‘Waarom ben je activiste? Kan je geen gewone moeder zijn?’

Interview

Activisme heeft een prijs, dat weet de Bengalese schrijfster Supriti Dhar

‘Waarom ben je activiste? Kan je geen gewone moeder zijn?’

‘Waarom ben je activiste? Kan je geen gewone moeder zijn?’
‘Waarom ben je activiste? Kan je geen gewone moeder zijn?’

Schrijfster Supriti Dhar kan niet meer terug naar haar thuisland Bangladesh, waar religieus extremisme steeds meer voet aan de grond krijgt. Een verhaal over polarisering, politieke corruptie en een vluchtroute richting Europa, maar bovenal over haar zoektocht als journaliste, activiste en moeder.

© PEN Vlaanderen

Supriti Dhar: ‘Door mijn activisme moest ik Bangladesh verlaten.’

© PEN Vlaanderen

Schrijfster Supriti Dhar kan niet meer terug naar haar thuisland Bangladesh, waar religieus extremisme steeds meer voet aan de grond krijgt. Vanuit Zweden zet ze zich verder in voor al wie, net als zij, angst heeft om vervolgd te worden. Een verhaal over polarisering, politieke corruptie en een vluchtroute richting Europa, maar bovenal over haar zoektocht als journaliste, vrouwenrechtenactiviste en moeder.

‘Heb jij een goede band met je moeder?’ Het is het eerste wat Supriti Dhar (53) mij vraagt zodra we neerzitten in een boekencafé aan de Gentse Vrijdagsmarkt.

Dhar is journaliste, activiste en oprichtster van de populaire blog Women Chapter in Bangladesh. Daarmee geeft ze stemmen van Bengalese vrouwen, die (net zoals bij ons) te weinig aan bod komen in mainstream media, een forum. Hun verhalen zijn te lezen in het Bangla en het Engels.

Vanuit Zweden werkt Dhar nu aan een internationale tak van haar organisatie, Women Chapter International. Ze belandde in Norrköping, een stad in de buurt van Stockholm, op uitnodiging van International Cities of Refuge Network (ICORN). Het is een netwerk van “vluchtsteden” die vervolgde schrijvers en kunstenaars onderdak bieden.

Op het moment dat we elkaar ontmoeten, verblijft ze twee maanden in Antwerpen op uitnodiging van PEN Vlaanderen. Die Vlaamse auteursvereniging strijdt voor vrije meningsuiting en nodigt regelmatig ICORN-sprekers in ons land uit.

Wars van verantwoordelijkheid

Op de vraag of ze in Antwerpen, haar tijdelijke thuis, of in “mijn” Gent wil afspreken, kiest Dhar resoluut voor het tweede. ‘Ik ontdek graag nieuwe plekken. Ik heb PEN Vlaanderen al gevraagd om mij nog een tweede keer uit te nodigen. Reizen doe ik zo graag. Ik zou het meer willen doen.’

Hoe graag illustreert ze met een frappant voorbeeld. Ze wil geen dier meer in huis halen in Zweden, hoewel ze een echte kattenvrouw blijkt te zijn. In de hoop meer te kunnen reizen. ‘Ik wil vrij zijn, relaxed, alle verantwoordelijkheden laten varen’, herhaalt Dhar meermaals doorheen het interview.

Over welke verantwoordelijkheden ze het heeft, behalve die voor een huisdier, specifieert ze niet. Maar haar schuldgevoelens ten opzichte van haar dochter (30) en zoon (25) borrelen meermaals op. Ook die wonen niet meer in Bangladesh.

Haar zoon studeert in Pune, een stad in India op enkele uren van Mumbai, India. Haar dochter neemt momenteel enkele vakken op in Rotterdam en verblijft op amper een uur van Antwerpen. In de tijd dat Dhar in België is, zag ze haar dochter maar een keer. ‘Moeder-dochterrelaties liggen altijd lastig. Vader-dochterrelaties zijn blijkbaar anders, maar ik zou het niet weten. Ik ben alleenstaande moeder.’

Haar andere verantwoordelijkheid, die van activiste en schrijfster, zit diep vanbinnen. Het is een verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van haar medemens.

Jarenlang was ze aan de slag als journaliste, bij Bengalese kranten en tv-stations en zelfs als BBC-correspondente. De verhalen over onrecht, corruptie en geweld die haar reportages overheersten, maakten haar steeds kwader. Daardoor werd ze meer dan een toeschouwer. Ze kan niet anders dan activistisch zijn, vertelt Dhar.

‘Ik ben altijd vocaal geweest, als kind ook al. Al die gevoelens moeten eruit. Zo begon mijn activisme. Het dwong mij er uiteindelijk toe mijn land te verlaten. Ook mijn zoon verwijt mij dat. Hij zegt dat ik hem achtergelaten heb. In zekere zin klopt dat: hij heeft vijf maanden alleen gewoond in Dhaka vooraleer hij in Pune kon studeren. Wat hij niet begrijpt, nog niet, is dat ik geen keuze had. “Dan had je maar geen activiste moeten zijn, maar een gewone moeder.” Maar dat kan ik niet.’

Van journaliste naar activiste

Urenlang praten we tussen de tweedehandsboeken, de koffie, limonade en poffertjes (dat kent ze nog van haar bezoek aan Nederland) over haar traject van journaliste naar activiste. ‘Nooit ben ik aanvaard als beroepsjournalist, ook niet voor mijn activisme’, vertelt Dhar. De vereniging voor journalisten van Bangladesh liet haar niet toetreden als lid. ‘Weet je waarom? Omdat ik geen partij wou trekken. Hoe ironisch!’

‘Ik ben nooit aanvaard als beroepsjournalist, net omdat ik geen partij wou trekken. Hoe ironisch.’

De journalistenvereniging, legt Dhar uit, is erg politiek. Ofwel ben je onderdeel van een bepaalde groepering, ofwel hoor je nergens bij. ‘Ik was juist argwanend voor elke politieke partij. Volgens de overheid (geleid door de Awami League van premier Sheikh Hasina, red.) was ik tegen de meerderheidspartij Awami League, terwijl dat net de partij is waar ik in theorie het meest bij aanleun. Ik was niet tegen hun politiek, ik was kritisch. Maar dat mocht blijkbaar niet.’ Net daartegen wil Dhar opkomen in haar teksten.

Er begon een campagne om haar “uit te wissen”, zo verwoordt Dhar het. ‘Als vrouw in Zuid-Azië wordt van je verwacht dat je in de pas loopt. Dat ik alleenstaande moeder was heeft altijd moeilijk gelegen.’

Ook bij haar eerste journalistieke jobs, vertelt ze. ‘Ik moest mijn redactie overtuigen dat ik meer aankon dan enkel bureauwerk, dat ik naar buiten wilde. Kon ik dat wel, met mijn twee kinderen? Natuurlijk! Ik heb moeten trekken en sleuren om op te klimmen. Uiteindelijk vergrootte ik mijn netwerk en kon ik aan de slag voor BBC Radio, tot afgunst van mijn collega’s. En dan werd ik een eerste keer ontslagen.’

Veel keuze had het televisiestation waar ze toen werkte niet, geeft Dhar toe. Het was 2011 en werd het prille begin van haar leven als activiste. Dat is een roeping die niet verenigbaar is met een journalistiek beroep, dus stopte ze ook voor de BBC met freelancen, zij het pas in 2016.

De eerste campagne waar ze aan bijdroeg, had als thema ‘het recht op een natuurlijke dood’. ‘Als je je mond opendoet, zoals ik, loop je het risico om “uitgewist” te worden. Je kan verdwijnen. Of vermoord worden. De aanleiding van de campagne was de plotse dood van twee vrienden, een bekende filmregisseur en een journalist. Zij stierven in een auto-ongeluk, maar er was duidelijk meer aan de hand. Ik werd er razend van. Hoe kan het dat mensen zo moeten sterven?’

Het stopte niet bij één protest over één thema. ‘Herinner je de berichtgeving over al die verkrachtingen in India? Daar is internationaal heel erg ontzet op gereageerd. Ik besefte meteen: dit gebeurt ook in Bangladesh, dagelijks zelf. Ook wij moeten op straat komen, vond ik, om deze situatie aan te klagen.’

© PEN Vlaanderen

Supriti Dhar: ‘Weet je nog die berichten over verkrachtingen in India? Dat gebeurt ook in Bangladesh. Ook wij moeten op straat komen, vond ik, om deze situatie aan te klagen.’

© PEN Vlaanderen

Hoofddoek als teken aan de wand

Het bekendste is Dhar voor haar protest tegen het patriarchale systeem en de religieuze extremisten die vrouwen aan de haard willen houden. ‘Op een extremistisch pamflet las ik eens dat wij, vrouwen, gewoon binnen moesten blijven. Daar ging mijn bloed van koken.’

Ondanks kritische stemmen zoals Dhar wint het religieus fundamentalisme aan kracht in Bangladesh. Ik vertel dat ik in 2014 en 2018 in het land was. ‘Heb je het verschil gezien?’, vraagt ze me. En of ik dat zag.

Voor academisch onderzoek onderzocht ik in 2014 migratiepatronen van Bangladesh naar Europa en welke identiteit de tweede generatie migranten het meest na aan het hart ligt. Dat bleek religie te zijn. In Londen, waar ik mijn onderzoek deed, droegen de meeste Britse Bangladeshi vrouwen tot mijn verbazing een hoofddoek. Iets wat ik niet had zien aankomen nadat ik datzelfde jaar in Bangladesh amper (misschien zelfs geen?) hoofddoek zag.

‘Ik zie geen toekomst. De politiek is niet bezig met thema’s zoals extremisme. Ze denken enkel aan winst. Het hele parlement zit vol zakenlui, zoals textielmagnaten.’

‘Bangladesh is altijd een seculier land geweest’, zegt Dhar, die zelf hindoe is. ‘Een islamitisch land weliswaar, maar met veel religieuze vrijheid. In 2018 heb je vast gemerkt dat veel meer vrouwen ook in Bangladesh zelf een hoofddoek droegen.’

Het is volgens Dhar een teken aan de wand, die daarmee geen waardeoordeel wil vellen over het al dan niet dragen van een hijab. ‘De maatschappij is steeds religieuzer geworden, steeds extremistischer ook. De islamitische partij Jamaat-e-Islami is niet aan de macht, maar wint wel aan belang. Ik kan me niet voorstellen dat zij aan het roer zouden komen van mijn land.’

‘Eigenlijk,’ zegt Dhar plots, ‘ben ik het zat om hierover te praten. Ik zie geen toekomst. De politiek is niet bezig met thema’s zoals extremisme. Ze denken enkel aan winst. Het hele parlement zit vol zakenlui, zoals textielmagnaten. Premier Sheikh Hasina is hun marionet. Ik zie de politieke situatie in Bangladesh niet snel verbeteren, integendeel’.

Doodsangsten

Door de opkomst van extremistisch gedachtengoed is ook de polarisering aangezwengeld. ‘Ofwel ben je pro-islam, ofwel tegen. Zo zwart-wit is het’, aldus Dhar.

Die polarisering gaat hand in hand met geweld. Heel wat schrijvers in Bangladesh vrezen voor hun leven. In de media verschijnen af en toe berichten over moorden op “atheïstische bloggers”, zoals de slachtoffers worden omschreven.

De eerste keer gebeurde dat in 2016. Ik ken de krantenkoppen, was geschrokken door zoveel bruut geweld, maar had nog nooit stilgestaan bij die problematische verwoording. ‘Het feit dat de nadruk op “atheïstisch” gelegd wordt, toont hoezeer dat een twistpunt is. Het bevestigt het wij-zij-denken.’

Ik vraag aan Dhar of ze ook bevriend was met een van de slachtoffers. Ze knikt. ‘Ik kende ze allemaal. En lang heb ik gedacht dat ik de volgende zou zijn.’

‘Lang heb ik gedacht dat ik de volgende zou zijn.’

Dhar beschrijft hoe ze altijd haar licht in haar appartement aanliet, zelfs als ze niet thuis was of ging slapen. Ze had constant het gevoel dat ze in de gaten gehouden werd, achtervolgd werd. Een keer stond ze doodsangsten uit. Ze was op weg naar haar appartement, op de zesde verdieping van een flatgebouw zonder lift. Op de trap werd ze achtervolgd, ze was er zeker van. Ze bonsde op de deur, hoorde haar katten krijsen. Haar zoon liet haar binnen. ‘Op dat moment wist ik zeker dat we weg moesten uit dit land.’

Daarom gaat haar zoon nu naar school in India. Daarom had Dhar haar dochter, die ook in Pune gestudeerd had, op het hart gedrukt om niet meer terug te keren naar Bangladesh.

Een beslissing die Dhar niet in dank is afgenomen. Op sociale media wordt ze verketterd en bedreigd. De Bengalese politie sleepte haar voor het gerecht. Ze klagen haar aan omdat ze zaken zou geschreven hebben die andermans (religieuze) gevoelens zouden kwetsen. ‘Enkel omdat ik kritisch ben voor een maatschappij waarin meer vrouwen een hijab dragen, denken veel mensen dat ik antihijab ben’, had Dhar eerder verteld. ‘Terwijl dat niet zo is.’

En zij is niet de enige die aangeklaagd wordt. Haar dochter, die officieel de positie van hoofdredacteur bekleedt bij de Engelstalige sectie van Women Chapter, maakt deel uit van de klacht. ‘Daarom ligt onze relatie zo moeilijk’, geeft Dhar finaal toe. ‘Ze heeft het gevoel dat ik haar veel afgenomen heb, dat ze door mij niet meer terug kan naar Bangladesh.’

Het is zwaar om dat te beseffen als ouder, vindt ze. ‘Maar tegelijk zie ik hoe goed ze het nu heeft in Nederland, hoezeer ze een nieuw leven opbouwt, weg van de polarisering in Bangladesh.’

Trauma over de generaties heen

Met Women Chapter International (WCI), een nieuwe, internationale tak van haar platform, hoopt Dhar nog veel meer vrouwen en meisjes te ondersteunen. Ze reisde onlangs naar Kosovo en hoorde ook daar verhalen over verkrachtingen en doodsangsten. Een thema dat ze nu verder wil uitspitten met WCI, op basis van die ervaringen, is transgenerationeel trauma.

‘Ik vraag mij af wat mijn kinderen zullen meedragen van mijn strijd en nu, van deze aanklacht.’

‘Mijn vader is omgekomen in de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh, in 1971. Dat draag ik nog in mij mee. Tegelijk vraag ik mij af wat mijn kinderen zullen meedragen van mijn strijd en nu, van deze aanklacht.’

Haar dochter is ook strijdvaardig, daar is Dhar zeker van. Toen #MeToo ook in Bangladesh opkwam, was haar dochter de eerste die op de barricaden sprong. ‘Ze maakte veel mee. Zij is betast door iemand die ik binnengelaten had in ons gezin, waarvan ik dacht dat hij een vriend was. Vreselijk om te horen als moeder.’

We eten de poffertjes op en wandelen bij valavond langs het graffitisteegje en de al even fotogenieke Graslei in Gent. Het afscheid is hartelijk, alsof Dhar zich ook naar mij toe opstelt als moederfiguur. ‘Ik ben van plan om nog eens langs te gaan bij mijn dochter voor ik terugga naar Zweden’, beslist Dhar voor ze de trein terug naar Antwerpen neemt. ‘Ik ben je moeder, laat mij binnen, ik wil je zien. Hopelijk lukt het.’