20 jaar Voedselteams: ‘We willen geen drammerige organisatie met het vingertje zijn’

Voedselteams VZW, de pioniersorganisatie rond lokale producten in België, bestaat twintig jaar en dat vieren ze dit weekend. Gert Engelen, medeoprichter en voorzitter van Voedselteams vertelt over de ambities en de uitdagingen waarvoor ze staan na twintig jaar lokale producten bij de consument brengen.

  •  © Voedselteams VZW © Voedselteams VZW
  •  © Gert Engelen Gert Engelen © Gert Engelen
  •  © Voedselteams VZW © Voedselteams VZW

In 1996, lang voor lokaal geproduceerd voedsel hip was, werd Voedselteams vzw opgericht door de samenwerking van Vredeseilanden, Wervel en Elcker-ik Leuven. 20 jaar later is de vzw nog altijd een van de belangrijkste spelers in de korte-keten in Vlaanderen.

Vanuit welke problematiek is Voedselteams twintig jaar geleden opgericht?

Gert Engelen: We wilden een eerlijke verloning voor de boeren in België en duurzame producten aanbieden. De inspiratie hiervoor haalden we in Japan, bij de Seikatsu-club. Toen er in Japan een vergiftigingsschandaal in de visindustrie was, zijn Japanse huisvrouwen zelf rechtstreeks op zoek gegaan naar boeren en leveranciers die voor hen betrouwbaar waren. Dat is tot een heel systeem uitgegroeid.

De voorbije twintig jaar zijn er wereldwijd vele gelijkaardige initiatieven ontstaan die een rechtstreekse connectie tussen boeren en consumenten, of groepen van consumenten maken. Zelfplukboerderijen of grotere coöperaties, zoals Voedselteams. Wij waren bij de eersten om die trend mee in gang te zetten.

Wat is de korte keten?
Het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid omschrijft het als volgt: De korte keten is een duurzaam afzetsysteem waarbij een rechtstreekse relatie bestaat tussen de producent en de consument. In de korte keten verkoopt de producent rechtstreeks aan de consument. Volgende kanalen zijn mogelijk binnen de korte keten: hoevewinkel, boerenmarkten, automaten, zelfoogst en zelfpluktuinen, CSA, groenteabonnementen of vleespakketten, voedselteams, enz.
Een vaste definitie is er niet, wel een aantal basisprincipes:
Relatie producent – consument: de land- of tuinbouwer verkoopt rechtstreeks aan de consument.
Beperkt aantal schakels in de keten: het product wordt niet verdeeld via de grootdistributie of de voedselverwerkende industrie.
Zeggenschap: de producent bepaalt zelf de prijs, de productiemethode en het aanbod. Zo krijg je een eerlijk product voor een eerlijke prijs.
Lokaal karakter: plaatselijk geteelde producten worden lokaal verkocht.
Contact met de landbouw: de consument herontdekt de landbouw via de korte keten.
(bron: http://lv.vlaanderen.be/nl/landbouwbeleid/korte-keten)
Met welke ambitie zijn jullie aan het project begonnen? Wat wilden jullie bereiken?

Gert Engelen: In het begin hadden we geen uitgesproken ambitie. Omdat het zo nieuw was, moesten we ons concentreren op het vinden van een formule die werkbaar was. We konden nog totaal geen inschatting maken van wat het bereik zou kunnen zijn, maar wilden vooral aantonen dat het mogelijk is om via de korten keten voedsel te leveren en zo de problematiek onder de aandacht te brengen.

Het is nodig om een correcte prijs te betalen aan de boeren en het is nodig om te werken aan duurzaamheid. Dat kan je doen door terug die band van vertrouwen tussen boer en consument aan te halen.

Wat hebben jullie geleerd in die twintig jaar? Wat werkt er wel, wat niet? Zijn jullie in jullie beginopzet geslaagd?

Gert Engelen: Het blijkt heel moeilijk om mensen te mobiliseren om actief een rol of taak op te nemen, hen meer te laten doen dan gewoon te consumeren. We zijn als burgers blijkbaar ontzettend verwend, verwachten dat alles op een vrij gemakkelijke manier tot bij ons thuis komt. Met voedselteams hebben we in de loop der jaren vastgesteld dat we het de mensen heel gemakkelijk moeten maken, omdat het anders niet werkt.

Het is niet voldoende om aan te tonen dat het werkt omdat je na een paar jaar een afzetmarkt hebt gecreëerd voor een behoorlijk aantal landbouwers, Daar stopt het niet. Het is niet de bedoeling dat het symbolisch blijft. Vandaag willen we een betekenisvolle speler zijn in het landschap van de landbouwvoeding. We willen, naast een symbolische, ook een sociale en economische betekenis hebben in Vlaanderen.

Sinds jullie in 1996 zijn begonnen zijn er een aantal gelijkaardige initiatieven, zoals groenteabonnementen, bijgekomen die zich ook met de korte keten bezighouden. Werken jullie samen aan het zelfde doel?

‘We konden nog totaal geen inschatting maken van wat het bereik zou kunnen zijn, maar wilden vooral aantonen dat het mogelijk is om via de korten keten voedsel te leveren.’

Gert Engelen: We hebben de voorbije jaren heel ernstig de mogelijkheid bekeken om met andere initiatieven zoals Fermet of Boeren&buren samen te werken. Dat is niet gelukt, omdat er te grote verschillen waren in aanpak. Voorlopig doen we het alleen.

Er zijn ook andere, heel commerciële spelers, zoals HelloFresh. Daar hebben we niets mee. Hoe meer initiatieven in die korte keten, hoe beter natuurlijk. Nu zijn ook Amazon en Google begonnen met inzetten op verse voeding. Amazon heeft in Boston een gigantisch distributiecentrum neergezet. Je kan nu 95.000 producten online bij Amazon kopen. Dat zijn verse groenten en fruit, zuivel en vlees, enzovoort. Er zit natuurlijk veel meer bij dan voeding. Dat heeft natuurlijk niets meer te maken met de basiswaarden waar voedselteams voorstaat. Dat is een puur commercieel initiatief.

Voedselteams is nog erg verschillend in de zin dat wij een heel nauwe band hebben met de boeren waar we mee werken. De boeren zetten zelf hun prijs, met de bedoeling dat ze daar een degelijk inkomen aan kunnen overhouden. De boeren zijn ook lid van onze raad van bestuur en algemene vergadering. Wij ontwikkelen ons model verder op maat en ritme van de boeren zelf, met hen.

‘Wij ontwikkelen ons model verder op maat en ritme van de boeren zelf, met hen.’

Een ander groot verschil is dat voedselteams een sociale beweging is. Er is niet mis met een commercieel initiatief, maar wij hebben ook als ambitie, om de maatschappelijke gevoeligheid voor landbouw, voeding en duurzaamheid mee vorm te geven. We proberen die onder de aandacht te brengen door allerlei activiteiten te ontplooien. Niet alleen de typische activiteiten, zoals films en koken en debatjes, maar zoeken naar eigentijdse invullingen.

Is de markt voor dit soort initiatieven niet eerder beperkt? Is er nog ruimte voor voedselteams om te groeien?

Gert Engelen: Het klopt dat de markt voor niche-initiatieven beperkt is tot ongeveer vijftien procent van de bevolking. Tegelijkertijd is heel de landbouw-voedselmarkt volop in beweging. Door online inkopen, door initiatieven van de bestaande distributeurs die meer inspelen op duurzaamheid en nabijheid. Colruyt bijvoorbeeld met Cru, Carrefour met lokale producten van boeren in de winkel, Delhaize heeft zijn initiatieven,… Iedereen is daar op aan het inzetten.

Er zijn in Vlaanderen ongeveer 1200 producenten die rechtstreeks aan de consument verkopen. In 2013 hadden deze een gezamenlijke omzet van 95 miljoen euro.
Op dit moment werkt Voedselteams met ongeveer 180 boeren en een 20-tal wereldwinkels. Deze leveren aan 4700 gezinnen die samen 180 voedselteams vormen.

Voedselteams staat voor de uitdaging om ons model aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk te houden, zodat we niet beperkt blijven tot die niche, maar een breder publiek kunnen bereiken. Nu doen de mensen die echt overtuigd zijn de moeite om zich aan te sluiten. De bedoeling is dat dit in de toekomst allemaal veel vlotter kan verlopen.

Hoe groot is het enthousiasme binnen de landbouw zelf voor dit soort projecten?

Gert Engelen: Voor de boeren is het cruciaal dat ze een goed inkomen halen uit de verkoop van hun producten. Dat is iets waar de boeren in het systeem van de zelfpluktuinen of de CSA-boerderijen (Community Supported Agriculture), ontzettend sterk staan. Zij hebben een gegarandeerd inkomen door hun klanten.

Voedselteams zitten daar een beetje tussenin. Sommige boeren halen maar een relatief klein deel van hun omzet via voedselteams. Voor boeren, die een groter deel van hun omzet via Voedselteams halen, biedt dat perspectieven voor een degelijk inkomen. Als we er in slagen dat perspectief in de toekomst blijven hard maken, is dat iets waar de landbouwwereld zeer positief tegenover staat.

Het is natuurlijk een andere manier van landbouw bedrijven dan de meeste bedrijven, omdat je meer op maat van individuele klanten moet werken. Vandaag is dat niet mogelijk voor de grote akkerbouwers bijvoorbeeld, of de boeren die enkel in bulk, grote hoeveelheden van een of twee producten afleveren. Je werkt met boeren die de mogelijkheid hebben om een assortiment samen te stellen of die dat samen kunnen doen met andere boeren.

Er is bijvoorbeeld een coöperatieve van een aantal veeboeren in het Hageland die samenwerken om het volledige assortiment van vlees te kunnen aanbieden. Voor een boer is het moeilijk om tegelijkertijd schapen en varkens, koeien, kippen enzovoort te houden. Die boeren hebben samen wel het volledige aanbod.

Wat is jullie definitie van duurzaamheid? Beperkt zich dat tot lokale voeding?

Gert Engelen: Het is niet omdat voeding lokaal wordt verhandeld dat het per se duurzamer is. Het is mogelijk om voeding van de andere kant van de wereld op een duurzamere manier tot bij de klant brengt dan dat het lokaal wordt geproduceerd. Meestal is het niet zo, maar het kan wel. Lokaal kopen betekent echter ook verbondenheid met de producent, met de manier waarop voedsel wordt geteeld. Het betekent een versterking van de lokale economie, een betere inbedding van het voedingssysteem in het sociale weefsel. Het gaat over een bredere problematiek dan over een handelsgegeven of een ecologische voetafdruk.

Seizoensgebonden producten kopen hoort ook bij die duurzaamheid. Ik weet niet of het in alle teams zo is, maar in het onze is er enkel een seizoensaanbod verkrijgbaar, op vraag van de mensen in het team. Het aanbod is kleiner, maar seizoensgebonden. Werkt dit ook op grotere schaal? Je hebt toch efficiënte systemen nodig om een steeds groeiende wereldbevolking te voeden?

Gert Engelen: Die efficiëntie is zeker nodig, maar je moet een evenwicht vinden. Je moet niet altijd alles lokaal kopen. Er is geen probleem dat er ook voeding geëxporteerd wordt. Vlaanderen heeft heel veel telers van Conference-peren. Ik heb er geen probleem mee dat die in Rusland of ergens anders gegeten worden. Maar zo veel mogelijk lokaal kopen is de beste leuze.

Hoe ziet de toekomst voor Voedselteams er uit?

Gert Engelen: We moeten nog een tandje bijsteken om voedselteams aantrekkelijker te maken.. Dat heeft met zichtbaarheid en gebruiksgemak te maken. De instapdrempel moet lager Mensen moeten niet de indruk hebben dat dit enkel iets is voor de freaks, maar dat het heel gemakkelijk en plezant is om bij een voedselteam te zijn.

Door bij een voedselteam te zijn word je meegezogen in die problematiek van seizoensgebonden producten, lokale en duurzame voeding, zonder dat we dat er moeten in drammen. We willen helemaal geen drammerige organisatie met het vingertje zijn.

Voedselteams VZW viert op zaterdag 24 september zijn twintigjarig bestaan in het kasteel van Poeke. Meer info: www.voedselteams.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift