Professor schiet Chinese verschoppelingen te hulp

zaterdaginterview

Yu Jianrong verdedigt de zwaksten in de Chinese samenleving – vaak zij die verpletterd worden door de machtige staat. Het internet en zijn netwerk binnen de partij zijn daarbij zijn bondgenoten. Het Amerikaanse Foreign Affairs noemde hem in 2012 een van ’s werelds meest invloedrijke intellectuelen.

  • CC South China Morning Post 'Een krant heeft teveel regels. Ik ben de baas van mijn microblog en ik moet geen rekening houden met andersmans onderwerpen of stijl.' CC South China Morning Post
  • Marina Svensson Yu Jiangrong met op de achtergrond een van zijn schilderijen Marina Svensson
  • Fatima (CC BY 2.0) 'Tijdens verschillende periodes, zoals de Culturele Revolutie, werden onafhankelijke denkers ook systematisch aangevallen. Het intellectuele an sich stond niet hoog aangeschreven. Met de hervormingen van Deng Xiaoping kwam daar verandering in: het land had nood aan intellectuelen.' Fatima (CC BY 2.0)

Yu is een zogenaamde publieke intellectueel (gonggong zhishifenzi in het Chinees), een politieke evenwichtsoefenaar die steun geniet binnen het politieke systeem maar tevens de problemen van de Chinese samenleving publiekelijk aankaart. Hij maakt daarbij uitbundig gebruik van het internet: hij heeft anderhalf miljoen volgelingen op Weibo, het Chinese Twitter waar hij op regelmatige basis microblogs plaatst.

In oktober 2010 schreef hij daarover het volgende op Weibo:

‘Als ik een microblog schrijf, kan ik schrijven wat ik wil dat de mensen lezen.’

Ik schrijf liever een microblog dan een krantencommentaar. Recentelijk vroegen verschillende kranten me om commentaren te schrijven en twee van hen vroegen me zelfs om een regelmatige columnist te worden. Maar ik heb daar geen tijd voor en heb het aanbod afgewezen. Ze zegden: ‘Schrijf jij dan geen microblog? Hoe kan je dan zeggen dat je geen commentaren schrijft?’ Ik antwoordde: ‘Als ik een microblog schrijf, kan ik schrijven wat ik wil dat de mensen lezen. Een krant heeft teveel regels. Ik ben de baas van mijn microblog en ik moet geen rekening houden met andersmans onderwerpen of stijl.’

Zo startte Yu in januari 2011 een campagne tegen de handel in kinderen door foto’s van de betrokken kinderen te posten op Weibo. Vaak gaat het om kinderen die op straat vastgeketend worden om te bedelen. Een van Yu’s blogs hierover:

‘Als de politie niets doet, moet dit aangeklaagd worden.’

Terwijl ik kijk naar dit kind dat vastgebonden is met een touw, roep ik iedereen op om te participeren in deze actie @Photograph en kindbedelaars te redden. China heeft wettelijke voorschriften die bepalen dat alle aangiftes en ontdekkingen van kinderen die gebruikt worden om te bedelen moeten resulteren in ernstig onderzoek door de politie. De politie moet de verdachten aanhouden en een onderzoek instellen naar de misdaad van het organiseren van kindbedelen. Dit wordt beschouwd als een verstoring van de publieke orde en het moet navenant bestraft worden. Als de politie niets doet, moet dit aangeklaagd worden.

Yu is ook heel actief in het helpen van de zogenaamde petitioners ofte mensen die verzoekschriften indienen bij de hoogste leiders. In China is het al van in het Keizerrijk gebruikelijk dat mensen die op lokaal vlak geen oplossing vinden voor hun soms ernstige en jaren aanslepende problemen – vaak om redenen van corruptie en dysfunctie van het gerechtelijk of bestuurlijk apparaat – naar de hoofdstad trekken om daar een verzoekschrift of een petitie om hulp in te dienen bij de hogere autoriteiten. Vroeger was dat de keizerlijke administratie, tegenwoordig de top van de communistische partij.

In oktober 2010 publiceerde Yu volgende microblog hierover:

‘Iemand werd doodgeslagen.’

Ik ontving net volgende sms: ‘dag professor Yu. Iemand die een verzoekschrift indiende werd onlangs doodgeslagen in het “Kamp voor heropvoeding door arbeid”  van de provincie Heilongjiang. We hebben informatie voor u. Wanneer zal je thuis zijn? We zullen langskomen en die informatie aan u overhandigen.’ Ik ontvang dergelijke berichten elke dag.

Dat Yu opkomt voor de vertrapten in de Chinese samenleving heeft volgens de Zweedse professor en sinologe Marina Svensson die Yu bestudeert, te maken met zijn verleden. ‘Yu is erg open over zijn verleden. Zo weten we dat zijn vader partijkader was in Hunan en een slecht element werd genoemd tijdens de Culturele Revolutie. Hij vertelt hoe zijn familie haar hukou – gezinsregistratie – ingetrokken zag worden, waardoor het gezin eigenlijk al haar rechten verloor. Hij beschrijft hoe hij als achtjarige uit de klas werd gejaagd door zijn klasgenoten omdat hij ‘ongeregistreerd’ was.

Zo leerde hij Yu al vroeg de destructieve macht van de staat kennen. Desondanks slaagde hij er na een lange weg in om socioloog en lid van de Chinese academie van Sociale Wetenschappen te worden. Het zijn die jeugdervaringen die het hem makkelijker maken om zich in te leven in het lot van mensen die gemarginaliseerd worden in China: de arbeiders wiens rechten niet worden gerespecteerd, mensen die heropvoeding door arbeid meemaken, mensen die hun land verliezen zonder adequate vergoeding, … Yu is ook erg begaan met de ongelijkheid, de kloof tussen stad en platteland.’

Marina Svensson

Yu Jiangrong met op de achtergrond een van zijn schilderijen

Een traditie van bekommerden

Svensson leerde Yu kennen toen ze tussen 2009 en 2011 in de Chinese hoofdstad Beijing verbleef. ‘Hij was toen erg hot in de media en gaf geregeld publieke lezingen waarvan ik er verschillende meemaakte. Hij werd een van de meeste opvallende publieke intellectuelen. Zo begon ik hem te volgen.’

Een publieke intellectueel is een intellectueel die onafhankelijk denkt – andere meningen ontwikkelt dan de overheid – maar die visies niet alleen uitdrukt in de academische sfeer, maar ook op het publieke forum in de massamedia en de sociale media.

Het internet creëerde nieuwe mogelijkheden voor mensen om zich te uiten.

Yu doet dit op een creatieve manier met woord en beeld: hij neemt niet alleen foto’s, maar schildert zelf ook. ‘China heeft al dergelijke figuren gekend tijdens de Qingdynastie en de vroege republiek, mensen die hun bezorgdheid om China uitdrukten en alternatieven voorstelden. Met de opkomst van de communistische partij werd die speelruimte afgeschaft: intellectuelen werden geacht zich te integreren in de communistische partij en niet met eigen ideeën te komen.’

‘Onafhankelijke denkers waren niet langer gewenst. Tijdens verschillende periodes, zoals de Culturele Revolutie, werden ze ook systematisch aangevallen. Het intellectuele an sich stond niet hoog aangeschreven. Met de hervormingen van Deng Xiaoping kwam daar verandering in: het land had nood aan intellectuelen.’

O ja?

Svensson: Intellectuelen in de zin van experten, mensen met gespecialiseerde kennis die de hervorming, modernisering en industrialisering konden mogelijk maken.

Maar dat is nog iets anders dan een publieke intellectueel?

Svensson: Inderdaad, maar vanaf de jaren negentig kwam ook daar meer ruimte voor, zelfs buiten de academische sfeer. Sommige commerciële kranten lieten al eens kritische stemmen aan het woord. Ook het internet creëerde nieuwe mogelijkheden voor mensen om zich te uiten.

De erkenning van sommigen in het Westen als publieke intellectueel versterkte dat nog. Zo publiceerde een krant in 2004 een lijst van tien publieke intellectuelen, een lijst die door de officiële dagbladen meteen werd bekritiseerd omdat intellectuelen, volgens hen, gewoon deel moeten uitmaken van de communistische partij. Toch reageerde de partij relatief ontspannen op de nieuwe evolutie. Academici die een Weibo-account openden, schiepen een ruimte om zich buiten de academische wereld te uiten, en dat werd getolereerd. Yu deed dat ook in 2010.

Was dat een moedige daad?

Svensson: Niet echt want toen hadden al heel veel mensen zo’n account. Maar Yu had snel erg veel volgers, omdat hij gekender was, en ook in de traditionele media aan bod komt.

Fatima (CC BY 2.0)

‘Tijdens verschillende periodes, zoals de Culturele Revolutie, werden onafhankelijke denkers ook systematisch aangevallen. Het intellectuele an sich stond niet hoog aangeschreven. Met de hervormingen van Deng Xiaoping kwam daar verandering in: het land had nood aan intellectuelen.’

Yu sympathiseert niet alleen met de outsiders, hij maakt tezelfdertijd ook deel uit van het establishment?

Svensson: Inderdaad, hij heeft lezingen aan partijleden en ambtenaren. Hij zoekt antwoorden van binnenin het systeem. Niet van buitenaf. Om die reden weigert hij ook interviews met buitenlandse media. In een van zijn blogs schreef hij: ‘Sinds 2001 heb ik interviews van buitenlandse media geweigerd, tenzij ze door mijn werkeenheid georganiseerd zijn. Dit is een vrije beslissing die steunt op mijn persoonlijke keuzes: andere redenen heb ik niet nodig. Ik vraag buitenlandse media daar begrip voor op te brengen en geen nieuwe verzoeken meer te maken. Als je mijn opinies wil kennen, ga dan naar mijn Weibo-account.’

Hoe moeten we dat begrijpen: zowel kritiek geven als toch ook deel uitmaken van het systeem?

Svensson: Het is een vaardigheid om die balans goed te krijgen, het is dansen op een slappe koord. Het is in elk geval belangrijk om je kritiek op een constructieve manier te doen en de partij niet te bekritiseren.

Niet spreken met buitenlandse media kan daarbij helpen: het voorkomt dat de partij haar gezicht verliest in het buitenland. Vergeet niet dat professoren van de Chinese academie voor Sociale Wetenschappen ook dienst doen als denktank van de regering.

Betekent het ook niet dat Yu voldoende netwerk binnen de partij heeft dat hem beschermt.

Svensson: Zeker. Die steun moet er zijn. Die verhoudingen liggen er complex en van buitenaf is het heel moeilijk om dat echt te doorgronden.

Heeft een figuur als Yu concrete effecten?

Svensson: Dat is moeilijk hard te maken. Wat is oorzaak en gevolg? Meestal spelen heel veel verschillende factoren. Het is niet makkelijk een oorzakelijk verband te bewijzen tussen een actie en een gevolg. Maar soms hebben zo’n tussenkomsten toch onmiskenbaar gevolgen, al is het maar omdat ze bepaalde problemen veel meer op de voorgrond brengen en zo een oplossing bevorderen. Neem nu dat filmpje ‘Under the dome’ over luchtvervuiling van de bekende journaliste Chai Jing.

Bekijk hier ‘Under the Dome’ van journaliste Chai Jing. Zet rechts onderaan Engelse ondertiteling aan.

Het feit dat de regering dat filmpje niet censureert, geeft aan dat ze de publicatie ervan een goeie zaak vindt.

Svensson: Inderdaad, waarschijnlijk omdat ze vindt dat het de hervormers helpt. Ook die journaliste weet dat er steun is binnen de partij als ze zo’n filmpje publiceert.

Is er onder president en partijleider Xi Jinping meer of minder vrijheid om je uit te drukken?

Svensson: Eerder minder. Zowel de media als het internet worden strakker gecontroleerd. Er is minder vrijheid.

Er is minder vrijheid onder Xi Jinping.

Waarom zou dat zo zijn?

Svensson: Moeilijk te zeggen. Zeker is dat zijn anti-corruptiecampagne populair bij veel gewone Chinezen omdat ze zich ergeren aan de corruptie en rijkdom van veel partijkaders. Het is een populistische aanpak waar meer liberale stromingen kritiek op hebben. En waar Xi zich zeker veel vijanden mee maakt.

Is het in die context dat hij de vrijheid van meningsuiting strikt wil controleren, tot hij zich voldoende zeker van zijn eigen positie voelt? Mogelijks. Nochtans is het zo dat vrije meningsuiting op de lokaal niveau vaak helpt om corruptie aan de kaak te stellen en te bestrijden. Het blijft moeilijk sommige beslissingen van de partij echt te doorgronden.  

Het betekent ook dat een publieke intellectueel als Yu Jianrong voorzichtig moet blijven?

Svensson: Ongetwijfeld is hij zich bewust van de gevaren, ook al is hij nog zo constructief. Het zijn onzekere tijden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur