Praatcirkel met moslima’s in Sarajevo: ‘Onze startpositie is een vooroordeel, dat maakt ons sterker’

Deze gesluierde en ongesluierde Bosnische moslima’s gaan bewuster met hun lichaam om dan vele andere vrouwen. Vaak gaat het over de hoofddoek als politiek symbool, zelden over de intieme motivatie van de vrouwen en hoe het gemeenschapsgevoel de keuze beïnvloedt. MO* organiseerde een praatcirkel met Bosnische twintigers in Sarajevo.

© Pieter Stockmans

Nedžma Botonjić en Amina Tucakovic

Wat als we het hele debat zouden verschuiven van het ontmoedigen van de hoofddoek naar het aanmoedigen van reflectie en doordachte keuzes? Zou het jongeren sterker en weerbaarder maken in onze samenleving dan een verbod? Met deze vraag trok ik naar het feministische gemeenschaps- en opleidingscentrum Nahla in Sarajevo.

Nahla wil de positie van vrouwen in de Bosnische samenleving versterken. Hun activiteiten gaan breed: taallessen, psychologische begeleiding over zelfontplooiing en de opvoeding van kinderen, computerlessen, toeleiding naar werk, administratie, media en communicatie, interreligieuze dialoog, zomerscholen voor kinderen, beurzen en jeugdclubs voor jongeren.

De oprichters van Nahla zijn moslima’s. ‘Vrouwen kennis bijbrengen, hen onafhankelijk maken, hun zelfvertrouwen en participatie in de samenleving verhogen, dat is een opdracht in ons geloof’, zegt directrice Sehija Dedović (foto). ‘We zijn niet islamitisch in de zin van het promoten van de islam. We zijn islamitisch omdat we onze waarden in de praktijk toepassen door goed te doen voor de hele gemeenschap, voor alle vrouwen zonder onderscheid. Onze leden en klanten zijn moslims, christenen en atheïsten. Op die manier leveren we een positieve bijdrage vanuit de islam aan de hele samenleving, zonder ons geloof zelf op te leggen.’

Lezersreacties na de publicatie van onze reportage over World Hijab Day in Bosnië:
► World Hijab Day zou een sterker signaal over keuzevrijheid uitzenden als alle vrouwen met hoofddoek hun hoofddoek voor één dag niet zouden opzetten om die vrouwen te steunen die van deze keuzevrijheid beroofd worden door het patriarchaat.
► De banalisering van de hoofddoek in het Westen, zogezegd uit solidariteit met moslims, is een bedreiging voor het samenleven van mensen uit allerlei culturen.
► Als zovele vrouwen onbedoeld het islamisme versterken, kan dat gedrag maar beter expliciet verboden worden. Kiezen voor onderdrukking; vreemde tijden.
► Je kan perfect een vrome moslim zijn zonder dat symbool. Geloof gaat niet over uiterlijk vertoon. De hoofddoek een symbool van keuzevrijheid? Hoe kan je dat ook maar suggereren als je weet dat vrouwen wereldwijd verplicht worden om zich op allerlei manieren te sluieren en te bedekken?
De reacties in box hiernaast kwamen van niet-moslims. Laten we het nu aan de moslima’s zelf vragen, maar laten we ook voldoende tijd nemen om diep genoeg te graven naar hun motivaties en innerlijke processen die leiden tot zo’n keuze.

Ik vroeg Dedović om Nahla’s meest welbespraakte leden uit te nodigen voor een praatcirkel, om te zien hoe jonge Bosnische moslima’s omgaan met dat controversiële stukje stof op hun hoofden.

Het zijn universiteitsstudentes internationale relaties, rechten, wiskunde, economie, filosofie en literatuur. Aan de Univeristy of Sarajevo, en aan de twee Turkse universiteiten van Sarajevo: International University of Sarajevo en International Burch University. Dat zijn universiteiten waar vooral gelovige moslims studeren.

Hieronder een letterlijke weergave van het gesprek.

Amina Šljivo Bećić: Mijn vader is imam, mijn moeder godsdienstleerkracht. Mijn familie is dus religieus. Onder het communisme werden ze beschimpt, maar ze gaven hun geloof niet op. Toch dragen mijn zus en ik geen hoofddoek.

Wel ga ik bewust om met mijn voorkomen, en dat is eigenlijk de waarde achter de hoofddoek. Ik heb dus het gevoel dat ik mijn geloof nu al toepas. Ik draag bijvoorbeeld geen minirokken en ik ga niet naar een publiek strand.

Als je de hoofddoek draagt zonder dat het een bewuste keuze is, schend je zelf de regels van de islam?

Nedžma Botonjić: Ja. Maar eenmaal je de keuze hebt gemaakt, wordt de hoofddoek deel van je identiteit. Ik kan me niet meer voorstellen hoe het was om buiten te gaan zonder hoofddoek.

© Pieter Stockmans

Aan het woord in de praatcirkel; Ema Šetkić Džananović (eerste van links), Nedžma Botonjić (tweede van rechts, zittend), Ammina Basovic (tweede van rechts, staand), Amina Tucakovic (eerste van rechts)

Sommige mensen zeggen dat de hoofddoek een symbool is. Dan is het makkelijker om de hoofddoek te verbieden. Onderwijsnetten in België zijn ook bang dat meisjes elkaar onder druk zetten om de hoofddoek te dragen, bijvoorbeeld door te zeggen dat anderen geen goede moslims zijn als ze de hoofddoek niet dragen.

Nudžejma Imamovic: Dan kennen die meisjes hun eigen geloof niet, want één van de belangrijkste regels in de islam is dat je niet kan oordelen over andere mensen.

‘Zal ik je vertellen hoe obsessief ik bezig was met niet onder druk gezet te worden?’

Dus, als we de kennis zouden verhogen en de meisjes zouden bijbrengen dat ze hun vriendinnen niet onder druk mogen zetten, zou het niet nodig zijn om de hoofddoek te verbieden?

Nedžma Botonjić: Verbieden lijkt me nooit de goede manier om een probleem op te lossen. Je moet overtuigen, in dialoog gaan en kennis bijbrengen.

Ema Šetkić Džananović: Zal ik je vertellen hoe obsessief ik bezig was met niet onder druk gezet te worden? Nog maar acht maanden geleden begon ik de hoofddoek te dragen, maar er ging een reflectieproces van een jaar aan vooraf. Tijdens dat jaar heb ik er met werkelijk niemand over gesproken, zelfs niet met mijn ouders en mijn verloofde.

Sommige mensen gaven me islamitische teksten en spraken over de hoofddoek, maar ik voelde dat ze me pushten om het te doen. Lange tijd voelde ik me niet klaar. Ik wist nog te weinig over islam. Maar ik voelde dat er iets ontbrak.

Ik heb nooit aan mijn vrienden gezegd dat ik bad. Dat was mijn eigen zaak, niemand moest dat weten. Maar gaandeweg begon ik een verlangen te koesteren om wel aanzien te worden als moslim. Ik wilde het niet langer verbergen. Niet omdat ik druk voelde van anderen, maar omdat ik me nu meer vrij voel omdat ik het zonder complexen kan uiten. Ik moest mezelf bevrijden van alle verborgen twijfels. Ik had een identiteit nodig.

Dat is het tegenovergestelde van dwang. Anderzijds is er wel degelijk druk tussen moslima’s. De hoofddoek dragen uit angst voor anderen of voor God, in plaats van uit liefde, is niet het juiste pad?

‘Ik kan me niet inbeelden dat ik voor God sta en moet zeggen dat ik de hoofddoek begon te dragen voor iemand anders dan God.’

Ema Šetkić Džananović: Ik zal het nog duidelijker maken. Ik zei tegen mijn partner: “Zeg geen woord over de hoofddoek, want anders ga ik het als een verwachting ervaren en dan kan ik het niet doen.” De hoofddoek gaat in essentie over keuzevrijheid, niet over onderdrukking of dwang. Ik kan me niet inbeelden dat ik voor God sta en moet zeggen dat ik de hoofddoek begon te dragen voor iemand anders dan God.

Ammina Basovic: Mijn ouders zijn niet religieus. Ze zijn enkel moslim van naam. Ze kijken nostalgisch terug naar Joegoslavië, naar de gelijkheid, broederschap en eenheid van Tito. Tot vandaag vinden ze dat het toen beter was, zonder religie.

Ik heb veel vriendinnen en ga vaak uit, ook al heb ik nooit gerookt en gedronken. Maar ik voelde me vaak leeg en zinloos. Eén van mijn vriendinnen gaf me boeken en ik leerde veel over de islam. Dat was geen druk, want de leegte voelde ik zelf.

© Pieter Stockmans

Staand: Ammina Basovic (eerste van links), Ema Šetkić Džananović (derde van links), Amina Tucakovic (eerste van rechts). Zittend: Nedžma Botonjić (tweede van rechts), Amina Šljivo Bećić (eerste van rechts), Nudžejma Imamovic (eerste van links) (aan het woord in de praatcirkel)

Hoe reageerden je ouders?

Ammina Basovic: “Je zal onze dochter niet meer zijn”, zegden ze. Je zal niet trouwen, je zal niet kunnen studeren, je zal geen werk vinden. Ze hadden schrik dat ik geviseerd zou worden omdat de hoofddoek tegenwoordig alleen maar problemen oplevert.

Dat klinkt als meisjes die onderdrukt worden omdat ze de hoofddoek niet willen dragen. Ook meisjes die de hoofddoek willen afzetten en zich daardoor vrijer voelen, voelen zich juist daardoor geviseerd door een dominante samenleving in verschillende landen in het Midden-Oosten. Verdienen zij evenveel solidariteit als meisjes die de hoofddoek opzetten en zich daardoor geviseerd voelen door een dominante samenleving?

Ammina Basovic: Mij maakt het niet uit wat vrouwen dragen om op topniveau te werken. Voor mijn part dragen ze ondergoed. (de hele groep lacht)

‘Mij maakt het niet uit wat vrouwen dragen om op topniveau te werken. Voor mijn part dragen ze ondergoed.’

Mijn ouders willen dat ik succesvol word. Ik studeer internationale relaties. Maar ik ben geen andere persoon geworden gewoon omdat ik de hoofddoek draag. Ik heb dezelfde waarden als ervoor. En ik ben even moedig en intelligent als ervoor.

Ik zal bewijzen dat de hoofddoek niks te maken heeft met een succesvolle job in internationale relaties.

Amina Tucakovic: Ammina draagt de hoofddoek en groeide op in een niet-religieuze familie. Ik draag geen hoofddoek en groeide op in een religieuze familie. Maar ik groeide ook op in de samenleving en daar heb ik soms negatieve commentaren over de hoofddoek gehoord.

Onze buren zijn tegen de islam. Telkens voel ik dat ik de islam wil vertegenwoordigen en verdedigen, maar ik weet niet hoe. Voor ik dat weet, kan ik de hoofddoek niet dragen. Van zodra we de hoofddoek dragen, vertegenwoordigen we de islam en moeten we erover kunnen spreken. Wat je ook doet, je daden worden gelijkgesteld met de hele religie en je hele zijn wordt gereduceerd tot “moslim”.

© Pieter Stockmans

Nedžma Botonjić en Amina Tucakovic

Van zodra je de hoofddoek draagt, out je jezelf eigenlijk als moslim. Is het niet zwaar om altijd de verantwoordelijkheid van een hele gemeenschap te moeten dragen?

Nedžma Botonjić: Ja. Mijn vader zei: “Pas op, want van zodra je dat opzet ben je niet zomaar een meisje meer, maar een moslimmeisje. Als je nu iets mispeutert, zal niemand meer neutraal over je spreken.”

“Kijk wat de dochter van Fouad deed” zal veranderen in: “kijk wat die moslim deed”. Zelfs in Bosnië worden mensen bang van islam. Het is een grote verantwoordelijkheid, maar het geeft me voldoening. Ik hoop dat anderen ook zoiets groots en liefdevol mogen ervaren.

Heeft niet elke mens, ongeacht zijn religie, de verantwoordelijkheid om verantwoordelijk te handelen?

Nedžma Botonjić: Maar anderen vertegenwoordigen geen gemeenschap.

Toch wel. Er zijn veel andere waardengemeenschappen buiten religieuze. Humanistische waarden, mensenrechten, atheïsme. Het zijn allemaal gemeenschappen met morele waarden. Hun aanhangers vertegenwoordigen die gemeenschappen evenzeer. En als leden van de gemeenschap de waarden misbruiken, moeten anderen zich uitspreken. Net zoals moslims zich moeten uitspreken bij geweld in naam van de islam.

‘Iedereen draagt een verantwoordelijkheid voor zijn gemeenschap. Maar aan moslimvrouwen zie je meteen dat ze moslim zijn.’

Amina Tucakovic: Ja, maar de schijnwerpers schijnen niet op atheïsten. Als een atheïst iets fout doet, zeggen mensen niet hoe slecht atheïsme is. Bij de islam wel. Ik wil weten hoe ik moet reageren als ik aangesproken word als woordvoerder van de islam. Ik wil niet antwoorden met haat, maar zwijgen wil ik ook niet.

Ik wil iets constructief zeggen, iets dat het hart van de andere zal openen. Natuurlijk draagt iedereen een verantwoordelijkheid voor zijn gemeenschap en zelfs voor de hele mensheid. Maar aan moslimvrouwen zie je meteen dat ze moslim zijn. Atheïsten herken je niet. Ze hebben dat niet op hun hoofd geschreven.

Nedžma Botonjić: Terrorisme wordt gewoonlijk niet verbonden aan andere culturen, behalve aan de islam.

De dader van de aanslag op een moskee in Canada was een atheïstische extremist.

Ammina Basovic: En het was de eerste keer dat een regeringsleider ook in zulke gevallen sprak van een terreuraanslag.

Amina Tucakovic: Wij spreken ons uit tegen extremisten die de islam misbruiken, en we zouden dat graag voor een groter publiek doen. We zouden graag doordringen tot de mainstream media.

Dat is niet makkelijk. Het brede publiek bereiken met onze verdraagzame visie op islam is belangrijk. Mensen zijn niet schuldig omdat ze het niet weten, media hebben de verantwoordelijkheid om de volledige realiteit te vertellen. Dus ook onze stem.

© Pieter Stockmans

Amina Tucakovic

In België verschijnen steeds meer jonge moslims in de media, ook meisjes met hoofddoek. Ze tonen dat de hoofddoek geen obstakel vormt om een belangrijke bijdrage te leveren aan de samenleving. Veel mensen vinden dat niet vanzelfsprekend.

Nedžma Botonjić: Zouden mensen het geloven als we vertellen dat de hoofddoek ons vrijer en sterker maakt? Mij gaf het in ieder geval meer zelfvertrouwen. Als we kunnen slagen met dit ding op ons hoofd, het voorwerp van zoveel geoordeel, dan kunnen we alles aan.

Onze startpositie is een vooroordeel tegen ons, en dus moeten we ons op het werk en in de samenleving dubbel bewijzen. Een eerste keer, dat de hoofddoek geen obstakel vormt om ons werk goed te doen. Een tweede keer, dat we ons werk goed doen. Dat maakt van ons sterke vrouwen. We moeten de beste zijn, om gewoon goed te zijn.

Werkgevers weten dus dat meisjes met hoofddoek de beste werknemers zijn die er alles aan doen om zich te bewijzen. Iedereen mag ons onmiddellijk aannemen, hint hint. (de hele groep lacht)

Jezelf eerst bewijzen om het vooroordeel te ontkrachten, is dat niet vermoeiend?

Nedžma Botonjić: Ja, maar dat deert me niet. Mijn naam betekent ster, dus ik moet schijnen. (de hele groep lacht)

‘Werkgevers weten dus dat meisjes met hoofddoek de beste werknemers zijn die er alles aan doen om zich te bewijzen. Hint hint.’

Je kan je naam zelfs in het Arabisch schrijven?

Nedžma Botonjić: Ik leerde Arabisch op school, het is een vak in islamitische scholen. Voor alle duidelijkheid: dat is geen Koranschool, hé. Het is een gewone secundaire school, zoals jullie “katholieke scholen” hebben. Met alle vakken, ook natuurwetenschappen.

In de godsdienstles leren we over de islam, het katholieke en orthodoxe christendom, het jodendom, het boeddhisme en het hindoeïsme. De haat die soms de kop opsteekt in Bosnië, komt er niet door religie, maar door nationalisme.

We kunnen dat bestrijden door vrienden te maken in alle gemeenschappen, en door de identiteit van anderen te bestuderen. Dan leer je verschillen niet te vrezen, maar te koesteren én zelf sterker te worden. Haat is geboren uit angst.

Ammina Basovic: Ik denk dat ouders een grote verantwoordelijkheid dragen. Zij dragen hun ideeën en fouten over op hun kinderen.

“Aan het onderwijs kun je zien of een samenleving genoeg van haar kinderen houdt om hen niet de kans te ontnemen iets nieuws te ondernemen – iets dat je zelf niet zou verwachten – en hen voor te bereiden op de taak om onze gemeenschappelijke wereld te hernieuwen.” Dat heeft de joodse Amerikaanse filosofe Hannah Arendt gezegd.

Ammina Basovic: Ik ben aanvaard aan de Katholieke Universiteit in Lublin, in Polen. De Polen die mij zullen leren kennen, zullen een positief beeld van de islam krijgen. Hoe meer ik weet over de andere, hoe sterker ik word. Daar zal ik mezelf hernieuwen en sterker worden in mijn geloof.

Sommige moslims zouden schrik hebben om nu in Polen te studeren, waar de regering islamofobie aanwakkert.

Ammina Basovic: Soms zijn we bang van andere mensen omdat we schrik hebben dat ze ons gaan beoordelen. Als mensen minder zouden oordelen, dan zou die angst verminderen en zou er meer uitwisseling en communicatie zijn. Hoe meer haat, hoe hoger de mentale muur.

‘Europa zal beslissen over de toekomst. Kiezen we voor conflict of voor vrede?’

Daarom is het gevaarlijk dat politici en media muren tussen mensen bouwen. Het wordt moeilijker om anderen te ontmoeten als mensen, zonder nadruk op hun identiteit, zonder het voortdurend over levensbeschouwingen te hebben.

Amina Tucakovic: We leven in een moeilijke, maar cruciale tijd. Europa zal beslissen over de toekomst. Zullen we de haat tegen moslims laten escaleren tot geweld, of de plaats van de islam in Europa regelen? Dat is de keuze waar we voor staan. Kiezen we voor conflict, of voor vrede?

© Pieter Stockmans

Het Nationale Museum van Bosnië en Herzegovina in Sarajevo

Na de praatcirkel nodigen de meisjes me uit op de opendeurdag van het Nationale Museum van Bosnië en Herzegovina, waar we samen wandelen door de overblijfselen van de Romeinse tijd, toen Bosnië deel was van de Romeinse provincie Illyricum. Het plaatst één en ander in perspectief.

We nemen afscheid en de meisjes gaan de Sarajevo Haggada bewonderen, een manuscript dat de geïllustreerde, oorspronkelijke tekst bevat van de Pesach haggada, een boekje dat joden voorlezen aan het begin van de Pesach. Het is één van de oudste sefardische haggada’s ter wereld, met oorsprong in Barcelona rond 1350.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur