Nathalie Francken, Belgisch vertegenwoordiger bij Wereldbank, ziet zware economische gevolgen coronacrisis

‘Pandemie dreigt tot 60 miljoen mensen in extreme armoede te storten’

© Dominic Chavez / WorldBankGroup

‘De pandemie kan tot 60 miljoen mensen in extreme armoede storten’, zegt Nathalie Francken, die de Belgische vertegenwoordiging bij de Wereldbank leidt. En het aantal mensen in voedselonzekerheid dreigt te verdubbelen. In dit interview maakt Francken heel duidelijk hoe groot de uitdagingen zijn, vooral voor de meest kwetsbare landen en bevolkingen.

We hebben het dezer dagen vaak bijna achteloos over “de wereld na corona”, ook al gaat het dan meestal over ieders kleine bubbel of ten hoogste over de economie van het eigen gewest. Er zijn nochtans redenen te over om het over de héle wereld na de coronacrisis te hebben. Bovendien blijft het maar de vraag wanneer die coronacrisis echt voorbij zal zijn. 

‘De pandemie zal waarschijnlijk 40 tot 60 miljoen mensen in extreme armoede storten’, zegt Nathalie Francken, die de Belgische vertegenwoordiging bij de Wereldbank leidt.  Bovendien dreigt het aantal mensen in voedselonzekerheid te verdubbelen. Op dit moment staan alle neuzen in dezelfde richting, zegt Francken: de armste landen moeten op zo kort mogelijke termijn geholpen worden. ‘We verwachten straks meer discussie over financiële injecties op korte termijn en doelstellingen zoals klimaatbescherming op lange termijn.’

In dit exclusief – en verontrustend – interview maakt Francken, daarin bijgestaan door haar collega’s Heidy Rombouts en Marlene Beco, heel duidelijk hoe groot de uitdagingen zijn, vooral voor de meest kwetsbare landen en bevolkingen.

Hoe schat de Wereldbank de gevolgen van de coronacrisis in voor de ontwikkelingslanden?

‘Deze krimp van de wereldeconomie zal zich vertalen in een toename van de wereldwijde armoede die groter is dan wat we de laatste twee decennia hebben meegemaakt’.

Nathalie Francken: De Wereldbank schat dat de economische impact van de COVID-19 crisis een wereldwijde recessie zal veroorzaken van een ongekende diepte en duur.

In 2019 bedroeg de omvang van de wereldeconomie ongeveer 87.000 miljard USD. De voorlopige berekeningen tonen aan dat dit in 2020 zal dalen naar 83.000 miljard USD. De wereldeconomie zal bijgevolg met meer dan 4000 miljard USD krimpen. Dat is meer dan het BBP van heel Latijns-Amerika.

Deze krimp van de wereldeconomie zal zich vertalen in een toename van de wereldwijde armoede die groter is dan wat we de laatste twee decennia hebben meegemaakt. De pandemie zal waarschijnlijk 40 tot 60 miljoen mensen in extreme armoede storten. Dit betekent dat het aantal extreem armen met negen procent zou kunnen toenemen. Dit komt overeen met de bevolking van een land als bijvoorbeeld Korea of ​​Tanzania. [“extreme armoede” verwijst in de berekeningen van de Wereldbank momenteel naar iemand met een inkomen van minder dan 1,9 dollar per dag.]

De plaats waar het virus het meest mensen in armoede zal storten, hangt voornamelijk af van twee factoren: de impact van het virus op de economische activiteit én het aantal mensen dat dicht bij de internationale armoedegrens leeft. Het Internationaal MuntFonds (IMF) voorspelt dat geavanceerde economieën in 2020 met ongeveer 6% zullen krimpen, terwijl opkomende economieën met 1% zullen krimpen. Maar met meer mensen die dicht bij de internationale armoedegrens leven, zullen lage- en middeninkomenslanden de grootste gevolgen ondervinden in termen van toename van extreme armoede.

Hoewel sub-Saharaans Afrika tot dusver relatief minder getroffen is door het virus vanuit gezondheidsoogpunt, suggereren de Wereldbankprognoses dat dit de regio zal zijn die het hardst zal getroffen worden in termen van toegenomen armoede. In sub-Saharaans Afrika zullen ongeveer 23 miljoen mensen in extreme armoede geduwd worden, in vergelijking met 16 miljoen mensen in Zuid-Azië.

De pandemie treft momenteel vooral de rijke landen, maar de economische crisis zal zwaarder toeslaan in de arme landen?

Nathalie Francken: Lage- en middeninkomenslanden zaten al in zwakkere economische omstandigheden dan het geval was ten tijde van de financiële crisis van 2008, en zeker in vergelijking met rijke landen. Een groot aantal landen heeft te kampen met een zeer hoge schuldenlast. Ongeveer de helft van de armste landen heeft te kampen met een hoog risico op overmatige schuldenlast. Het zijn vooral landen die afhankelijk zijn van buitenlandse handel, natuurlijke grondstoffen en/of toerisme, die het hardst getroffen worden omdat die sectoren door de coronacrisis sterk krimpen.

‘Arme landen hebben minder capaciteit om met noodmaatregelen de economie en jobs te beschermen en de dalende inkomens te compenseren’.

Daarenboven zien we ook dat er een enorme kapitaalvlucht plaatsvindt, voornamelijk uit een aantal middeninkomenslanden. Dat wijst op een snel afbrokkelend vertrouwensklimaat. Ten slotte zijn de geldtransfers van de diaspora – het geld dat de miljoenen migranten terugsturen naar hun families — enorm gedaald.

De impact van de nieuwe pandemie zal onevenredig groot zijn voor de kwetsbare bevolking in deze lage- en middeninkomenslanden omdat de aanstaande wereldwijde economische recessie grotere gevolgen zal hebben voor het inkomen van arme mensen en dus voor hun voedselzekerheid.

Bovendien hebben arme landen minder capaciteit om met noodmaatregelen de economie en jobs te beschermen en de dalende inkomens te compenseren. Overheidsprogramma’s die voorzien in gelijke toegang tot voedsel, gezondheid, onderwijs en armoedebestrijding zullen stopgezet worden indien er geen bijkomende ondersteuning komt.

Welke rol kan de Wereldbank spelen in deze crisis?

Nathalie Francken: De Wereldbankgroep biedt financiële steun in de vorm van giften en leningen met voorwaarden. En de Bank geeft advies aan lage- en middeninkomenslanden om enerzijds hun reactie op de coronapandemie en hun gezondheidszorgsystemen te versterken en anderzijds om de economische en sociale impact van de crisis in te perken.

Op 17 maart werd een totaalpakket van 14 miljard USD goedgekeurd, waarvan 6 miljard USD voor de armste landen en 8 miljard USD voor de privésector. Het doel is om op korte termijn landen te ondersteunen bij inspanningen voor een snelle detectie van het virus, om de verspreiding van het virus in te perken, om medische benodigdheden in te kopen en om de gezondheidssector in het algemeen te ondersteunen om de gevolgen van de pandemie zoveel mogelijk te beperken. Er wordt ook steun voorzien voor sociale beperking. Dat gebeurt in samenwerking met andere multilaterale en bilaterale ontwikkelingspartners, internationale organisaties en instellingen.

‘De crisis bevestigt de onderlinge verbondenheid van alle naties.’

De onmiddellijke noodhulpactie van de Wereldbank voor gezondheid heeft als hoofddoel om levens te redden. Concreet gaat het om het voorkomen en beperken van lokale transmissie door de aankoop van gepaste laboratoriumapparatuur, verbeterde bewakingssystemen en training van eerstelijnshulpverleners, de aankoop van goederen en diensten zoals handschoenen, maskers en draagbare beademingstoestellen, het bouwen of uitbreiden van klinische zorgfaciliteiten, zoals het opknappen van intensieve zorgafdelingen of intramurale voorzieningen in ziekenhuizen en het voorbereiden van quarantainevoorzieningen; het bouwen van systemen voor ziektebewaking; en de samenwerking versterken voor onderzoek om de ontwikkeling van vaccins, therapeutica en andere maatregelen te versnellen.

Daarnaast helpt de Wereldbankgroep ook landen om toegang te krijgen tot dringend noodzakelijke medische benodigdheden door — namens overheden — contact op te nemen met leveranciers en aanbestedingen te faciliteren. Dat biedt het schaalvoordeel dat we zo bepaalde medische materialen voor een aantal landen tegelijkertijd kunnen aankopen en zo een betere prijs kunnen bedingen.

Maar de economische crisis is nog een groter probleem dan de gezondheidscrisis?

Nathalie Francken: Daarom werd op 25 maart een tweede pakket maatregelen goedgekeurd, om de negatieve economische en sociale impact van de COVID-19 uitbraak aan te pakken. Het gaat hier om een totale financiële steun ter waarde van 150-160 miljard USD voor de volgende 15 maanden en 330-350 miljard USD voor de periode tot eind juni 2023.

Er wordt momenteel gewerkt aan een strategie om ervoor te zorgen dat deze projecten bijdragen aan de lange termijnobjectieven van de Wereldbankgroep, zoals het stimuleren van economische groei, verminderen van de ongelijkheid en verbeteren van de levensomstandigheden van de bevolking — met een speciale aandacht voor de allerarmsten en kwetsbaren.

Tevens moet er ingezet worden op duurzame ontwikkeling met aandacht voor klimaatverandering; gender en ontwikkeling; fragiliteit, conflict en geweld; werkgelegenheid en economische transformatie en goed bestuur. Onze groep waartoe België behoort heeft tijdens de lentevergadering zeer sterk de nadruk gelegd op Building Back Better: een aanpak voor herstel na rampen die de kwetsbaarheid voor toekomstige rampen vermindert en de veerkracht van de gemeenschap vergroot om in de toekomst fysieke, sociale, ecologische en economische kwetsbaarheden en schokken beter te kunnen aanpakken.

Hoe belangrijk is het dat het herstelbeleid tevens klimaatbeleid en duurzaam beleid is?

Nathalie Francken: De Wereldbank blijft zijn eigen 2030 doelstellingen nastreven, ons herstelbeleid zal klimaatcompatibel zijn en  we willen landen via het herstelbeleid meteen begeleiden in hun transitie naar een meer duurzame economie en samenleving. De Europese kiesgroepen binnen de Raad van Bestuur hebben ook al een duidelijk signaal gegeven dat wij dit verwachten van de interventies van de Wereldbankgroep. Het aanpakken van klimaatverandering blijft een topprioriteit voor de Wereldbankgroep: ze verlenen steun om landen te helpen hun SDG13 — en klimaatverbintenisverplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs na te komen. In het besef dat publieke middelen mogelijks niet voldoende zullen zijn om SDG13 of de doelstellingen van Parijs te halen, geeft de Wereldbankgroep ook prioriteit aan inspanningen om particulier kapitaal te benutten door meer financiering te mobiliseren voor klimaatactie.

 

De Wereldbank steunt niet enkel nationale overheden, maar ook privébedrijven. Hebben die dat nodig?

Marlene Beco: De betrokkenheid van de privésector is een cruciaal onderdeel van de crisisrespons. De Wereldbankgroep heeft een eerste beleidskader voor bedrijven ontwikkeld om advies te geven over hoe banen beschermd kunnen worden en hoe de privé-sector kan worden ondersteund, terwijl het potentiële herstel wordt versneld.

‘Wij zijn tevreden dat er op korte termijn een akkoord werd bereikt dat voorziet in een tijdsgebonden opschorting van de schuldaflossingen en interest van de 77 armste landen.’

Het grootste deel van de financiering gaat naar financiële instellingen om hen in staat te stellen handelsfinanciering, ondersteuning van werkkapitaal en financiering op middellange termijn te blijven aanbieden aan private bedrijven die worstelen met verstoringen in de toeleveringsketens. De Wereldbankgroep zal ook bestaande klanten in economische sectoren die rechtstreeks door de pandemie worden getroffen, zoals toerisme en productie voor handel en export, helpen hun rekeningen te blijven betalen.

Het pakket komt vooral ten goede aan sectoren die betrokken zijn bij de bestrijding van de pandemie, waaronder de gezondheidszorg en aanverwante industrieën, die met een toenemende vraag naar diensten en medische apparatuur en geneesmiddelen kampen.

Was u tevreden over de beslissingen die op de lentemeeting van de Wereldbank werden genomen?

Nathalie Francken: Ja, wij zijn tevreden dat er op korte termijn een akkoord werd bereikt dat voorziet in een tijdsgebonden opschorting van de schuldaflossingen en interesten van de 77 armste landen ten opzichte van officiële bilaterale schuldeisers. Wij roepen nu particuliere schuldeisers op om tegen vergelijkbare voorwaarden aan het initiatief deel te nemen en we vragen de Wereldbankgroep en het International Muntfonds om samen te werken met armste landen om hun schuldhoudbaarheid te evalueren op basis van verbeterde transparantie, om het gebruik van vrijgekomen fiscale ruimte te ‘monitoren’ en om het ontwikkelingscomité tijdens de jaarvergadering een voortgangsverslag te bezorgen.

Gebeurt er voldoende? Je ziet dat de financieel-monetaire impact op de meeste ontwikkelingslanden heel anders dan op de meeste rijke landen, zeker als die over een reservemunt beschikken.

Heidy Rombouts: De fiscale ruimte van ontwikkelingslanden is inderdaad veel beperkter. Hun mogelijke nationale crisismaatregelen zijn dat dus ook. Daarom is voor een crisis van deze omvang een gecoördineerde en grootschalige aanpak des te noodzakelijker.

De crisis bevestigt de onderlinge verbondenheid van alle naties. De gezondheid van elkeen kan maar beschermd worden als de gezondheid van allen verzekerd wordt. De voedselvoorziening kan maar gewaarborgd worden indien de volledige keten veilig wordt gesteld.

De Wereldbank werkt erg nauw samen met het IMF, maar ook met de andere multilaterale en bilaterale instellingen. We zien een zeer actieve uitwisseling van informatie op het niveau van de G20, maar ook met de EU en de Verenigde Naties. In eerste instantie was die erg gericht op gezondheidsmaatregelen en dringende sociale noden, maar meer en meer komt het sociale en economische herstel op langere termijn aan bod.

‘In Afrika heeft COVID-19 het potentieel om een ​​reeds fragiel voedselsysteem onder druk te zetten.’

De middelen die de Wereldbankgroep nu ter beschikking stelt, zijn zeker een goede start. We kunnen vandaag nog niet de volledige impact in kaart brengen, we kunnen dus ook nog niet zeggen of en wanneer het voldoende zal zijn. Deze analyses zullen op een continue manier moeten worden gevoerd en de inzet zal wellicht moeten evolueren.

Je hoort berichten over dreigende voedseltekorten in sommige landen en bijhorende sociale onrust. U bent landbouwspecialiste, hoe bekijkt u dat?

Nathalie Francken: We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat deze crisis uitgroeit tot hongersnoden en sociale onrust. Voedselzekerheid is een domein dat steeds urgenter wordt. Sprinkhanenzwermen vernietigen momenteel gewassen en vegetatie en brengen de voedselzekerheid in gevaar in delen van Afrika, het Arabische schiereiland en Zuid-Azië. COVID-19 zal het erger maken door de voedselketen en de toegang tot cruciale landbouwinputs zoals zaden te verstoren.

Het aantal mensen met acute voedselonzekerheid zal eind dit jaar waarschijnlijk verdubbelen. In Afrika heeft COVID-19 het potentieel om een ​​reeds fragiel voedselsysteem onder druk te zetten, waarbij de Wereldbank voorspelt dat de landbouwproductie tussen de drie en de zeven procent zal krimpen in een scenario met handelsblokkades.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Er is voldoende voedsel op deze aarde. Wereldwijde voorraad-tot-gebruik-ratio’s, een maat voor hoeveel voedseloverschot er is, bleven de afgelopen twee decennia beter dan gemiddeld. Het probleem zit dus niet in de voedselschaarste, maar in de stijgende armoede en de verstoring van de voedselketens.

Daarenboven zorgen verkeerde beleidsbeslissingen als handelsblokkades ervoor dat het voedsel niet op het goede moment op de juiste plaats terecht komt. Ongeveer tien landen hebben sinds maart beperkingen opgelegd op de overzeese verkoop van granen of rijst. Geen van deze maatregelen is afzonderlijk een groot probleem, maar ze maken deel uit van een zorgwekkende trend. De landbouwministers van de G20 riepen in hun gezamenlijke verklaring van 21 april duidelijk op om te waken tegen ongerechtvaardigde beperkende maatregelen en handelsbelemmeringen.

Hoe ziet u de gezondheidssituatie in de ontwikkelingslanden evolueren?

Nathalie Francken: Het is zeer moeilijk om dit te voorspellen. Devex, een internationaal kennis- en mediaplatform van de mondiale ontwikkelingsgemeenschap, vroeg 21 ontwikkelingsexperts hoe ze denken dat dit zal evolueren. De antwoorden zijn zeer uiteenlopend: van het versnellen van toegang tot universele gezondheidszorg naar meer investeringen in innovatie tot meer protectionisme.

Lessen uit het verleden tonen dat bepaalde crisissen hebben geleid tot meer gelijkheid en evenredige toegang tot voedsel en gezondheidszorg. In Groot-Brittannië was er bijvoorbeeld een sterke vermindering van ondervoeding in de moeilijke jaren van voedseltekorten tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat de overheid zorgde voor een meer gelijke verdeling van voedsel, via rantsoenering en sociale steun. De chronisch ondervoeden waren in die periode veel beter gevoed dan ooit tevoren. Iets soortgelijks gebeurde ook in de medische sector met meer gelijkwaardige toegang tot medische voorzieningen als gevolg.

De Wereldbank is een groep

Onder de Wereldbankgroep vallen International Bank for Reconstruction and Development (IBRD), de grootste ontwikkelingsbank van de wereld met 189 landen als lid; International Development Association (IDA), met focus op de 77 armste landen; International Finance Corporation (IFC), gericht op de privésector en het creëren van markten; Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) verzekert en vergemakkelijkt kredietvoorziening voor grensoverschrijdende en risicovolle investeringen.

De Belgische vertegenwoordiging bij de Wereldbankgroep (WBG) zijn Nathalie Francken, Plaatsvervangend Bewindvoerder voor IBRD, IDA en IFC en Bewindvoerder voor MIGA; Marlène Beco, Senior Adviseur en Vertegenwoordiger van de Thesaurie; Heidy Rombouts, Adviseur en Vertegenwoordiger van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift