Een efficiënt en humaan drugsbeleid is mogelijk, zegt criminoloog Tom Decorte

‘Repressie en stoere taal zijn geen antwoord voor problematisch drugsgebruik’

© Brendan Smialowski / AFP

100 jaar na de invoering van de Belgische drugswet en 50 jaar na de start van een globale war on drugs is duidelijk dat een repressief beleid niét werkt, stelt criminoloog Tom Decorte. Maar om een andere koers te varen, is meer en betere politieke wil nodig. ‘De war on drugs is voor politie en justitie een manier om meer middelen en personeel te claimen.’

Op 24 februari was het honderd jaar geleden dat België de drugswet invoerde. Niet dat er veel te vieren viel. Met hun veelzeggende campagne Unhappy Birthday vragen de actiegroepen SMART on drugs en #STOP1921 de Belgische beleidsmakers om die wet volledig te herzien. Hij is een ‘overblijfsel uit een lang vervlogen tijd’, vinden de twee bewegingen, die burgers en drugshulpverleners verenigen.

Het is tijd voor een heel nieuw beleid, vinden ze: één waar preventie en een humanere aanpak centraal staan en drugsgebruik niet meer wordt bestraft. Want, zo klinkt het, ‘de doctrine van een drugsvrije wereld is een illusie die veel schade aanricht en vooruitgang tegenhoudt.’

‘Na honderd jaar weten we dat repressie niet werkt’, duidt hoogleraar Tom Decorte. Hij is criminoloog aan de Universiteit Gent en lid van SMART on Drugs. ‘De meeste drugs zijn zelfs aan een opmars bezig.’

Dat blijkt uit cijfers van het Belgische gezondheidsinstituut Sciensano. Het aantal 15- tot 64-jarigen dat cannabis gebruikte steeg van 10,7 naar 22,6 procent tussen 2001 en 2018. Tussen 2008 en 2018 steeg het percentage voor andere drugs van 3,9 naar 9 procent. En ondanks recordvangsten in onder meer de Antwerpse haven blijven drugs op de zwarte markt vlot beschikbaar.

© Tom Decorte

Criminoloog Tom Decorte: ‘Na honderd jaar Belgische drugswet weten we dat repressie niet werkt’

Het huidige beleid gaat er nog steeds van uit dat bestraffing drugsproblemen beheersbaar maakt en de volksgezondheid beschermt, vertelt Decorte. ‘Maar eigenlijk is dat niet zo. Door drugsgebruik te bestraffen, maken we de problemen alleen maar erger. Met een strafblad geven we iemand die al rondloopt met een rugzak van verslaving nog een extra handicap mee. Die wordt nooit meer uitgewist.’

De campagne Unhappy Birthday put uit een reeks globale voorbeelden van alternatieve beleidsmodellen voor de omgang met drugs. ‘Dat zijn landen die legaliseren of decriminaliseren en drugs nog steeds als een probleem van volksgezondheid beschouwen’, verduidelijkt Decorte. ‘Die hebben ingezien dat iemand met een probleem straffen écht niet helpt.’

In onder meer Uruguay en tal van Amerikaanse staten werd cannabis al gelegaliseerd. In Portugal werd jaren geleden álle drugsgebruik volledig gedecriminaliseerd, dat wil zeggen: uit het strafwetboek gehaald. ‘De filosofie van bestraffing is een huis dat steeds meer barsten vertoont. Je ziet dat steeds meer landen, ondanks internationale verdragen, cannabis toch legaliseren.’

Decorte verwijst daarmee onder andere naar bestaande VN-verdragen die stellen dat drugs verboden moeten zijn en waarbij de weg van bestraffing wordt gekozen. ‘De wereld is een laboratorium geworden voor experimenten met regulering. Vandaag is de internationale gemeenschap benieuwd hoe het loopt in landen die het anders proberen en wil men daar lessen uit trekken.’

Stoere taal of politieke moed

Volgens Decorte is het aan politici om politieke moed te tonen en een radicale omslag te maken in het beleid. ‘Na Portugal wil nu ook Noorwegen in Europa alle drugsgebruik decriminaliseren. Dat is baanbrekend. Ook België heeft een taskforce nodig die naar die voorbeelden kijkt. Er zijn zoveel experten in ons land die dagelijks met die problematiek geconfronteerd worden. Door die kennis bij elkaar te brengen kan je een plan uitdokteren dat goed in elkaar zit en consistent is.’

In 1997 was er al een parlementaire werkgroep in België, die tot de conclusie kwam dat niet repressie maar preventie het zwaartepunt moest worden van het drugsbeleid. ‘Maar de laatste tien jaar is er opnieuw een toename van repressie en stoere taal’, stelt Decorte vast.

‘De war on drugs is voor politie en justitie een manier om meer middelen en personeel te claimen. Dat is een riedeltje dat we al vijftig jaar horen. Het creëert alleen maar een wapenwedloop met het illegale circuit en biedt geen antwoord op problematisch drugsgebruik in de samenleving.’

In België was er sprake van een gedoogbeleid voor cannabisgebruik tussen 2003 en 2014. En sinds 2008 is er de Drugsbehandelingskamer in Gent (zie kader) waar gebruikers die criminele feiten plegen verplicht naar behandeling worden geleid. Kunnen we dan toch niet spreken van een zachtere aanpak in ons land?

Wat is de Drugsbehandelingskamer?

De Drugsbehandelingskamer werd in 2008 als proefproject in Gent opgericht. Een gespecialiseerde rechter volgt, in samenwerking met de drugshulpverlening de beklaagde op. Van hem of haar wordt verwacht dat die zich laat begeleiden om zijn of haar drugsprobleem op te lossen. De mate waarin iemand zich hier laat begeleiden en aan dat verslavingsprobleem wil werken, bepaalt nadien mee de strafmaat die de rechter zal opleggen voor drugsgerelateerde criminele feiten.

Ook binnen de Brugse rechtbank bestaat sinds 2015 een Drugsbehandelingskamer. Het project in Gent wordt ondersteund door het ministerie van Justitie. Voor Brugge werden geen extra middelen vrijgemaakt.

 

Decorte: Sinds 2000 zijn pogingen gedaan om meer gebruikers richting hulpverlening in plaats van gevangenisstraf te leiden. Maar het fundament blijft de strafwet, wat wil zeggen dat je als gebruiker pech kunt hebben en gestraft kunt worden.

Het argument van de drugsbehandelingskamers wordt vaker gebruikt. Maar weet dit: die zijn er niet overal in Vlaanderen, dus de aanpak hangt af van het arrondissement waar je gevat wordt. Bovendien handelen zij nog steeds volgens een filosofie van bestraffing: ‘Als jij niet doet wat wij zeggen, als je je niet laat behandelen, leggen we je een straf op’.

‘Iemand laten behandelen onder strafrechtelijke dwang werkt niet. “Ja meneer de juge, ik ga me laten behandelen”, zeggen ze dan.’

Onderzoek toont aan dat mensen op langere termijn draaideurcliënten worden in die drugsbehandelingskamers. Iemand laten behandelen onder strafrechtelijke dwang werkt niet. Dat zeggen behandelaars ook. Mensen gaan zich sociaal wenselijk gedragen: ‘Ja meneer de juge, ik ga me laten behandelen’, zeggen ze dan. Maar zonder intrinsieke motivatie werkt dat niet.

Bovendien, zeggen hulpverleners, komt dat juridische verhaal binnen hulpverlening er altijd weer tussen fietsen. Net op momenten dat iemand vooruitgang boekt, duiken de problemen met justitie weer op, vaak pas jaren na het verbaliseren van drugsgerelateerde feiten.

Het gaat hier dan over problematisch drugsgebruik. Wat doe je met niet-afhankelijke gebruikers?

Decorte: Daarvoor is geen maatschappelijke reactie nodig, of in ieder geval geen bestraffende. Het is vreemd dat we die redenering wel probleemloos toepassen op alcoholgebruik, maar niet op middelen die minder gevaarlijk zijn dan alcohol.

Bovenaan de lijst met roesmiddelen, wat betreft toxiciteit en risico op verslaving, staan altijd heroïne, cocaïne, nicotine en alcohol. Andere drugs, zoals ecstasy, amfetamines, marihuana en lsd staan lager. Maar onze drugswet maakt geen onderscheid tussen verschillende types drugs. Ze zijn ofwel legaal ofwel illegaal, en dat onderscheid heeft niets te maken met de objectieve gevaren van deze producten.

Escapisme

Ook in landen met een beleid dat drugs decriminaliseert, zoals Portugal, zijn alle drugs nog steeds illegaal. Wie drugs gebruikt of bezit wordt er niet meer strafrechtelijk vervolgd, maar krijgt administratieve sancties opgelegd, want het wordt maatschappelijk niet aanvaard. Dat levert ook kritiek op van organisaties zoals INPUD, een internationaal netwerk van mensen die drugs gebruiken. Want dat is nog steeds een vorm van bestraffing.

Decorte: Dat klopt. Maar we komen uit een tijdperk waarin iedereen vond dat drugs moesten worden verboden en bestraft via het strafrecht. Als je weet waar we vandaan komen, is een beleid als het Portugese een enorme vooruitgang.

Daarnaast valt nog altijd iets te zeggen voor administratieve sancties. Want drugsproblemen door verslaving raken niet alleen het individu, maar ook zijn omgeving en de bredere samenleving. Iemand met een afhankelijkheidsproblematiek kan andere vormen van criminaliteit gaan plegen om aan drugs te raken. Als het uit de hand loopt, is dat een maatschappelijk probleem en moet je als maatschappij manieren hebben om de onderliggende oorzaken aan te pakken.

‘Gebieden dat iemand moet stoppen met drinken, snuiven of spuiten is niet genoeg. Problematisch drugsgebruik is vaak een vorm van escapisme.’

Gebieden dat iemand moet stoppen met drinken, snuiven of spuiten is niet genoeg. Problematisch drugsgebruik is vaak een vorm van escapisme. Als iemand clean is, wordt hij opnieuw geconfronteerd met de problemen waar hij of zij voor vluchtte. Je moet dat als samenleving begrijpen.

De straffilosofie zegt: met een straf zullen ze het wel afleren. Maar drugsgebruik dat uit de hand loopt, is vaak slechts een symptoom van onderliggende trauma’s en individuele en maatschappelijke problemen. Daarvoor heb je in de eerste plaats hulpverlening nodig, ook als iemand op een gegeven moment mindert of stopt met gebruiken.

Hoe belangrijk is maatschappelijk begrip om dat in de praktijk te kunnen omzetten? In Portugal was het probleem van heroïnegebruik eind jaren ‘90 zo breed dat iedereen in direct contact kwam met de vernietigende impact ervan. Is die tastbaarheid van het probleem nodig?

Decorte: Dat is het cynische. Landen die het voortouw nemen en een radicale hervorming doorvoeren, zijn vaak landen die in een situatie waren terechtgekomen die compleet uit de hand liep. Dat was in Portugal 20 jaar geleden het geval. Het aantal overdosissen en hiv-besmettingen was er zo alarmerend hoog.

Zwitserland (dat als eerste een drugsgebruiksruimte inrichtte in 1986, red.) werd wereldberoemd met zijn parken waar honderden mensen open en bloot drugs gebruikten. Dan zegt iedereen plots: doe maar iets radicaal, want dit moet veranderen. In Frankfurt was er een open drugsscene in de stationsbuurt met verschrikkelijke toestanden. Zelfs de bankiers uit Frankfurt waren ineens bereid om de gebruiksruimtes mee te bekostigen, omdat ze de menselijke ellende uit het straatbeeld wilden.

Als de schrijnende aspecten van drugsproblemen de gewone burger beginnen te shockeren, is iedereen er plots wel voor gewonnen om propere spuiten te verdelen, gebruiksruimtes te installeren en allerlei initiatieven te nemen die anders te controversieel zijn.

Onzin

Wil dat zeggen dat het probleem in België niet zichtbaar genoeg is?

Decorte: Het probleem is er, maar we kennen geen open drugsscenes. De vraag naar gespecialiseerde behandelingen neemt alleen maar toe en er zijn enorme wachtlijsten. Vraag het aan eender welke gespecialiseerde drugshulpverlener en hij zal zeggen dat hij de toevloed niet aankan.

‘Vraag het aan eender welke gespecialiseerde drugshulpverlener en hij zal zeggen dat hij de toevloed niet aankan.’

Het cynische is: als er in Antwerpen nog meer granaten waren gevallen, eventueel met burgerslachtoffers, had dat misschien een momentum gecreëerd om te zeggen: ‘Jongens nu gaan we het radicaal anders doen’.

De politie kon onlangs die geëncrypteerde telefoons kraken tijdens Operatie Sky, waardoor een hoerastemming heerst. De illusie dat de georganiseerde criminelen aan het kortste eind zullen trekken, is weer even gevoed. Maar het is onzin. Het is een mooi succesje, één veldslag in een eindeloze oorlog. De coke blijft toekomen hoor.

Ook Marijs Geirnaert gaf in een afscheidsinterview naar aanleiding van haar pensioen als VAD-directeur, aan voorstander te zijn van een verschuiving van repressie naar preventie. Maar ze zei dat naast de war on drugs in Antwerpen — dat vaak de nadruk krijgt in berichtgeving en communicatie – ook meer middelen zijn vrijgemaakt voor zorg. Kan een strenge aanpak van handel en trafiek gepaard gaan met een goed uitgebouwde drugshulpverlening voor gebruik?

Decorte: Iemand zou eigenlijk nog eens de overheidsuitgaven inzake het drugsbeleid in kaart moeten brengen, zoals Brice De Ruyver in 2011 deed. Toen stelde hij vast dat 66 procent naar handhaving en veiligheid ging, 40 procent naar hulpverlening en slechts 3 procent naar preventie.

Met alle investeringen van de afgelopen 10 jaar in de Antwerpse war on drugs, wil ik wel eens weten hoe dat vandaag zit. Alle kosten opgeteld: de extra politieagenten en drugsmagistraten, de huiszoekingen, het aantal pv’s dat moest worden opgesteld, het opsluiten van mensen, de bearcats, … Dat  in vergelijking met de investeringen in hulpverlening en preventie, ik lach daar eens mee. Bovendien is elke politieagent die aan drugszaken werkt, een agent minder om zich met andere criminaliteit bezig te houden.

‘Je kan mij niet meer overtuigen met een “we doen ook aan hulpverlening” om die repressie te legitimeren.’

Je kan mij niet meer overtuigen met een ‘we doen ook aan hulpverlening’ om die repressie te legitimeren. Van de ene strategie is na 100 jaar bewezen dat die niét werkt, en zelfs contraproductief is, van de andere weten we dat het wél werkt.

Brugfunctie

En wat houdt dat in, dat beleid op basis van preventie en schadebeperking, dat dan wel werkt?

Decorte: Het is vertrekken vanuit de wetenschap dat mensen drugs gebruiken. In de eerste plaats moet je op een verstandige manier het gebruik ontraden, niet met een stigmatiserende vinger, maar met slimme interventies, zoals bij tabak de laatste jaren gebeurde.

Toch zullen mensen blijven gebruiken. Daarom moeten een aantal maatregelen worden genomen die de schade die uit dat gebruik voortvloeit beperken en zorgen dat gebruik zo veilig mogelijk verloopt.

Die initiatieven die op schadebeperking inzetten vormen in de praktijk ook een belangrijke brugfunctie. Want door de contacten die worden gevormd, worden mensen toegeleid naar hulpverlening.

In feite zijn spuitenruilprogramma’s er om zuivere naalden te verdelen zodat besmettingen met HIV of hepatitis worden voorkomen. Mensen gaan er heen, geven hun vuile spuiten af en krijgen er propere mee, that’s it. Maar omdat ze dagelijks over de vloer komen, leren de hulpverleners die gebruikers kennen en ontstaat een gesprek. Wanneer iemand klaar is om iets aan zijn afhankelijkheidsprobleem te doen, komt die sneller bij de hulpverlening terecht.

‘Gebruiksruimtes voorkomen duizenden dodelijke overdosissen, dat alleen is al een winst. Maar er wordt ook een band opgebouwd met gebruikers.’

Gebruiksruimtes zijn er in eerste instantie zodat mensen op een veilige manier, onder toezicht van verpleegkundigen, hun drugs kunnen injecteren. Die sites voorkomen duizenden dodelijke overdosissen, dat alleen is al een winst. Maar ook daar wordt een band opgebouwd met gebruikers, waardoor die op een bepaald moment naar drugshulpverlening kunnen worden toegeleid.

Een ander voorbeeld is piltesting op festivals waar een gebruiker drugs kan laten testen. Zo voorkomen we dat die bezwijkt aan een acute overdosis of intoxicatie omdat hij niet weet wat er in een pil zit. Het biedt kansen om het gesprek aan te gaan, te sensibiliseren en in te grijpen als iets uit de hand loopt. Zonder die initiatieven vallen er onnodig dodelijke slachtoffers, dat zijn altijd iemands kinderen natuurlijk.

Op basis van wat kan je zeggen dat dat beleid werkt? Welke aanwijzingen geven die internationale voorbeelden die er al zijn?

Decorte: Vele onderzoekers, onder meer van het Europees waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA), evalueerden wereldwijd schadebeperkende initiatieven en beleidsmodellen en kwamen altijd tot dezelfde conclusie: je kunt niet anders dan te zeggen dat het werkt, zowel op het vlak van het voorkomen van overdosissen als het begeleiden van mensen naar hulpverlening.

Critici of sceptici van decriminaliseringsmodellen zoals dat van Portugal zeiden aanvankelijk dat het drugsgebruik zou toenemen. Maar de statistieken spreken dat tegen. Wat belangrijk is, is dat het decriminaliseren van gebruik geflankeerd wordt door een aantal andere belangrijke maatregelen. Het is niet louter het gebruik uit het strafrecht halen, maar ook de gerichte investering in hulpverlening, het wegwerken van wachtlijsten etc.

Nog een veelgehoorde kritiek: gebruikers moeten ook binnen een beleid van decriminalisering nog altijd criminele netwerken opzoeken om drugs te vinden. Is legalisering of regulering dan een logische volgende stap?

Decorte: Cannabis trekt op dat vlak het debat voor alle andere drugs. Dat er nog meer landen cannabis gaan legaliseren, staat vast. En dat gaat hand in hand met andere ontwikkelingen, zoals het debat over de therapeutische toepassingen van illegale drugs dat door 50 jaar war on drugs tot stilstand was gekomen. We doen er niet meer flauw over dat cannabis ook medicinale toepassingen heeft. De volgende stap zijn de psychedelica. We zien ook daar een revival van wetenschappelijk onderzoek.

Daar probeer ik ook op in te spelen met vragen over legalisering cannabis of decriminalisering. We kunnen een heleboel fouten vermijden en bovendien lessen trekken uit het verleden met tabak en alcohol, zoals geen reclame, geen sponsoring, geen full blown commercialisering. We kunnen nu dus al veel lessen trekken over wat we al regulerend zouden kunnen aanpakken.De legalisering of regulering van cannabis toont hoe complex dat verhaal is. Bij de Amerikaanse staten die cannabis het meest recent legaliseerden (New Mexico, New York en Virginia in 2021), zie je dat ze bij de regulering rekening hielden met een heleboel zaken waar de early adopters (Colorado, Washington en Vermont in 2012 en 2013) nog niet goed over hadden nagedacht.

Maar daarvoor heb je een of andere werkgroep nodig die de internationale voorbeelden bekijkt en experten op het terrein bevraagt, weg van de schijnwerpers van de media en de waan van de dag. En politici die ervoor kiezen niet mee te gaan in een opbod van stoerheid voor electoraal gewin.

Maak je je zorgen over je eigen drugsconsumptie of die van naasten? Met vragen over o.a. drank, drugs kan je terecht bij de Druglijn op www.druglijn.be (mail/chat) of telefonisch via 078 15 10 20 (ma-vr, 10-20 uur). Op de website vind je ook informatie, een eerste advies of adressen voor hulp en preventie indien nodig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Webcoördinator

    Charis coördineert MO.be. Ze heeft een master Geschiedenis (UA) en Conflict & Development (Ugent) en studeert Arabisch in avondschool.