Susan Abulhawa: ‘De Palestijnen zitten vast in een ruimte zonder tijd of plaats’

MO* sprak met de Palestijns-Amerikaanse schrijfster Susan Abulhawa over haar leven, haar werk en haar engagement voor Palestina. Susan Abulhawa: ‘Het verhaal van een land zonder volk voor een volk zonder land was romantisch en gaf Europeanen een goed gevoel over zichzelf. Alleen was het een leugen.’

  • © Richard Alexander Susan Abulhawa: ‘Als je samenwerkt in dialoogprojecten, impliceer je dat er twee gelijke kanten zijn die gewoon niet overeenkomen.’ © Richard Alexander

Susan Abulhawa (1970) ontvangt MO* in het hotel Les Nuits in hartje Antwerpen. De Palestijns-Amerikaanse schrijfster, bekend van Ochtend in Jenin, bracht deze zomer haar nieuwste roman uit, het Blauw tussen Hemel en Zee. Ze is in het land voor een lezing in de Groene Waterman en reist vervolgens verder naar het Crossing Border literatuurfestival in Den Haag.

Het Blauw tussen Hemel en Zee is een familiekroniek die begint in het Palestina van de jaren veertig. Abulhawa volgt de vrouwen van een fictieve Palestijnse familie en belicht zo tegelijkertijd de geschiedenis van Palestina van vlak voor de bezetting tot vandaag. Haar focus ligt op vrouwen, want volgens haar houden die de maatschappij overeind.

Zo schrijft ze ook in haar nieuwste roman: ‘En elke avond trok teta Nazmiyeh de hemel op zijn plek en mama borduurde er de sterren en de maan in. En ‘s ochtends hing ze de zon op.’ De kleurrijke personages nemen de lezer op sleeptouw in het poëtische boek, waarin ook dromen en het bovennatuurlijke een fascinerende rol spelen. 

Hoe groeit een verhaal bij u?

‘De Palestijnen zitten vast in een soort ruimte zonder tijd of plaats.’

Ik plan eigenlijk helemaal niets. Het begint met een zaadje, maar dat groeit zelden zoals ik verwacht had. In dit geval begon het met de titel. Ik zat op het strand te mijmeren en toen kwam ‘het blauw tussen hemel en zee’ in me op. Het is een soort limbo waarin mijn personage Chaled verkeert. Hij heeft in volledige gevangenschap een soort vrijheid gevonden die andere Palestijnen niet kennen of kunnen bereiken.

Volgens mij is dat eigen aan mensen die onder bezetting leven. Palestina en de Palestijnen zitten vast in een soort ruimte zonder tijd of plaats. Maar ik wil niet alles exact definiëren. Ik hou ervan wanneer lezers zelf betekenis vinden. Soms komen ze met dingen die ik zelf niet zag, maar die volledig plausibel zijn.

We zien weinig mainstream romans van Palestijnse auteurs. Hoe komt dat?

In het Westen zijn het er inderdaad weinig, maar in het Arabisch verschenen altijd al veel romans over Palestina geschreven door Palestijnen. Ik kan niet voor de westerse uitgevers spreken, maar ik denk dat het afhangt van hoe toegankelijk het Arabisch voor hen is en hoeveel interesse ze hebben om die romans te vertalen. Er zijn tegenwoordig wel steeds meer Palestijnse schrijvers die in westerse talen schrijven, want we zitten al generaties lang in de diaspora.

Een tweede reden is dat Europa nu pas begint te accepteren dat er andere stemmen zijn die de moeite waard zijn om naar te luisteren. Het Westen werd zo verteerd door schuldgevoel dat men het Israëlische verhaal wilde horen. Het verhaal van een land zonder volk voor een volk zonder land was romantisch en gaf Europeanen een goed gevoel over zichzelf. Alleen was het een leugen.

Hoe wordt uw werk in de Verenigde Staten ontvangen?

De Verenigde Staten zijn geen monoliet, maar de publieke opinie is nog steeds meer pro-Israël. De media in de Verenigde Staten zijn in handen van de bedrijven. Ze worden gestuurd door macht en geld en het is in het belang van die machtsstructuur om het perspectief van Israël te verkondigen. Dat is anders in Europese socialistische welvaartsstaten, waar de media meer de vinger aan de pols houden bij de bevolking. Ik krijg amper aandacht van mainstream media in de Verenigde Staten. Ze willen het onderwerp gewoon niet aanraken. Zelfs niet toen mijn eerste boek zeer goed begon te verkopen, want ondanks het gebrek aan aandacht had het succes dankzij mond-aan-mond reclame.

‘Ik krijg amper aandacht van mainstream media in de Verenigde Staten.’

Ik krijg wel veel positieve reacties van lezers die mijn boek toevallig oppikten of aangeraden kregen en die vertelden dat het alles veranderd had voor hen en dat ze daarvoor echt geen idee hadden van wat er gaande was. Maar ik schrijf niet om de publieke opinie te veranderen. Ik schrijf in het belang van de literatuur en om onze aanwezigheid in de wereld, onze geschiedenis, onze verhalen en onze levens te bestendigen.’

Er zijn opvallende gelijkenissen tussen u en het personage Noer. Jullie raakten allebei op jonge leeftijd gescheiden van jullie ouders en belandden in pleeggezinnen. Bent u net als zij opgegroeid zonder u bewust te zijn van uw afkomst?

Ik heb mijn eigen ervaring gebruikt om haar leven te geven, maar Noer is mij niet en ik ben haar niet. Mijn ouders zijn gevlucht voor de Zesdaagse Oorlog in 1967. Ik was me wel degelijk bewust van mijn roots, want ik woonde met mijn Palestijnse familie in Koeweit. Tussen mijn tiende en mijn dertiende leefde ik ook in Jeruzalem, maar mijn grootste bezorgdheden toen waren mijn familie achterlaten en in een weeshuis wonen. Ik was een kind, ik was niet met politiek bezig en ik wist niet dat we bezet werden.

Daarna belandde ik in de Verenigde Staten en verloor ik wel voor een stuk de connectie met mijn achtergrond. Ik leefde als adolescent in de pleegzorg en ik was meer bezig met typische puberdingen zoals acne en jongens. De tweede intifada (2000-2005) was een keerpunt waardoor ik de drang voelde om iets te gaan doen.

U hebt een niet zo evidente carrièreswitch gemaakt van exacte wetenschappen naar literatuur. Hoe bent u daartoe gekomen?

‘Ik schaamde me dood dat ik Engels schreef en las op het niveau van het eerste leerjaar.’

Ik heb altijd geschreven. Als kind schreef ik Arabische poëzie. Daarna ben ik met mijn verhuis naar Amerika het Arabisch wat kwijtgeraakt. Ik kwam naar Amerika op dertienjarige leeftijd, maar ik las en schreef op het niveau van een kind uit het eerste leerjaar. Ik schaamde me dood en wilde niet dat iemand mijn geheim ontdekte. Daarom schreef ik elke dag de volledige voorpagina over van de Charlotte Observer, de lokale krant, om mezelf geletterd te maken.

Toen ik wat ouder was, schreef ik lezersbrieven en artikels voor de schoolkrant. Maar ik heb nooit geambieerd schrijver te worden, want voor mij leek dat even onmogelijk als de koningin van Engeland worden. Ik streefde als kind naar wat mogelijk was en zo ben ik neurowetenschapper geworden. Tot ik mijn baan kwijtraakte en gewoon de drang voelde te schrijven. Ik ben niet beginnen schrijven om schrijver te worden, ik ben schrijver geworden omdat ik schreef.

Dromen en het bovennatuurlijke zijn sterk aanwezig in uw roman. Spelen ze een belangrijke rol in de Palestijnse cultuur?

Iedereen vraagt zich wel af wat zijn of haar dromen betekenen. En wat dat bijgeloof en geloof in het bovennatuurlijke betreft, dat is eigen aan plattelandsgemeenschappen, zeker enkele generaties terug. In een oude cultuur met traditionele genezers heb je altijd van dat soort volkswijsheden die van generatie op generatie worden doorgegeven. Dat vind ik fascinerend en daarom wilde ik dat het een rol speelde in de levens van mijn personages.

Ik ben er zelf ook mee opgegroeid. Mijn grootmoeder was erg bijgelovig. Als ze samenkwam met haar vriendinnen dan roddelden ze, deden ze wat aan amateurtoverkunsten en voorspelden ze de toekomst aan de hand van koffie. Als ik stout was zei mijn grootmoeder altijd “dat je bezeten kan geraken door een djinn”. Ik was als kind doodsbang van djinns en bezetenheid.

Hoe engageert u zich voor Palestina?

Ik ben voor het eerst teruggegaan in 1999 of 2000. De wortels van mijn kindertijd liggen daar en ik miste ze. Sindsdien ga ik elk jaar en heb ik een project opgezet om speeltuinen te bouwen voor Palestijnse kinderen. Toen kwam de tweede intifada en ben ik politieke commentaar beginnen schrijven.

‘Ik probeer uit te vissen of ik verbannen ben.’

Deze zomer wilde ik ook gaan, maar ze hebben me de toegang geweigerd zonder te zeggen waarom. Nu probeer ik uit te vissen of ik verbannen ben of niet, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten helpt me totaal niet.

Ik heb iedereen aangeschreven en ze blijven zeggen dat ze niets kunnen doen. Het is ongelooflijk. We geven zo veel geld aan Israël en als burgers van de Verenigde Staten aan de Israëlische grens zonder reden lastiggevallen en geïntimideerd worden, dan zeggen ze daar niets van.

U bent ook een sterke voorstander van de culturele boycot. Worden er zo geen kansen gemist om bruggen te bouwen en dingen te veranderen?

Het is niet mijn taak om onze menselijkheid te bewijzen aan een volk dat ons onderdrukt en berooft. De Israëli’s weten wat er aan de hand is. Ze doen allemaal hun legerdienst dus ze hebben allemaal gezien hoe we leven. Ik heb er geen probleem mee als mijn boeken in het Hebreeuws vertaald worden, want het is een van de oorspronkelijke talen van Palestina. Maar ik zou het niet laten vertalen door een Israëlisch bedrijf, want ik geloof in de boycot als een effectief middel van geweldloos verzet en een methode om een onderdrukkende, criminele staat die voortdurend de mensenrechten schendt te isoleren.

‘Als je samenwerkt in dialoogprojecten, impliceer je dat er twee gelijke kanten zijn die gewoon niet overeenkomen.’

Door samen te werken, normaliseer je de situatie en impliceer je dat er twee gelijke kanten zijn die gewoon niet overeenkomen. Het is alsof je op het hoogtepunt van het fascisme zou gaan zeggen dat het misschien oké is als er joodse en Arische artiesten samenwerken.

Of alsof je op het hoogtepunt van de Apartheid in Zuid-Afrika blanke en zwarte Zuid-Afrikanen zou laten samenwerken, maar daarna gaat de ene weer gewoon naar zijn geprivilegieerde toestand en de ander belandt weer in zijn ellende.

Zolang er geen wet is, waardoor ik erkend word als een dochter van dit land en dezelfde rechten krijg als joodse burgers, doe ik geen projecten met Israëli’s.

Maar wat als het een project is tegen de bezetting?

Dat is anders, ja. Ik zou zeker meewerken aan antizionistische en antikoloniale projecten. Ik heb ook al met verschillende Israëli’s samengewerkt die sterk voor gelijkheid zijn. Zij zijn mijn bondgenoten in de strijd.

In uw boek schrijft u ook ‘in de loop van de tijd was het abnormale genormaliseerd’. Is dat een realiteit voor veel Palestijnen?

Wat ik daarmee bedoel is dat kinderen de geluiden van verschillende wapens van elkaar kunnen onderscheiden. Ze weten wat het geluid van een apache of een B52 is. Dat is hartverscheurend, maar het is ook normaal. Mensen leven in een wereld waar het dagelijks bommen regent over hun hoofd. Dat is een zeer abnormaal bestaan, maar het is normaal geworden voor hen.

Treedt er bij de publieke opinie ook gewenning op?

‘Het is enkel nieuws als Israëli’s het slachtoffer zijn.’

Het krijgt enkel aandacht wanneer Israëli’s gewond raken en Palestijnen terugvechten. Palestijnen worden voortdurend gedood. Elke dag worden ze lastiggevallen, gefolterd en gevangengezet en dat haalt nooit de voorpagina. Maar als ze dan een mes hanteren, is het een escalatie van geweld. Dat is jammer genoeg hoe de westerse media functioneren.

Mensen zijn het misschien tot op zekere hoogte beu om ervan te horen. Ze zijn gevoelloos geworden. “Oh, er zijn Palestijnen gestorven vandaag.” Dat is geen nieuws meer, het is dagelijkse kost. Het is cynisch, maar het is de realiteit dat het enkel nieuws is als Israëli’s het slachtoffer zijn.’

Wat ziet u als oplossing voor de situatie?

Kijk, ik weet dat men mij als een politieke commentator beschouwt, maar ik ben een schrijver. Ik wil over kunst en literatuur praten, maar ik krijg voortdurend vragen over politiek. Ja, het speelt zich natuurlijk allemaal af binnen een politiek kader, maar het zou fijn zijn als mensen stoppen met ons als soldaten in de strijd te beschouwen of als meelijwekkende, tragische figuren.

Ofwel worden we als extreem boosaardig afgeschilderd ofwel als nobele heiligen. We zijn een oude cultuur met veel verhalen, mooie en lelijke, en met het volledige spectrum van menselijkheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journaliste

    Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.