij scharniermomenten, zijn volgens mij het meest kwetsbaar. Dat zijn kinderen die de voorbije twee jaar in het vierde, vijfde en zesde leerjaar, en in het vierde, vijfde en zesde middelbaar zaten.

Op het einde van het zesde leerjaar of zesde middelbaar aankomen met de achterstand die sommigen al hadden en die gegroeid is tijdens de crisis, daar zitten de grote risico’s van uitval. Voor déze kinderen doemt het spookbeeld van de ‘verloren generatie’ op, tenzij…

Tenzij? We hoeven dus niet zomaar te aanvaarden dat deze generatie de gevolgen zal dragen? Wat kunnen en moeten we doen om hen te ‘redden’? Veel van die kinderen hebben immers capaciteiten die niet benut dreigen te worden, met negatieve gevolgen voor welzijn en arbeidsmarkt.

Ides Nicaise: We moeten een COVID-inhaalprogramma doorvoeren om deze groep wél mee te nemen en juist niet achter te laten. Alleen dan kunnen we de kloof dichtrijden. Met een radicaal remediëringsprogramma.

Welke maatregelen zouden deel kunnen zijn van zo’n COVID-inhaalprogramma?

Ides Nicaise: We moeten misschien een taboe doorbreken: zou het niet goed zijn om voor bepaalde groepen leerlingen een extra schooljaar toe te voegen? Dat is wel duur en moeilijk, gezien het lerarentekort. Het mag ook geen ‘zittenblijven’ zijn, maar een aanvullend flexibel programma voor leerstof die niet aan bod kwam.

Daarnaast bestaan ook andere scenario’s zoals ‘versneld onderwijs’. Ten slotte moeten we de bestaande flexibiliteit van ons onderwijs maximaal benutten.

Een extra schooljaar? Zou zo’n beleidsmaatregel geen schokgolf zenden door de onderwijswereld?

‘Brusselse scholen gaven de eerste twee jaar secundair onderwijs op drie jaar. Zo konden ze veel jongeren met migratieachtergrond ASO laten volgen.’

Ides Nicaise: Sommige schattingen neigen nu al naar een jaar leervertraging voor de gemiddelde leerling. Al een paar schooljaren ervaren leerkrachten in juni dat ze een leerjaar niet fatsoenlijk kunnen afwerken, en in september dat de nieuwe lichting de basis van het vorige jaar niet mee heeft.

En zo radicaal is dit niet, hoor. Een paar Brusselse scholen experimenteerde er vroeger al mee: ze gaven de eerste twee jaar van het secundair onderwijs op drie jaar. Zo slaagden ze erin om een groot aantal jongeren met migratieachtergrond ASO te laten volgen, jongeren die anders misschien wegens taalachterstand zouden gestruikeld zijn en in het BSO zouden zijn terechtgekomen, ondanks hun hogere capaciteiten.

We leven in uitzonderlijke omstandigheden. We moeten creatief zijn, en de leerplannen flexibel aanpassen aan de werkelijke toestand.

Wat is versneld onderwijs?

Ides Nicaise: In België kennen we dat niet, maar in de Verenigde Staten hebben tienduizenden scholen zulke programma’s. Het betekent dat ze alle pedagogische innovaties die een effect op lange termijn hebben, samen nemen in één pakket.

Bijvoorbeeld: intensief lezen en voorlezen met kinderen. Per dag gaan de scholen er langer mee bezig zijn, met meer personeel en meer materialen. In de Verenigde Staten is de ongelijkheid natuurlijk groter dan hier en is de urgentie dus ook groter. Maar we kunnen dat hier ook perfect toepassen.

Ook zouden we moeten nadenken over een flexibeler systeem dan het systeem van zes rigide schooljaren. In Scandinavië gaan jongeren tot hun vijftiende altijd met hun leeftijdsgroep over. Tot dan worden jongeren individueel bijgespijkerd op tekorten. Pas dan is er een horde waar je niet over komt, tenzij je een aantal minimumstandaarden hebt bereikt.

Dat klinkt als: we gaan proberen om bepaalde kwetsbare groepen mee te trekken, die we nu door het rigide systeem achterlaten. Vraagt dat geen visionair beleid om maatregelen te durven nemen die afwijken van de norm?

Ides Nicaise: Er is nu al veel mogelijk. Vlaamse scholen hebben veel autonomie.

Ze kunnen bijvoorbeeld zelf beslissen of herexamens nodig zijn, ze kunnen B-attesten en C-attesten omzeilen door vakantiewerk te geven, enzovoort. Scholen kunnen zichzelf de tijd gunnen om de tekorten bij sommige leerlingen later te remediëren, zonder hen nu al tegen te houden.

Er bestaat dus een zekere flexibiliteit in ons onderwijs. Die mogelijkheden zouden we maximaal moeten benutten voor de huidige generatie.

Als je kinderen met potentieel in een te rigide systeem stopt, gaan zij ergens terechtkomen dat niet overeenstemt met hun capaciteiten en hun potentieel. Dat is al lang zo, maar het kan de komende jaren toenemen door de COVID-crisis. Zeker voor ouders met een vluchtverleden, die vaak alles achterlieten om hun kinderen een toekomst te gunnen, is dat confronterend. Ze worden zenuwachtig op scharniermomenten waarop er over de toekomst van hun kind beslist wordt.

Ides Nicaise: Heel terecht. Laten we er geen doekjes om winden: op een aantal punten is ons systeem te rigide: het jaarklassensysteem, het buitensporig aantal zittenblijvers, de sterke waterval tussen ASO-TSO-BSO. De COVID-crisis verhoogt in zo’n systeem het aantal jongeren dat struikelt en ontmoedigd wordt. Ik houd mijn hart vast voor de toename van het aantal jongeren dat zonder diploma uitstroomt.

‘Laat dit een oproep zijn om out of the box te denken, in termen van een generatie die de rest van hun leven de gevolgen kan dragen als we niet structureel ingrijpen.’

Ziet u in onze huidige regering het visionair denken dat nodig is?

Ides Nicaise: Het is moeilijk om daar als wetenschapper een uitspraak over te doen. Het is in ieder geval goed dat onze minister van onderwijs een activist is. Iemand die concrete maatregelen wil nemen. Anderzijds heb je natuurlijk te maken met een onderwijswereld die conservatief is.

Laat dit een oproep zijn om out of the box te denken, in termen van een generatie die het risico loopt om voor de rest van hun leven de gevolgen te dragen als we niet structureel ingrijpen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur