Van Overtveldt: ‘België schonk sinds 2008 meer dan miljard euro aan Wereldbank’

Deze week neemt minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) in Washington deel aan de Lentevergadering van de Wereldbank. Als voogdijminister is hij de politieke verantwoordelijke voor het Belgische Wereldbank-beleid. MO* vroeg Van Overtveldt welke positie België inneemt tijdens heikele discussies achter gesloten deuren, waar over het lot van miljoenen mensen wereldwijd wordt beslist.

Begin 2015 publiceerde het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) een artikel over schrijnende toestanden in Ethiopië: inheemsen waren gewelddadig van hun land verdreven in een campagne van gedwongen uitzettingen. Die overheidscampagne bleek operationeel gelinkt aan een project gefinancierd door de Wereldbank, aldus een rapport van haar eigen interne Inspectiepanel.

© Belga / Nicolas Maeterlinck

Minister Van Overtveldt: ‘Ontwikkelingslanden willen doorgaans minder strikte regels.’

Het Ethiopië-artikel was slechts de voorbode van meer onthullingen over wantoestanden, zo blijkt vandaag. Volgt de Belgische overheid die kritische berichtgeving?

Van Overtveldt: Ja. We volgen ook de klachten op die bij het Inspectiepanel van de Wereldbank worden ingediend, net als de rapporten die daarna komen. Doorgaans krijgen we ook informatie aangereikt van een aantal internationale ngo’s. Dan volgt een bespreking met medewerkers van de Wereldbank.

CC BY NC SA 2.0 Joe Athialy

Klachten bij het Inspectiepanel van de Wereldbank worden dan weer besproken tijdens samenkomsten van de raad van bestuur, die het dagelijkse beheer superviseert.

In die bestuursraad, die uit kiesgroepen bestaat, heeft België best wel invloed. Ons land is voorzitter van een eigen kiesgroep en levert met Frans Godts een van de 25 bestuurders van de Wereldbank.

Van Overtveldt: Mijnheer Godts, de Belgische Executive Director, vertegenwoordigt niet alleen België, maar nog negen andere landen. Van al die hoofdsteden kan hij input krijgen over de thema’s die in de bestuursraad behandeld worden –dus niet alleen vanuit Brussel. Het is zijn taak om, samen met zijn team, die verschillende elementen tot een coherent standpunt te verwerken.

Soms moet binnen de kiesgroep onderhandeld worden om tot een consensus te komen. Denk aan discussies over de stijging van de intrest op leningen. Zo’n stijging is immers in het nadeel van landen als Turkije, Kosovo en Wit-Rusland (eveneens leden van de Belgische kiesgroep, nvdr). Mijnheer Godts leidt die besprekingen en tracht via overleg tot een consensus te komen.

Hoe wordt iemand in zo’n belangrijke functie vanuit België aangestuurd?

‘Het beheer van de Wereldbank is de bevoegdheid van Financiën.’

Van Overtveldt: Op mijn kabinet volgt een adviseur met ervaring in de internationale financiële instellingen het dossier van de Wereldbank op, en bij de FOD Financiën zijn twee ambtenaren hierin gespecialiseerd. Die laatsten beslissen aan de hand van de Belgische beleidsprioriteiten en de agenda van de bestuursraad van de Wereldbank voor welke onderwerpen opmerkingen of instructies naar het kiesgroepkantoor in Washington worden gestuurd.

Voor sommige belangrijke materies wordt door het kiesgroepkantoor feedback gevraagd. Bovendien is er geregeld telefonisch en elektronisch overleg tussen Brussel en Washington.

De specialisten die binnen de FOD Financiën het Wereldbank-dossier opvolgen, staan dus in veelvuldig contact met ons kiesgroepkantoor bij de Wereldbank. Voor belangrijke thema’s maken ze een meer formeel, schriftelijk standpunt over. Dat standpunt toetsen we doorgaans af met de administratie Ontwikkelingssamenwerking.

Financiën versus Ontwikkelingssamenwerking

© Belga / Eric Lalmand

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo op bezoek bij de VN in New York.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD) spreekt zaterdag in Washington het Ontwikkelingscomité van de Wereldbank toe. Hoe verdelen Financiën en Ontwikkelingssamenwerking de taken rond deze belangrijke internationale instelling?

Van Overtveldt: Het beheer van de Wereldbank is de bevoegdheid van Financiën. Dat neemt niet weg dat we regelmatig overleggen met Ontwikkelingssamenwerking. Onze administratie Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden heeft vaste overlegmomenten met de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking: trimestrieel én in ieder geval in de aanloop naar de Lente- en Jaarvergaderingen van de Wereldbank.

Naast die vaste overlegmomenten is er veelvuldig informeel contact tussen de ambtenaren in beide departementen die de dossiers behandelen. Ook om de begroting op te stellen en uit te voeren, is overleg nodig. Het doel van al die gesprekken is vermijden dat er tegenspraak zou ontstaan tussen de acties die Financiën en Ontwikkelingssamenwerking ondernemen. Dat doen we door standpunten, visies en knowhow uit te wisselen.  

De Wereldbank is uw bevoegdheid maar toch gaan de Belgische bijdragen aan de Wereldbank niet af van uw budget, maar van dat van Ontwikkelingssamenwerking. Hoe komt dat?

Van Overtveldt: Dat vindt zijn oorsprong in de jaren negentig. Toen destijds bespaard moest worden in de begrotingskredieten werd overeengekomen – om een vermindering van de budgetten bij Ontwikkelingssamenwerking te vermijden – dat een overeenkomstig bedrag zou worden gesnoeid op de begroting van Financiën.

In ruil daarvoor zouden de Belgische bijdragen aan de IDA [International Development Association; de Wereldbank-arm die goedkope leningen toekent aan de armste landen, nvdr] gedragen worden door de begroting Ontwikkelingssamenwerking.

Wat eigenlijk bedoeld was als tijdelijke regeling, bleef daarna behouden. In 2001 is de situatie reglementair verankerd en werd duidelijkheid geschapen over de inhoudelijke bevoegdheidsverdeling: enkel de minister van Financiën is bevoegd om het beheer van de Wereldbank –en andere ontwikkelingsbanken– waar te nemen.

© Belga / Saul Loeb

Heet hangijzer

Hoeveel financiële steun heeft België de afgelopen tien jaar gegeven aan de Wereldbank? En voor wat is dat geld precies gebruikt?

‘In de periode 2008-2016 maakt België in totaal 1,178 miljard euro over aan de Wereldbank.’

Van Overtveldt: In de eerste plaats is België aandeelhouder van de Wereldbank: we bezitten 1,62 procent van de aandelen van de bank. Doorheen de jaren hebben we ook aan verschillende kapitaalsverhogingen deelgenomen. De totale bijdrage die intussen effectief door België is uitbetaald, bedraagt  240,6 miljoen dollar. Daarin is ook de kapitaalsverhoging van 61 miljoen dollar inbegrepen die in de periode 2012-2016 moet uitbetaald worden.

Ten tweede levert België ook financiële bijdragen aan de reeds vermelde IDA [de financieringspoot voor arme landen, nvdr]. In de periode 2008-2016 heeft België in totaal 1,178 miljard euro aan de IDA overgemaakt. Voor de periode 2014-2016 gaat het om 416 miljoen euro.

Al die middelen maken deel uit van de financieringsbasis van de activiteiten die de Wereldbankgroep uitwerkt in het kader van haar mandaat: ontwikkeling en het terugdringen van armoede.

© Kristof Clerix

September 2014. Voor de Wereldbank in Brussel voeren ngo’s actie voor betere safeguards.

Een actueel heet hangijzer is de discussie over de herziening van de zogenaamde safeguards, de interne controlemechanismen van de Wereldbank die schadelijke gevolgen van bankprojecten voor mens en milieu moeten identificeren.

Van Overtveldt: Dat klopt. Tot begin maart 2015 konden we feedback geven op de eerste draftversie van de herziene safeguards. In de loop van juni verwachten we dat de Wereldbank een aangepast voorstel zal bespreken.

Hoe liggen de kaarten internationaal? Welke landen willen strengere safeguards, en dus betere bescherming? Welke niet?

‘De ontwikkelingslanden willen doorgaans minder strikte regels.’

Van Overtveldt: De ontwikkelingslanden willen doorgaans minder strikte regels. Ze willen eigen landensystemen gebruiken, en minder vooraf opgelegde studies uitvoeren. Door sommige landen worden die studies als onnodige vertraging en bijkomende kost beschouwd. 

De ontwikkelingslanden zijn wel bezorgd over het feit dat overheden zelf meer verantwoordelijkheid krijgen [om te controleren of gefinancierde projecten aan alle normen voldoen, nvdr]. Daar moet de nodige capaciteitsopbouw tegenover staan.

Sommige ontwikkelingslanden willen niet alle arbeidsnormen in het nieuwe voorstel opnemen, aangezien dit kan ingaan tegen hun eigen wetgeving. Een aantal landen wil dan weer een alternatieve optie voor de norm inzake inheemse volkeren.

En welke positie nemen de andere landen in? 

Van Overtveldt: De meeste andere landen zijn voorzichtig positief over een aantal voorstellen –bijvoorbeeld het opnemen van de arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie, de nadruk op sociale integratie en niet-discriminatie… Deze groep landen –waar overigens België toe behoort– benadrukt ook dat er meer aandacht en middelen moeten uitgaan naar capaciteitsopbouw en supervisie.

Ook wil die groep landen dat alle arbeidsnormen in het safeguards-beleidskader opgenomen worden, en dat er geen alternatieve benadering inzake inheemse volkeren mag voorgesteld worden. Sommige landen willen een sterkere nadruk op mensenrechten, klimaat en biodiversiteit.

Kan u het Belgische standpunt over de herziening van de safeguards uitgebreid toelichten?

Van Overtveldt: Aangezien de onderhandelingen over de safeguards nog aan de gang zijn, kunnen we op dit moment enkel verwijzen naar de publieke statements die België daarover in 2012, 2013 en 2014 heeft gemaakt in het kader van het Ontwikkelingscomité en de Jaarvergaderingen van de Wereldbank. [Tijdens de Jaarvergadering van 2012 sprak toenmalig minister van Financiën Steven Van Ackere zich uit tegen een uitholling van de safeguards, nvdr].

CC BY NC ND 2.0 Arvid Bring

Confidentialiteitsregels

Het Belgische standpunt blijft dus nog geheim. Welke bestuursdocumenten die een inzicht geven in het Belgische Wereldbank-beleid kan Financiën dan wel vrijgeven – gelet op de Wet op de Openbaarheid van Bestuur?

‘Sommige landen willen een sterkere nadruk op mensenrechten, klimaat en biodiversiteit.’

Van Overtveldt: Het vrijgeven aan het grote publiek van Belgische position papers, nota’s, correspondentie en dergelijke valt niet onder die Wet op de Openbaarheid van Bestuur, omdat de vrijgave de federale internationale betrekkingen in het gedrang zou kunnen brengen.

Hetzelfde geldt voor de stellingnames en de rapporten van het kiesgroepkantoor. Daarenboven moet voor deze documenten ook rekening gehouden worden met de rechten, belangen en regels van de andere kiesgroeplanden. 

Bovendien bepalen de confidentialiteitsregels van de Wereldbank dat de inhoud van bestuursraad-discussies –en dus ook de officiële positie van onze kiesgroep– niet mag vrijgegeven worden. Bij bepaalde vergaderingen wordt wel een samenvatting van de vergadering gepubliceerd.

Een parlementaire resolutie van 2007 stelt dat de minister van Financiën elk jaar op 30 juni een verslag aan het parlement moet voorleggen over de Wereldbank. Gebeurt dat eigenlijk wel?

Van Overtveldt: Een resolutie houdt geen verplichting in. In het verleden rapporteerde de regering aan het parlement over de verwezenlijking van de Millennium Ontwikkelingsdoelen. In het kader daarvan werd ook gerapporteerd over het Belgische beleid in de Wereldbank.

Rapporten indienen bij het parlement biedt echter geen garantie op een goede informatiedoorstroming. Wat volgens mij wel nuttig kan zijn, is dat de bevoegde parlementaire commissie jaarlijks onze vertegenwoordiger in de bestuursraad van de Wereldbank zou uitnodigen voor een gesprek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift