Dossier: 

Touria Aziz: ‘Discriminatie blijft zich reproduceren en wordt zelfs complexer met de generaties’

Aanslagen veranderen niet alles, maar toch veel. De allochtoon is moslim geworden, de crimineel een terrorist. Het beleid spreekt niet langer over integratie maar over deradicalisering. De jongeren van Molenbeek zijn, zoals de rest van de samenleving, slachtoffers van de aanslagen, maar ze zijn ook “daders”. Hoe gaan ze met deze situatie om? Is het mogelijk om uit het puin iets stevigs op te bouwen? Is het mogelijk om van dit drama een nieuw verhaal te maken? 

  • © Dieter Telemans Touria Aziz: ‘Discriminatie verdwijnt niet met de tijd, het probleem blijft zich reproduceren en wordt zelfs complexer met de generaties.’ © Dieter Telemans
  • © Dieter Telemans Touria Aziz: ‘Het is altijd dezelfde boodschap: eigenlijk ben jij, als moslim, hier nog altijd niet thuis. Oké, je bent hier al, maar je behoort tot de slechten in deze samenleving.’ © Dieter Telemans

Touria Aziz, dochter van Brussel, meertalig en jarenlang betrokken geweest bij het jeugdwelzijnswerk in Molenbeek, maakt de balans op. Nee, ze is niet optimistisch, ondanks de talloze initiatieven die vanuit de wijken komen. Want de reflexen blijven zich herhalen.

Hoe hebben de jongeren van Molenbeek het nieuws ontvangen, hoe zijn ze ermee omgegaan?
Touria Aziz: Heel moeilijk. Dubbel zo moeilijk als de rest. De daders komen uit hun wijk en niemand spaart hen, de politici noch de media. Het schuldgevoel zit er bij hen ook diep ingebakken. Tegelijk hebben ze heel sterk het gevoel dat ze nogmaals aan hun lot worden overgelaten. Zo heb ik het ook persoonlijk ervaren. Je hebt het nieuws pas, je bent nog in shock en op hetzelfde moment voel je dat je je moet verontschuldigen. Ik heb echt het gevoel dat ik zelfs geen recht heb gehad om te rouwen. Ik moest wakker blijven, meteen reageren en ervoor zorgen dat het niet erger wordt. En dat geldt ook voor de jongeren in Molenbeek. Ze waren direct, dezelfde dag, argumenten aan het geven in de stijl van: maar we zijn niet allemaal zo en blablabla…

Na de aanslagen werden er sterke uitspraken gedaan. Wat was het effect daarvan op de jongeren?
Touria Aziz:
Destructief. Het is altijd dezelfde boodschap. Eigenlijk ben jij, als allochtoon, als moslim, hier nog altijd niet thuis. Oké, je bent hier al, maar je behoort tot de slechten in deze samenleving. Dat is zo en dat blijft zo, ongeacht de generatie waartoe je behoort. Er was natuurlijk de bewering van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, die zei dat moslims gedanst hebben na de aanslagen. Maar er was ook de komst van hooligans naar Brussel. Ik begrijp wel dat ook zij willen rouwen en dat ook zij hun steun aan de slachtoffers willen betuigen. Maar als een extreem rechtse organisatie mobiliseert en naar Molenbeek trekt, welk effect heeft dat op de jongeren daar? Hoe moet je dat allemaal beleven als jonge gast van twaalf of dertien jaar? Maar ook dat is niet nieuw.

‘Discriminatie verdwijnt niet met de tijd, het probleem blijft zich reproduceren en wordt zelfs complexer met de generaties.’

Wat bedoelt u precies?
Touria Aziz:
Wel, hetzelfde heeft zich voorgedaan vorig jaar naar aanleiding van de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs. Ik werkte toen nog bij Jeugdhuis Centrum West in Molenbeek en we hadden een project waarbij we één keer per maand een bezoek brachten aan een bejaardentehuis in de wijk. Op een van die zaterdagen gingen we spreken over Marokko. Ik weet nog hoe een jongen van dertien, heel bleek, naar mij toekwam en zei: ‘We hebben iets fouts gedaan. Wij hebben de brochures met foto’s van moskeeën laten zien. Eigenlijk mogen we ze niet tonen.’ Hij was echt bang. ‘Je mag die wel tonen’, zei ik toen. Achteraf hoorde ik dat veel jongeren erover in zaten en aan alles wat verband hield met de islam heel snel voorbij zijn gegaan.

Vaak wordt er gezegd dat de actualiteit van het Midden-Oosten een voedingsbodem is voor veel frustraties bij moslimjongeren. In hoeverre zijn ze daarmee bezig?
Touria Aziz:
Je moet je wel niet veel voorstellen bij de analytische capaciteiten van de jongeren. Hun kennis is heel beperkt. Als ik met hen bijvoorbeeld over Palestina praat, dan gaat hun argumentatie niet vanuit kennis van de conflictsituatie als dusdanig maar eerder vanuit de visie dat de Palestijnen straffeloos worden onderdrukt. Ze identificeren zich ook met hen. Het is dat gevoel van onrechtvaardigheid dat bij hen verontwaardiging opwekt. Ze zien zichzelf ook voor een stuk als Palestijnen.

Ze voelen zich gediscrimineerd, nochtans zijn er heel veel mogelijkheden. Waarom worden de mogelijkheden die er zijn niet aangegrepen?
Toura Aziz:
Natuurlijk zijn er mogelijkheden, maar niet voor onze jongeren. Er zijn gezinnen in Molenbeek die alles op alles zetten voor hun kinderen, dat is waar. Maar de jongeren die bij ons terechtkomen, behoren tot gezinnen in precaire situaties. En zo zijn er veel in wijken als Molenbeek. Je hebt bijvoorbeeld een vader die ziek is, een moeder die poetsvrouw is. Ze komt moe naar huis. Er moet nog gekookt worden, er zijn facturen die moeten betaald worden, en dan is er gewoon geen ruimt meer om naar het kind te luisteren. Er zijn ook heel veel echtscheidingen en er zijn veel gezinnen waarin de ouders nog wel samen zijn, omdat de situatie te precair is om uit elkaar te gaan, maar die elkaar het leven zuur maken en emotionele chantage plegen met hun kinderen. Dat helpt allemaal niet om je als kind goed te voelen.

Is dat niet een probleem dat zich meer bij nieuwkomers voordoet?
Touria Aziz:
De tijd die je hier bent bespaart je het contact met discriminatie of met gesloten deuren niet. Dat is een probleem dat zich blijft reproduceren. De problemen worden zelfs complexer met de generaties. Er zijn meisjes bijvoorbeeld die hier geboren zijn en waarvan minstens één van de ouders hier geboren is en die er eigenlijk op achteruitgaan. Ze plooien zich terug en leggen zich beperkingen op. Er zijn er die niet verder willen studeren uit angst om geen partner te vinden. Want ze hebben al een aantal voorbeelden gezien van vrouwen van de oudere generatie die het wel geprobeerd hebben en die op hun gezicht gevallen zijn, die alleen zijn, die hun kinderen alleen moeten opvoeden, enz.

‘Het is altijd dezelfde boodschap: eigenlijk ben jij, als moslim, hier nog altijd niet thuis. Oké, je bent hier al, maar je behoort tot de slechten in deze samenleving.’

Wiens verantwoordelijkheid is dit? Wie kan er iets aan doen?
Touria Aziz:
Iedereen is op één of andere manier verantwoordelijk, denk ik. Want als je kansen krijgt, als je een normaal schooltraject kunt hebben, dan zou dat een manier zijn om dat rolpatroon te doorbreken. Maar diegenen over wie ik het heb, ik zelf ook, hebben allemaal beroepsonderwijs gevolgd. Het is niet gemakkelijk om daar uit te komen. Zelfs voor een beroep moet je een niveau hebben dat hoger is dan het niveau van de vuilnisbakscholen die er zijn. Sorry dat ik ze zo noem. Het heeft ook geen zin om te zeggen dat het de schuld is van de ouders. Ja, en dan? Laten we dat dan zo?

De aanslagen en wat daarna volgde hebben een destructief effect op jongeren, zegt u. Hoe pakt u dat als jeugdwerker aan?
Touria Aziz:
Volgens mij zijn er twee dingen waaraan voldaan moet worden. Dat is jaren mijn persoonlijke strijd geweest, waarvoor ik jammer genoeg geen draagvlak heb gevonden. Het gaat om de kwestie van de geschiedenis en de identiteitskwestie. Jongeren zouden om te beginnen de migratiegeschiedenis moeten kennen. Ze moeten weten waar ze vandaan komen, waarom hun ouders naar hier zijn gekomen, in welke context dat is gebeurd. Ze moeten ook de geschiedenis van België kennen. Begrijpen welke strijd zich hier heeft afgespeeld, de communautaire strijd, de secularisering, de context waarin dat allemaal heeft plaats gevonden… Er is niet één geschiedenis, zeg ik hun altijd. En als ze je dan proberen te pakken op je rol van de slechte moslim in de geschiedenis van de mensheid, als je over de nodige informatie beschikt, kun je je verdedigen. Je kunt tegenargumenteren en discussiëren.

De tweede grote vraag draait ook om identiteit, maar dan als persoon. Wie ben ik? Wat zijn mijn talenten? Wat doe ik graag? Onderwijs doet dit niet genoeg. Als je tot de middenklasse behoort, gaan je ouders, je familie je helpen bij je oriëntatie. Maar voor jongeren die tot de kwetsbare groepen behoren is er niemand die hen nog graag ziet.

© Dieter Telemans

Touria Aziz: ‘Het is altijd dezelfde boodschap: eigenlijk ben jij, als moslim, hier nog altijd niet thuis. Oké, je bent hier al, maar je behoort tot de slechten in deze samenleving.’

U zegt dat u nooit bent ondersteund in deze aanpak, hoe komt dat?
Touria Aziz:
Het is niet dat er geen beleid is. Sinds de rellen van 1997 in Kuregem is er veel geld gegaan naar het jeugdwelzijnswerk. Maar dat beleid gaf geen kader. Het beleid gaf geld om jongeren van de straat te houden. Daar kwam het op neer. Er was nog geen visie over hoe je het onderwijs kunt ondersteunen, hoe je de ouders kunt inschakelen. Dat zijn zaken die zich pas de laatste jaren hebben ontwikkeld. Vaak gaat het in de sector om de inzet van enkele individuen en niet van de hele groep. Hetzelfde doet zich voor in het onderwijs. Je zult wel een leerkracht hebben die zich extra inzet, maar omdat de rest vaak niet volgt, blijft het effect daarvan heel erg beperkt.

Er is gewoon geen openheid om het beleid ter discussie te stellen. Er is geen ruimte om de lessen geschiedenis open te trekken. De Afrikaanse gemeenschappen in Brussel en in Vlaanderen vechten al jaren om de geschiedenisboeken te herzien, zonder resultaat. Het verandert niet zomaar. Er is een weerstand. Men wil de dingen laten zoals ze zijn, hoewel kleine aanpassingen al een hele opluchting kunnen zijn.

‘Veel Molenbekenaars willen laten zien dat de situatie niet zo erg is als men denkt. Ik vind dat eigenlijk geen goede evolutie. Want het is wél erg en niet alleen in Molenbeek.’

Gemeenten als Molenbeek hebben de laatste jaren een middenklasse aangetrokken, heeft dat geleid tot bijvoorbeeld gemengde scholen?
Touria Aziz:
Was dat maar zo. Gentrificatie heeft segregatie niet tegengehouden. Wat gebeurt er? Ouders uit de witte middenklasse vormen groepen van tien tot vijftien kinderen en doen de inschrijving samen. In een school binnenbreken, noemen ze dat. Ze zijn meestal hoog opgeleid en heel actief, waardoor ze meer beslissingsrecht naar zich toe trekken dan de tweehonderd andere ouders. Zo heb ik gezien dat ze er op een school in geslaagd zijn om een klas volledig wit te maken. Ik begrijp dat, je wilt het beste voor je kind en dat is allemaal menselijk. Maar aan de andere kant, waar zijn we mee bezig? Er is slechts één soort kind en er zou één soort school moeten zijn. Scholen zouden gemengd moeten zijn en kinderen zouden gelijke kansen moeten krijgen.

Hoe ziet u de situatie evolueren?
Touria Aziz:
Veel Molenbekenaars zijn bezig met het imago van hun wijk. Ze willen laten zien dat de situatie niet zo erg is als men denkt. Ik vind dat eigenlijk geen goede evolutie. Want het is wél erg en niet alleen in Molenbeek. Er werd een buikdans georganiseerd op het gemeenteplein als antwoord op de uitspraken van minister Jambon en om te laten zien dat er convivialiteit is in de wijk. Maar ik vind dat eigenlijk belachelijk en het gaat niets veranderen. Het is ook niet nieuw. Het is begonnen na de aanslag op Charlie Hebdo met de slogan ‘Je suis 1080’. Werken aan het imago van de wijk is niet de oplossing.

Aan de andere kant zie ik meer en meer mensen uit België vertrekken. Er zijn ook veel mensen die zichzelf organiseren, buiten de structuren om, jammer genoeg. Waar vroeger het activisme gericht was op het land van herkomst wordt er nu gefocust op België en op de toekomst van de kinderen hier. Maar veel van deze initiatieven zullen op een dood spoor belanden, want ze blijven in de marge. Ze worden nooit opgenomen in de reguliere structuren. De jongeren die al die initiatieven opzetten zullen weer frustraties opbouwen in die nieuwe soorten trajecten.

En de oplossing, volgens u?
Touria Aziz:
Wat mij een sprankeltje hoop geeft is het feit dat er een aantal intellectuelen zijn die hun blik aan het verruimen zijn. Mensen zoals David Van Reybroeck en journalist Rudi Vranckx zorgen voor diepgaande analyses. Ze herhalen niet dat simplistische verhaal van ‘Het is allemaal hun schuld, klaar’. En ik hoop dat de nieuwe inzichten tot nieuwe praktijken leiden. Want zolang niet elke partij haar deel van de verantwoordelijkheid aanvaardt, kan er niet gewerkt worden aan oplossingen.

Dit interview verscheen in het zomernummer van MO*magazine. Een abonnement op het magazine kost slechts 20 euro en kan je hier bestellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur