‘Ik bewaar Zuid-Afrika in een potje parfum’

Jana Peeters komt oorspronkelijk uit het Limburgse Kaulille, maar Zuid-Afrika werd haar tweede thuis. Ze verbleef er voor haar opleiding, en organiseert in België projecten voor de plaatselijke bevolking. Ze legt een flesje parfum opzij om daar te dragen, dat haar ook in België herinnert aan Zuid-Afrika.

  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters © Jana Peeters
  • © Jana Peeters De kinderen moesten worden vastgebonden in de oude rolstoelen, omdat ze vaak niet zelf rechtop kunnen blijven zitten. © Jana Peeters
  • © Jana Peeters Het gebouw van de kinderopvang was eerst een golfplatenhuis. © Jana Peeters
  • © Jana Peeters De twee nieuwe chaletjes © Jana Peeters
  • © Jana Peeters Het bier van Kiewitfonds, 'Qui Vivit' © Jana Peeters
  • © Jana Peeters KwaZoeloe-Natal © Jana Peeters
  • © Jana Peeters Selfie met een cheeta © Jana Peeters
  • © Jana Peeters Jana's parfum is ondertussen op, maar de geur herinnert haar altijd aan Zuid-Afrika. © Jana Peeters

Jana (25) ging voor het eerst naar Zuid-Afrika voor haar stage orthopedagogiek in de stad Bela Bela, of Warmbad. Daar werkte ze met een 30-tal kinderen van alle leeftijden in Huis Talje, dat kinderen met een fysieke of mentale handicap opvangt. Daarnaast werkte ze nog in Huis Tekna, een zogenaamde place of safety waar kinderen uit een onveilige thuissituatie tijdelijk onderdak krijgen.

Die ervaringen bleven haar sterk bij. Ze keerde terug naar Zuid-Afrika voor haar thesisonderzoek en organiseert ook nu nog verschillende projecten om de kinderen te steunen. Dat doet ze met de hulp van een lokale vzw in Hasselt, het Kiewitfonds. ‘Vanuit België kan ik de situatie in Zuid-Afrika beter helpen. Als ik daar was gaan wonen, had ik die dingen waarschijnlijk niet kunnen doen.’

Ondertussen werkt ze in Brussel voor de humanistische koepelorganisatie deMens.nu en de Oudstudentenbond (OSB) van de VUB. Eén van de raadsleden van de OSB is ook directeur van de CVO handelsschool Aalst. Hij vroeg aan Jana om in oktober taalles Afrikaans te komen geven.

‘Het wordt de eerste specifieke taalopleiding Afrikaans in België’, zegt Peeters. ‘De cursus zal ook gaan over de verwantschap met het Nederlands, bijvoorbeeld waar en waarom de twee talen uit elkaar zijn gegroeid. Er zijn Afrikaanse woorden die vaak meer Nederlands zijn dan de onze, maar die in onze Nederlandse taal verloren zijn gegaan.’

‘Ik vind het fijn dat ik zo mijn ervaringen uit Zuid-Afrika een plaatsje kan geven in België. Het is leuk als je het beste van twee werelden kunt delen.’

Hoe ervaarde je de stage?

Jana Peeters: De zorg voor kinderen met een handicap in België is echt niet te vergelijken met de situatie van de kinderen daar. Toen ik voor het eerst toekwam, kon ik me nog niet goed voorstellen hoe ik de dingen moest aanpakken. Je gaat naar daar met het idee ‘ik ga de wereld veranderen’, maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet. Er zijn uiteraard de culturele verschillen, ook op professioneel vlak. Het was een hele leerschool, en het was kwestie om uit mijn comfort zone te stappen, zeker als opvoedster.

Ik vond het heel belangrijk dat ik niet in Zuid-Afrika aankwam als ‘de opgeleide Europeaan die komt zeggen wat jullie allemaal fout doen’. Het wederzijdse leerproces moet voorop staan, we kunnen echt wel leren van de Zuid-Afrikanen.

‘Zij hebben heel veel manieren van werken waar wij echt wel van kunnen leren.’

Tegelijk merkte ik dat de verzorgers eigenlijk niet echt zijn opgeleid om met die kinderen te werken, dat tijd en geld daarvoor ontbreken. Hun werk is vooral gericht op basiszorg: de kinderen verschonen, eten geven. Therapeutische omkadering ontbreekt. Die bouwen ze op met de buitenlandse studenten, die daar speciaal zijn om therapie te geven.

Er is een mooie therapieruimte die gefinancierd is door buitenlandse studenten en sponsors, maar het is soms moeilijk om de kinderen en het materiaal naar daar te brengen.

Voor de kinderen met een handicap heb je aangepaste vormen van therapie, zoals bijvoorbeeld holdingtherapie, sensory stimulation therapy of snoezelen. Daarmee creëer je een veilige omgeving voor het kind. Je houdt het kind vast en je speelt in op wat het kind doet. We werken ook met voorwerpen en geuren.

Bovendien hebben we een therapieboekje gemaakt zonder materiaal, zodat de kinderen overal therapie kunnen krijgen. Met een simpel liedje bijvoorbeeld kan je sommige kinderen al amuseren. Een van de meisjes hoefde maar het liedje ‘Happy Birthday’ te horen, en ze was vetrokken voor de rest van de dag.

© Jana Peeters

Eigenlijk is het belangrijkste gewoon dat je er bent voor de kinderen, dat je ze een hele fijne tijd bezorgt.

‘Eigenlijk is het belangrijkste gewoon dat je er bent voor de kinderen.’

Het moeilijkste daarin is om voldoende afstand te houden, want de stage duurt zes maanden, en na afloop vertrek je. Dat is ook traumatiserend voor de kindjes. Het is echt een moeilijk evenwicht. Het zijn echt schatjes. Ik zou ze allemaal willen meepakken in mijn valies (lacht).

Waarover ging je thesisonderzoek?

Jana Peeters: Mijn stage stimuleerde me om verder agogiek te studeren. In mijn thesis onderzocht ik onder meer de beeldvorming binnen de hulpverlening over kinderen met een handicap. Mensen geloven bijvoorbeeld soms nog in voodoo: kinderen met een handicap zijn het gevolg van voodoopraktijken door mensen die jaloers of kwaad zijn op de ouders. Een ander idee is dat de moeder schuldig is: zij heeft een fout gemaakt waardoor haar kind een handicap heeft.

Ik heb echt de gekste verhalen gehoord. Zo was een dame rotsvast overtuigd dat wanneer zwangere vrouwen heel hard schrikken - wanneer ze bijvoorbeeld een baviaan zien op de straat - hun kindje in de buik verandert door de emotieschok.

Zulke ideeën komen vooral voor in traditionele omgevingen, bij de oudere generaties. Zo raadplegen ze bijvoorbeeld een traditional healer om de kinderen te genezen van de “slechte geesten”. Dat zijn niet altijd ongevaarlijke praktijken. Zo was er een keer een kindje verbrand, mogelijk omdat ze de handicap op die manier hadden willen uitdrijven.

Wat je ook ziet is dat kinderen met een handicap nog vaak worden verstoten door de familie en afgestaan aan een instelling.

In feite hebben heel veel kinderen een foetaal alcoholsyndroom (FAS). Er wordt veel gedronken, en de moeders zijn vaak niet op de hoogte van de gevolgen daarvan voor een ongeboren kind.

Sommige kinderen krijgen een handicap door medicatie te nemen die per ongeluk in huis rondslingert. Of door misbruik. Zo ontmoette ik een meisje dat niet kon praten door een trauma van misbruik. Het is gelukt haar gebarentaal te leren, waarna ze wel enorm is vooruitgegaan.

Hoe ben je met de andere projecten begonnen?

Jana Peeters: Toen ik terugging voor mijn thesisonderzoek, kwam ik bij een gastgezin terecht. Dat is nu zo’n beetje mijn tweede familie geworden. Ze hebben mij betrokken bij hun vrijwilligerswerk rond kinderen met een handicap in de wijk Vingerkraal.

Er was een grote veldbrand geweest. Daarbij werden kinderen in het nauw gedreven door het vuur toen ze het wilden blussen. Ze mochten het hek niet over van de man aan de andere kant, die hen niet op zijn land wilde laten en hen bedreigde met een geweer. Elf kinderen kwamen om in de brand.

Brandgevaar is acuut, beseften we. De bewoners hebben nauwelijks elektriciteit, dus ze gebruiken kaarsen voor licht. We zijn dan met het idee gekomen om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Nu voorzien we 200 gezinnen of 800 individuen van elektriciteit.

© Jana Peeters

De kinderen moesten worden vastgebonden in de oude rolstoelen, omdat ze vaak niet zelf rechtop kunnen blijven zitten.

We hebben ook rolstoelen gekocht die op maat van de kindjes gemaakt zijn. Ze zaten eerst vastgebonden in hun rolstoel, omdat ze niet goed rechtop kunnen blijven zitten. Ze hebben namelijk weinig lichaamssterkte of zijn spastisch. Dat veroorzaakte vergroeiingen en wonden. De nieuwe rolstoelen ondersteunen de kindjes, zodat ze vanzelf goed blijven zitten en niet vastgemaakt moeten worden.

Drie maanden geleden hebben we een eerste kinderopvang gebouwd in Vingerkraal, en vorige maand een tweede, waarbij er een opsplitsing is tussen de allerkleinsten tot twee jaar en de kleutertjes tot vijf jaar. De kindjes werden eerst in een golfplatenhuisje opgevangen. Nu kunnen ze terecht in twee houten chaletjes.

© Jana Peeters

De twee nieuwe chaletjes

Binnenkort helpen we ook een lagere school te vernieuwen en eventueel nieuwe klaslokalen te bouwen, maar dat project staat nog in zijn kinderschoenen.

We halen onze centjes uit verschillende projecten. In het begin verkochten mijn moeder en ik naaiwerkjes. Het duurde weken, zelfs maanden, om die te maken, en dan verdienden we met drie maanden werk vijftig euro. Nu help ik samen met Kiewitfonds op de parking van Pukkelpop en organiseren we activiteiten zoals een quiz, een rockfuif… We verkopen ook bier. Dat heeft veel succes. Het is dan ook goed bier (lacht).

© Jana Peeters

Het bier van Kiewitfonds, ‘Qui Vivit’.

Waar kwam je interesse voor Zuid-Afrika aanvankelijk vandaan?

Jana Peeters: Mijn opa was een echte globetrotter. Hij ging het hele jaar door op reis. Ik denk dat hij zowat alle landen van de wereld had gezien, behalve Zuid-Afrika. Toen we het hierover hadden, dacht ik dat het mooi zou zijn om in zijn voetsporen te treden en te beginnen waar hij is gestopt.

Toen ik net in Zuid-Afrika was, kreeg ik te horen dat hij kanker had. Het was moeilijk om dat nieuws te moeten horen van de andere kant van de wereld, maar ik weet, en dat troost me, dat hij trots op me zou zijn.

Ik ben zelf niet veel verder dan Zuid-Afrika geraakt. Het is mijn tweede thuis geworden en voor mij is Zuid-Afrika het mooiste land van de wereld.

© Jana Peeters

KwaZoeloe-Natal

Hoe vaak ga je nog op reis naar Zuid-Afrika?

Jana Peeters: Sinds mijn stage ga ik elk jaar terug. Het is een dure hobby, en je pakt niet even de bus naar Zuid-Afrika, maar elk jaar heb ik wel een goede reden om weer te gaan. Nu ik Afrikaanse les zal geven, wil ik ook nog lesmateriaal inzamelen.

Dit jaar gaan de bestuursleden van het Kiewitfonds mee om projecten te bezoeken. Er gaan ook een paar mensen van de Oudstudentenbond mee, die over mijn verhaal hadden gelezen in het tweemaandelijkse blad van de OSB.

Ik kan dan ook iedereen in Zuid-Afrika terugzien, en naar iedereen luisteren. Dat is belangrijk om een goede band op te bouwen en de projecten te laten slagen.

Neem je dan iets speciaal mee?

Jana Peeters: Ik had in mijn eerste jaar een flesje parfum van Noa Perle gekregen. Ik was er dan ook heel spaarzaam mee. In Zuid-Afrika deed ik het zo af en toe een keer op. Als ik dan thuis kwam en ik rook eraan, was ik weer helemaal terug.

© Jana Peeters

Jana’s parfum is ondertussen op, maar de geur herinnert haar altijd aan Zuid-Afrika.

Ik heb dat flesje heel goed bewaard thuis. Elke keer als ik terugging, nam ik het mee. Ik heb het nu nog. Het had een bijzondere waarde voor mij. Het rook echt naar al die ervaringen en herinneringen. Het is Zuid-Afrika in een potje voor mij.

Zuid-Afrika heeft sowieso zijn eigen geuren. Als ik dat parfum ruik, dan denk ik aan de warme zon, de bush, het gedroogde gras, een braai (Zuid-Afrikaanse barbecue) ’s avonds… Pure nostalgie. Het is op nu, ik zal een nieuw flesje moeten kopen (lacht).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift