Integratie en inburgering

Pascal Debruyne: ‘De integratienota die voorligt is totaal onverantwoord’

© Wouter Tyteca

Pascal De Bruyne

In de startnota die N-VA-voorzitter Bart De Wever meegaf aan de regeringsonderhandelaars legde de N-VA sterke klemtonen op inburgering en de Vlaamse identiteit. Het moet, wat inburgering betreft, ook strenger, vindt de N-VA die onder meer pleit om resultaatsverbintenissen voor te leggen aan inburgeraars. In de gelekte integratienota die gisteren op de onderhandelingstafel lag, klonk het nog veel forser voor inburgeraars, schrijft De Morgen: falen is betalen. De juridische dienstverlening die nu door het Agentschap Integratie en Inburgering wordt aangeboden, moet worden afgeschaft, klinkt het.

‘Wie dit niet had zien aankomen, heeft de voorbije jaren geslapen’, zegt Pascal Debruyne, onderzoeker bij Odisee Hogeschool, die de sector van integratie en inburgering al jaren opvolgt. ‘De juridische dienstverlening afschaffen is de volgende “logische” stap nadat de dienst werd afgeslankt. Dit is in strijd met de grondrechten. De N-VA wil de informatieplicht van zich afwentelen, van het Vlaamse niveau doorschuiven naar de lokale besturen. Door een complexe materie als de vreemdelingenwetgeving nog minder transparant te maken, maak je mensen bovendien rechteloos. Dit is totaal onverantwoord.‘

Binnen de sector is al even een zogenaamde ‘efficiëntieoefening’ bezig. Toen in 2012 de toenmalige minister van Integratie en Inburgering Geert Bourgeois besloot tot een grondige hervorming, klonk het dat het ‘professioneler, harmonieuzer en kostenefficiënter’ moest.

Via een fusie wilde Bourgeois een einde maken aan de versnippering van het complexe inburgerings- en integratielandschap. De fusie tot een centraal agentschap zou twintig belangrijke organisaties dichter bij elkaar brengen en in één ruk efficiëntiewinst opleveren. Pascal Debruyne, niet wars van een kritische houding, heeft grote twijfels bij die efficiëntieoefening. Hij spreekt liever van een “verstaatsingsoperatie”.

Pascal Debruyne: Voor de fusie hadden de inburgerings- en integratiediensten nog een dienstverlenende werking, en opereerden ze los van politieke bemoeienissen. Integratiediensten zoals De8 vzw in Antwerpen en Odice in Gent stonden heel dicht bij het werkveld en behielden hun kritische onafhankelijkheid. Laat het nu net die sterke instituten zijn die het grootste slachtoffer werden van de fusie.

Deze integratiediensten zijn, samen met andere diensten, in 2015 opgegaan in het Agentschap Integratie en Inburgering. Atlas in Antwerpen en In-Gent waren uitzonderingen. Die twee kregen in het kader van lokale verankering bijkomende middelen. Op die manier kunnen beide steden nu korter op de bal spelen en mensen sneller naar arbeids- of andere ondersteunende trajecten leiden.

Ze opereren ook onafhankelijker, zelfs in Antwerpen en zeker in Gent. Daar koos de stad ook bestuursleden op basis van expertise naast partijpolitieke petjes om in de raad van bestuur te zetelen. In-Gent blijft ook een beleidsgerichte werking houden, en heeft een adviserende en signalerende rol.

Jij gelooft niet in de onafhankelijkheid van het Agentschap Integratie en Inburgering?

Pascal Debruyne: Kijk, integratie en inburgering werden twee legislaturen geleden onder controle geplaatst en dan partijpolitiek (*zie nvdr onderaan) gepolitiseerd. Vanaf toen kon men de inhoud gaan controleren en drempels inbouwen om integratie moeilijker te maken voor nieuwkomers in de samenleving.

Na de fusie werd de juridische dienstverlening afgebouwd, net als de tolkendienst en werd de dienstverlening rond integratie vervangen door een min of meer verplichte inburgering.

In 2011 verklaarden Europese staatshoofden de multiculturele samenleving failliet: Angela Merkel, Nicolas Sarkozy, onze eigen premier Yves Leterme. Een jaar later besliste de vorige minister van Inburgering en Integratie Bourgeois tot hervorming: het zou strenger worden. De fusie zou in 2015 effectief worden.

Maar tot dan konden medewerkers van het expertisecentrum Kruispunt-Migratie, dat samen met de lokale integratiediensten zou opgaan in het Agentschap, nog aanbodgericht werken. De juridische dienstverlening werd nog gezien als een noodzakelijke en informatieve opdracht voor iedereen. Trajectbegeleiders oriënteerden nog, naast de leerkrachten Maatschappelijke Oriëntatie en de taalleerkrachten. Maar na de fusie werd de juridische dienstverlening afgebouwd, net als de tolkendienst en werd de dienstverlening rond integratie afgebouwd en vervangen door een min of meer verplichte inburgering.

Slecht rapport voor minister van Werk
België hinkt stevig achterop in de tewerkstelling van minderheidsgroepen, blijkt uit Europese cijfers. Vooral inzake arbeidsintegratie van mensen met een migratieachtergrond is België de slechtste leerling van de Europese klas, met een werkloosheidsgraad die drie keer hoger ligt. Ontslagnemend minister van Werk Philippe Muyters wijt dat aan een migratiebeleid. Oppositiestemmen, zoals Yasmine Kherbache (sp.a), verwijten minister Muyters dat hij, bij het begin van de legislatuur, het doelgroepenbeleid voor loopbaanbegeleiding afschafte. Orbit vzw die de belangen behartigt van mensen met een migratieachtergrond, stelt dat er nochtans bij de bedrijven zelf en bij arbeidsbemiddelaars een grote vraag is naar diversiteitsplannen.
Hoe vertaalde zich dat dan?

Pascal Debruyne: Einde 2012 keurde de Vlaamse regering het nieuwe decreet Integratie en Inburgering goed. Ik schreef toen, samen met Luk Groffy die het wereldje door en door kende, een tekst waarin we schreven hoe het decreet een streep zou trekken door de autonome positie van het middenveld.

We voorspelden hoe het zwaartepunt van het Agentschap via het decreet eenzijdig verschoof naar inburgering. Integratie zou in de marge verdwijnen. Anno 2019 zie je hoe de aanbodgerichte werking van integratiewerkers inderdaad is weggevallen en dat de focus ligt op de verwerving van de Vlaamse taal en de zogenaamde kennis van de Vlaamse maatschappij.

Minder dan 45 procent van de inburgeraars heeft na vijf jaar werk. Dat wijst een recent HIVA-onderzoek uit. Dat wil zeggen dat die taalfocus niet werkt en dat er sterke noden blijven in het integratiebeleid. Dat ontslagnemend minister van Werk Philippe Muyters ook diversiteits- en loopbaanplannen van tafel veegde, heeft zeker niet geholpen. Tegelijk werken een aantal sectoren in Vlaanderen – toerisme, voedsel, autoproductie, metaalverwerking – met meertalige arbeidskrachten omdat ze geen Nederlandstalige mensen meer vinden. Dat verloopt overigens niet altijd even rimpelloos en veel sectoren roepen om diversiteitsplannen op de werkvloer.

Minister van Integratie en Inburgering Liesbeth Homans vindt wat je zegt over het verdwijnen van integratie onterechte kritiek. Haar antwoord is dat tweedelijnswerk nu eenmaal minder meetbaar en minder zichtbaar is voor het brede publiek.

Pascal Debruyne: Onzin. Vlaanderen heeft bespaard op trajectbegeleiders – die oriënteren naar arbeid en opleidingen en op integratiewerkers. Gevolg: de dossierlasten van die mensen zijn gigantisch, eigenlijk zijn het loketbedienden geworden. Integratiewerkers mogen overigens enkel nog maar vraaggericht werken naar lokale overheden, onderwijsinstellingen, bedrijven… En daar hangt een prijskaartje aan: enkel wie voldoende middelen heeft, klopt nog aan.

Je noemde dat elders ‘de commercialisering van de sector’.

Pascal Debruyne: Precies. Een perfect voorbeeld is de “sociale” tolkendienst. Het integratiedecreet van Bourgeois voorzag al om de financiering van de sociaal tolken te veranderen. Niet het Agentschap zou de kost betalen, wel de diensten en instellingen die er beroep op doen: opnieuw lokale overheden, OCMW’s, scholen, dienstverlenende centra, gezondheidszorg enzovoort. Dat is gebeurd, je betaalt vandaag al een vast bedrag als je geabonneerd bent. Telkens je een tolk inschakelt, pas je een bijkomende vergoeding bij. Die tolkendienst wil minister Homans nu nog duurder maken en de prijs optrekken tot bijna 50 euro per uur.

Gisteren lag de integratienota van de N-VA op de tafel van de Vlaamse regeringsonderhandelaars. Daarbij werd geopperd om verder te gaan dan de resultaatsverbintenis uit de startnota van Bart De Wever. Wie niet slaagt, wordt beboet.

Pascal Debruyne: Het gaat steeds minder over rechten, steeds meer over plichten. Je moet heel dat complexe plaatje van het zogenaamde integratie- en inburgeringsbeleid eens samen leggen met het asielbeleid. Men doekte het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen op. Vluchtelingenwerk Vlaanderen ging door besparingen toen ze asielmiddelen weigerde wegens de verandering van de asielopvang. Dat had ook impact op de juridische infolijn die werd teruggeschroefd. Men verkortte de beroepstermijnen voor vluchtelingen, beperkte de toegang tot juridische tweedelijnsbijstand, noem maar op. Wat blijft dan over van een sociaal beleid? Als je de asielsector minder middelen geeft, de ondersteuning en juridische dienstverlening voor nieuwkomers afschaft, en je doet hetzelfde met integratie, dan maak je mensen rechtenloos.

Eerder dit jaar waarschuwde je dat we zouden evolueren naar een Nederlands inburgeringsmodel. Hoezo?

Pascal Debruyne: Al wie toen aan het opletten was, zag de tekenen en kon dit voorspellen. Ook het Nederlandse inburgeringsbeleid is steeds strenger geworden, de overheid weigerde nog te investeren in migranten, ze moeten hun eigen boontjes doppen. Maar Nederland komt hiervan terug na een bikkelharde analyse van de Nederlandse academicus Tamar de Waal. Het werkt niet.

Zijn we al zover als in Nederland? Nee. Maar deze integratienota wijst wel helemaal in die richting, ook een advies van de Raad van State enkele maanden geleden was een waarschuwing.

We zouden er ons beter van bewust worden dat soortgelijke trends nu ook al in Vlaanderen spelen. Nieuwkomers die niet verplicht zijn om in te burgeren via de normale weg moeten voortaan zo’n taaltest betalen wanneer ze een aanvraag doen voor de Belgische nationaliteit of wanneer ze solliciteren voor een publieke job waar een taalcertificaat wordt gevraagd.

Het advies van de Raad van State over deze decreetswijziging enkele maanden geleden was nochtans erg duidelijk: zowel de omschrijving van ‘wie’ moet betalen als de afbakening zijn onduidelijk, waardoor de deur openstaat voor het betalend maken van álle taaltests, ook als onderdeel van inburgeringscursussen. De ‘mogelijkheid’ van betaling, staat geformuleerd als een ‘feitelijkheid’ van betaling en zelfs verplichting. Ook wie vrijgesteld is, is onduidelijk, waardoor er in regel geen vrijstelling meer is, stelt de Raad van State.

Vindt dit soort kritiek eigenlijk ergens gehoor?

Niemand volgt dit op, iedereen zwijgt. Naar de parlementaire Commissie voor Inburgering wordt niet geluisterd.

Pascal Debruyne: De N-VA heeft het terrein van integratie en inburgering al twee legislaturen helemaal ingepalmd. Niemand volgt dit op, iedereen zwijgt. Naar de parlementaire Commissie voor Inburgering – waar een aantal commissieleden zeker goed werk deden, kritische vragen stelden, adviezen gaven – wordt niet geluisterd.

Dat is al even bezig. Toen de fusieoperatie bezig was, werd het middenveld genegeerd. Het gevolg was dat een aantal kritische stemmen binnen de sector gefrustreerd de deur achter zich dichttrokken, waarmee ook heel veel expertise vertrok. En intussen blijven politici en opiniemakers op sociale media hysterisch roepen dat integratie mislukt is. Wat willen ze dan?

Minister Homans stelt, en dat klinkt logisch, dat integratie een gedeelde verantwoordelijkheid moet zijn van verschillende beleidsdomeinen.

Pascal Debruyne: Ik heb sterke twijfels bij die zogenaamde horizontale benadering. Meer dan knip- en plakwerk is het niet: het komt er namelijk op neer dat alle Vlaamse ministers hun actiepunten voor integratie samenbrengen in een gemeenschappelijke beleidsnota. Er is nauwelijks monitoring, een plan ontbreekt, net als transparante evaluatie en duidelijke streefdoelen.

Vlaanderen lost alles nu op met samenwerkingsprotocollen tussen bijvoorbeeld het Agentschap en de VDAB. Maar dat zijn papieren tijgers, in de praktijk ontbreken èn visie èn connectie tussen diensten. Iedereen schuift integratie van zich af en kijkt naar elkaar: de departementen inburgering en integratie, arbeid, armoedebeleid, jeugdwerk…

© Wouter Tyteca

Sociaal schaduwwerk, vrijwilligers die overnemen, zal toenemen, schreef je op de sociale media.

Pascal Debruyne: Dat klopt. Waar de dienstverlening een leemte laat, staan de onbetaalde krachten: vrijwilligers en zelforganisaties. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het wil evenmin zeggen dat de erkende diensten onwillig zijn. Zowel binnen het Agentschap als binnen de VDAB bijvoorbeeld werken geëngageerde mensen zo goed mogelijk met de middelen die ze hebben. Maar die zijn beperkt.

Waar het Vlaams niveau faalt zie je hoe gemeenten noodgedwongen overnemen, maar vaak zonder middelen om lokale integratiediensten op te zetten. Er zijn ook OCMW’s die eigen tolkendiensten uitbouwen maar dat ook dat is afhankelijk van de capaciteiten van gemeenten. Het past in het Vlaamse verhaal dat ‘de gemeente het maar moet doen’ maar je krijgt ongelijkheid in de dienstverlening, precies dat wat Bourgeois wilde wegwerken.

Tussen haakjes, de doelstellingen die inburgeraars voor maatschappelijke oriëntatie moeten halen, kan ik niet anders dan “onnozel” noemen.

Andere critici, mensen die al lang meedraaien in de sector, zeggen dat we weer op het niveau van dertig jaar of langer geleden staan.

Pascal Debruyne: Ik ben het daar eigenlijk mee eens. We lijken ons opnieuw einde jaren zeventig, begin jaren tachtig te bevinden, toen een integratiebeleid ontbrak. Toegegeven, nu hèbben we een beleid, maar een dat heel ideologisch is ingekleurd en gestoeld op identiteit. Er is een overdreven focus op taal, Vlaamse waarden en normen. Tussen haakjes, de doelstellingen die inburgeraars voor maatschappelijke oriëntatie moeten halen, kan ik niet anders dan “onnozel” noemen. Ik kan er ook niet bij dat regeringen dat goedkeuren maar opnieuw, men lijkt er niet om te malen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Regeringen laten alles zonder morren over aan een identitair gerichte partij als de N-VA. We zien de gevolgen nu: wanbestuur, afbouw van kwaliteit, overdruk voor sociale werkers. Laat het ook duidelijk zijn dat ik niet tegen het agentschap ben. Ik wil dat die mensen hun job kunnen doen, dat ze tijd en ruimte krijgen — wat ze nu niet hebben.

*Noot van de journalist: De huidige algemeen directeur ad interim van het Agentschap Integratie en Inburgering, Bob Van de Broeck, was tot voor kort kabinetschef van Zuhal Demir, voormalig staatssecretaris van Gelijke Kansen. Hij vervangt Leen Verraest, die op ziekteverlof is, en was adjunct-kabinetschef bij minister Bourgeois.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur