Geert Bourgeois: ‘Windmolens maken voortaan deel uit van het Vlaamse landschap’

MO* sprak uitgebreid met Vlaams minister-president Bourgeois over het buitenlands beleid van Vlaanderen in al zijn dimensies. In dit tweede deel praten we over hoe Vlaanderen aan duurzame ontwikkeling werkt. ‘We zullen een serieus tandje bij moeten steken’

Ontwikkelingssamenwerking maakt deel uit van het gezicht dat Vlaanderen aan de buitenwereld toont. De officiële ontwikkelingshulp – Official Development Aid of te ODA in het jargon – bedroeg vorig jaar 55 miljoen euro. Ruim de helft daarvan gaat naar zogenaamde Zuidwerking waarin Zuid-Afrika, Mozambique en Malawi met het leeuwendeel gaan lopen. In de Noordwerking ontvangt het Tropisch Instituut voor Geneeskunde meer dan 13 miljoen euro.

Klimaatbeleid is een belangrijke vorm van internationale solidariteit geworden

Steeds belangrijker voor dat buitenland wordt evenwel de mate waarin we zelf duurzaam ontwikkelen. Anno 2016 is het voeren van een krachtig klimaatbeleid een zeer belangrijke vorm van internationale solidariteit geworden. Die gedachte duurzame ontwikkeling een opdracht is voor alle landen zit ook diep ingebakken in de duurzame ontwikkelingsdoelen, de SDG’s. Het interview maakt duidelijk dat Vlaanderen nog moet uitwerken hoe ze die vorm gaan geven. We beginnen dit gesprek bij de traditionele ontwikkelingshulp.

Volgens het Vlaamse ODA-rapport daalde de Vlaamse begroting Ontwikkelingssamenwerking (OS) met 10 procent tussen 2013 en 2015. Is dat een statement?

Nee, onze officiële ontwikkelingshulp daalde met twee procent. Dat is zeker geen statement. Vlaanderen moest twee miljard euro besparen op een budget dat in hoofdzaak een loonbudget is. Dat was onze grootste besparing ooit en ODA heeft daar licht onder geleden.

Toch daalde de begroting OS met tien procent terwijl de ODA inderdaad minder daalde. Een groot deel van de verklaring is dat er meer klimaatgeld wordt ingebracht, waardoor de begroting OS fors kan dalen terwijl ODA weinig daalt. Staat het niet in de sterren geschreven dat OS in groeiende mate klimaatsteun zal worden?

Geert Bourgeois: Het staat in de sterren geschreven dat ontwikkelingssteun zijn doel zal missen indien geen rekening wordt gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. De ontwikkelingsproblematiek kan dus niet meer geïsoleerd worden aangepakt, zonder rekening te houden met de effecten van klimaatverandering in het Zuiden.

Het staat ook vast dat een deel van de Vlaamse bijdrage aan internationale klimaatfinanciering zal worden geleverd via de gekende en bewezen kanalen van ontwikkelingssteun om de effectiviteit ervan te garanderen. Het is logisch dat de administratie die reeds aanwezig is in ontwikkelingslanden (en in die landen dus heel wat ervaring heeft met het beheer van projecten) ook een meerwaarde biedt bij de uitvoering en opvolging van projecten voor internationale klimaatfinanciering. Het klopt ook dat veel adaptatieprojecten sterk verweven zijn met ontwikkelingsdoeleinden en dus niet zo gemakkelijk te onderscheiden zijn.

De hele discussie betreffende klimaatsteun versus ontwikkelingssteun heeft echter te maken met bureaucratische regels over aanrekenbaarheid (ofwel officiële ontwikkelingshulp –ODA–, ofwel klimaatfinanciering) en de vrees van ontwikkelingslanden en ngo’s dat ontwikkelingshulp het label “internationale klimaatfinanciering” krijgt, zonder verdere inspanningen van de donorlanden. Vakjesdenken tussen ontwikkeling en klimaat kan ons niet helpen om de uitdaging fundamenteel aan te pakken.

U voorziet 14,5 miljoen euro klimaatfinanciering per jaar voor de ontwikkelingslanden. Dat is drie euro per Vlaming. Is dat voldoende als je weet dat de rijke landen tegen 2020 100 miljard per jaar hebben beloofd. Wij zorgen voor 0,014 procent daarvan. Boksen we daar niet zwaar onder ons gewicht?

Geert Bourgeois: De 14,5 miljoen euro is de jaarlijkse bijdrage van Vlaanderen tussen 2016 en 2020 aan de 100 miljard dollar die alle ontwikkelde landen samen tegen 2020 dienen te voorzien.

De 14,5 miljoen euro kadert in het intern-Belgisch klimaatakkoord waarin de verschillende Belgische overheden hebben afgesproken om jaarlijks 50 miljoen euro te besteden in de periode 2016-2020. Voor Vlaanderen is dit een verdrievoudiging in vergelijking met de internationale klimaatfinanciering van 2015. In huidige economische tijden kan dit wel tellen als engagement.

14,5 miljoen euro klimaatsteun per jaar kan tellen als engagement

De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen – de SDG’s – zijn een veelomvattend programma voor alle landen. Heeft Vlaanderen al beslist op welke SDG’s het vooral zal werken?

Geert Bourgeois: Op 18 april 2016 had de eerste staten-generaal van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking plaats, die zich voornamelijk toespitste op de ontwikkelingsdimensie van de SDG’s. Wat de binnenlandse dimensie betreft, organiseert het expertisecentrum Duurzaamheid op 8 juni 2016 een stakeholdersmeeting over de implementatie van de SDG’s in Vlaanderen.

Die SDG’s zitten zowel in ons buitenlands als ons binnenlands beleid. FIT heeft aandacht voor duurzaam ondernemen. We ondersteunen de Internationale ArbeidsOrganisatie (IAO). De secretaris-generaal van IAO, Guy Ryder, was hier onlangs op de bezoek. We werken nauw samen met hen in de strijd tegen kinderarbeid.

Diezelfde IAO publiceerde onlangs een rapport dat stelde dat België er beter dan andere landen in slaagt zijn middenklasse overeind te houden dankzij een goeie sociale dialoog, sterke CAO’s op alle niveau’s,… Is het dan niet vreemd dat uw partijgenoot en federaal vice-premier Jan Jambon pleit voor CAO’s op bedrijfsniveau?

Geert Bourgeois: Dat is een federale bevoegdheid. Ik vind wel dat er nood is aan meer overleg op bedrijfsniveau. Kijk naar Duitsland waar de vakbonden met de Mitbestimmung samen gaan voor duurzame tewerkstelling. Er is veel te zeggen voor bedrijfsakkoorden.

En dan geen sectorale akkoorden?

Geert Bourgeois: Dat zeg ik niet. Al zie ik dat het moeilijk lukt om tot dergelijke akkoorden te komen. Je moet bedrijven ruimte geven. Elk bedrijf heeft zijn eigen noden.

De Vlaamse Klimaattop dan, gaat u daar zelf met voorstellen heen?

Geert Bourgeois: Er komen drie klimaattoppen. Op de eerste maken we vooral een stand van zaken en brengen we het engagement van Vlaamse overheid. Op de tweede top kunnen dan de verschillende sectoren - de landbouw, de bouw, … - zelf eigen engagementen opnemen. In 2017 of 2018 zullen we dat alles dan opvolgen op een derde top.

Wat is het engagement van de Vlaamse regering precies? De Europese engagementen inzake klimaat halen?

Geert Bourgeois: Op de Klimaattop van Parijs (december 2015) werd op EU-niveau afgesproken om tegen 2030 de uitstoot van CO2 met minstens veertig procent te verminderen tegenover 1990 en om minstens 27% hernieuwbare energie en minstens 27% energiebesparing te geraken.

De uitdagingen zijn groot en ook complex; we zullen met zijn allen nog een serieus tandje moeten bijsteken om die ambitie waar te maken. De meest recente prognoses tonen namelijk aan dat een Vlaamse broeikasgasemissiereductiedoelstelling van 15,7% binnen bereik ligt. Het is dus zeker niet dat we het slecht doen, wel integendeel! Maar om te verzekeren dat we de Vlaamse 2020-broeikasgasemissiereductiedoestelling realiseren en om de uitgangspositie voor de periode 2021-2030 te versterken, zijn extra inspanningen noodzakelijk.

‘Tegen 2020 moet ons aandeel hernieuwbare energie verdubbelen van 5 naar 10,5%’

Daarnaast moeten we ook ons aandeel hernieuwbare energie opkrikken tot 10.5%. Vandaag zitten we amper boven de 5%. Het is dan ook nodig om de krachten te bundelen en iedereen maximaal aan te spreken op zijn kennis, expertise én verantwoordelijkheid. Maar het is ook geen eenvoudige oefening. Vlaanderen is een stadsstaat en heeft niet dezelfde mogelijkheden als bijvoorbeeld Schotland en Spanje. We moeten ambitieus maar realistisch zijn.

U wil tegen 2020 minstens tweehonderd en liefst zelfs driehonderd windmolens bij bouwen in Vlaanderen? Hoe gaat u dat bewerkstellingen als als er, na 15 jaar klimaatbeleid, nog maar driehonderd staan?

Geert Bourgeois: Het is een engagement dat we moeten nemen. In 2015 zijn er 69 windturbines officieel in dienst genomen. Er werden nog nooit zoveel windturbines in dienst genomen als in 2015. De ministers voor energie en omgeving werkten een conceptnota Fast Lane voor windenergie op land uit, waar de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan gaf.

‘Wind is nu eenmaal een manier om hernieuwbare energie te winnen en we hebben die nodig.’

Ja, maar hoe gaat u dat realiseren?

Geert Bourgeois: Het is een enorm probleem. We hebben zowat de dichtste bevolking van Europa, er is altijd wel iemand die zegt: ik heb er last van. We willen procedures versnellen. We hebben een miljoen euro bijgepompt opdat de Raad voor vergunningsbetwistingen sneller kan werken.

Men kan ook naar de Raad van State gaan.

Geert Bourgois: Dat gebeurt niet zoveel, dat is een soort cassatie en verloopt ook sneller dan vroeger. Er moet een mentaliteitswijziging komen. Als er geen objectieve problemen zijn qua slagschaduw of geluidshinder, moeten turbines er snel komen. Voor mij maken die voortaan deel uit van het Vlaamse landschap. Zeggen dat je er niet tegen kan als ze op twee kilometer staan, dat het je visueel stoort. Tja, wind is nu eenmaal een manier om hernieuwbare energie te winnen en we hebben die nodig.

‘Er moet een mentaliteitswijziging tegenover windmolens komen’

Zou er niet meer steun voor windmolens zijn als mensen er financieel kunnen in participeren en niet alleen de lasten maar ook de lusten ervan voelen.

Geert Bourgeois: Er is toch al veel participatie.

De provincie Oost-Vlaanderen had alle ontwikkelaars opgelegd om rechtstreekse participatie door lokale coöperaties mogelijk te maken, en Vlaanderen heeft dat ongedaan gemaakt. In een tijd dat spaargeld amper iets opbrengt, zouden veel burgers daar toch warm voor lopen. Wallonië gaat daar veel verder in.

Geert Bourgeois: Ik ga daar nu geen verklaring over afleggen. Ik ben daar zeker niet tegen, het is iets dat ik met collega Turtelboom moet bekijken.

Denkt u niet dat het kan bijdragen tot meer draagvlak voor windturbines?

Geert Bourgeois: In alle geval: als je erin participeert, maak je er deel van uit. Het lijkt me evident dat je er dan meer kan achterstaan.

Slotvraag: u wees erop dat Vlaanderen als exportkampioen economisch sterk verbonden is met de buitenwereld. Is het dan ook niet aangewezen dat de Vlaming een brede kijk op die buitenwereld heeft ?

Geert Bourgeois: Ik pleit er altijd en overal voor om over het muurtje te kijken, ons te benchmarken met andere landen. Bijna geen enkele krant of redactie heeft nog een buitenlandcorrespondent. Ik ben daar nochtans grote voorstander van. Christian Van Thillo heeft een krantenimperium in Nederland en Vlaanderen, idem voor Mediahuis met De Standaard en NRC. Dat biedt toch mogelijkheden voor gezamenlijke buitenlandberichtgeving voor een potentiële markt van 22 miljoen mensen. Maar meer dan dat zeggen, kan ik niet doen uiteraard.

‘Ik zou graag hebben dat media meer aandacht voor buitenland hebben’

U klonk harder in uw kritiek op de VRT over zijn Molenbeekberichtgeving maar is dit niet veel fundamenteler ?

Geert Bourgeois: Ik ben wellicht dé politicus die dit al herhaaldelijk heeft aangebracht. Vroeger had de VRT - de grootste redactie van het land, vergeet dat niet - specialisten voor allerlei thema’s. Maar het is zeker geen probleem bij de VRT alleen. Ik vind dat de buitenlandberichtgeving er in het algemeen zeker niet op is vooruitgegaan. Ik zou graag hebben dat kranten of televisiejournaals daar meer aandacht voor hebben.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur