Servisch-Italiaanse liefde in Antwerpen: ‘België is wat we gemeen hebben’

Tijdens de zomer gaan we elke week langs bij mensen die België even achter zich laten. Niet voor een All-In vakantie, wel om de plek op te zoeken waar ze geboren zijn en vaak een deel van hun jeugd of zelfs volwassen leven hebben doorgebracht. Deze week: Sara Kovac uit Servië en Eros Dionisi uit Italië. 

© Caspar Bovenlander / MO*

Sara en Eros,de een uit Servië, de ander uit Italië. In België kwamen ze elkaar tegen:

In hartje Antwerpen wonen de Servische Sara Kovic (25) uit Belgrado en de Italiaanse Eros Dionisi (27) uit Milaan. Ze leerden elkaar kennen in Gent tijdens hun uitwisselingsperiode.

Beiden keerden terug naar hun eigen land, maar de liefde voor elkaar bracht hen terug naar België. Deze zomer gaan ze eerst op vakantie naar Spanje, maar de terugreis naar België verloopt via Italië en Servië.

Hoelang wonen jullie al in België?
Sara:
In 2014 hebben we elkaar leren kennen toen we als Eramusstudenten in Gent woonden. In augustus 2015 ben ik definitief in Belgiue komen wonen, vlak na mijn afstuderen. Eerst heb ik in Mechelen gewoond en sinds november 2016 wonen we hier in Antwerpen. Eros heeft zich hier pas gevestigd toen we ons huidige appartement gevonden hebben, maar is tussendoor ook hier geweest.

Het plan was eigenlijk dat dit een tussenstop zou zijn om later te verhuizen naar Nederland, de mensen zijn daar leuker. We vinden Antwerpen wel heel leuk, daarom we overwegen hier te blijven. Antwerpen is het beste wat België te bieden heeft.

Beste van België

Waarom zijn jullie in België komen wonen en hebben jullie niet voor Italië of Servië gekozen?
Sara:
Ik ben weggegaan zodat ik een veilig dagelijks leven kan leiden, en niet bij alledaagse dingen hoef na te denken of ze goed of slecht uitpakken. Servië staat er economisch slecht voor. Hier hebben mensen waarschijnlijk geen idee van waar je in Servië allemaal rekening mee moet houden, als je de dag wil doorkomen. Om me heen heb ik gezien dat mensen depressief raakten omdat ze moeite hadden zichzelf in hun basisbehoeften te voorzien.

‘Hier hebben mensen waarschijnlijk geen idee van waar je in Servië allemaal rekening mee moet houden, als je de dag wil doorkomen’

Ook de politieke situatie was een reden om te vetrekken. Ik herinner me dat Aleksandar Vučić, onze huidige president, of liever gezegd, dictator, een paar jaar geleden premier werd. Ik moest echt huilen. Dat was het moment waarop ik besloot dat ik weg moest gaan.

Het is makkelijker om te vertrekken als je nog jong bent. Ik wilde niet blijven tot het moment dat ik een gezin had en ik met een familie zou moeten vertrekken. Omdat ik Nederlands studeerde, wilde ik hier graag aan de slag. Ik vond hier een baan, wat heel lastig is voor iemand van buiten de EU. Zo’n baan geef je dan niet zomaar op om iets in Italië te gaan zoeken.

Eros: Als je geen Italiaans spreekt is het heel lastig om daar een baan te vinden. Ik was blij hier te komen wonenmet Sara. Ik heb mijn baan in Italië opgegeven, maar al na twee maanden vond ik hier een baan. Het was het risico waard.

Ik hoef als EU-inwoner ook niet door allerlei procedures heen om hier te kunnen komen wonen. Dus voor mij was het makkelijk om voor België te kiezen. Bovendien wilde Sara niet onder druk zetten om naar Italië te komen.

Geen kwaad woord over Europa

Waarom gaan jullie terug?

Eros: Om onze ouders, familie en vrienden te zien.
Sara: De eerste keer dat ik terugging naar Belgrado was ik in shock. Voor het eerst was ik er als bezoeker. Ik heb toen ik in twee dagen tijd zoveel mensen gezien dat het overweldigend was.Welk boek of film uit jouw land zou je aanbevelen?
Sara
: Kijk eens wat ik hier laatst op straat vond. Het boek ‘De kroniek van Travnik’ van Ivo Andric. Iemand was zijn oud papier aan het buitenzetten en dit boek lag bovenop. Het is een van mijn favoriete schrijvers en de enige Servische schrijver die ooit een Nobelprijs heeft gewonnen. Hij is een genie. Ik kan al zijn boeken aanbevelen, maar mijn favoriet is ‘De Brug over de Drina.’ Dat gaat over de geschiedenis onder het Ottomaanse bewind.

Eros: ‘Io non ho paura’ (Ik ben niet bang) is een goed boek van Niccolò Ammaniti en is ook verfilmd. Dat gaat over een jongen die wordt vastgehouden in een put. En Roberto Benigni’s film ‘La vita è bella’ is heel mooi, maar die heeft waarschijnlijk iedereen al gezien.

Wat neem je mee uit België?
Sara: Ik neem stroopwafels en drop mee. Vooral Nederlandse dingen dus. Het maakt de mensen niet uit dat ik uit België kom, ze willen stroopwafels. Maar ik neem ook Gentse neusjes en speculoos mee. De eerste keer nam ik nog chocola mee omdat mensen dat van je verwachten als je uit België komt, maar nu doe ik dat niet meer. Delhaize heeft een supermarktketen in Servië gekocht, waardoor mensen in Servië veel Belgische producten wel kennen.

Eros: Toen ik terugkwam van mijn Erasmusstage had ik wel liters verschillende bieren meegenomen. Want die speciale bieren hebben we niet in Italië, maar we brengen vooral dingen mee terug naar België.

Wat neem je dan mee terug naar België?Sara: Servische chocolade! Echt waar. Dat wordt alleen in Servië gemaakt en ik ben ermee opgegroeid dus ik ben er dol op. En ik neem ook wel eens rakija mee, onze nationale drank. Het is leuk als er bezoek is ze een glas voor te zetten. Ik neem ook medicijnen mee. Ik heb erg last van migraine en ik weet niet zo goed welke medicijnen hier te gebruiken. En ik heb niet zo’n zin om daar mee te experimenten. Daarom neem ik het mee uit Servië, omdat ik precies weet welke medicijnen er zijn en waarvoor ze zijn.

Eros: Ik neem mijn moeders tomatensaus mee. Je kan hier overal tomatensaus krijgen, maar die zal nooit dezelfde zijn als de saus van mijn eigen moeder. En ook heel veel ander voedingswaren: ham, salami, pasta en koekjes. Als ik in Italië ben weet ik dat ik een middag naar de supermarkt moet om eens goed rond te kijken en de dingen die ik het meeste mis, in te slaan.

Wat verwachten jullie om er aan te treffen?
Eros:
Sinds ik in België woon, merk ik wel verschillen. Mijn vrienden van vroeger zijn nog steeds mijn vrienden, maar ik zie dat zij niet veranderd zijn en ik wel. Ze hebben nog steeds dezelfde manier van denken en praten over dezelfde dingen als vroeger. Als ik daar ben denk ik: ‘wow, tot 2 jaar geleden was ik ook zo.’

Sara: Als ik nu terugga verwonder ik mij over hoe de mensen in Servië leven. Mensen proberen elke cent om te draaien. Ze worstelen met zoveel dingen waar men hier niet eens bij stilstaat. Het is moeilijk dat ik hier zoveel moet werken en mijn familie en vrienden zo weinig kan zien, maar als ik terugga, zie ik hoe goed ik het heb in België.

In Servië zijn er dit jaar al 60.000 mensen naar het buitenland verhuisd. Ook veel van mijn beste vrienden zijn weggetrokken uit Servië.

We zeggen ook wel dat het vliegveld de laatste stap is in het onderwijs. Nadat mensen hun diploma behaald hebben, verlaten ze het land omdat ze weten dat er geen toekomst is. Ik had er een gemiddeld leven kunnen leiden, maar dat wilde ik niet.

Is het moeilijk voor jullie om terug te gaan?
Sara:
Ik krijg altijd een raar gevoel in mijn buik, als ik op het vliegveld aankom. Als ik daar ben moet ik altijd wel een keer huilen om iets. Als we uitgaan en naar oude rocksongs luisteren bijvoorbeeld.

Eros: Voor mij is het niet zo moeilijk.

Welke nationaliteit overheerst bij jullie?
Eros:
Ik ben Europeaan. Je kunt me echt kwaad krijgen door iets slechts te zeggen over de EU. Alles wat ik nu heb, dank ik aan de EU. Het zou zonder de EU niet mogelijk zijn geweest voor mij om mijn baan in Italië op te geven, mijn land te verlaten en hier te komen om een baan te zoeken. Ik had ik ook niet op Erasmusuitwisseling kunnen gaan om vervolgens mijn examens van mijn universiteit in België te laten opnemen aan mijn universiteit in Italië.

Sara: Ik zou zeggen dat ik een mix ben van Servisch en Belgisch. We beginnen ons al meer Belg te voelen. Als we vrienden uit het buitenland op bezoek hebben, merken we hoe sommige dingen voor ons normaal zijn geworden.

‘Het is makkelijker om Belgische gewoonten over te nemen dan te kiezen voor Italiaanse of Servische gewoonten’

Ik leef nu bijvoorbeeld echt met mijn agenda. Die staat volgepland tot september. In Servië zeggen ze dan dat ik gek ben. Omdat we nog jong zijn passen we ons makkelijk aan. Als je op latere leeftijd emigreert, houd je veel meer vast aan de gewoonten van je eigen land.

Eros: Wat mij het meest Belgisch maakt is dat ik de fiets gebruik. Dat zou niet mogelijk zijn in mijn woonplaats in Italië. Daar neem je de auto om naar de supermarkt vierhonderd meter verderop te gaan. Omdat wij allebei uit een ander land komen hebben we niet zoveel gemeen qua gewoontes. Dus we moesten op zoek naar iets gemeenschappelijks.

Sara: Het was dan makkelijker om Belgische gewoonten over te nemen, in plaats van te kiezen voor Italiaanse of Servische gewoonten.

Gesloten, maar ruimdenkend of niet?

Wat zijn de grootste verschillen?
Eros:
De Noord-Europese cultuur is heel anders dan de Zuid-Europese. Het bevalt me dat mensen je hier niet de hele tijd in de gaten houden en niet zo veroordelend zijn. Dat is anders in onze landen. Italianen zijn open en vriendelijk, maar ook bekrompen. Belgen zijn ruimdenkender.

Sara: Het grootste verschil is dat ik hier volledig mezelf kan zijn, omdat Antwerpen een smeltkroes is van verschillende culturen. Persoonlijk denk ik niet dat Belgen ruimdenkender zijn. In typisch Belgische steden zijn mensen erg conservatief.

Het is moeilijk om vrienden te maken, omdat Belgen in hun eigen comfort zone blijven. Ze staan niet erg open voor vreemdelingen en immigranten. In een café raak je niet zo snel met onbekenden in gesprek, terwijl dat in Servië wel gebeurt.

‘Ik voldoe misschien niet aan de normen voor het dagelijks leven in België, waar iedereen zo introvert en ongeïnteresseerd is’

Ik voldoe misschien niet aan de normen voor het dagelijks leven in België, waar iedereen zo introvert en ongeïnteresseerd is. Er is een groot gat tussen de Belgische en Servische mentaliteit.

Serviërs kunnen ook heel bekrompen zijn trouwens. De gaypride is nog een steeds een drama daar, maar mensen hebben dan ook hele andere dingen aan hun hoofd. Ze zijn bezig met geld te verdienen omdat ze voor hun kinderen moeten zorgen. De motivatie ontbreekt dan om een meer open blik te ontwikkelen.

Die bekrompen manier wordt ook in stand gehouden door de onzin die de media spuien. De politiek controleert de media. Kranten schrijven kritiekloos over de president. Het is zo belachelijk dat het lachwekkend is.

Bij iedere politieke gebeurtenis schrijven ze hoe geweldig hij is, terwijl de basisvoorzieningen in Servië helemaal niet functioneren. Het enge is dat het normaal is geworden dat je de kranten niet vertrouwt. Als je de waarheid wil weten, moet je heel diep graven.

Gebrek aan spontaniteit, maar punctueel

Wat mis je het meest?
Sara:
Ik kan soms huilen wanneer ik iets zie dat ik echt mis van Servië. Zoals het medeleven en de bezieling van de mensen daar. Iemand kan ik het midden van de straat beginnen zingen en iedereen zal meezingen. Dat zal hier nooit gebeuren. Ik houd van mijn land en van Belgrado.

‘In Servië kan je vrienden bellen wanneer je maar wil voor een glas of om uit te gaan, al is het middernacht en je de volgende ochtend moet werken’

Hier zijn we altijd met z’n tweeën en we werken veel. Alleen in het weekend doen we wel eens iets leuks met anderen.

In Servië kan je vrienden bellen wanneer je maar wil voor een glas of om uit te gaan, al is het middernacht en je de volgende ochtend moet werken. Je hebt er altijd vrienden om je heen. En ik mis het om mijn eigen taal te spreken.

Eros: Wat ik mis is dat je niet overal meer bij bent. Mijn zus is bijvoorbeeld gaan samenwonen met haar vriend en ik realiseerde me dat pas echt toen ik daar op bezoek was. Toen kwam ik verdrietig terug uit Italië.

Wat apprecieer je het meest aan de cultuur hier?
Sara
: De punctualiteit en de openbare diensten. Neem het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Als je in Servië de bus neemt, ben je al gauw 30 minuten onderweg voor een traject van 10 minuten. De bus laat vaak lang op zich wachten. Hier kijk je gewoon op het rooster hoe laat de bus komt.

Eros: Veel dingen zijn hier beter geregeld. Als ik hier naar de dokter ga, maak ik een afspraak. Dan weet ik om hoe laat ik er moet zijn en dat ik een kwartier later weer buiten sta. In Italië gaat de praktijk van mijn huisarts om vier open en om drie uur beginnen mensen al in de rij te staan voor de deur. Als je er pas om vier uur bent kom je er niet voor acht uur weg.

Vast contract voor visum

Zouden jullie weer in je eigen land willen gaan wonen? Of in het land van de ander?
Sara:
Als je me dat een paar maanden geleden had gevraagd, had ik nee gezegd. Stilaan ben mezelf toch gaan afvragen wat ik moet gaan doen als het hier niet lukt.

Ik heb een vast contract nodig om mijn visum geldig te houden. Teruggaan leek eerst een nachtmerrie voor mij, maar ik ben me gaan realiseren dat het kan gebeuren. Ik ga er alles aan doen om hier te kunnen blijven, maar als ik terug moet gaan zou ik er wel weer kunnen wennen.

‘Ik lach hem altijd uit omdat hij zo met zijn ouders bezig is, dat is echt iets Italiaans’

Eros: Als je een bepaalde levensstandaard nastreeft en op een bepaald moment aan kinderen wil beginnen, dan denk ik niet dat ik in Servië zou kunnen leven. Italië is mijn land, dus daar zou ik altijd wel naar toe kunnen terugkeren. Op dit moment is dat echter niet aan de orde. Dat kan veranderen als mijn ouders ouder worden en een van hun komt te overlijden. Maar nu zijn ze nog jong.

Sara: Ik lach hem altijd uit omdat hij zo met zijn ouders bezig is. Dat is echt iets Italiaans. Ik heb op een bepaald punt trouwens wel overwogen om naar Italië te verhuizen, maar er zijn zoveel praktische obstakels waar ik overheen moet.

De taal zou niet zo’n probleem zijn, maar ik moet er ook een baan vinden en een werkvergunning krijgen. Ik zou er kunnen wennen, maar ik zou het alleen doen als er geen andere opties zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift