Journaliste Paulien Bakker: ‘Ontstellend hoe de wereld vergeet naar Irak te kijken’

Interview

De bommen van de VS en Iran helpen de Iraakse strijd tegen radicalisering niet vooruit

Journaliste Paulien Bakker: ‘Ontstellend hoe de wereld vergeet naar Irak te kijken’

Journaliste Paulien Bakker: ‘Ontstellend hoe de wereld vergeet naar Irak te kijken’
Journaliste Paulien Bakker: ‘Ontstellend hoe de wereld vergeet naar Irak te kijken’

Of iemand het ook even, en liefst nog veel langer, over Irak wil hebben? Journaliste Paulien Bakker vindt het ontstellend hoe de wereld vergeet naar Irak te kijken. Daar vochten de VS en Iran met echte bommen een nieuwe oude oorlogsvete uit, een waarmee Irak niets heeft te maken. Het helpt de Iraakse strijd tegen radicalisering alvast niet vooruit.

Iraaks fotograaf Karim Abraheem trok eerder voor MO* naar Mosoel en legde er de vernieling van de stad in de strijd tegen IS vast op beeld.

© Karim Abraheem

‘Ik moet hen gewoon gelijk geven’, zegt de Nederlandse journaliste Paulien Bakker (°1975) die ik op een druilerige ochtend ontmoet in Café Scheltema, hartje Amsterdam. ‘ “We hebben het niet voor het zeggen”, zegden mijn Iraakse vrienden bij elke politieke wending. Ik werd daar gek van, wierp dan terug dat ze moesten ophouden met dat te herhalen en zich in een slachtofferrol te wentelen. “Neem je verantwoordelijkheid op”, beet ik hen toe. Nu moet ik toegeven dat ik naïef was. Ze hadden gelijk: de Irakezen hebben niets zelf in de hand.’

© Ilja Keizer

© Ilja Keizer

Paulien Bakker volgt als freelance journalist de ontwikkelingen in Irak sinds 2008, voor onder meer de Volkskrant, Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer en Engelstalige media als Narratively en Al Jazeera English. Ze studeerde journalistiek en psychologie, en specialiseerde zich in de verhalende journalistiek. Tot voor kort was ze directeur van de Stichting Verhalende Journalistiek. Wat volgt op een vergissing blijft een vergissing (2019) is haar tweede literaire non-fictieboek.

Voor alle duidelijkheid: wanneer Irak-kenner Paulien Bakker over ‘de Irakezen’ praat, heeft ze het over de Iraakse burgers. Die kregen op 3 januari inderdaad nog maar eens de boodschap dat ze geen enkele vinger in de pap hebben, ook niet als die pap in hun eigen keuken wordt gekookt.

Op 3 januari dropte een Amerikaanse drone een bom op de luchthaven van Bagdad en op het konvooi van de Iraanse generaal Qassem Soleimani en Iraakse leiders van een pro-Iraanse militie. Even later beantwoordde Iran die aanslag met een tegenoffensief op Iraakse bases waar zich Amerikaanse soldaten bevonden.

De internationale wereld stond meteen in rep en roer, journalisten en commentatoren struikelden over elkaar met analyses over Iran, de VS en een nakende oorlog.

‘Irak? Dat wordt louter gezien als het toneel waarop een internationaal spel wordt gespeeld.’

En Irak? Daar werden nauwelijks inkt en woorden aan verspild. ‘Irak?’, zegt Bakker. ‘Dat wordt louter gezien als het toneel voor het internationale spel.’

Irak, een soevereine staat?

Paulien Bakker: Het gekke is dat de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in oktober nog in onderhandeling waren met Irak om IS-strijders, ook Syriëstrijders die nooit een voet in Irak hadden gezet, te laten berechten op Iraaks grondgebied.

Irak werd, zo las ik in het Vlaamse weekblad Knack, door Europese ministers, inclusief jullie minister van Justitie, een soevereine staat genoemd, die zelf kon beslissen wat op zijn grondgebied gebeurde. Bref: Europese lidstaten vonden de Iraakse regering toen betrouwbaar genoeg om Europese terroristen op te vangen.

In dezelfde maand oktober kwamen duizenden en duizenden Iraakse burgers op de straat, omdat ze die regering en het hele corrupte systeem erachter weg willen. En omdat ze vinden dat de buitenlandse bemoeienissen op hun grondgebied moeten stoppen.

Drie maanden later dropte een Amerikaanse president een bom op Bagdad, en reageerde Iran met bommen op Iraakse bases. Hoe cynisch kan het zijn?

De Irakezen blijven echt achter met de vraag waar ze staan. Een Iraakse post die op Facebook breed wordt gedeeld, zegt veel: ‘Als wij Irakezen de kant kiezen van de VS, doodt Iran ons. Als we de kant van Iran kiezen, doodt de VS ons. Als we aan de barricades gaan staan, doden ze ons allebei. Hebben we nog een exitstrategie?’

De demonstrerende Irakezen kozen om aan de barricades te gaan staan met de Iraakse vlag zeer stevig in hun handen. Na de eliminatie van Soleimani roepen Pro-Iraanse groepen nu om vergelding. Zal dit het gedeelde verlangen naar een verenigd Irak naar de achtergrond drijven?

Paulien Bakker: Ik zag tijdens deze demonstraties voor het eerst hoe Irakezen van verschillende sektarische en religieuze groepen in Bagdad samen een patriottisch doel hadden. Meer dan vijfhonderd mensen stierven sinds het begin van de protesten, gaven hun leven voor de toekomst van een verenigd land. Ze waren vastbesloten om zich niet meer gek te laten maken door het etnische verdeeldiscours van de politieke partijen, die daarmee hun eigenbelangen willen veiligstellen.

‘Meer dan vijfhonderd mensen stierven sinds het begin van de protesten, gaven hun leven voor de toekomst van een verenigd land.’

Wat de Iraakse soennieten betreft, die zijn bang. Iran heeft niet per se positieve plannen met Irak en zijn bevolking en nog minder met de soennieten.

Voor veel Irakezen berust de relatie met Iran nog op oud zeer. In veel Iraakse huizen, ook de sjiitische overigens, hangen portretten van vaders, grootvaders of ooms die zijn omgekomen in de oorlog tussen Irak en Iran.

De soennieten vragen zich af wat het nu weer wordt, wat ze opnieuw zullen verliezen. Ze leven nu eenmaal niet in een Europees land waar je wordt beschermd door een staat. Ze leven in een onstabiel Irak, waar de modale Irakees ontzettend afhankelijk is van een overheid waarvan hij of zij tegelijk niets moet verwachten.

© Karim Abraheem

© Karim Abraheem

In 2008 reisde je voor het eerst naar Irak en raakte je bevriend met de soennitische Nimr en zijn familie, waar je kind aan huis werd. In je boek Wat volgt op een vergissing (2019) probeer je te begrijpen waarom uitgerekend Omar, die stille, eerder teruggetrokken zoon van Nimr, zich aansluit bij IS.

Paulien Bakker: Niemand had dit zien aankomen, omdat Omar helemaal niet past in het plaatje van iemand die radicaliseert. Ook ik kon het niet rijmen en wilde, door het optekenen van zijn verhaal en dat van zijn familie, echt vatten hoe die twee beelden van de jongen die ik kende en een Iraakse IS-strijder nu bij elkaar konden komen.

Om Omars keuze te begrijpen, moet je ook de Iraakse samenleving begrijpen. De kern van die samenleving is de familie en het gevoel van eer en toebehoren. Toen Omars geliefde moeder stierf, had hij het gevoel dat hij die familie, zijn plek in het gezin, zijn positie kwijt was.

Exact op dat moment kwam IS op, die op sociale media uitstraalde: ‘Wij zijn een groep, een familie, wij maken je opnieuw trots’. Het was exact dat wat Omar overtuigde en wat nog lang een aantrekkingskracht bleef hebben, ook nadat hij allang opnieuw thuis was en omarmd werd door zijn familie.

Voor Omar was IS een club die opkwam tegen de vernederingen die de Iraakse soennieten over zich heen kregen. Hij had weinig op met die internationale agenda van IS, had niets tegen westerlingen. Omar speelde lokaal.

Grote kloof tussen Iraakse regering en soennieten

Omars vader, Nimr, was woedend op Omar omdat hij zich aansloot bij IS. Tegelijk was hij zelf niet volledig gekant tegen het gedachtegoed van IS.

Paulien Bakker: Nimr vond IS “interessant”. Een soennitisch machtsblok, dat een harde vuist maakte tegen de sjiitische invloedsgolf in Irak, vond hij positief.

Net als andere soennieten was hij gewonnen voor de idee van een religieuze samenleving. Nimr geloofde dat de islam, en met name de sharia, een eerlijk, stabiel en rechtvaardig systeem kon vormen, anders dan de mislukte democratie. Net als IS volgt Nimr de Moslimbroederschap, die pleit voor de Koran als de basis voor de inrichting van een samenleving en een staat. Ze deelden dus dezelfde geloofsfundamenten.

Waar Nimr zich tegelijk tegen verzette, was de manier waarop IS die islamitische regels zomaar ‘zonder enige bestuurlijke legitimiteit’ ging gebruiken en opleggen. In zijn ogen misbruikte IS de islamitische geloofsfundamenten.

Hij vond dat het islamitische model, dat hij steunde, zonder geweld en binnen een politiek bestel moest worden bestierd. Zo’n staatsorganisatie moest voor hem ook ruimte en vrijheid geven aan andersdenkenden en andersgelovigen.

Waarom vond Nimr zo’n ‘soennitisch machtsblok’ belangrijk?

Paulien Bakker: Toen in 2013 in het soennitische Hawija massale demonstraties plaatsvonden, schoten de Iraakse troepen met scherp. Tientallen vreedzaam protesterende burgers werden gedood.

Maandenlang hadden die mensen terecht gedemonstreerd omdat ze zich gemarginaliseerd voelden. Ze waren opzijgeschoven, hadden af te rekenen met grote droogte die de landbouw platlegde, hadden geen toegang tot proper water, elektriciteit, jobs. De reactie van de toenmalige premier Maliki? Hij maakte de demonstranten uit voor terroristen.

Zo ging het telkens soennitische burgers zich verzetten tegen het nepotisme van Bagdad. De regering deed dus niets, niet voor haar burgers in Bagdad en al helemaal niet in de soennitische gebieden in Irak. De kloof tussen soennieten en de Iraakse regering was enorm.

Die kloof is nog altijd heel diep. Toen ik in oktober in Irak was, sprak ik in Mosoel met mensen die zeiden dat ze gebrandmerkt zijn.

Paulien Bakker: Precies, de soennieten worden ervan beticht dat ze zich te weinig hebben afgezet tegen IS, dat ze geen of weinig stelling namen tegen IS. Maar ze konden soms niet anders. Burgers in Irak moesten constant allianties aangaan om letterlijk te overleven, zelfs al staan die allianties haaks op morele overtuigingen. Toen IS bijvoorbeeld naar Mosoel oprukte, liet het Iraakse regeringsleger al na een paar dagen vechten zijn posities in de steek.

‘Burgers in Irak moesten constant allianties aangaan om letterlijk te overleven, zelfs al staan die allianties haaks op morele overtuigingen.’

Het verhaal van Omars oom is een triest voorbeeld van hoe iemand die echt zijn nek heeft uitgestoken daar de dupe van kan worden. Die oom, die in IS-gebied woonde, is diegene die Omar heeft thuisgebracht, door met IS te onderhandelen. Maar daarna werd hij opgepakt door Amerikaanse en Koerdische troepen die hem verdachten van banden met IS.

Het gegeven dat hij had kunnen onderhandelen met IS, maakte hem tot een verdacht en schimmig figuur. Want ‘hoe kreeg hij die jongen zomaar vrij zonder goede contacten met IS?’ Uiteindelijk kwam Omars oom om, omdat hij later de wapens opnam tegen IS.

Staan de soennitische burgers alleen?

Paulien Bakker: Ja, de soennieten hebben geen politieke partijen die hun belangen verdedigen of die de weg willen banen voor een egalitaire toekomst voor Irak. Politieke partijen houden zich enkel bezig met eerherstel en met zelfbehoud. Wat overigens ook geldt voor de sjiitische partijen. Maar als soenniet sta je er echt wel slechter voor, want je draagt sneller een stempel.

Toen ik het schooltje bezocht van een vriend, die leraar Engels is in soennitisch gebied dat eerder was bezet door IS, stelde hij in de klas de vraag welke leerlingen een dicht familielid — een ouder, broer of zus —  verloren hadden door IS. De helft van die kinderen stak de hand op. Dat is ontzettend veel.

We bezochten daarna de familie van een meisje uit die klas. Haar vader had in het leger gezeten en had drie oorlogen meegemaakt, van Iran over de Amerikaanse invasie tot Al Qaida. Hij werd opgepakt door IS omdat hij bij het leger had gezeten en is nooit meer teruggekomen. Hij heeft al die jaren gevochten voor zijn land en niemand steekt een vinger uit om te zorgen dat zijn weduwe een weduwepensioen krijgt.

© Karim Abraheem

Een markt in Mosoel.

© Karim Abraheem

Wie groepen marginaliseert, kan verzet verwachten

‘De strijd tegen IS is gestreden’, het werd zo vaak gezegd door Trump en zijn coalitiepartners in de oorlog tegen IS. Ik denk niet dat ik fout ben als ik zeg dat jij dat zeer naïef vindt.

Paulien Bakker: Zolang wij ons niet willen verdiepen in de reële situatie van Iraakse burgers, zullen we er niet in slagen om een constructieve bijdrage te leveren in de strijd tegen IS. We gaan te gemakkelijk mee met de Iraakse regering, in wie zij tot terrorist bestempelen. En vervolgens menen we dat die terrorist ook tegen ons is.

Wanneer groepen in de samenleving, zoals de Iraakse soennieten, worden gemarginaliseerd, kan je verzet verwachten. De soennieten hebben met de val van Saddam al in het stof moeten bijten, en nu zien we hoe de jonge generatie opnieuw wordt buitengesloten. Die generatie zoekt nu naar eerherstel.

Dat inzicht moeten we vastgrijpen. Als je IS echt wil verdrijven, kan dat echt, door in de eerste plaats te investeren in de lokale gemeenschappen.

‘Zolang de Irakezen geen zeggenschap krijgen over hun eigen grondgebied, geeft dat zuurstof aan IS.’

IS zit vandaag nog in Hamrin (in de Hamrin-bergen in het Noordoosten van Irak, nabij de grens met Iran, td) en in woestijngebieden aan de Syrische grens. Ze wachten daar op zuurstof om opnieuw op te staan.

Zolang de Irakezen geen werkende regering hebben, zolang burgers die op straat komen niet worden gehoord en alles hetzelfde blijft, zolang de Irakezen geen zeggenschap krijgen over hun eigen grondgebied, geeft dat zuurstof aan IS.