Pijnlijke realiteit in binnenstad

‘We hebben in Gent een Marshallplan voor sociale huisvesting nodig’

Ferdinand Feys (CC BY-NC-ND 2.0)

Gentje

Eind 2017 viel het doek voor honderden krakers in Gent. Een federale kraakwet en een lokaal Actieplan tegen Kraken zorgen er nu voor dat kraken gecriminaliseerd en vlugger aangepakt kan worden.

Na een paar pijnlijke kraakscenario’s in de Gentse binnenstad, werd in de Kamer steeds luider voor een verdergaande wetgeving gepleit die kraken moest criminaliseren. Onder leiding van Kamerlid Egbert Lachaert van Open VLD kraaide de meerderheid victorie toen op 5 oktober 2017 de Kraakwet werd gestemd.

Structureel huisvestingsprobleem

De federale Kraakwet is gebouwd op twee pijlers: eerst en vooral moet het kraken strafbaar maken. Vroeger was enkel het binnendringen van andermans woonst vervolgbaar, nu is dat ook het geval met het bezetten ervan.

Daarnaast moet het de procedures tot uitzetting versnellen. Voordien was het de Vrederechter die de uitzetting moest bevelen, nu kan de politie dat al op korte termijn doen na een klacht bij het parket.

Stad Gent kon die negatieve stemmingmakerij niet aan zich laten voorbij gaan. Op 16 november 2017 presenteerde het schepencollege haar Actieplan tegen Kraken, die vooral duidelijk moest maken dat het ook voor een progressieve coalitie menens was met de Kraakwet. Het stadsbestuur windt er dan ook geen doekjes om: ‘de woning van elke Gentenaar moet beschermd worden, dat staat buiten kijf’.

Maar waar moeten al die uitgezette krakers dan naartoe? Die vraag vormde de insteek voor onze driedelige podcast Niemandsland: over Gentenaars zonder woning. Met tot nu toe slechts een paar toepassingen van de nieuwe wet in Gent, kunnen we moeilijk al van een rechtstreeks verband spreken tussen een repressief krakersbeleid en stijgende dakloosheid.

Maar de stemmen van dakloze kinderen en uitgezette krakers die we in de podcast te horen krijgen, smeken om antwoorden op wat duidelijk een bredere huisvestingsproblematiek is in de stad van de Stroppendragers.

Wie anders dan Sven Taeldeman, Gents Schepen voor Stadsontwikkeling, Ruimtelijke Planning en Wonen (sp.a), kan hen van antwoord dienen? ‘Laat een ding duidelijk zijn: ik wil hier niet gezegd hebben dat de uitdagingen op onze woningmarkt een op een aan dat kraken gelinkt zijn. Ik geef het grif toe: qua huisvesting zitten we hier met een structureel probleem.’

© Sven Taeldeman

 

Druk op het laagste segment

Waar zit dat probleem volgens u?

Sven Taeldeman: Heel wat mensen hebben het moeilijker dan ooit tevoren om een degelijke, conforme woning te vinden. Mensen met een bescheiden inkomen, een vervangingsinkomen of helemaal geen inkomen hebben moeilijkheden om iets betaalbaars te vinden. Als ze dan toch een stek vinden, is het meestal een slechte woning - vaak voer voor onbewoonbaarverklaring - met alle bijhorende gevaren voor gezondheid en veiligheid. 

Bovendien zijn er de voorbije vijftien jaar 30.000 Gentenaars bij gekomen. Die zijn allemaal meer dan welkom, maar we willen ook dat ze een woonst vinden.

Niet allemaal Oost-Europeanen, neem ik aan?

‘We een echte huurstad: terwijl het Vlaamse gemiddelde 30 procent is, zitten we hier met een op de twee Gentenaars die huren’

Sven Taeldeman: Tuurlijk niet, er worden gelukkig ook nog mensen geboren in Gent! De studentenpopulatie neemt toe, we zijn allemaal blijven hangen. En heel graag, hé! Maar daarbovenop zitten we nog eens met gezinsverdunning, waarbij steeds meer mensen alleen komen te staan. Ten slotte zijn we een echte huurstad: terwijl het Vlaamse gemiddelde 30 procent is, zitten we hier met een op de twee Gentenaars die huren.

De vraag is dus gestegen en het aanbod is beperkt gebleven. Dan gaan de huurprijzen omhoog, de kost van het wonen op zich met een basispakket aan voorzieningen is hoger dan ooit en daarbovenop komt nog eens dat ook het leven zelf duurder is geworden. Zo komt er natuurlijk een enorme druk op dat laagste segment.

Hoe kan u daar vanuit het lokale beleid iets aan veranderen?

Sven Taeldeman: Met een mix van maatregelen proberen we hen wat ademruimte te geven, weliswaar binnen de grenzen van wat een gemeente kan doen. Bij projecten waar aan stadsvernieuwing en –ontwikkeling wordt gedaan, zoals bijvoorbeeld de Oude Dokken of Tondelier, is het zo dat we de huisvestingsmaatschappij verplichten om 20 procent sociale woningen en 20 procent budgetkoopwoningen te voorzien.

Kunnen jullie zulke maatregelen zomaar opleggen?

Sven Taeldeman: In onze eigen grondposities wel, bij private eigenaars niet meer. Tot 2014 hadden we daar nog een decretale stok achter de deur, met het Vlaams decreet Grond- en Pandenbeleid. Daarin stond dat elke ontwikkelaar, privaat of overheid, verplicht was een sociale last van 20 procent op te nemen in zijn projecten.

Dimitris Kamaras (CC BY 2.0)

Gent

Vastgoedlobby wint

Waarom is dat weggevallen?

Sven Taeldeman: Een lobbygroep vanuit de vastgoedsector heeft dat aangevochten en gewonnen. Nu kunnen we enkel proberen te onderhandelen met private ontwikkelaars.

Heeft u dan op vlak van sociale woningbouw een versnelling geplaatst?

Sven Taeldeman: Kijk, qua sociale huisvesting zitten we inderdaad niet in een groeiverhaal. We zijn in onze stad immers aan de grootste renovatiebeweging sinds de Tweede Wereldoorlog bezig. Er gaat enorm veel energie naar de renovatie van bestaande sociale woningen.

Waarom geen nieuwe bouwen? Wel, we moeten de mensen die er al wonen ook een kwaliteitsvolle woonst bieden! Dus daar wordt nu op ingezet, om die woningen die 50 tot 60 jaar geleden gebouwd zijn te gaan renoveren of te vervangen.

Zo zal de wachtlijst van 11.000 mensen moeilijk weggewerkt kunnen worden. Waarom wordt er niet meer geïnvesteerd om die achterstand in te halen?

Sven Taeldeman: Zo simpel is het niet hoor. De huisvestingsmaatschappijen, in het bijzonder Woningent waarvan de stad hoofdaandeelhouder is, halen hun inkomsten uit huur. Maar zij hebben onder hun huurders de allerarmsten en kleinste inkomens. Die kunnen slechts de laagste huurprijs betalen.

Zo ga je van 700 euro al gauw naar 200. Als je veel huurders hebt van die categorie, dan zie je je terugbetalingstermijn van 40 naar 70 jaar gaan. Daarom zijn er onvoldoende middelen om aan nieuwbouw te doen. Vlaanderen voorziet wel renteloze of negatieve leningen, maar dat brengt maar weinig soelaas voor die huisvestingsmaatschappijen.

VISITFLANDERS (CC BY-NC-ND 2.0)

STAM museum Gent

Taskforce op korte termijn

Kan het stadsbestuur niet gaan aankloppen bij de Vlaamse regering?

Sven Taeldeman: Nee. Er moet echt een betere financiering komen van stedelijke sociale huisvestingsmaatschappijen, ook vanuit Vlaanderen. Net omdat die met het meest inkomenszwakke doelpubliek te maken krijgen. Hun inkomsten zijn structureel laag. We zouden eigenlijk een soort Marshallplan moeten hebben voor sociale huisvesting. Maar dan moeten er structureel meer middelen komen uit Vlaanderen om die sociale huisvesting echt kansen te geven.

U bent dus met de handen gebonden.

Sven Taeldeman: Wij proberen vanuit het stadsbestuur te doen wat we kunnen. Deze legislatuur hebben we als lokale overheid 15 miljoen euro geïnvesteerd in de huisvestingsmaatschappijen die actief zijn op Gents grondgebied, waarvan 10 miljoen in Woningent. Dat is ongezien!

‘De bedoeling is dat alle spelers die in Gent op de woningmarkt actief zijn te laten zoeken naar een aanbodverruiming op het onderste segment van de woningmarkt’

Daarnaast heb ik deze zomer ook een Taskforce wonen opgericht, net vanuit die stijgende noodzaak. De bedoeling is om alle spelers die in Gent op de woningmarkt actief zijn samen te laten zoeken naar een aanbodverruiming op het onderste segment van de woningmarkt.

Dat zijn dan de huisvestingsmaatschappijen, het middenveld, maar ook, en daar heb ik sterk op aangedrongen, de private sector. We moeten dat soort bondgenootschappen smeden om uit deze impasse te geraken.

De Taskforce werkt enkel op korte termijn dan, gezien uw beperkte budget voor structurele oplossingen?

Sven Taeldeman: Ja, enerzijds wel. Zo moet het zorgen voor een betere nachtopvang en oplossingen zoeken voor dagopvang tijdens de winter. Het Warme Winterinitiatief is daar een onderdeel van. Anderzijds moeten er ook op middellange termijn oplossingen gezocht worden.

Neem bijvoorbeeld onze renovatiebeweging. Stel, je wil een blok met 50 appartementen renoveren. Het meest economische is dat in een keer te doen. Je moet dan wel 25 gezinnen op een ander plaats gaan huisvesten, liefst in de buurt. In het leeghalen van zo’n appartementsgebouw kruipt natuurlijk gigantisch veel tijd. Het loopt al gauw op tot een paar jaar.

Die appartementen die intussen leegstaan, kunnen we dan eventueel op korte termijn inschakelen. We hebben nu zo’n project Inzet Leegstand Sociale Huisvesting ingezet. Om maar een voorbeeld te geven van hoe we overal waar we kunnen ademruimte trachten te voorzien.

Dimitris Kamaras (CC BY 2.0)

Gent

Langdurige leegstand

Er blijken ook nog zo’n 340 woningen leeg te staan in Gent.

Sven Taeldeman: Laat me daar heel duidelijk over zijn: langdurige leegstand kan niet getolereerd worden. We hebben de aandacht voor leegstand aanpakken verhoogd. Er zullen betere en meer controles gebeuren.

Deze legislatuur hebben we ook de leegstandsheffingen verdubbeld, die ontraden nu veel sterker. Er komt een meldpunt leegstand en een leegstandscoach. Zo wil ik tot tot een meer proactieve aanpak komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift