Internationale Dag tegen de Doodstraf op 10 oktober

Susan Kigula werd ooit ter dood veroordeeld en is nu frontvrouw in wereldwijde strijd tegen de doodstraf

© Arne Gillis

Susan Kigula voor het internationale teken dat de strijd tegen de doodstraf symboliseert. Sant’Egidio, Antwerpen, 9 oktober 2018

Kigula werd in 2002 veroordeeld voor de moord op haar man die ze nooit pleegde. Ze moest nog 22 jaar worden, maar werd afgevoerd naar de afdeling terdoodveroordeelden van de Luzira Maximum Security Prison waar ze opgehangen zou worden. In Oeganda leverde moord namelijk automatisch de galg op.

Maar Kigula vocht terug. Ze behaalde vanuit de gevangenis een graad in Rechten aan de University of London. Getriggerd door de leerstof spande Kigula een rechtszaak in tegen de Oegandese staat, met als doel om de verplichte doodstraf voor de in de wet bepaalde capital offences af te schaffen. In de zaak ‘Susan Kigula en 417 Anderen vs. Attorney General’ argumenteerden Kigula en haar collega’s terdoodveroordeelden dat de doodstraf ongrondwettelijk is, en dus afgeschaft diende te worden. De zaak werd een wereldwijde mijlpaal in de strijd tegen de doodstraf.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In 2009 nam het Oegandese Hooggerechtshof de beslissing om de doodstraf toch te handhaven. Toch boekte Kigula een grote overwinning: de verplichte doodstraf bij moord werd geschrapt. Eveneens bepaalde het Hof dat het jarenlang vasthouden van gevangenen een vorm van marteling is. Voortaan zouden terdoodveroordeelden die binnen de drie jaar na hun veroordeling nog niet naar de galg werden geleid, hun straf automatisch omgezet zien worden in levenslang.

Het leverde een herziening van haar eigen zaak op en die van alle andere inwoners van de dodencel. Honderden mensen werden zo van de galg gered. Kigula wandelde als vrije vrouw de gevangenis uit in 2016.

U spendeerde 16 jaar in de gevangenis, waarvan 9 jaar in de dodencel. Hoe kijkt u terug op die jaren?

Susan Kigula: De eerste jaren voerden teleurstellingen, woede en verdriet de boventoon. Je moet weten dat Luzira Prison zwaar overbevolkt is en dat er een groot gebrek aan middelen is. Maar ik heb mij herpakt, en toen ik activiteiten in de gevangenis begon te organiseren –ik leidde het gevangeniskoor en het onderwijsprogramma – voelde ik vooral hoop terugkomen. Ik begon grote verwachtingen te koesteren over wat ik zou kunnen doen eenmaal buiten de gevangenismuren. Want hoewel ik in de dodencel zat, heb ik altijd geloofd in de mogelijkheid dat ik ooit opnieuw een vrije vrouw zou worden.

Kreeg u steun van het gevangenispersoneel in de programma’s die u organiseerde?

Susan Kigula: Het personeel doet zijn werk – dat moet je respecteren. Ik onderhield vooral een goede relatie met zowel de bewakers als de gevangenisdirecteur omdat ik voelde dat ik hun steun nodig had in de projecten die ik wilde opstarten. Ik gehoorzaamde, en kreeg zo verschillende zaken van hen gedaan. Ze steunden me in het koor dat ik opstartte in de gevangenis. Ze stonden toe dat ik aanklopte bij verschillende organisaties in de buitenwereld voor kostuums en schoenen – een koor moet er wat kleurrijk uitzien, toch?

Maar ook bij mijn studies, en zelfs toen ik een eigen school opstartte binnen de muren, steunden ze me. Vanzelfsprekend was dat allerminst. De mannenafdeling had al een onderwijsprogramma, de vrouwenafdeling niet. En overtuig je directeur als terdoodveroordeelde maar eens om onderwijs te krijgen. Maar toen ik een beurs kreeg om aan de Universiteit van Londen te studeren, accepteerde de directeur dat. Hij hielp me om te mogen verschijnen voor een commissie waar ik mijn examens voor het secundair onderwijs kon afleggen zodat ik aan de universiteit kon gaan studeren.

‘Ze zeiden dat ik toch opgehangen ging worden – wat ging ik dan nog studeren?’

Gemakkelijk was dat niet. Ik werd vaak lastiggevallen door andere gevangenen en zelfs door sommige bewakers. Ze zeiden dat ik toch opgehangen ging worden – wat ging ik dan nog studeren? Ze zeiden dat ik mijn tijd aan het verspillen was. Maar ik probeerde er zo weinig mogelijk aandacht aan te spenderen. Ik focuste mij op de mogelijkheid dat de gevangenisdeur ooit zou openzwaaien. Ik bereidde mij voor op die mogelijkheid: hoe kom ik vrij? En wat als ik vrijkom: wie wil ik zijn?

U bent een van de meest vooraanstaande figuren in de strijd tegen de doodstraf wereldwijd geworden. Hoe groot is de impact van de zaak-Susan Kigula en 417 anderen versus de procureur-generaal geweest?

Susan Kigula: Die zaak was een zeer belangrijke mijlpaal, maar de strijd is nog niet gestreden. Het uiteindelijke doel is uiteraard de afschaffing van de doodstraf. De Hoge Raad schafte de doodstraf echter niet af. Hij besliste wel dat moord niet langer automatisch met de doodstraf bestraft wordt en dat een veroordeelde niet onbeperkt op de dodengang kan verblijven. Na drie jaar wordt de doodstraf tegenwoordig automatisch omgezet in levenslange opsluiting.

Sinds 1999 zijn er geen gevangenen meer geëxecuteerd in Oeganda. Maar tot voor kort werd er voor bepaalde misdaden wel automatisch de doodstraf uitgesproken, waaronder moord en verkrachting. Rechters luisterden zelfs niet naar de omstandigheden. Alleen al in Oeganda zitten er momenteel zo’n 300 mensen in de dodencel.

Door de aanpassingen in het rechtssysteem ben ik een tweede keer voor de rechter mogen verschijnen. Mijn straf werd gereduceerd tot twintig jaar. Maar ook voor honderden anderen is het zeer belangrijk geweest.

Ook internationaal heeft onze zaak iets teweeggebracht. In Kenia hebben ze onze zaak als een precedent genomen, en de nationale wetgeving effectief veranderd.

Hoe ziet u de toekomst van de beweging tegen de doodstraf evolueren? Wereldwijd verschijnen er verschillende figuren ten tonele die het niet erg zouden vinden mocht de doodstraf opnieuw ingevoerd worden – ook in Oeganda.

Susan Kigula: Het verontrust mij. Wat we vandaag zien, is geen golf van verzoening, maar van wraak. De doodstraf is een politiek hulpmiddel geworden om de oppositie te bestrijden. Dat is waarom sommige leiders er zo prat op gaan. Onze eigen president Museveni bijvoorbeeld, pleitte er onlangs voor om ‘een aantal’ mensen op te hangen, willekeurige inwoners van de dodencel, gewoon om een statement te maken richting oppositie: ‘Dit kan ook met jou gebeuren’.

‘De doodstraf is een politiek hulpmiddel geworden om de oppositie te bestrijden.’

Maar vergis je niet – dat wilt zeggen dat hij iets te verbergen heeft. Het betekent dat er een zwakheid in zijn systeem zit, dat hij gefaald heeft in het scheppen van een rechtvaardigheid. Met zulke uitspraken probeert hij dat dan toe te dekken. Kijk naar de recente moorden op vrouwen in Kampala en Entebbe. Niemand slaagt erin om de daders te vinden. Wat zeker is, is dat het niet de personen zijn die al jaren in de dodencel zitten. Waarom draag je dan zulke boodschappen uit? Mijn boodschap aan Museveni: focus je energie op het vinden van de daders van die vrouwenmoorden in plaats van zulke forse uitspraken te doen.

Waar komt de doodstraf in het Oegandese rechtssysteem eigenlijk vandaan?

Susan Kigula: Het komt van het Britse rechtssysteem, dat na de Oegandese onafhankelijkheid gewoon werd overgenomen.

Bestond de doodstraf dan niet voor de komst van de Britten?

Susan Kigula: Toch wel. We hadden lokale chefs en koningen die de doodstraf uitspraken, maar slechts in zeer zeldzame gevallen. In het huidige Oegandese rechtssysteem zijn er 28 feiten waarvoor je de doodstraf krijgt.

Rechtvaardige samenlevingen hebben geen doodstraf nodig

Begrijpt u sommige argumenten die voorstanders van de doodstraf aanhalen?

Susan Kigula: Ik begrijp hun argumenten, maar ik ga er niet mee akkoord. Zij denken dat gerechtigheid hetzelfde is als wraak. En laat dat exact datgene zijn dat ze geleerd hebben van onze politieke leiders. Het is zo dat de publieke opinie tegenover doodstraf verandert. Zodra er een politieke wil is om de doodstraf af te schaffen, beginnen mensen dat te ondersteunen. De publieke opinie is allesbehalve statisch – ze evolueert. Daarom is het zo belangrijk dat er op politiek vlak iets verandert. Als dat gebeurt, volgt de publieke opinie wel.

‘Onderzoek laat zien dat nergens waar een staat de doodstraf toepast, mensen stoppen met misdaden te begaan.’

Een ander argument is dat mensen door de doodstraf twee keer zullen nadenken voor ze een misdaad begaan. Onderzoek laat zien dat nergens waar een staat de doodstraf toepast, mensen stoppen met misdaden te begaan. Meer nog, hoe meer executies – hoe groter de bevolking van de dodencellen.

Kijk dan naar sommige landen die de doodstraf hebben afgeschaft, en waar de misdaadcijfers heel laag liggen. Het zijn landen waarvan de overheid haar inwoners gesensibiliseerd heeft over de wetten en de gevolgen van het overtreden van die wetten. Als overheid moet je bewustzijn creëren over misdaad en straf. De slotsom is: rechtvaardige samenlevingen hebben geen doodstraf nodig.

In de Verenigde Staten wordt een disproportioneel aantal zwarte mensen ter dood veroordeeld. Onderzoek toont aan dat discriminatie daar een hele grote rol in speelt. Ziet u een lijn in de bevolking van de dodencellen in Luzira Prison?

Susan Kigula: Ja, het zijn voornamelijk arme mensen. Zij kunnen zich geen fatsoenlijke vertegenwoordiging veroorloven.

Had u een advocaat?

Susan Kigula: Ik heb er niet zelf één kunnen kiezen. Als je geen geld hebt, krijg je iemand aangewezen door de regering – diezelfde regering die je vervolgt. Ik had wel wat spaargeld, maar gewoonlijk krijg je voor zogenaamde halsmisdaden ook een pro deo advocaat aangewezen. Die wordt betaald door de staat, maar het salaris is zo laag dat ze amper moeite doen. Ik zat in die situatie. Ik heb mijn advocaat niet gezien of gesproken tot op de dag van mijn proces. Daarbij las ze gewoon voor wat er in de politierapporten stond. In de praktijk heb ik nooit de mogelijkheid gekregen om mezelf te verantwoorden (Kigula werd veroordeeld op basis van een kroongetuigenis van haar driejarige stiefzoon, nvdj.). Dat is onrechtvaardig.

U bent inmiddels afgestudeerd als advocate. Hoe ziet u uw toekomst?

Susan Kigula: Ik wil mijn vooral focussen op twee lopende projecten. Ik ondersteun enerzijds de kinderen van gevangenen. Het zijn vooral deze kinderen die de onschuldige slachtoffers zijn van het onrechtvaardige systeem. Hun ouders zitten in de gevangenis – ze gaan dus niet naar school, zwerven wat rond, hebben dikwijls zelfs geen dak boven het hoofd. Zo beginnen ze het pad van de misdaad te bewandelen, en belanden ze zelf in de gevangenis. Het is een vicieuze cirkel. Daarom wil ik met mijn organisatie Sunny African Children hen bereiken op straat en in de dorpen. Niet alleen in Kampala, maar in het hele land.

‘Ik heb mijn advocaat niet gezien of gesproken tot op de dag van mijn proces.’

Daarnaast wil ik mijn werk blijven verderzetten met African Prison Projects, dezelfde organisatie die het mogelijk maakte dat ik kon studeren toen ik in de gevangenis zat. Met African Prison Projects willen we in de eerste plaats juridische bijstand toegankelijker maken. Daartoe leiden we sommige gevangenen op om hun medegevangenen bij te staan in zogenaamde ‘legale kamers’. Soms zit er bij die trainees zelfs personeel van de gevangenis bij.

Herinnert u zich nog het moment waarop u als vrije vrouw buiten stapte?

Susan Kigula: Het was één van de meest memorabele ervaringen uit mijn leven, één die ik voor altijd zal koesteren. Het was hevig aan het regenen. Maar een bewaker hield een paraplu boven mijn hoofd – kan je je dat voorstellen? Het is hoogst ongebruikelijk. Even later omhelsde ik mijn dochter als een vrije vrouw. Het viel mij op hoe hard de wereld veranderd was. We zaten in de auto en de bestuurder kreeg telefoon. Hij vroeg me of ik de telefoon kon beantwoorden, maar ik wist niet hoe je met die smartphones overweg moest. Even later zag ik de maan en de sterren voor de eerste keer in zestien jaar … Het was prachtig.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur