Interview met Victoria Burrows van World Green Building Council

Steden en bedrijven wereldwijd beloven CO2-neutrale gebouwen

Bert Kaufmann (CC BY-NC 2.0)

De skyline van Vancouver, een van de meest klimaatvriendelijke steden ter wereld.

Bijna een derde de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen komt van gebouwen. De World Green Building Council heeft daarom een programma gelanceerd waarvan de deelnemers een emissiereductie zullen bereiken met hetzelfde effect als 44,7 miljoen auto’s een jaar lang van de baan te houden, zegt verantwoordelijke Victoria Burrows.

Tijdens de Global Climate Action Summit, vorige week in San Francisco, week lanceerde de World Green Building Council (WGBC) een oproep aan bedrijven, steden en regio’s om al hun gebouwen CO2-neutraal te maken. Verschillende steden, waaronder London, Tokyo en Medellín in Colombia, en bedrijven als Signify (het voormalige Philips Lighting) en Salesforce tekenden al voor de start in. Samen zullen de ondertekenaars de uitstoot van zo’n 209 miljoen ton CO2 voorkomen.

De werkelijke impact zal nog veel groter zijn, zegt Victoria Burrows, verantwoordelijke van de afdeling Net Zero Buildings van de World Green Building Council.

IPS: Tot hiertoe zijn er 38 deelnemers, hoeveel deelnemers verwachten jullie?

Victoria Burrows: Veel meer, want eigenlijk lanceren we de oproep pas vandaag. We hebben wel in juni onze oproep voorgesteld op de Conferentie van de Canada Green Building Council, maar vanaf vandaag kunnen bedrijven, steden en regio’s zich echt kandidaat stellen.

De CO2-besparing is alleen berekend op deze 38 deelnemers?

Victoria Burrows: Ja. De eigenlijke besparing zal dus veel hoger liggen, we hebben deze ochtend zelfs al twee nieuwe deelnemers.

Het gaat snel?

Victoria Burrows: Inderdaad, we weten dat het kader erg solide is, want we hebben het op veel steden en bedrijven uitgetest. Nieuwe deelnemers kunnen deze kaders nu gebruiken om hun strategie te bepalen. Al kan een bedrijf niet zomaar zeggen dat het zich engageert, het moet ook effectief acties ondernemen en die rapporteren.

Hoe veel emissies zullen er uiteindelijk gereduceerd worden?

Victoria Burrows: We zullen het overduidelijk beter doen dan onze vooropgestelde doelen. Bovendien gaat de groei exponentieel! Als er nu 38 zijn, zullen het er minstens het dubbel zijn tegen het einde van het jaar, of het vierdubbele.

Werkt het aanstekelijk?

Victoria Burrows: Ja, duidelijk. In ons rapport ‘Van duizenden tot miljarden’ tonen we aan dat het goedkoper is wanneer bedrijven, ngo’s en lokale overheden samenwerken, dan wanneer ze het alleen proberen.

‘Er is altijd een strategie om CO2-neutraal te worden!’

Elke deelnemer moet een specifieke strategie uitwerken die openbaar wordt gemaakt, zodat andere bedrijven ze kunnen gebruiken. Al zijn ze niet verplicht, de bedrijven en steden kiezen zelf hoe ze hun gebouwen CO2 neutraal maken.

Welke gebouwen zijn inbegrepen in de uitdaging?

Victoria Burrows: Bedrijven engageren zich om al hun gebouwen wereldwijd CO2-neutraal te maken tegen 2030, de nieuwe en de bestaande gebouwen, in alle landen waar ze werken.

Voor steden zijn er twee uitdagingen. Alle 22 steden hebben de beleidsuitdaging aangegaan, wat wil zeggen dat ze beleidsplannen zullen uitwerken opdat de hele stad uiteindelijk CO2-neutraal wordt: alle gebouwen, van privéwoningen tot bedrijven. Alle nieuwe gebouwen moeten CO2-neutraal zijn tegen 2030, en alle bestaande gebouwen tegen 2050. Bovendien zullen veel steden hun eigen gebouwenportfolio volledig CO2-neutraal maken tegen 2030, bij wijze van voorbeeld.

Kunnen ook oude gebouwen CO2-neutraal gemaakt worden?

Victoria Burrows: Er is altijd een strategie om CO2-neutraal te worden! Het is aan de deelnemer om uit te zoeken wat de meest geschikte methode is. Zo zijn er verschillende principes: 1 - de energiebron decarboniseren, 2 - de energie-efficiëntie verbeteren, en 3 - de kwaliteit van de hernieuwbare energiebron en het hele net errond optimaliseren, inclusief energie-opslagsystemen.

In volgorde van voorkeur, komt de energie van het gebouw zelf, zoals zonnepanelen op het dak, dan van een nabijgelegen hernieuwbare energiebron, en als dat niet kan via de aankoop van een verder gelegen bron. Pas als al deze strategieën uitgeput zijn, kan CO2-compensatie onderzocht worden als mogelijkheid.

Ook al zijn deze strategieën voor sommige gebouwen duurder dan voor andere?

Victoria Burrows: We hebben een databank met verschillende gebouwen, van scholen tot flatgebouwen, van oude tot nieuwe, in koude klimaten en warme klimaten; deze toont aan dat er altijd een manier is, je moet het gewoon willen uitzoeken.

‘De Canadese stad Vancouver ligt duidelijk voorop.’

Zo kan je twee gebouwen hebben met dezelfde energie-efficiëntie, met hetzelfde energieverbruik; maar met een hogere CO2-uitstoot omdat hun energie van een andere bron komt. Daarom moeten we de conversatie veranderen van energieverbruik naar CO2-verbruik.

Zijn er steden of bedrijven die een voortrekkersrol spelen?

Victoria Burrows: De Canadese stad Vancouver ligt duidelijk voorop. In Europa heb je steden zoals Kopenhagen en Oslo die al een erg groen elektriciteitsnet hebben.

Al betekent dat niet dat ze niets meer moeten doen. Als ze nu op 100% hernieuwbare energie draaien, dan moeten ze stoppen met bijbouwen of meer groene energiecentrales bouwen. Of, ze kunnen de energievraag verlagen zodat ze langer op 100% hernieuwbare energie [met de huidige productie] kunnen draaien. Dan blijft het houdbaar voor de toekomst.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift