Van Syrië naar Antwerpen: een hels parcours dat deuren opent

Vandaag, op 20 juni en Wereldvluchtelingendag, verschijnt de film ‘Dying for Life’ van Andrés Lübbert en Hussein Shabeeb in Belgische zalen. Een film die de harde realiteit van gevluchte mensen in ons land weergeeft. We spraken met Ousama en Dara, de twee hoofdrolspelers van de film.

Dying for Life vertelt het leven van twee Syriërs, Ousama en Dara. Dara is Koerd en Ousama is afkomstig uit El-Bab, een stad nabij Aleppo die sinds 2013 in handen is van IS. Vluchten was de enige optie om te overleven. ‘IS, het Vrije Syrische Leger en de troepen van Assad rukten op, het werd levensgevaarlijk.’

Ousama en Dara kenden elkaar niet toen ze bijna twee jaar geleden aan exact dezelfde tocht begonnen. Via Turkije, Griekenland en een pak Europese landen zijn ze, elk op hun manier, in het asielcentrum van Kapellen beland, de plek waar ze elkaar voor het eerst zagen, en de plek waar hun relatie is gegroeid tot een hechte vriendschap.

Ontsnappen naar de gevangenis

In Syrië hadden ze, voor de oorlog uitbrak, allebei een stabiel leven. Ousama maakte theaterstukken en was marketing manager in een supermarkt. Hij vluchtte uit zijn geboortestad richting Aleppo om aan IS te ontsnappen, maar in Aleppo sloeg het noodlot toe.

Hij werd door het leger tegengehouden tijdens een routinecontrole en moest zijn identiteitspapieren tonen. Daarop stond dat hij afkomstig was uit Al-Bab. Het was voldoende om hem op te pakken en hem naar een geheime gevangenis te zenden waar hij zes maanden lang wekelijks werd gefolterd.

Twee jaar geleden kwamen ze aan in België. Ze geraakten in contact met de filmmaker Andrés Lübbert en sloegen de handen in elkaar om – in samenwerking met KunstZ – de draad die ze in Syrië hadden laten vallen, opnieuw op te pikken. De voorstelling van Ousama is ondertussen vertoond in de Arenbergschouwburg, het Zuiderpershuis, het Fakkeltheater, Warschau en Wuppertal.

Waarom hebben jullie voor België gekozen?

Ousama: Ik hoorde van een vriend dat je in België nogal snel aan papieren komt, sneller dan in andere landen. Toen ik hier aankwam, werd ik naar het asielcentrum in Kapellen, nabij Antwerpen, gestuurd. Ik heb het hier erg naar mijn zin.

Dara: Onderweg naar Europa had ik er geen flauw idee van waar ik zou belanden. Uiteindelijk koos mijn broer, die iets voor mij uit Syrië was vertrokken, voor België. Het leek dus vanzelfsprekend dat ik naar hier zou komen. Een bijkomende reden is dat Leuven bekend staat om haar universiteit, en hier zou ik mijn studies biomedische wetenschappen, waar ik in Aleppo aan begonnen was, kunnen verderzetten.

Jullie zijn hier anderhalf jaar geleden aangekomen zonder enige kennis van de taal, cultuur, stad… Hoe voelen jullie je vandaag?

Ousama: Ik voel mij ontzettend goed. Andrés leren kennen, was een grote kans voor mij. Hij heeft mij zo veel hulp geboden tijdens het integratieproces: van het vertalen van documenten tot het ondersteunen van mijn projecten. Vandaag ben ik in staat om voor mezelf te zorgen en dat is mede dankzij hem.

Dara: Soms voel ik me nog bekeken als een vreemdeling als ik door de straten van Antwerpen loop, maar nu ik de taal zo goed als helemaal onder de knie heb, gaat het wel een stuk beter.

‘Het is begrijpelijk dat mensen bang zijn geworden, maar ze moeten weten dat wij zo mogelijk nog meer angst ervaren’

Ousama: Vooral na de zoveelste terreurdaden in Engeland is het moeilijker geworden voor mensen om ons te accepteren.

We hebben echt een verandering gezien in de perceptie van de mensen tegenover vluchtelingen sinds de eerste aanslagen in 2015. Dat is begrijpelijk, mensen zijn bang geworden, maar ze moeten weten dat wij zo mogelijk nog meer angst ervaren.

Dara: Een tijdje geleden heb ik mij eens volledig geschoren. De impact was onmiddellijk zichtbaar. Mensen waren minder op hun hoede, spontane conversaties aan de bushalte waren geen uitzondering meer. Het is vermoeiend om me telkens weer te moeten verantwoorden als ik me een tijdje niet scheer, en dat is trouwens meestal omdat ik geen tijd heb of te lui ben.

Als ik een boodschap zou kunnen meegeven aan mensen die dit interview lezen, dan zou het deze zijn: geef ons alstublieft een kans om ons te bewijzen. Wij hebben veel ambitie en goede bedoelingen, en dat wordt ook gewaardeerd binnen de artistieke sector waar we actief in zijn, maar vaak krijgen we geen kansen buiten die bubbel, en dan valt er natuurlijk weinig te beginnen.

Ik kan me voorstellen dat het niet makkelijk was in Syrië. Ousama, jij belandde er zelfs in de gevangenis?

Ousama: In Aleppo werd ik aan een checkpoint gecontroleerd. Ik moest mijn identiteitskaart laten zien, daarop staat mijn geboortestad uiteraard vermeld: Al-Bab. De stad staat symbool voor rebellie tegen de regering, omdat hier samen met de zuidelijke stad Daraa de revolutie op gang kwam.

‘Ik werd hardhandig opgepakt en in een gevangenis gedropt waar ik zes maanden lang in een klein celletje, zonder daglicht, moest overleven’

Ik werd hardhandig opgepakt en in een gevangenis gedropt waar ik zes maanden lang in een klein celletje zonder daglicht moest overleven. Elke donderdag kwamen ze mij uit mijn cel halen, en geblinddoekt werd ik uren aan een stuk gemarteld.

Het was verschrikkelijk. Ik dacht dat ik er nooit levend uit zou komen. Uiteindelijk werd een deal gesloten tussen de troepen van Assad en het Vrije Syrische Leger, en was ik na zes maanden terug vrij.

Je vrouw en je kind, dat amper twee maand oud was toen je anderhalf jaar geleden vertrok, heb je sindsdien niet meer gezien. Wat zijn je verwachtingen?

Ousama: Dat klopt, ze zijn momenteel in Soedan. Het was onmogelijk voor mij om ze mee te nemen naar Europa en zo hun leven op het spel te zetten. Na alles wat ik heb meegemaakt, heb ik geen schrik meer om te sterven. Ik heb me in zekere zin opgeofferd voor hen. Nu ik een stabiele situatie zit, doe ik er alles aan om ze naar hier te doen overkomen.

‘Het minste dat je kan stellen, is dat de Belgische overheid niet efficiënt is als het gaat om gezinshereniging’

Dat is trouwens toch wel een punt dat ik zou willen aanhalen. Het minste dat je kan stellen, is dat de Belgische overheid is niet efficiënt is als het gaat om gezinshereniging.

Ik snap dat ze terughoudender zijn geworden, maar de procedure die ik moet doorstaan om ze hierheen te krijgen, is belachelijk.

Ik moet aan de hand van officiële Syrische documenten bewijzen dat ze effectief mijn vrouw en mijn kind zijn. Maar ik mag niet naar de ambassade van Syrië hier in België. Hoe moet ik dat dan in godsnaam voor elkaar krijgen?

Ik heb dan een omweg gevonden via de niet-reguliere markt, maar dat blijkt ook niet voldoende. Nu, na zo veel maanden, vragen ze om een DNA-test. Hadden ze daar niet eerder om kunnen vragen? Dat begrijp ik niet.

Heb je nog contact met je hen?

Ousama: Ja, dankzij mijn smartphone. Ik spreek ze verschillende keren per week, gelukkig!

Jij en Dara hebben samengewerkt aan een toneelstuk dat jij regisseert. Hoe is de samenwerking tot stand gekomen?

Ousama: Dankzij de contacten die ik had in het vluchtelingencentrum ben ik bij KunstZ terechtgekomen. Daar mocht ik de ervaring die ik heb opgedaan in Syrië gebruiken om een stuk te realiseren. Het is in die context dat de samenwerking met Dara tot stand is gekomen.

‘Voor mij was kunst eerst en vooral een uitlaatklep die ik goed kon gebruiken toen ik hier nog maar net was’

Daarnaast heb ik ook een film gemaakt, Seven eyes, en een volgende film is in de maak. Ook op vlak van theater zijn er nog heel wat projecten die ik wil realiseren.

Dara: Voor mij was kunst eerst en vooral een uitlaatklep die ik goed kon gebruiken toen ik hier nog maar net was. Stilletjes aan is het meer geworden dan een hobby, ik zou graag een job vinden in de theaterwereld. Het heeft veel deuren geopend.

Ousama en ik hebben sinds onze ontmoeting anderhalf jaar geleden veel samengewerkt, maar nu willen we graag individueel aan verschillende projecten werken. Het belangrijkste is dat we er een sterke vriendschap aan hebben overgehouden.

De film ‘Dying for life’ wordt vertoond in het kader van Wereld Vluchtelingen Dag tussen 20 en 26 juni in Gent, Leuven, Brussel en Antwerpen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift